Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-05-21
ECLI:NL:RBMNE:2025:2506
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,497 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
handelskamer
locatie Lelystad
zaaknummer / rolnummer: C/16/572005 / HL ZA 24-74
Vonnis in incident ex 843a Rv (oud) en in de hoofdzaak van 21 mei 2025
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres sub 1] B.V.,hierna te noemen: [eiseres sub 1] ,
gevestigd te Gemeente [gemeente] ,
2. de private company limited naar Hong Kongs recht
[eiseres sub 2] LIMITED,
hierna te noemen: [eiseres sub 2] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
3. [eiser sub 3],hierna te noemen: [eiser sub 3] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisers in de hoofdzaak tevens houdende incidentele vordering ex artikel 843a Rv (oud),
verweerders in het incident tot het stellen van proceskostenzekerheid,
advocaat: onttrokken (voorheen mr. M.P.M. Riep te ’s-Hertogenbosch),
tegen
de vereniging
AVROTROS,
gevestigd te Hilversum,
gedaagde in de hoofdzaak tevens houdende incidentele vordering ex artikel 843a Rv (oud),
eiseres in het incident tot het stellen van proceskostenzekerheid,
advocaat mr. H.A.J.M. van Kaam te Amsterdam.
Partijen zullen hierna [eisers] (voor partijen 1 tot en met 3 gezamenlijk) en Avrotros genoemd worden.
Procesverloop
1.1.
In het dossier zitten de volgende processtukken:- de dagvaarding met ook een incidentele vordering ex artikel 843a Rv (oud) met producties 1 tot en met 23
het incidentele vonnis van 5 juni 2024 over het verzoek van Avrotros tot het stellen van zekerheid ex artikel 224 jo 208 Rv
de akte waarin Avrotros zich uitlaat over de zekerheidsstelling door [eisers]
de conclusie van antwoord in de hoofdzaak en in het incident met producties 1 tot en met 59- de akte aanvullende producties 60 tot en met 66 van AvroTros.1.2. Met het b2formulier - gedateerd op 10 februari 2025 - heeft mr. Riep meegedeeld dat hij zich als advocaat van [eisers] aan de zaak onttrekt en dat zijn cliënten volledig en uitdrukkelijk op meerdere momenten zijn gewezen op de gevolgen van de onttrekking. De zaak is daarna naar de rol verwezen voor het stellen van een nieuwe advocaat. Voor [eisers] heeft zich geen nieuwe advocaat gesteld. Avrotros heeft daarna gevraagd om de mondelinge behandeling door te laten gaan. Met e-mails van 26 maart 2025 en 1 april 2025 is door de griffie aan mr. Riep en mr. Van Kaam meegedeeld dat de mondelinge behandeling doorgang zal vinden. In de e-mail van 1 april 2025 is bovendien erop gewezen dat geen proceshandelingen mogen worden verricht als er geen advocaat wordt gesteld, met het verzoek aan mr. Riep om zijn voormalig cliënten hierover te informeren. Met een e-mail van 1 april 2025 heeft mr. Riep hierop gereageerd en meegedeeld dat het bericht van de griffie is doorgestuurd naar [eisers] en zij op de inhoud daarvan is gewezen.1.3. Op 8 april 2025 vond de mondelinge behandeling plaats. [eisers] is niet verschenen op de mondelinge behandeling. Avrotros is wel verschenen en heeft spreekaantekeningen overgelegd.
1.4.
Daarna is vonnis bepaald op 21 mei 2025.
Beoordeling
Kern van de zaak
2.1.
Aanleiding voor het geschil tussen partijen vormt een uitzending van het programma [programmanaam] van Avrotros op [datum] 2023 over (de onderneming van) [eisers] met als titel ‘Betalen, maar niks krijgen bij [eisers]’ en een bijbehorende publicatie op de website van [programmanaam]. Volgens [eisers] is, kort gezegd, de uitzending en publicatie daarvan onrechtmatig.
2.2.
