Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-04-30
ECLI:NL:RBMNE:2025:2097
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
71,454 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/026212-24 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 30 april 2025
in de strafzaak tegen verdachte
[verdachte]
,
geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] .
1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 9 april 2025 (de inhoudelijke behandeling) en 30 april 2025 (de enkelvoudige sluiting van het onderzoek ter terechtzitting en de daaropvolgende uitspraak).
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie, mr. L.H.J. Verheijden, en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.F.A. van Pelt, naar voren hebben gebracht. Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van hetgeen door of namens de volgende benadeelde partijen naar voren is gebracht:
namens [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] : [persoon 1] van Slachtofferhulp Nederland;
ook namens [benadeelde partij 3] : [persoon 2] ;
namens ABN AMRO: [persoon 3] , [persoon 4] en [persoon 5] ;
namens ING: [persoon 6] ;
namens Rabobank: [persoon 7] ;
namens de Volksbank: [persoon 8] en [persoon 9] .
2TENLASTELEGGING
De tenlastelegging is op de pro-formazitting van 18 november 2024 nader omschreven. De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er op neer dat verdachte betrokken is bij bankhelpdeskfraude.
Onder feit 1 wordt verdachte verweten zich, al dan niet samen met anderen, in de periode van 31 januari 2023 tot en met 29 maart 2024 schuldig te hebben gemaakt aan diefstal met een valse sleutel (het zonder toestemming met door oplichting verkregen bankpassen of mobiele telefoons pinnen, tegoeden en waardebonnen kopen).
Onder feit 2 wordt verdachte verweten zich, al dan niet samen met anderen, in de periode van 16 juni 2023 tot en met 28 maart 2024 schuldig te hebben gemaakt aan twee oplichtingen (het bewegen tot afgifte van bankpassen met bijbehorende pincodes en mobiele telefoons). Onder feit 3 wordt verdachte verweten zich, al dan niet samen met anderen, op 2 april 2024 schuldig te hebben gemaakt aan twee pogingen tot oplichting (door te proberen bankpassen met bijbehorende pincodes en mobiele telefoons te laten afgeven).
3VOORVRAGEN
De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
4WAARDERING VAN HET BEWIJS
4.1
Inleiding
Algemeen
Verdachte wordt ervan beschuldigd betrokken te zijn bij bankhelpdeskfraude. Met bankhelpdeskfraude wordt in het algemeen een specifieke vorm van oplichting bedoeld. De werkwijze is in de meeste gevallen als volgt. De aangevers, bijna allemaal op hoge leeftijd, worden gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de bank. De zogenaamde bankmedewerker probeert het vertrouwen van aangevers te wekken, onder meer door specifieke informatie met hen te delen. Bijvoorbeeld door op te merken dat aangevers al langdurig rekeninghouder zijn bij een bepaalde bank, dat aangevers ook rekeninghouder zijn bij een andere bank of dat aangevers weduwe zijn. In veel gevallen worden aangevers langdurig aan de telefoon gehouden. De zogenaamde bankmedewerker vertelt aangevers dat er frauduleuze activiteiten hebben plaatsgevonden ten aanzien van hun bankrekening(en). Ter voorkoming van (verdere) fraude met de bankrekening(en) moeten aangevers hun pincode(s) doorgeven en komt een koerier de bankpas(sen) en soms ook een mobiele telefoon of tablet ophalen, vaak al gedurende het telefoongesprek met de zogenaamde bankmedewerker. In sommige gevallen krijgen aangevers telefonisch een code, waarmee de koerier die de bankpas(sen) en goederen komt ophalen zich vervolgens identificeert. Nadat de koerier de bankpas heeft opgehaald, wordt er zo snel mogelijk en zo veel mogelijk geld gepind.
Het samenwerkingsverband bestaat doorgaans uit twee of drie personen: een persoon die zich voordoet als bankmedewerker en telefonisch contact opneemt met de aangever, een koerier die de bankpas(sen) en eventuele mobiele telefoon of tablet ophaalt en een pinner.
