Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-02-05
ECLI:NL:RBMNE:2025:295
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,474 tokens
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11243493 \ UC EXPL 24-5169
Vonnis van 5 februari 2025
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: De Ruijter & Willemsen gerechtsdeurwaarders en incasso B.V.,
tegen
[gedaagde] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. B. Blom.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek.
1.2.
Daarna is bepaald dat vandaag het vonnis wordt uitgesproken.
2De kern van de zaak
2.1.
[eiseres] wil dat [gedaagde] € 5.684,58 aan haar betaalt voor het leveren van verkeersregelaars op twee evenementen. [gedaagde] wil niet betalen, omdat zij geen overeenkomst met [eiseres] heeft gesloten. Volgens [gedaagde] heeft niet zij, maar [bedrijf 1] B.V. een overeenkomst gesloten, en niet met [eiseres] maar met [bedrijf 2] . De kantonrechter oordeelt dat [eiseres] het bestaan van de door haar gestelde overeenkomst met [gedaagde] onvoldoende heeft onderbouwd. De vordering van [eiseres] wordt daarom afgewezen. Deze beslissing wordt hierna toegelicht.
Beoordeling
[gedaagde] hoeft geen € 5.684,58 aan [eiseres] te betalen
3.1.
De heer [A] , werkzaam bij [bedrijf 3] B.V. (hierna: [A] ), heeft per mail een opdracht verstrekt aan de heer [B] (hierna: [B] ) voor het leveren van verkeersregelaars voor evenementen in Rotterdam en Almere. Volgens [eiseres] handelde [B] bij het aangaan van deze overeenkomst namens [eiseres] , maar volgens [gedaagde] handelde [B] namens zijn eenmanszaak [bedrijf 2] . Ter onderbouwing van haar standpunt verwijst [gedaagde] enerzijds naar het mailverkeer dat rondom de opdracht heeft plaatsgevonden tussen [A] en [B] vanuit het e-mailaccount van zijn eenmanszaak [bedrijf 2] . Anderzijds verwijst [gedaagde] naar door haar overgelegde bankafschriften waaruit blijkt dat [bedrijf 1] B.V. ten aanzien van andere evenementen steeds betaalde aan [bedrijf 2] .
3.2.
[eiseres] heeft hiertegenover niets overgelegd waaruit blijkt dat [B] voor deze opdracht namens [eiseres] handelde in plaats van namens zijn eenmanszaak [bedrijf 2] . Zij heeft alleen gesteld dat [B] met [eiseres] de afspraak zou hebben gemaakt om grote klussen bij [eiseres] onder te brengen. Wat daar verder ook van zij, een dergelijke afspraak kan niet zomaar tegenover [gedaagde] worden ingeroepen. [eiseres] moet in dat geval bij [B] zijn om nakoming te vragen van die afspraak en niet bij [gedaagde] .
3.3.
Dit betekent dat [eiseres] het bestaan van de overeenkomst tussen haar en [gedaagde] onvoldoende heeft onderbouwd en dat [gedaagde] niet door [eiseres] tot betaling kan worden aangesproken. [eiseres] heeft nog gewezen op mailberichten waarin [A] heeft gesuggereerd dat de facturen zouden zijn of zouden worden betaald. [eiseres] leest daarin een toezegging althans een aanvaarde betalingsverplichting. De kantonrechter volgt [eiseres] daarin niet. De inhoud van de mails leidt niet tot een andere juridische positie van [gedaagde] in deze procedure. Het stond [gedaagde] nog altijd vrij om tegenover [eiseres] als verweer te voeren dat er tussen deze partijen geen overeenkomst van opdracht is gesloten en dat er dus geen sprake is van een betalingsverplichting van [gedaagde] tegenover [eiseres] . Dit leidt dus niet tot een ander oordeel.
3.4.
De vordering zal daarom worden afgewezen. Het antwoord op de vraag of [bedrijf 2] de overeenkomst met [gedaagde] of [bedrijf 1] B.V. heeft gesloten doet er dan niet meer toe, omdat het antwoord op die vraag niet tot een andere uitkomst leidt.
[eiseres] moet de proceskosten betalen
3.5.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
813,00
Dictum
De kantonrechter
4.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
4.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 813,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.R. Creutzberg en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2025.
EM 62935