Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-02-05
ECLI:NL:RBMNE:2025:3214
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
6,504 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/572867 / HA ZA 24-171
Vonnis van 5 februari 2025
in de zaak van
ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.,
te Leiden, eisende partij,
hierna te noemen: Zilveren Kruis,
advocaat: mr. A. Youssuf,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats] , gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. H.F.C. Hoogendoorn.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 28 februari 2024 met 25 producties,
de conclusie van antwoord met 1 productie,
de nagekomen productie 26 van Zilveren Kruis,
de mondelinge behandeling van 31 oktober 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
de pleitnota van Zilveren Kruis,
de pleitnota van [gedaagde] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De kern van de zaak
2.1.
Zilveren Kruis heeft een 'persoonsgebonden budget' (hierna: Zvw-pgb) aan mevrouw [A] , de moeder van [gedaagde] , uitgekeerd om aan zorg te besteden. [gedaagde] trad hierbij op als haar vertegenwoordiger. De zorg zou worden verleend door [onderneming] B.V. (hierna: [onderneming] ). [onderneming] en haar bestuurders zijn in 2019 strafrechtelijk veroordeeld voor fraude met pgb-gelden. Bij de fraude werd samengewerkt met cliënten (budgethouders). De gegenereerde opbrengsten werden namelijk tussen [onderneming] en de budgethouders gedeeld.
2.2.
Volgens Zilveren Kruis is [A] één van de budgethouders geweest met wie [onderneming] heeft gefraudeerd en heeft [gedaagde] als haar vertegenwoordiger daar een grote rol in gespeeld. Zilveren Kruis verwijt [gedaagde] dat hij niet deugdelijk de pgb-administratie voor zijn moeder heeft beheerd, dat hij niet de stukken heeft aangeleverd die voor Zilveren Kruis noodzakelijk waren om te beoordelen of de zorg waarvoor het Zvw-pgb werd verstrekt feitelijk en doelmatig was geleverd, en dat [gedaagde] pgb-gelden heeft verdeeld en ontvangen van [onderneming] . Zilveren Kruis vordert daarom (primair) het volledig aan [A] uitgekeerde Zvw-pgb terug van [gedaagde] (€ 93.530,47).
2.3.
De rechtbank komt tot de conclusie dat [gedaagde] onrechtmatig jegens Zilveren Kruis heeft gehandeld. [gedaagde] wordt daarom veroordeeld tot betaling aan Zilveren Kruis van € 93.530,47. Deze beslissing wordt hierna toegelicht.
3De achtergrond van het geschil
De rol van Zilveren Kruis
3.1.
Zilveren Kruis is als zorgverzekeraar belast met de uitvoering van de Zorgverzekeringswet en kan aan de verzekerde die behoefte heeft aan verpleging en verzorging een passende vergoeding beschikbaar stellen in de vorm van een Zvw-pgb. Om in aanmerking te komen voor een Zvw-pgb moet de verzekerde voldoen aan door de zorgverzekeraar gestelde voorwaarden. Met dit Zvw-pgb dient door de verzekerde zorg te worden ingekocht bij zorginstellingen. De zorginstelling dient de ingekochte zorg vervolgens feitelijk aan de verzekerde te verlenen.
Het Zvw-pgb van [A]
3.2.
Op 16 december 2015 heeft [A] een aanvraagformulier Zvw-pgb voor het inkopen van verpleging en verzorging bij Zilveren Kruis ingediend. Op het aanvraagformulier, dat door [gedaagde] is ondertekend, staat vermeld dat [gedaagde] als vertegenwoordiger voor zijn moeder optreedt. Op de zorgverzekering van [A] zijn de polisvoorwaarden van Zilveren Kruis van toepassing. Bij die polisvoorwaarden behoort het "Achmea Reglement Persoonsgebonden Budget Verpleging en Verzorging" (hierna: het reglement). In het reglement staan de toekenningsvoorwaarden, taken en verplichtingen die aan het Zvw-pgb zijn verbonden.
3.3.
Op 21 maart 2016 heeft tussen Zilveren Kruis en [gedaagde] een Bewuste Keuze Gesprek plaatsgevonden in het kader van de Zvw-pgb aanvraag van [A] . In het gespreksverslag dat Zilveren Kruis heeft opgemaakt en dat door haar is overgelegd als productie 5 volgt onder meer dat [gedaagde] de pgb-administratie zal voeren.