De vermeende rol van verdachte
In september 2023 zijn er diverse aangiftes gedaan van bankhelpdeskfraude. De politie is vervolgens onder de naam 09BAMBOE een onderzoek gestart naar de rol die verdachte mogelijk heeft gehad bij deze bankhelpdeskfraudes. Er kwamen verdenkingen van bankhelpdeskfraude naar voren in een periode van bijna 14 maanden. In totaal zijn 51 aangiftes in het dossier gevoegd en die hebben geleid tot 46 afzonderlijke zaken op de tenlastelegging. In 42 zaken wordt verdachte ervan beschuldigd te hebben gepind met de door oplichting verkregen bankpas (de rol van pinner). In vier zaken wordt verdachte ervan beschuldigd de goederen te hebben opgehaald bij de aangevers (de rol van koerier), althans dat te hebben geprobeerd.
4.2
Feit 1: diefstallen met valse sleutel in vereniging
4.2.1
De standpunten
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het feit wettig en overtuigend te bewijzen, maar vordert verdachte gedeeltelijk vrij te spreken. De standpunten van de officier van justitie worden, voor zover van belang voor de beoordeling, verder besproken in de hiernavolgende paragrafen ‘partiele vrijspraak’ en ‘bewezenverklaring’.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht verdachte gedeeltelijk vrij te spreken. De standpunten van de raadsvrouw worden, voor zover van belang voor de beoordeling, verder besproken in de hiernavolgende paragrafen ‘partiele vrijspraak’ en ‘bewezenverklaring’.
4.2.2
Beoordeling
Het eerste feit is in de verdenking onderverdeeld in verschillende aangiftes die in het dossier een zaaknummer hebben gekregen. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van diefstal met een valse sleutel in de zaken 1 tot en met 6, 8 tot en met 16, 20 tot en met 30, 33 tot en met 35, 38 tot en met 40 en 43 tot en met 48. De rechtbank ziet onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in de zaken 31, 41, 42 en 49 en zal van die onderdelen van de verdenking gedeeltelijk vrijspreken. Hierna legt de rechtbank uit waarom zij tot dit oordeel komt.
4.2.3
Partiële vrijspraak
Zaak 31: [aangeefster 1]
Aangeefster is gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van Rabobank, waarna aangeefster is geïnstrueerd haar bankpas en mobiele telefoon af te geven aan een koerier. Kort daarna is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven. De politie heeft camerabeelden van een geldautomaat onderzocht, waarbij wordt beschreven dat op de beelden onder andere een kerk en struiken te zien is. De rechtbank constateert echter ambtshalve dat de beschrijving van de beelden niet overeen komt met de beelden waarop verdachte door verbalisanten herkend is. Deze beelden zijn namelijk van de binnenzijde van een winkel. Daarnaast vertonen de beelden grote gelijkenissen met de beelden uit zaak 30. Het is dus niet duidelijk of de beelden waarop verdachte is herkend de beelden zijn waarop te zien is dat verdachte met de bankpas van aangeefster pint. Gelet daarop kan naar het oordeel van de rechtbank zaak 31 niet wettig en overtuigend worden bewezen. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van dit onderdeel van de verdenking.
Zaak 41: [aangeefster 2]
Aangeefster heeft bij ABN AMRO een nieuwe bankpas aangevraagd, maar deze is nooit aangekomen. Kort daarna is er vanaf de rekening van aangeefster meermalen geld afgeschreven. Net als de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat het verdachte is geweest die het geld van de rekening van aangeefster heeft gepind. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van zaak 41.
Zaak 42: [aangeefster 3]
Aangeefster is gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van ING, waarna aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpas af te geven aan een koerier. Kort daarna is er vanaf de rekening van aangeefster meermalen geld afgeschreven. Op de in het procesdossier aanwezige camerabeelden wordt verdachte door verbalisanten herkend aan, onder meer, zijn gelaat en opvallende oren. De rechtbank stelt vast dat de persoon op de beelden een capuchon draagt, waarbij de oren en een deel van het gelaat niet zichtbaar zijn. Verdachte heeft zichzelf ook niet op de beelden herkend. Met de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat op grond van de beelden niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat het verdachte is geweest die het geld van de rekening van aangeefster heeft gepind. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van zaak 42.
