Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-06-23
ECLI:NL:RBMNE:2025:3200
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
3,093 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/594981 / JE RK 25-894
Datum uitspraak: 23 juni 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
Midden-Nederland, Utrecht,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2025 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. S. Mahkloufi in Utrecht,
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming, gevestigd in Amsterdam-Zuidoost,
hierna te noemen de GI.
1Het (verdere) verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 12 juni 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 juni 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- [deskundige 1] , namens de Raad;
[deskundige 2] , namens de GI;
[persoon 1] (de oma moederszijde), [persoon 2] (de stiefopa moederszijde), [persoon 3] (de gezinscoach) en [persoon 4] (de vriendin van de moeder), aan wie de kinderrechter bijzondere toegang tot de zitting heeft verleend.
Feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft in een crisispleeggezin.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 12 juni 2025 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld tot 12 september 2025.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 12 juni 2025 een spoedmachtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een (netwerk)pleeggezin tot 10 juli 2025. De behandeling van het verzoek is voor het overige aangehouden.
3Het verzoek
3.1.
De kinderrechter moet nu nog beslissen op het resterende verzoek van de Raad om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een crisispleeggezin te verlengen voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling, dus tot 12 september 2025, en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4Het standpunt
4.1.
De moeder is het niet eens met het verzoek. Door en namens de moeder wordt verzocht om afwijzing, omdat de zorgen die er eerst waren niet meer aanwezig zijn. Zij heeft een fout gemaakt maar zal die niet nog eens maken. De moeder wil graag de kans om te laten zien dat zij, samen met haar netwerk, de zorg voor [minderjarige] op zich kan nemen. Indien de machtiging tot uithuisplaatsing toch wordt verlengd, wil de moeder dat [minderjarige] binnen het netwerk wordt geplaatst.
Beoordeling
5.1.
De kinderrechter heeft de partijen gehoord op de spoedbeslissingen en neemt geen andere beslissing dan eerder is genomen. De kinderrechter zal daarnaast de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een crisispleeggezin verlengen voor de duur van twee maanden, dus tot 12 augustus 2025, en de behandeling van het verzoek voor het overige aanhouden. De kinderrechter zal hieronder toelichten hoe zij tot haar oordeel is gekomen.
De machtiging tot uithuisplaatsing
5.2.
Uit artikel 1:265b, eerste lid, BW volgt dat de kinderrechter een GI kan machtigen een minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen als dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid. Uit artikel 1:265c, tweede lid, BW volgt dat de kinderrechter deze machtiging telkens met een jaar kan verlengen.
5.3.
Er zijn forse zorgen over [minderjarige] bij de moeder. De Raad was in de afrondende fase van een beschermingsonderzoek en was voornemens om een ondertoezichtstelling te verzoeken voor de duur van een jaar. Vervolgens is een acuut onveilige situatie voor [minderjarige] ontstaan. In de beschikking van 12 juni 2025 is daarover het volgende opgenomen: “vorige week heeft [instelling ] , waar de moeder woont, een incident gemeld bij de Raad nadat de moeder die dag twee flessen wijn had leeggedronken. Het raadsonderzoek met conceptrapportage is inmiddels nagenoeg gereed. Vanmorgen bezochten de onderzoekers de moeder voor een adviesgesprek hierover. Ook de bewindvoerder van de moeder was daarbij aanwezig. Zij troffen de moeder liggend in bed met [minderjarige] naast zich. Haar luier was doorgelekt. De moeder was niet of heel moeizaam wakker te krijgen. Toen zij enigszins wakker was, reageerde zij verward en verbaal agressief.”
5.4.
Het is heel zorgelijk dat de moeder door haar alcoholgebruik niet voor [minderjarige] kon zorgen. [minderjarige] is immers geheel afhankelijk van de zorg van de moeder en moet erop kunnen rekenen dat zij te allen tijde beschikbaar is om voor [minderjarige] te zorgen. Zorgelijk is verder dat deze gebeurtenissen niet op zichzelf staan. Als gezegd zijn er al langere tijd zorgen over de moeder. Moeder is op meerdere terreinen kwetsbaar. Zij woont in een voorziening van de [instelling ] , staat levenslang onder bewind en heeft een belaste geschiedenis als het gaat om haar mentale welzijn. Ook zijn er al langere tijd zorgen over middelengebruik.
5.5.
Tegelijkertijd ziet de kinderrechter ook positieve dingen. Ten eerste erkent de moeder dat zij afhankelijk is van alcohol en dat zij hiervoor hulp nodig heeft. Zij heeft inmiddels een intake gehad bij Jellinek. De verwachting is dat zij zal starten met een ambulant traject. [minderjarige] is verder niet verslaafd geboren. Kennelijk is het de moeder tijdens haar zwangerschap gelukt om niet structureel middelen te gebruiken. Die twee dingen samen – het inzicht dat hulp nodig is en het niet dan wel weinig gebruiken tijdens de zwangerschap – maken het traject bij Jellinek beloftevol.