3.4.
Zilveren Kruis heeft Zvw-pgb toegekend aan [A] voor de periode van
29 december 2015 tot en met 16 december 2017. In totaal heeft Zilveren Kruis € 93.530,47 aan [A] uitgekeerd.
Pgb fraude bij [onderneming]
3.5.
Er is een strafrechtelijk onderzoek naar [onderneming] gestart, nadat de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid in juli 2017 een melding kreeg over pgb-fraude bij [onderneming] . [onderneming] maakte gedurende de gehele onderzoeksperiode (1 januari 2015 t/m 31 maart 2018) maandelijks (valse) facturen op voor zorg die in werkelijkheid niet (volledig) was geleverd aan de budgethouders. Deze facturen werden door Zilveren Kruis vergoed met pgb-gelden, waarna de budgethouders deze gelden aan [onderneming] betaalden. Vervolgens kregen budgethouders een percentage hiervan (contant) terug op basis van gemaakte afspraken. Met betrekking tot het fraudeonderzoek zijn tijdens een doorzoeking in het pand van [onderneming] lijsten aangetroffen waarop per budgethouder een verdeling is weergegeven van het maandelijkse factuurbedrag en het tussen [onderneming] en de budgethouder gedeelde geldbedrag (hierna: de verdeellijsten).
3.6.
[onderneming] en haar bestuurders zouden voor in totaal€ 4.673.959,00 hebben gefraudeerd. Zij werden verdacht van meerdere strafbare feiten: valsheid in geschrifte (artikel 225 WvSr), oplichting (artikel 326 WvSr) en witwassen (artikel 420bis WvSr). In vonnissen van de rechtbank Midden-Nederland van 28 november 20191 zijn [onderneming] en haar bestuurders veroordeeld voor valsheid in geschrifte, oplichting en gewoontewitwassen.
Onderzoek naar [A]
3.7.
Naar aanleiding van het onderzoek naar [onderneming] is Zilveren Kruis ook fraudeonderzoeken gestart ten aanzien van de budgethouders. Uit het strafrechtelijk onderzoek volgde dat ook [A] op de verdeellijsten voorkwam en dat er met (mensen in de omgeving van) haar gelden zijn gedeeld.
3.8.
In het kader van het fraudeonderzoek heeft Zilveren Kruis op 7 juni 2018 en op 29 juni 2018 aan [A] verzocht om documenten aan Zilveren Kruis toe te sturen (zoals kopieën van facturen, urenregistraties en bankafschriften), zodat Zilveren Kruis kon controleren of de door [onderneming] gefactureerde zorg feitelijk is geleverd aan [A] . Op 16 juli 2018 heeft Zilveren Kruis slechts enkele documenten ontvangen (een zorgleefplan, een indicatie en bankafschriften). De overige opgevraagde documenten, zoals facturen en urenregistraties, heeft [A] niet aan Zilveren Kruis opgestuurd.
3.9.
Op 18 februari 2022 heeft Zilveren Kruis de uitkomsten van het onderzoek aan
[A] en [gedaagde] meegedeeld. Op basis van de uitkomsten heeft Zilveren Kruis besloten het Zvw-pgb met terugwerkende kracht te beëindigen vanaf datum van toekenning, omdat [A] niet voldoet aan de toekenningsvoorwaarden, verplichtingen en voorwaarden uit het reglement en er onregelmatigheden zijn geconstateerd.
3.10.
Zilveren Kruis is geen procedure gestart tegen [A] , maar zij spreekt [gedaagde] in deze procedure aan op grond van onrechtmatige daad. Zilveren Kruis vordert in deze procedure dat [gedaagde] (primair) € 93.530,47, namelijk het Zvw-pgb dat aan
[A] is betaald, moet betalen aan Zilveren Kruis.
1 ECLl:NL:RBMNE:2019:5663, ECLl:NL:RBMNE:2019:5659, ECLl:NL:RBMNE:2019:5647 en ECLI:NL:RBMNE:2019:5646.
Beslag
3. l l. Nadat daarvoor op 20 februari 2024 verlof is verleend, heeft Zilveren Kruis conservatoir beslag gelegd ten laste van [gedaagde] .
