Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-04-30
ECLI:NL:RBMNE:2025:2211
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,809 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/589771 / FO RK 25-269
Gezag
Beschikking van 30 april 2025
in de zaak van:
[moeder]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. B. van Nimwegen,
tegen
[vader]
,
wonende in [woonplaats] , gemeente Utrechtse Heuvelrug,
hierna te noemen: de vader.
Procesverloop
1.1.
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
het verzoekschrift van de moeder (met producties 1 en 2), binnengekomen op 5 maart 2025;
een bericht van de moeder met producties 3 en 4, van 26 maart 2025;
een bericht van de moeder met producties 5 en 6, van 31 maart 2025.
1.2.
Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van
2 april 2025. Daarbij waren aanwezig:
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
de vader;
de heer [A] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
1.3.
De rechtbank heeft de minderjarige [minderjarige 1] , de zoon van de ouders, niet gevraagd wat hij van het verzoek vindt. De rechtbank vraagt dat alleen aan kinderen van acht jaar of ouder. Kinderen onder de acht jaar vindt de rechtbank daar nog te jong voor.
2Waar de procedure over gaat
2.1.
De ouders hebben een relatie met elkaar gehad.
2.2.
Zij hebben samen een kind:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] .
[minderjarige 1] woont bij de moeder. De moeder heeft ook nog twee andere minderjarige kinderen die bij haar wonen ( [minderjarige 2] , geboren [geboortedatum] 2012 en [minderjarige 3] , geboren [geboortedatum] 2017).
2.3.
De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige 1] . Dat betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over [minderjarige 1] nemen.
2.4.
De moeder verzoekt de rechtbank om het gezamenlijk ouderlijk gezag over [minderjarige 1] te beëindigen en te bepalen dat het ouderlijk gezag voortaan alleen aan de moeder toekomt.
Beoordeling
Beslissing
3.1.
De rechtbank zal beslissen dat de moeder voortaan alleen het gezag over [minderjarige 1] heeft. Dit betekent dat de moeder voortaan alleen de beslissingen over [minderjarige 1] mag nemen. De rechtbank zal deze beslissing hierna toelichten.
Toelichting
3.2.
Het uitgangspunt van de wet is dat de ouders ook na het uit elkaar gaan samen het gezag over hun kind blijven uitoefenen. Dit betekent dat ouders samen belangrijke beslissingen over hun kind moeten nemen. Dat kan alleen anders zijn indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind bij gezamenlijk gezag van de ouders klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of dat beëindiging van het gezamenlijk gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.
3.3.
Volgens vaste jurisprudentie kan het ontbreken van goede communicatie tussen de ouders niet zonder meer meebrengen dat in het belang van de kinderen het gezag aan één van de ouders moet worden toegekend. Wel is voor gezamenlijk gezag vereist dat de ouders daadwerkelijk in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat zij beslissingen van enig belang over hun kinderen in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans tenminste in staat zijn afspraken te maken over situaties die zich rond hun kinderen kunnen voordoen.
3.4.
De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige 1] noodzakelijk dat de moeder voortaan alleen het gezag uitoefent. De rechtbank stelt vast dat er in dit geval sprake is van een zeer moeizame communicatie en samenwerking tussen de ouders en dat het er niet naar uitziet dat de situatie binnen een aanvaardbare termijn gaat verbeteren. Bij de moeder heerst angst en elk contact ontaardt in verbaal geweld en emotionele ontzetting van de moeder. De voormalige relatie tussen de ouders werd volgens de moeder gekenmerkt door onvoorspelbaar gedrag door de vader. Er is sprake geweest van verbaal en fysiek huiselijk geweld richting de moeder, maar ook van verbaal geweld richting de kinderen. De moeder is meermaals de woning ontvlucht met de kinderen. Medio februari 2024 heeft de vader een huisverbod gekregen en op 8 november 2024 heeft de vader een contactverbod van één maand opgelegd gekregen. De vader is strafrechtelijk veroordeeld voor mishandeling van de moeder en is hiervoor verplicht reclasseringscontact en een behandeling bij [instelling] opgelegd, maar de vader heeft de behandeling bij [instelling] gestaakt. Daarnaast hebben er gesprekken plaatsgevonden met Veilig Thuis (hierna: VT) en Centrum Jeugd & Gezin (hierna: CJG). Deze gesprekken zijn voortijdig afgebroken omdat de vader hieraan niet wilde meewerken. Door VT is een veiligheidsplan opgesteld waarin onder andere staat dat de vader geen omgang mag hebben met zijn kinderen zolang er geen (begeleide) omgangsregeling is en de moeder de politie moet bellen als de vader voor de deur staat. De vader wil niet meewerken aan begeleide omgang met [minderjarige 1] , waardoor hij [minderjarige 1] nu al enige tijd niet heeft gezien. De moeder heeft de afgelopen maanden [minderjarige 1] feitelijk alleen opgevoed en het gezag over hem uitgeoefend. Er is ook geen enkel (rechtstreeks) contact tussen de moeder en de vader. VT en het CJG hebben de moeder, gezien de huidige situatie, geadviseerd om eenhoofdig gezag aan te vragen. Op die manier zullen er geen confrontaties meer plaatsvinden tussen de ouders en is de situatie veilig en stabiel voor [minderjarige 1] .
