Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-02-26
ECLI:NL:RBMNE:2025:2535
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
3,225 tokens
Inleiding
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
handelskamer
locatie Lelystad
Vonnis in kort geding van 26 februari 2025
in de zaak met zaaknummer: C/16/585659 / KL ZA 24-312 D/5430 van
1 [eiseres sub 1] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
hierna te noemen: [eiseres sub 1] ,
de vereniging2. [eisers sub 2],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisers, hierna samen te noemen: [eisers c.s] ,
advocaat: mr. J.M.E. Hamming,
tegen
1 [gedaagde sub 1] ,
2. [gedaagde sub 2],
beiden wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagden, hierna samen te noemen: [gedaagden c.s] ,
advocaat: mr. P.M. Jacometti.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 23 december 2024 met 16 producties;
- de akte wijziging van eis van [eisers c.s] ;- de mondelinge behandeling van 12 februari 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
1.2.
Tijdens de mondelinge behandeling op 12 februari 2025 was [eiseres sub 1] aanwezig. Zij werd bijgestaan door mr. Hamming en vergezeld door haar partner en haar zoon. Verder was (mede namens [gedaagde sub 1] ) [gedaagde sub 2] aanwezig. Hij werd bijgestaan door mr. Jacometti (digitaal). Mr. Hamming heeft spreekaantekeningen voorgedragen. De voorzieningenrechter heeft deze spreekaantekeningen toegevoegd aan het dossier.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De kern van de zaak
2.1.
[eiseres sub 1] heeft het appartement aan de [adres 1] in [plaats] in eigendom. [gedaagden c.s] is eigenaar van het appartement aan de [adres 2] (onder dat van [eiseres sub 1] ). In een proces-verbaal uit een eerdere gerechtelijke procedure is vastgelegd dat [gedaagden c.s] uiterlijk op 31 december 2024 herstelwerkzaamheden aan de buitenzijde van het pand zou afronden. [gedaagden c.s] is die afspraak niet nagekomen. [eisers c.s] vordert in deze procedure – samengevat – dat [gedaagden c.s] hoofdelijk wordt veroordeeld om bepaalde stukken en informatie over het uit te voeren herstel te verstrekken en om de herstelwerkzaamheden binnen een bepaalde tijd gereed te hebben, op straffe van een dwangsom. De voorzieningenrechter zal die vorderingen toewijzen. [gedaagden c.s] moet hoofdelijk de forfaitaire proceskosten betalen en niet – zoals [eisers c.s] heeft gevorderd – de werkelijke proceskosten.
Beoordeling
Spoedeisend belang
3.1.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [eisers c.s] een spoedeisend belang bij haar vorderingen. [eisers c.s] heeft al meerdere procedures over de sloop- en herstelwerkzaamheden door [gedaagden c.s] aan het pand moeten voeren. Uiteindelijk zijn er afspraken gemaakt. Op basis van die afspraken had [gedaagden c.s] de buitenzijde van het pand al op 31 december 2024 hersteld moeten hebben. Inmiddels zijn er twee maanden verstreken zonder dat er iets aan de buitenzijde van het pand is gebeurd. Daar komt bij dat [eiseres sub 1] voldoende heeft onderbouwd dat zij door de huidige situatie schade lijdt. Zij stelt dat zij door de staat van het pand geen goede huurprijs van haar huurders op de eerste en tweede verdieping kan vragen en dat zij haar appartement ook niet tegen de meest gunstige prijs kan verkopen. Onder deze omstandigheden kan van [eisers c.s] niet worden verwacht dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.
[gedaagden c.s] moet informatie en stukken verstrekken en herstelwerkzaamheden uitvoeren
3.2.
In een kort geding moet de voorzieningenrechter beoordelen of de vorderingen van [eisers c.s] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat het gerechtvaardigd is om op de toewijzing daarvan vooruit te lopen. De voorzieningenrechter geeft slechts een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.
3.3.