Beoordeling
[gedaagde] heeft onrechtmatig gehandeld jegens Zilveren Kruis
4.1.
Centraal in deze zaak staat de vraag of [gedaagde] onrechtmatig jegens Zilveren Kruis heeft gehandeld, zoals Zilveren Kruis stelt, en of hij de door Zilveren Kruis hierdoor geleden schade dient te vergoeden. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend.
4.2.
Het is gebleken dat [gedaagde] bewindvoerder is voor zijn moeder en in die hoedanigheid verantwoordelijk is voor het voldoen aan de verplichtingen die aan het Zvw pgb verbonden zijn. Bovendien blijkt ook uit het aanvraagformulier voor het Zvw-pgb dat [gedaagde] als (wettelijk) vertegenwoordiger voor [A] optreedt. Uit dit formulier volgt dat [A] heeft verklaard op eigen kracht of met hulp van de (wettelijk) vertegenwoordiger de taken en verplichtingen die verbonden zijn aan het pgb op verantwoorde wijze uit te voeren. De verplichtingen betreffen bijvoorbeeld het voeren van de pgb-administratie en het op verzoek van Zilveren Kruis overleggen van stukken
(artikel 6.7 van het reglement). Dat [gedaagde] de pgb-administratie voor zijn moeder zou voeren, volgt ook uit het verslag dat is opgemaakt naar aanleiding van het Bewuste Keuze Gesprek.
4.3.
Voor de rechtbank is voldoende gebleken dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld door in strijd met de Zvw-pgb verplichtingen geen deugdelijke administratie te voeren. [gedaagde] heeft namelijk erkend dat hij geen administratie van het Zvw-pgb heeft bijgehouden en zelfs dat hij deze administratie uit handen heeft gegeven aan [onderneming] . Een deel van de administratie werd namelijk bij [onderneming] bewaard. Het was [gedaagde] bekend, althans hem had bekend moeten zijn, dat hij de pgb-administratie moest voeren en dat het hem niet was toegestaan dit door [onderneming] te laten doen. [gedaagde] kan worden geacht op de hoogte te zijn geweest van deze administratieplicht omdat uit het verslag dat is opgemaakt naar aanleiding van het Bewuste Keuze Gesprek blijkt dat deze verplichting toen is besproken. Tijdens het Bewuste Keuze Gesprek heeft [gedaagde] de toezegging gedaan om deze administratie te voeren, op grond waarvan Zilveren Kruis ervoor heeft gekozen om het Zvw pgb te verstrekken aan [A] . Ook blijkt de administratieverplichting uit het reglement. [gedaagde] heeft aangevoerd dat deze verplichting is opgenomen in 'de kleine lettertjes' van het reglement en dat niemand dat leest, waardoor hij niet zou hebben geweten dat hij een administratie moest bijhouden. Dat [gedaagde] het reglement niet heeft gelezen, komt voor zijn rekening en risico. Het niet lezen daarvan heeft niet tot gevolg dat het reglement met de daarin besloten verplichtingen daarom niet van toepassing zou zijn. [gedaagde] heeft tot slot nog aangevoerd dat hem niet kan worden aangerekend dat hij geen administratie heeft bijgehouden, omdat hem niet duidelijk was dat hij een administratie moest bijhouden en dat dat niet mag worden verwacht van iemand van (destijds) 22 jaar oud. Dit argument treft echter geen doel. [gedaagde] heeft als bewindvoerder de verplichting om een deugdelijke administratie te voeren op zich genomen. Dat [gedaagde] destijds pas 22 jaar oud was doet hieraan niet af. [gedaagde] heeft als bewindvoerder zijn taak en
verantwoordelijkheid om de budgethouder bij te staan bij het voeren van de pgb administratie verzaakt en dit valt hem toe te rekenen.
4.4.