3.5.
Op de zitting heeft de vader verweer gevoerd. De vader zou graag het gezag over [minderjarige 1] houden en hij zou hem graag zonder begeleiding willen zien. De vader heeft op de zitting laten zien dat hij met erg veel boosheid en verdriet kampt en dat hij geen vertrouwen heeft in de moeder, de hulpverlening en de staat. Hij heeft ook aangegeven dat hij geen hulpverlening nodig heeft.
3.6.
De Raad ziet in dat de ouders op dit moment niet kunnen samenwerken. Gezamenlijk gezag is het uitgangspunt van de wet, maar dit moet wel haalbaar zijn. De ouders zijn op dit moment niet in staat om iets constructiefs op te bouwen in het belang van [minderjarige 1] .
3.7.
De rechtbank volgt dit advies van de Raad en deelt de visie dat de huidige situatie zodanig op scherp staat, waarbij de moeder zoveel angst heeft voor de vader en de vader erg agressief is, dat het niet in het belang van [minderjarige 1] is als de ouders samen gezagsbeslissingen moeten nemen. Zoals VT en het CJG adviseren is het op dit moment belangrijk dat de ouders geen rechtstreeks contact hebben met elkaar. Doordat de vader geen hulpverlening accepteert en niet bereid is mee te werken aan het maken van afspraken heeft de rechtbank niet de verwachting dat de situatie binnen afzienbare tijd verbetert. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het in het belang van [minderjarige 1] is als de moeder alleen belast is met het gezag over [minderjarige 1] . De komende jaren zullen namelijk nog veel belangrijke beslissingen over [minderjarige 1] genomen moet worden en de rechtbank vindt het voor de ontwikkeling van [minderjarige 1] van belang dat deze beslissingen voortvarend en zonder risico’s voor escalaties genomen kunnen worden. De rechtbank wijst het verzoek van de moeder daarom toe.
3.8.
De rechtbank merkt op dat het beëindigen van het gezag van de vader niet betekent dat hij geen rol meer kan spelen in het leven van [minderjarige 1] . Voor de (identiteits)ontwikkeling van [minderjarige 1] is het belangrijk om contact te hebben met beide ouders. De rechtbank hoopt dat de huidige situatie zich op termijn stabiliseert, dat de vader meer rust vindt en dat hij
op enig moment inziet dat begeleide omgang en een hulpverleningstraject ervoor kunnen zorgen dat hij in de toekomst weer contact en omgang kan hebben met [minderjarige 1] . Daarnaast is het voor [minderjarige 1] belangrijk dat hij weet dat zijn moeder achter hem staat en begrijpt dat het belangrijk is om de vader te blijven informeren. De rechtbank heeft er vertrouwen in dat de moeder dit daarom ook zal blijven doen (al zal dit nu nog via de hulpverlening moeten gebeuren). Dit zodat de vader eventueel in de toekomst een grotere rol kan spelen.
De uitvoerbaarheid bij voorraad
3.9.
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht.
Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de ouders hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt hier de begrippen uit de wet.
Dictum
De rechtbank:
4.1.
bepaalt dat het gezag over [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] vanaf nu alleen toekomt aan de moeder;
4.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. L.A. Witten, (kinder)rechter, in samenwerking met I. Stooker, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 april 2025.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.