[eisers] vordert in incident om inzage en afgifte van gegevens en documenten die ten grondslag liggen aan of verband houden met de uitzending op grond van artikel 843a van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) (oud).
2.3.
In de hoofdzaak vordert [eisers] een verklaring voor recht dat Avrotros onrechtmatig heeft gehandeld, een vergoeding van schade nader op te maken bij staat en een voorschot op de schade van € 80.000. Daarnaast vordert zij rectificatie, verwijdering van de uitzending van internet en een verbod tot het doen van (verdere) uitlatingen en/of publicaties, een en ander op straffe van dwangsommen.
In de hoofdzaak en in het incident ex artikel 843a Rv (oud)
2.4.
Omdat [eisers] in de procedure niet is verschenen, is alles wat Avrotros heeft aangevoerd in reactie op de stellingen van [eisers] niet weersproken. De stellingen van [eisers] worden daarom als onvoldoende onderbouwd verworpen. Dit betekent dat de vorderingen van [eisers] in de hoofdzaak niet toewijsbaar zijn.
2.5.
Ook de incidentele vordering ex 843a Rv (oud) van [eisers] wordt afgewezen. [eisers] verlangde inzage en afgifte van gegevens en documenten om haar vorderingen in de hoofdzaak te onderbouwen. Omdat de vorderingen in de hoofdzaak worden afgewezen, heeft [eisers] geen belang bij haar incidentele vordering.
Proceskosten
2.6. Avrotros verzoekt om bij het salaris advocaat uit te gaan van het hoogste liquidatietarief, omdat volgens haar sprake is van misbruik van recht. Daartoe stelt zij dat [eisers] onnodig een incidentele vordering heeft ingesteld, omdat het een herhaling van zetten zou zijn ten opzichte van het eerdere gevoerde kort geding waarin ook een vordering op grond van 843a Rv centraal stond. De rechtbank gaat hierin niet mee. Van misbruik van procesrecht is pas sprake als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Dit is aan de orde als de verzoeker zijn verzoek baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden (HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA3516). Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door artikel 6 EVRM (HR 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2360).
2.7.
In deze zaak is eerst een vordering ingesteld in een kort geding procedure en later in een bodemprocedure. Dit is niet ongebruikelijk. Het kort geding en de bodemprocedure vormen twee volledige naast elkaar bestaande rechtsgangen. Wat in kort geding voorlopig is beoordeeld, kan door een partij opnieuw ter discussie worden gesteld in een bodemprocedure. Het stond [eisers] dan ook vrij in een bodemprocedure opnieuw inzage ex artikel 843a Rv te vorderen. Er is dus geen sprake van misbruik van recht. De rechtbank zal bij het salaris advocaat daarom uitgaan van het gebruikelijke tarief. In het incident2.8. [eisers] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident aan de zijde van Avrotros worden veroordeeld. De mede gevorderde nakosten acht de rechtbank eveneens toewijsbaar. Deze kosten worden begroot op:- salaris advocaat € 1.228,00 (2 punten × tarief II)- nakosten 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)Totaal € 1.406,00
In de hoofdzaak
2.9. [eisers] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten aan de zijde van Avrotros worden veroordeeld. De mede gevorderde nakosten acht de rechtbank eveneens toewijsbaar. Deze kosten worden begroot op:- griffierecht € 2.889,00- salaris advocaat € 2.428,00 (2 punten × tarief IV)- nakosten 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)Totaal € 5.495,00
2.10.
De veroordelingen in de proceskosten worden hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan Avrotros.3. De beslissing
De rechtbank
in het incident (art. 843a Rv)
3.1.
wijst de incidentele vordering af,
3.2.
veroordeelt [eisers] hoofdelijk in de proceskosten van dit incident van € 1.406,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eisers] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet zij € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,
3.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
in de hoofdzaak
3.5.
wijst de vorderingen af,
3.6.
veroordeelt [eisers] hoofdelijk in de proceskosten van € 5.495,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eisers] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet zij € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,
3.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M.J. Schoenaker en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2025.