Daarnaast heeft [gedaagde] onrechtmatig gehandeld door in strijd met de Zvw-pgb verplichtingen niet de volledige pgb-administratie aan Zilveren Kruis te verstrekken, terwijl zij daar twee keer om heeft verzocht. Hierdoor is Zilveren Kruis niet in staat gesteld om te beoordelen of de ten behoeve van [A] uitgekeerde pgb-gelden doelmatig en rechtmatig, namelijk aan zorg, werden besteed. Zilveren Kruis kon de door [onderneming] gefactureerde zorg niet objectief controleren en achterhalen welke zorg al dan niet is geleverd. Hiermee heeft [gedaagde] als (wettelijk) vertegenwoordiger niet voldaan aan de informatieplicht van de budgethouder richting de zorgverzekeraar. Dit terwijl [gedaagde] wel op de hoogte was, althans kon zijn, van deze verplichting, gelet op het reglement en de daarin opgenomen pgb-verplichtingen.
4.5.
Zilveren Kruis verwijt [gedaagde] verder nog dat hij onrechtmatig heeft gehandeld door pgb-gelden aan te nemen voor andere doeleinden dan het inkopen van zorg. Zilveren Kruis baseert zich ter onderbouwing van dit standpunt op de bij [onderneming] aangetroffen verdeellijsten waarop de naam van [A] meermaals is teruggekomen. Volgens die verdeellijsten zou € 60.493,44 gedeeld zijn. Zilveren Kruis meent dat hiermee voldoende aannemelijk is dat (iemand in de omgeving van) [gedaagde] gelden van [onderneming] heeft ontvangen. Dit zou bovendien worden bevestigd door de verklaringen van [gedaagde] , toen hij werd gehoord als verdachte, 2 en [B] , in het strafproces. Dit is voor de rechtbank echter niet vast komen te staan. De rechtbank vindt voorgaande namelijk onvoldoende concreet en kan niet vaststellen dat het [gedaagde] zelf is geweest die deze gelden heeft ontvangen. Uit de verdeellijsten blijkt namelijk dat er met [A] of iemand uit haar omgeving gelden zijn gedeeld. Dat [gedaagde] deze gelden contant dan wel op zijn bankrekening zou hebben ontvangen, is door Zilveren Kruis - mede gelet op de betwisting van [gedaagde] - onvoldoende onderbouwd. Zilveren Kruis stelt nog dat in het strafvonnis tegen [onderneming] en haar bestuurders is vastgesteld dat er gelden zijn gedeeld met budgethouders. Dit zou volgens Zilveren Kruis ook blijken uit een uitspraak van de SKGZ. Ook op basis hiervan kan de rechtbank echter niet tot het oordeel komen dat er in het individuele geval van [gedaagde] sprake is geweest van het delen en ontvangen van gelden door hem.
4.6.
De conclusie is dat [gedaagde] aansprakelijk richting Zilveren Kruis is voor de (causale) gevolgen van zijn onrechtmatige gedragingen. Welke gevolgen dat zijn, en aldus wat de schade is aan de zijde van Zilveren Kruis, zal de rechtbank nu bespreken.
[gedaagde] moet de schade van € 93.530,47 aan Zilveren Kruis vergoeden
4.7.
Zilveren Kruis stelt zich primair op het standpunt dat de schade € 93.530,47 bedraagt, aldus het totaal aan [A] uitgekeerde bedrag. In dat verband stelt zij dat voor dit volledige bedrag niet is komen vast te staan dat dit daadwerkelijk aan doelmatige en rechtmatige zorg is besteed. Dat betekent dat voor dit bedrag schade is geleden. Die schade zou niet zijn geleden als [gedaagde] niet onrechtmatig had gehandeld, zodat sprake is van causale schade, aldus Zilveren Kruis.
4.8.
De rechtbank volgt Zilveren Kruis hierin en overweegt in dat verband het volgende.
2 [gedaagde] heeft overigens aangevoerd dat hij deze verklaring zou hebben ingetrokken.
4.9.
Voor de rechtbank is gebleken dat het voor Zilveren Kruis niet is vast te stellen welk deel van de uitgekeerde pgb-gelden precies is besteed aan het verlenen van zorg aan
[A] door [onderneming] en of een deel van de zorg niet is geleverd aan haar. De oorzaak hiervan is gelegen in het onrechtmatig handelen van [gedaagde] . Immers, dat handelen bestond onder meer uit het niet bijhouden van een deugdelijke pgb-administratie en het niet aanleveren van de door Zilveren Kruis opgevraagde stukken. Hoewel het in beginsel aan Zilveren Kruis is om de omvang van de schade onderbouwd in kaart brengen, lag het gelet op de omstandigheden in deze zaak op de weg van [gedaagde] om concreet te onderbouwen welke zorg wél is verleend aan [A] . Zilveren Kruis kan dit immers zelf niet doen omdat zij door toedoen van [gedaagde] niet over de hiervoor benodigde administratie beschikt.