[eisers c.s] vordert allereerst dat [gedaagden c.s] hoofdelijk wordt veroordeeld om uiterlijk op een door de voorzieningenrechter te bepalen datum aan [eiseres sub 1] (door toezending per e-mail aan haar advocaat) concrete schriftelijke bouwtekeningen te tonen voor herstel van de bloembakken, de luifel en het balkon. [eisers c.s] eist dat [gedaagden c.s] daarbij ook de naam van de aannemer en de beoogde bouwtijd bekendmaakt en dat zij een kopie van de CAR-verzekering van de aannemer overlegt. Daarnaast eist [eisers c.s] dat [gedaagden c.s] bij de e-mail een verklaring overlegt van de gemeente of een architect over de noodzakelijkheid van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van de herstelwerkzaamheden. [eisers c.s] wil ook een verklaring van [gedaagden c.s] dat zij volledig in zal staan voor de door de verbouwing op te treden schade.
3.4.
Verder vordert [eisers c.s] dat [gedaagden c.s] hoofdelijk wordt veroordeeld om na schriftelijke goedkeuring door [eiseres sub 1] van de onder 3.3. genoemde bouwtekeningen ten aanzien van het balkon en de bijkeuken waarop het balkon komt te rusten, eerst een nulmeting te (laten) doen en vervolgens uiterlijk binnen zes weken na goedkeuring door [eiseres sub 1] de werkzaamheden aan het balkon, de bijkeuken, de bloembakken en de luifel gereed te hebben. Als er voor de werkzaamheden ten aanzien van het balkon en de bijkeuken een omgevingsvergunning noodzakelijk blijkt te zijn, eist [eisers c.s] dat die werkzaamheden uiterlijk zes weken later (dus in totaal twaalf weken na goedkeuring door [eiseres sub 1] ) gereed zijn.
3.5.
[eisers c.s] vordert ook dat [gedaagden c.s] hoofdelijk wordt veroordeeld om binnen zes weken na dit vonnis de venster- en deuropeningen van het appartementsgedeelte van [gedaagden c.s] te ontdoen van de houten afdekplaten en direct weer te voorzien van deugdelijke beglazing (minimaal HR ++).
3.6.
[gedaagden c.s] heeft de onder 3.3. tot en met 3.5. genoemde vorderingen van [eisers c.s] niet betwist. De voorzieningenrechter zal de vorderingen daarom toewijzen zoals vermeld onder de beslissing. [gedaagden c.s] krijgt tot en met 12 maart 2025 de tijd om de informatie en stukken zoals genoemd onder 3.3. aan [eisers c.s] te verstrekken.
Dwangsommen
3.7.
[eisers c.s] eist in het kader van haar drie vorderingen (onder 3.3., 3.4. en 3.5.) een dwangsom van € 1.000,- per dag dat [gedaagden c.s] niet aan de betreffende veroordeling voldoet, met een maximum van € 25.000,-. [gedaagden c.s] is het daar niet mee eens. Volgens [gedaagden c.s] heeft zij op dit moment geen geld om de herstelwerkzaamheden in gang te zetten. Zij hoopt over een jaar genoeg geld te hebben verzameld. Als er een dwangsom wordt opgelegd, gaat de aanvang van het herstel volgens [gedaagden c.s] alleen maar langer duren.
3.8.
De voorzieningenrechter zal de gevorderde dwangsommen toewijzen. [gedaagden c.s] is haar herstelverplichting eerder al niet nagekomen. Dat zij nu niet genoeg geld heeft, komt voor haar eigen rekening en risico. Met de dwangsommen heeft [eisers c.s] een mogelijkheid om executiemaatregelen te treffen en om uiteindelijk – na meerdere jaren – uit deze vervelende en financieel nadelige situatie te komen. De gevorderde dwangsommen zijn naar het oordeel van de voorzieningenrechter redelijk.
Proceskosten
3.9.
[eisers c.s] vordert dat [gedaagden c.s] hoofdelijk in de werkelijke proceskosten wordt veroordeeld. Volgens [eisers c.s] heeft zij voor deze procedure € 3.025,- aan advocaatkosten gemaakt. Om dit te onderbouwen heeft [eisers c.s] een factuur van haar advocaat ingediend. [gedaagden c.s] maakt bezwaar tegen een werkelijke proceskostenveroordeling en verwijst naar de maatstaf uit het arrest van de Hoge Raad van 15 september 2017 (HR 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2366).