Zaak 49: [aangever]
Aangever is gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de ABN AMRO, waarna aangever wordt geïnstrueerd zijn bankpas af te geven aan een koerier. Kort daarna is er vanaf de rekening van aangever geld afgeschreven. In het procesdossier zijn geen camerabeelden beschikbaar. In de telefoon van verdachte is een afbeelding aangetroffen van de bankpassen van aangever, maar dit betreft volgens de politie een door verdachte ontvangen afbeelding. Het dossier bevat geen ander bewijs voor mogelijke betrokkenheid van verdachte bij deze zaak. Met de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat het verdachte is geweest die het geld van de rekening van aangever heeft gepind. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van zaak 49.
4.2.4
Bewezenverklaring
De overige onder feit 1 opgenomen zaken kunnen naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend worden bewezen. De rechtbank komt als volgt tot dit oordeel.
Medeplegen
De rechtbank is van oordeel dat er bij het pinnen met de bankpassen van aangevers sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en andere betrokkenen. De rechtbank komt als volgt tot dit oordeel.
Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat in alle zaken waarbij verdachte betrokken is, telkens een vaste groep van twee of drie personen betrokken was. Verdachte had contact met deze personen via Snapchat, ontving vervolgens de bankpas(sen) met bijbehorende pincode(s) en werd naar eigen zeggen door een ander met een auto naar de locatie(s) gebracht waar hij een bepaald geldbedrag of geldbedragen moest pinnen of andere handelingen moest verrichten met de pinpassen, zoals het kopen van waardebonnen. De opbrengst zegt verdachte vervolgens te hebben moeten afstaan aan de persoon die hem naar de locatie(s) bracht. Verdachte heeft hiermee deelgenomen aan een samenwerkingsverband en had daarin een cruciale taak, namelijk het pinnen van geldbedragen dan wel het kopen van waardebonnen of tegoeden. Onder andere de vaak korte tijd tussen het ophalen van de bankpassen bij aangevers en het pinnen van geldbedragen of kopen van waardebonnen of tegoeden bevestigt het nauwe contact en de nauwe samenwerking tussen verdachte en de mededaders. Ook de bijdrage van de medeplegers was daarbij cruciaal. Zonder het verstrekken van de bankpas en juiste pincode (binnen een kort tijdbestek) was het immers niet mogelijk om geld te pinnen van de desbetreffende rekening van de aangevers.
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat er bij verschillende zaken meerdere pintransacties met één bankpas zijn geweest, waarbij niet van alle pintransacties camerabeelden in het dossier zijn opgenomen. In die gevallen kan volgens de raadsvrouw niet bewezen worden dat verdachte óók betrokken was bij de pintransacties waar geen beelden van zijn. De rechtbank volgt dit verweer niet. Daarvoor is allereerst doorslaggevend dat sprake is van medeplegen, zodat verdachte (voor een bewezenverklaring) niet noodzakelijkerwijs alle pintransacties persoonlijk hoeft te hebben verricht. Ten tweede is van belang dat het dossier geen aanknopingspunten biedt voor de betrokkenheid van een tweede pinner. Verdachte heeft dit ook niet verklaard. Hij heeft uitsluitend de theoretische mogelijkheid daartoe opengelaten, aangezien hij heeft verklaard niet meer te weten in welke gevallen hij precies heeft gepind of heeft verklaard niet alle pintransacties te hebben uitgevoerd. Het door de raadsvrouw naar voren gebrachte scenario is dus niet aannemelijk geworden.