Conclusie
4.12.
De rechtbank acht [gedaagde] aldus aansprakelijk voor een schadebedrag van
€ 93.530,47. De stellingen van [gedaagde] die zien op de (subsidiair) gevorderde lagere schadebedragen behoeven daarom geen bespreking meer. [gedaagde] wordt veroordeeld om
€ 93.530,47 aan Zilveren Kruis betalen.
4.13.
Zilveren Kruis vordert de wettelijke rente vanaf 31 december 2018, omdat op uiterlijk die datum alle pgb-gelden door Zilveren Kruis waren betaald. [gedaagde] heeft deze vordering niet betwist. De wettelijke rente over € 93.530,47 zal daarom vanaf 31 december 2018 worden toegewezen.
[gedaagde] moet de onderzoekskosten van € 517,50 betalen
4.14.
Zilveren Kruis vordert betaling door [gedaagde] van de onderzoekskosten die Zilveren Kruis heeft gemaakt, ter hoogte van € 517,50. Deze vordering wordt toegewezen. Redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid komen voor vergoeding in aanmerking (artikel 6:96 lid 2 sub b BW). Zilveren Kruis heeft gesteld dat zij deze kosten in
redelijkheid heeft moeten maken om de aansprakelijkheid van [gedaagde] te kunnen aantonen. Dit is niet weersproken door [gedaagde] . Ook tegen de hoogte van de kosten is geen verweer gevoerd. De kosten komen daarom voor vergoeding in aanmerking, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2018.
[gedaagde] moet de beslagkosten betalen
4.15.
Zilveren Kruis vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op € 2.248,66 voor kosten deurwaardersexploten, € 688,- voor griffierecht en € 1.214,- voor salaris advocaat (1,0 punt(en) x € 1.214,-), totaal € 4.150,66.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
4.16.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De. proceskosten van Zilveren Kruis worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding € 137,38
-griffierecht € 2.20 1,00
- salaris advocaat € 2.428,00 (2 punten x € 1.214,00)
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals
- vermeld in de beslissing)
Totaal € 4.944,38
4.17.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De rechtbank
5.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Zilveren Kruis van een schadevergoeding van
€ 93.530,47, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 3 l december 2018 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Zilveren Kruis van€ 517,50 aan onderzoekskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 31 december 2018 tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 4.150,66, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na deze uitspraak tot de dag van volledige betaling,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 4.944,38, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in
artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Gaertman en in het openbaar uitgesproken op 5
februari 2025.
Beoordeling
[gedaagde] heeft dit nagelaten en zijn stellingen dat de gedeclareerde zorg door [onderneming] in de betreffende periode is geleverd, niet onderbouwd. [gedaagde] heeft ter zitting nog verklaard dat hij bij [onderneming] in dienst was en dat hij vanuit die hoedanigheid zorg leverde aan zijn moeder en dat [onderneming] de rest van de zorg deed. Deze stellingen zijn echter ook onvoldoende door [gedaagde] onderbouwd. Ook hierdoor is immers niet inzichtelijk geworden welke zorg al dan niet is geleverd aan [A] . Met Zilveren Kruis is de rechtbank daarom van oordeel dat het ervoor moet worden gehouden dat de schade
€ 93.530,47 bedraagt, nu niet duidelijk is geworden dat enige pgb-vergoeding aan doelmatige en rechtmatige zorg is besteed. Deze schade was zonder het onrechtmatig handelen van [gedaagde] niet geleden. [gedaagde] heeft hier ook onvoldoende tegenin gebracht.
4.10.