3.10.
Uit de jurisprudentie volgt dat een volledige vergoedingsplicht denkbaar is in buitengewone omstandigheden, waarbij moet worden gedacht aan misbruik van procesrecht en onrechtmatige daad. Er is pas sprake van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen als het verweer van [gedaagden c.s] duidelijk ongegrond is en in verband met de belangen van [eisers c.s] achterwege had moeten blijven. Hiervan kan pas sprake zijn als [gedaagden c.s] haar verweer baseert op feiten en omstandigheden waarvan zij de onjuistheid kende of behoorde te kennen of op stellingen waarvan zij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. De voorzieningenrechter moet terughoudend omgaan met het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen, omdat [gedaagden c.s] het recht heeft om zich in een gerechtelijke procedure te verdedigen.
3.11.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is aan de hiervoor genoemde vereisten voor een werkelijke proceskostenveroordeling niet voldaan. [gedaagde sub 2] heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat hij ziek was toen de afspraken uit het proces-verbaal werden gemaakt, dat [gedaagde sub 1] (zijn partner) alleen maar met die afspraken akkoord is gegaan omdat er geen andere mogelijkheden waren en dat op dit moment sprake is van betalingsonmacht. Gelet op dit verweer heeft [eisers c.s] onvoldoende gesteld dat sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen.
3.12.
[gedaagden c.s] heeft ongelijk gekregen en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
Dictum
De voorzieningenrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagden c.s] hoofdelijk om op uiterlijk 12 maart 2025 aan [eiseres sub 1] (door toezending per e-mail aan haar advocaat) concrete schriftelijke bouwtekeningen te tonen voor herstel van de bloembakken, de luifel en het balkon, waarbij [gedaagden c.s] ook de naam van de aannemer en de beoogde bouwtijd bekend moet maken en waarbij [gedaagden c.s] een kopie van de CAR-verzekering van de aannemer moet overleggen, samen met een verklaring van [gedaagden c.s] dat zij volledig in zal staan voor de door de verbouwing op te treden schade en met een verklaring van de gemeente of een architect over de noodzakelijkheid van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van de werkzaamheden, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat [gedaagden c.s] niet aan de veroordeling voldoet totdat een maximum van € 25.000,- is bereikt;
4.2.
veroordeelt [gedaagden c.s] hoofdelijk om na schriftelijke goedkeuring door [eiseres sub 1] van de onder 4.1. genoemde bouwtekeningen ten aanzien van het balkon en de bijkeuken waarop het balkon komt te rusten, eerst een nulmeting te (laten) doen en vervolgens uiterlijk binnen zes weken na goedkeuring door [eiseres sub 1] de werkzaamheden aan het balkon, de bijkeuken, de bloembakken en de luifel gereed te hebben, althans ten aanzien van het balkon en de bijkeuken zes weken later voor zover daar een omgevingsvergunning voor noodzakelijk is, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat [gedaagden c.s] niet aan de veroordeling voldoet totdat een maximum van € 25.000,- is bereikt;
4.3.
veroordeelt [gedaagden c.s] hoofdelijk om binnen zes weken na dit vonnis de venster- en deuropeningen van het appartementsgedeelte van [gedaagden c.s] te ontdoen van de houten afdekplaten en direct weer te voorzien van deugdelijke beglazing, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag dat [gedaagden c.s] niet aan de veroordeling voldoet totdat een maximum van € 25.000,- is bereikt;
4.4.
veroordeelt [gedaagden c.s] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.350,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagden c.s] niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagden c.s] hoofdelijk € 92,- extra betalen, plus de kosten van betekening;
4.5.
veroordeelt [gedaagden c.s] hoofdelijk in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als [gedaagden c.s] de proceskosten niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan [eisers c.s] heeft betaald;
4.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
p
4.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.P. Lunter en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2025.