Gelet op het voorgaande houdt de rechtbank verdachte dan ook, voor zover hieronder bewezen en behoudens contra-indicaties, samen met anderen verantwoordelijk voor alle gepinde geldbedragen en aangeschafte waardebonnen of tegoeden. Hieronder gaat de rechtbank in op alle individuele zaken waarin de rechtbank tot een bewezenverklaring komt en zal hierbij, indien nodig, tevens ingaan op verweren van de verdediging, voor zover die niet al worden weerlegd door de bewijsmiddelen.
In de gevallen waarbij wordt verwezen naar de verklaring van verdachte ter terechtzitting, wordt daarmee telkens bedoeld de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 april 2025.
Zaak 1: [benadeelde partij 4]
Op 18 september 2023 wordt bij de woning van aangeefster in [plaats 1] omstreeks 15:15 uur aangebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Rabobank.
Beoordeling
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
8.3.1
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich geruime tijd (gedurende ongeveer veertien maanden), samen met onbekend gebleven anderen, op grote schaal schuldig gemaakt aan het medeplegen van diefstal met een valse sleutel (het pinnen met buitgemaakte bankpassen en mobiele telefoons), oplichting en poging tot oplichting. Verdachte en medeverdachten hebben zich op geraffineerde wijze doelbewust voorgedaan als medewerkers van een bank, waarbij mogelijke problemen of gevaren ten aanzien van de rekeningen van de slachtoffers werden gefingeerd. Slachtoffers werden soms urenlang aan de telefoon gehouden, waarna de bankpassen (en in sommige gevallen mobiele telefoons) afgegeven dienden te worden aan een koerier.
Verdachte heeft grovelijk misbruik gemaakt van het gewekte vertrouwen van de slachtoffers. De rechtbank acht het bijzonder kwalijk dat juist oudere mensen doelbewust tot slachtoffer zijn gemaakt, vanwege hun grote kwetsbaarheid en afhankelijkheid. De slachtoffers zijn niet alleen financieel op ernstige wijze benadeeld, maar verdachte heeft met zijn handelen ook ernstige schade toegebracht aan hun gevoel van veiligheid en hun vertrouwen in de banken en in de medemens in het algemeen. Het handelen van de verdachte is enkel gericht geweest op persoonlijk geldelijk gewin, zonder zich (ten tijde van het plegen van de feiten) rekenschap te geven van de gevolgen daarvan voor de slachtoffers. Pas door tussenkomst van de politie is verdachte gestopt met het plegen van de strafbare feiten. Dit rekent de rechtbank verdachte zeer aan.
Daarnaast neemt de rechtbank in strafverzwarende zin mee dat verdachte in een aantal gevallen bij de woning van de slachtoffers is geweest. Hij heeft de slachtoffers opgezocht in hun privédomein en hij was degene die fysiek persoonlijke eigendommen heeft meegenomen of dat heeft geprobeerd. Bij die ontmoetingen moet het voor verdachte onmiskenbaar zijn geweest dat het om kwetsbare personen op leeftijd ging, maar hij heeft zich hierdoor niet laten weerhouden.
De rechtbank gaat voorbij aan de verklaring van verdachte dat hij onder druk en dreiging de bewezenverklaarde feiten heeft gepleegd. Verdachte heeft deze stelling onvoldoende aannemelijk gemaakt. Zo stelde verdachte dat hij onder druk werd gezet en werd bedreigd vanwege een schuld uit het verleden, maar hij kon niet vertellen bij wie (anders dan een bijnaam) hij deze schuld had en hoeveel van deze schuld nog resteerde toen verdachte werd aangehouden.
8.3.2
De persoonlijke omstandigheden
Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie (het strafblad) van verdachte van 27 maart 2025, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor strafbare feiten is veroordeeld.
Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met het reclasseringsadvies van 26 maart 2025, opgemaakt door S. Korporaal, reclasseringswerker. Uit het reclasseringsadvies blijkt dat verdachte sinds de schorsing van zijn voorlopige hechtenis positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt, onder andere ten aanzien van huisvesting en studie. Daarnaast heeft verdachte zijn ambulante behandeling gericht op zijn gokverslaving positief afgerond. De reclassering schat het risico op recidive in als laag en adviseert negatief over oplegging van bijzondere voorwaarden. De reclassering ziet geen zwaarwegende negatieve consequenties in geval van de oplegging van een gevangenisstraf, anders dan de algemene nadelen hiervan die voor eenieder gelden.