[gedaagde] heeft er nog een beroep op gedaan dat de gevorderde schade niet in zodanig verband met het (gestelde) tekortschieten van [gedaagde] in zijn administratieve verplichtingen staat, dat deze aan hem kan worden toegerekend (artikel 6:98 BW). Volgens [gedaagde] gaat het hier om een particulier aan wie niet-eenvoudige administratieve taken zijn opgelegd, zonder dat Zilveren Kruis daarover met hem zelf had gesproken en zich ervan had vergewist dat hij dit aankon. Voor [gedaagde] was ook niet te voorzien dat zijn nalaten zou leiden tot zo'n immense schadevordering, aldus [gedaagde] . De rechtbank gaat hier niet in mee. [gedaagde] heeft er als bewindvoerder zelf mee ingestemd om de administratieve taken te gaan verrichten, zoals blijkt uit het aanvraagformulier. Het is onjuist dat Zilveren Kruis hierover niet heeft gesproken met [gedaagde] . Het Bewuste Keuze Gesprek heeft immers met [gedaagde] zelf plaatsgevonden. Bovendien was het voor [gedaagde] te voorzien dat zijn nalaten zou leiden tot een grote schadevordering van Zilveren Kruis. Uit het reglement volgt namelijk wat de consequenties zijn voor het niet dan wel onjuist uitvoeren van de verplichtingen die bij het Zvw-pgb horen. Van [gedaagde] mag (als bewindvoerder en als vertegenwoordiger die deze administratieve taken op zich genomen heeft) worden verwacht dat hij hiervan op de hoogte is. De conclusie is dan ook dat de schade wel aan het tekortschieten van [gedaagde] kan worden toegerekend.
4.11.
[gedaagde] heeft nog aangevoerd dat het in de gegeven omstandigheden buiten proporties en naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Zilveren Kruis als sanctie het volledig uitbetaalde Zvw-pgb vordert van [gedaagde] . Volgens [gedaagde] moet namelijk als vaststaand worden beschouwd dat [A] gezien haar toestand veel zorg nodig had en ook zorg heeft gekregen, terwijl de fraude niet onomstotelijk is gebleken. Ook zou Zilveren Kruis nooit hebben gecontroleerd of [gedaagde] de administratie naar behoren heeft gevoerd. Volgens [gedaagde] heeft Zilveren Kruis budgethouders niet goed voorgelicht over het bijhouden van de pgb-administratie en valt haar te verwijten dat zij pas achteraf controles hierop uitvoert. Deze argumenten gaan niet op. Niet ter discussie staat dat
[A] zorg nodig had. Daarvoor heeft Zilveren Kruis immers ook Zvw-pgb aan haar toegekend en betaald. Door het handelen van [gedaagde] kan Zilveren Kruis echter niet controleren en vaststellen of en hoeveel ;zorg (door [onderneming] ) aan [A] is geleverd. De rechtbank acht het daarom niet onaanvaardbaar dat [gedaagde] het volledig uitbetaalde Zvw pgb aan Zilveren Kruis moet betalen. Voor zover de rechtbank de stelling van [gedaagde] dat Zilveren Kruis nooit controles heeft uitgevoerd en dat zij de budgethouders niet goed heeft ingelicht over het bijhouden van de administratie, moet opvatten als een beroep op eigen schuld aan de zijde van Zilveren Kruis, dan geldt het volgende. Met Zilveren Kruis is de rechtbank van oordeel dat uit het reglement duidelijk volgt wat de verplichtingen en verantwoordelijkheden zijn die aan het Zvw-pgb verbonden zijn. Ook is dit besproken met [gedaagde] tijdens het Bewuste Keuze Gesprek. [gedaagde] heeft deze verplichting vervolgens op zich genomen. Zilveren Kruis kan ook niet worden tegengeworpen dat zij geen (jaarlijkse) controles heeft uitgevoerd. Er bestaat geen (reguliere) controleverplichting voor Zilveren Kruis ten aanzien van het voeren van de administratie. Het is begrijpelijk dat Zilveren Kruis geen controles uitvoert als er voor haar geen signalen zijn dat (mogelijk) sprake is van fraude. [gedaagde] kan zijn eigen verplichting en verantwoordelijkheid tot het voeren van een deugdelijke administratie niet bij Zilveren Kruis terugleggen in de vorm van een controleplicht ter rechtvaardiging van zijn eigen tekortschieten.