5.6.
Verder heeft de begeleider van de moeder tijdens de zitting verklaard dat zij tot aan de gebeurtenissen die hebben geleid tot de spoedbeslissing een liefdevolle moeder zag die zich erg inzette voor de zorg voor haar dochter. De begeleider denkt dat het voor de moeder, nog meer dan andere jonge moeders, een uitdaging is om rustmomenten te pakken. Die heeft de moeder hard nodig. Tijdens de zitting waren ook de moeder, stiefvader en een goede vriendin van de moeder aanwezig. Zij verklaarden dat zij zeer bereid zijn om de moeder te ondersteunen en te ontlasten. De oma en stiefopa zijn ook bereid om de zorg voor [minderjarige] deels of geheel op zich te nemen. Zij hebben daar uitgebreid met elkaar over gesproken. Dit betrokken netwerk maakt dat ontlasting van de moeder en zo nodig structureel delen van de zorg over [minderjarige] een optie lijkt te zijn.
5.7.
Bij een zeer jong kind als [minderjarige] is tijd bijzonder kostbaar. Jonge kinderen hechten zich immers snel aan hun verzorgers. Dat maakt dat een terugplaatsing moeilijker wordt, naarmate de tijd vordert. Mede daarom is het bij zeer jonge kinderen van groot belang dat zo snel mogelijk na de uithuisplaatsing wordt bekeken welke hulp er nodig is aan zowel ouder(s) als kind(eren), en dat die hulp ook daadwerkelijk snel wordt ingezet. Uit onderzoek van de Universiteit Leiden blijkt ook dat de kans op terugplaatsing groter is, wanneer hulp wordt ingezet voor ouders en/of het gezin. Wanneer die hulp wordt ingezet is, in algemene zin, de kans op terugplaatsing meer dan twee keer zo groot, als wanneer dat niet het geval is. Naast het traject bij Jellinek moet dan ook bezien worden welke andere hulp de moeder eventueel nodig heeft om haar ouderschap ‘goed genoeg’ te laten zijn.
5.8.
Verder is van belang dat wordt onderzocht welke rol het netwerk van de moeder kan spelen bij de zorg voor [minderjarige] , en in hoeverre de oma en stiefopa geschikt zijn om (gedeeltelijk) voor [minderjarige] te kunnen zorgen. Een (gedeeltelijke) plaatsing in het netwerk heeft immers de voorkeur boven plaatsing in een onbekend pleeggezin.
5.9.
Tijdens de zitting heeft de GI, op de vraag wat er wordt ingezet, geantwoord dat zij een perspectiefonderzoek zal worden gedaan. De kinderrechter begrijpt dat. Ook voor het beoordelen van het perspectief geldt immers dat tijd kostbaar is, gelet op wat hiervoor is opgemerkt over de snelle hechting van jonge kinderen. Bovendien is onderdeel van het perspectiefonderzoek dat wordt gekeken wat er nodig is om een terugplaatsing mogelijk te maken. Toch is de kinderrechter van oordeel dat de prioriteit nu moet liggen bij het inzetten van hulpverlening aan de moeder, en op het onderzoeken van het netwerk. Nu er goed zicht is op de moeder gelet op haar woonvoorziening, is namelijk de verwachting van de kinderrechter dat snel beoordeeld kan worden welke hulp de moeder (mogelijk) nodig heeft. Het afnemen van het perspectiefonderzoek is voor dat doel niet noodzakelijk. Het spoedig onderzoeken van het netwerk is van belang, mede vanwege het feit dat de moeder voor de uithuisplaatsing meerdere dagen in de week bij haar moeder en stiefvader verbleef. Ook zij zijn dus hechtingsfiguren voor [minderjarige] .
5.10.
De kinderrechter zal het verzoek over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing, gelet op de eerder genoemde gronden, toewijzen. Zij zal de machtiging echter verlengen voor de duur van twee maanden, en de behandeling van het verzoek voor het overige aanhouden, om zo de vinger aan de pols te houden.
Uitvoerbaar bij voorraad
5.11.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct gaat gelden, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een crisispleeggezin tot 12 augustus 2025;
6.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.3.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting, gelegen vóór 12 augustus 2025;
6.4.
verzoekt de Raad om uiterlijk op 15 juli 2025 de rechtbank schriftelijk te informeren over de stand van zaken en over de vraag of zij haar verzoek handhaaft, wijzigt of intrekt;
6.5.
verzoekt de GI om uiterlijk op 15 juli 2025 de rechtbank schriftelijk te informeren over de stand van zaken.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2025 door mr. T. Dopheide, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E. Can als griffier, en op schrift gesteld op 27 juni 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
M.R. Bruning e.a., Terugplaatsing na gedwongen uithuisplaatsing, Den Haag: WODC 2025, p. 231.