8.3.3
De straf
De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat aan verdachte geen gevangenisstraf moet worden opgelegd die langer is dan het reeds uitgezeten voorarrest. Dat staat echter naar oordeel van de rechtbank in het geheel niet in verhouding tot wat in andere zaken wordt opgelegd. Gelet op de ernst van de feiten kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een straf die geen (langere) vrijheidsbeneming met zich brengt. De rechtbank zal aan de verdachte dan ook een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen die langer is dan de duur van het voorarrest.
De rechtbank houdt rekening met de jonge leeftijd van verdachte, het feit dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor enig strafbaar feit en het feit dat verdachte ter terechtzitting zijn excuses heeft aangeboden aan de namens één van de slachtoffers ter terechtzitting aanwezige familieleden. Ook houdt de rechtbank rekening met de hiernavolgende toewijzingen van de vorderingen van de benadeelde partijen. Gelet hierop komt de rechtbank tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist.
Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden passend en geboden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar.
9BESLAG
De officier van justitie heeft zich niet uitgelaten over het beslag. Verdachte verzoekt teruggave van de in beslag genomen telefoons. De rechtbank oordeelt als volgt. Zowel de telefoons als de cadeaubonnen zullen verbeurd worden verklaard. Met behulp van de telefoons zijn de onder feit 2 en feit 3 bewezen verklaarde feiten begaan. De cadeaubonnen zijn geheel door middel van of uit baten van hetgeen onder feit 1 bewezen verklaarde verkregen.
10BENADEELDE PARTIJ
Ten aanzien van het ten gevolge aan verdachte onder feit 1 ten laste gelegde hebben zich verschillende benadeelde partijen in het strafproces gevoegd.
Beoordeling
De rechtbank zal eerst ingaan op het verweer van de verdediging dat verdachte enkel gehouden is tot vergoeding van de pintransacties waar hij op camerabeelden is herkend. Dit verweer slaag niet. De rechtbank heeft eerder in dit vonnis geoordeeld dat voor zover er op één dag meerdere pintransacties met de bankpassen of mobiele telefoons zijn verricht het aannemelijk is dat verdachte (al dan niet als medepleger) ook bij die pintransacties betrokken was. Niet alleen is bij alle opgevraagde beelden alleen verdachte herkend, er zijn nauwelijks aanwijzingen dat ook anderen pintransacties hebben verricht. Ook werkte hij samen met andere(n) om de frauduleuze handelingen te verrichten. Er waren bellers, ophalers en pinners. Op grond van artikel 6:166 van het Burgerlijk Wetboek is verdachte daarvoor aansprakelijk. De rechtbank zal wel alle vorderingen hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat als er op enig moment mededaders worden veroordeeld voor dezelfde strafbare feiten en in die zaken de vorderingen ook hoofdelijk worden toegewezen, zij gezamenlijk voor de schade zullen opdraaien.
10.2.1
De vorderingen van de rechtspersonen
De rechtspersonen (de banken) hebben rekeninghouders (in sommige gevallen) gecompenseerd door coulancebetalingen te doen. Uit vaste jurisprudentie blijkt dat coulancebetalingen die door banken zijn verricht, rechtstreekse schade betreft. De rechtbank acht deze schadeposten in beginsel dan ook voor toewijzing vatbaar. De banken hebben daarnaast onderzoekskosten gevorderd. Op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b van het Burgerlijk Wetboek blijkt dat onder vermogensschade ook de redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid vallen. De rechtbank zal deze kostenposten daarom beschouwen als materiële schade.
