Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-05-28
ECLI:NL:RBMNE:2025:2581
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,007 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/591003 / FO RK 25-366
opmaken overlijdensakte
Beschikking van 28 mei 2025
in de zaak van
DE OFFICIER VAN JUSTITIE,
hierna te noemen: de OVJ,
betreffende
[betrokkene]
,
overleden op [1942] in [plaats] , gemeente Utrechtse Heuvelrug,
hierna te noemen: de betrokkene,
met als belanghebbende
DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,
van de gemeente Utrechtse Heuvelrug,
hierna te noemen: de ABS.
Procesverloop
De rechtbank heeft op 27 maart 2025 het verzoekschrift van de OVJ ontvangen (nummer UT-4217-310-25), met bijlagen.
2Waar de procedure over gaat
2.1.
De betrokkene is geboren op [1939] in [geboorteplaats] en overleden op [1942] in [plaats] , thans gemeente Utrechtse Heuvelrug.
2.2.
Op [1942] (tijdens de Tweede Wereldoorlog) is een Duits militair vliegtuig neergestort op twee woonhuizen aan de [straat] in [plaats] , als gevolg waarvan tien burgers in die woonhuizen zijn overleden, waaronder de betrokkene.
2.3.
Van het overlijden van de betrokkene is geen overlijdensakte opgemaakt.
2.4.
De OVJ heeft gevraagd om opdracht te geven aan de ABS, op grond van artikel 1:24 van het Burgerlijk Wetboek (BW), om de registers van de burgerlijke stand aan te vullen en alsnog een overlijdensakte van de betrokkene op te maken.
Beoordeling
3.1.
De rechtbank wijst het verzoek toe en zal opdracht geven aan de ABS om de registers van de burgerlijke stand aan te vullen en alsnog een overlijdensakte van de betrokkene op te maken. Hierna zal de rechtbank uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.
3.2.
Op grond van artikel 1:24 lid 1 BW kan op verzoek van het openbaar ministerie de aanvulling van een register van de burgerlijke stand met een daarin ontbrekende akte worden gelast door de rechtbank.
3.3.
Uit de overgelegde stukken volgt dat de betrokkene is overleden op [1942] , als gevolg van het neerstorten van een vliegtuig op twee woonhuizen aan de [straat] in [plaats] . Op 19 januari 1942 heeft de officier van justitie in Utrecht verlof verleend om de tien burgerslachtoffers te begraven. Op de persoonskaart van de betrokkene is aangetekend: ‘vermoedelijk overleden tengevolge van oorlogsgeweld op [1942] (geen overlijdensakte)’.
De rechtbank is van oordeel dat uit de overgelegde stukken de noodzakelijke gegevens kunnen worden vastgesteld die nodig zijn voor het opmaken van de overlijdensakte (artikel 61 van het Besluit Burgerlijke Stand).
Dictum
De rechtbank geeft opdracht aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrechtse Heuvelrug om de overlijdensakte op te maken van [betrokkene], geboren op [1939] in [geboorteplaats] en overleden op [1942] in [plaats] , thans gemeente Utrechtse Heuvelrug, en deze akte in te schrijven in het overlijdensregister van de gemeente Utrechtse Heuvelrug.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. A.C. van den Boogaard, rechter, in samenwerking met mr. A. Verouden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2025.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.