ABN AMRO
De benadeelde partij vordert een bedrag van € 11.120 aan materiële schade, bestaande uit een bedrag van € 10.400 aan coulancebetalingen en een bedrag van € 720 aan onderzoekskosten. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente, als volgt:
Toewijzing
Coulancebetaling aan
Wettelijke rente vanaf
€ 2.400
[benadeelde partij 22]
12 april 2023
€ 1.000
[benadeelde partij 25]
10 mei 2023
€ 2.400
[benadeelde partij 2]
3 augustus 2023
€ 500
[benadeelde partij 27]
10 augustus 2023
€ 1.700
[benadeelde partij 37]
4 januari 2024
€ 600 (onderzoekskosten)
30 april 2025
Verdachte zal worden vrijgesproken van hetgeen ten laste is gelegd jegens rekeninghouder [aangever] . De benadeelde partij zal daarom ten aanzien van die coulancevergoeding dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Gelet daarop worden de onderzoekskosten naar rato verminderd. De rechtbank zal de vordering toewijzen tot een bedrag van € 8.600 en de benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
Verdachte zal worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
De Volksbank
De benadeelde partij heeft de vordering ter terechtzitting gewijzigd en vordert een bedrag van € 7.606,99 aan materiële schade, bestaande uit een bedrag van € 7.006,99 aan coulancebetalingen en een bedrag van € 600 aan onderzoekskosten. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente, als volgt:
Toewijzing
Coulancebetaling aan
Wettelijke rente vanaf
€ 756,99
[benadeelde partij 24]
18 september 2023
€ 1.000
[benadeelde partij 32]
25 oktober 2023
€ 1.500
[benadeelde partij 34]
20 november 2023
€ 3.750
[benadeelde partij 31]
16 maart 2023
€ 600 (onderzoekskosten)
30 april 2025
De rechtbank zal de vordering integraal toewijzen tot een bedrag van € 7.606,99. Verdachte zal worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
ING
De benadeelde partij vordert een bedrag van € 31.338 aan materiële schade, bestaande uit een bedrag van € 29.250 aan coulancebetalingen en een bedrag van € 2.088 aan onderzoekskosten.
Dictum
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Strafbaarheid
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
Oplegging straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 20 maanden;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 10 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt daarbij een proeftijd van 3 jaren vast;
Beslag
- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd ten aanzien van feit 1:
drie cadeaubonnen (PL0900-2023299105-3323046);
vier cadeaubonnen (PL0900-2023299105-3323078);
twee cadeaubonnen (PL0900-2023299105-3323079);
zeven cadeaubonnen (PL0900-2023299105-3323071);
- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd ten aanzien van feit 2 en feit 3:
een telefoon (PL0900-2023299105-3323042);
een telefoon (PL0900-2023299105-3323044).
Benadeelde partij ABN AMRO (feit 1)
wijst de vordering van ABN AMRO toe tot een bedrag van € 8.600;
veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan € 8.600 van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente tot de dag van de algehele voldoening als volgt, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd:
over een bedrag van € 2.400 vanaf 12 april 2023;
over een bedrag van € 1.000 vanaf 10 mei 2023;
over een bedrag van € 2.400 vanaf 3 augustus 2023;
over een bedrag van € 500 vanaf 10 augustus 2023;
over een bedrag van € 1.700 vanaf 4 januari 2024;
over een bedrag van € 600 vanaf 30 april 2025;
verklaart ABN AMRO voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van ABN AMRO aan de Staat € 8.600 te betalen, vermeerderd met voornoemde wettelijke rente tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 15 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Benadeelde partij de Volksbank (feit 1)
wijst de vordering van de Volksbank toe tot een bedrag van € 7.606,99;
veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan € 7.606,99 van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente tot de dag van de algehele voldoening als volgt, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd:
over een bedrag van € 3.750 vanaf 16 maart 2023;
over een bedrag van € 756,99 vanaf 18 september 2023;
over een bedrag van € 1.000 vanaf 25 oktober 2023;
over een bedrag van € 1.500 vanaf 20 november 2023;
over een bedrag van € 600 vanaf 30 april 2025;
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van de Volksbank aan de Staat € 7.606,99 te betalen, vermeerderd met voornoemde wettelijke rente tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 13 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Benadeelde partij ING (feit 1)
wijst de vordering van ING toe tot een bedrag van € 29.374;
veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan € 29.374 van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente tot de dag van de algehele voldoening als volgt, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd:
over een bedrag van € 1.850 vanaf 31 januari 2023;
over een bedrag van € 5.050 vanaf 21 maart 2023;
over een bedrag van € 3.850 vanaf 24 maart 2023;
over een bedrag van € 1.550 vanaf 26 maart 2023;
over een bedrag van € 3.700 vanaf 28 april 2023;
over een bedrag van € 5.050 vanaf 1 mei 2023;
over een bedrag van € 1.100 vanaf 2 mei 2023;
over een bedrag van € 1.350 vanaf 4 juli 2023;
over een bedrag van € 1.400 vanaf 6 september 2023;
over een bedrag van € 450 vanaf 10 oktober 2023;
over een bedrag van € 2.400 vanaf 15 februari 2024;
over een bedrag van € 1.624 vanaf 30 april 2025;
verklaart ING voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van ING aan de Staat € 29.374 te betalen, vermeerderd met voornoemde wettelijke rente tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 50 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Benadeelde partij Rabobank (feit 1)
wijst de vordering van Rabobank toe tot een bedrag van € 64.840,98;
veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan € 64.840,98 van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente tot de dag van de algehele voldoening als volgt, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd:
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/026212-24 (P)
Vonnis van de meervoudige kamer van 30 april 2025
in de strafzaak tegen verdachte
[verdachte]
,
geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] .
1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 9 april 2025 (de inhoudelijke behandeling) en 30 april 2025 (de enkelvoudige sluiting van het onderzoek ter terechtzitting en de daaropvolgende uitspraak).
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie, mr. L.H.J. Verheijden, en van hetgeen verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.F.A. van Pelt, naar voren hebben gebracht. Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van hetgeen door of namens de volgende benadeelde partijen naar voren is gebracht:
namens [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] : [persoon 1] van Slachtofferhulp Nederland;
ook namens [benadeelde partij 3] : [persoon 2] ;
namens ABN AMRO: [persoon 3] , [persoon 4] en [persoon 5] ;
namens ING: [persoon 6] ;
namens Rabobank: [persoon 7] ;
namens de Volksbank: [persoon 8] en [persoon 9] .
2TENLASTELEGGING
De tenlastelegging is op de pro-formazitting van 18 november 2024 nader omschreven. De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er op neer dat verdachte betrokken is bij bankhelpdeskfraude.
Onder feit 1 wordt verdachte verweten zich, al dan niet samen met anderen, in de periode van 31 januari 2023 tot en met 29 maart 2024 schuldig te hebben gemaakt aan diefstal met een valse sleutel (het zonder toestemming met door oplichting verkregen bankpassen of mobiele telefoons pinnen, tegoeden en waardebonnen kopen).
Onder feit 2 wordt verdachte verweten zich, al dan niet samen met anderen, in de periode van 16 juni 2023 tot en met 28 maart 2024 schuldig te hebben gemaakt aan twee oplichtingen (het bewegen tot afgifte van bankpassen met bijbehorende pincodes en mobiele telefoons). Onder feit 3 wordt verdachte verweten zich, al dan niet samen met anderen, op 2 april 2024 schuldig te hebben gemaakt aan twee pogingen tot oplichting (door te proberen bankpassen met bijbehorende pincodes en mobiele telefoons te laten afgeven).
3VOORVRAGEN
De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
4WAARDERING VAN HET BEWIJS
4.1
Inleiding
Algemeen
Verdachte wordt ervan beschuldigd betrokken te zijn bij bankhelpdeskfraude. Met bankhelpdeskfraude wordt in het algemeen een specifieke vorm van oplichting bedoeld. De werkwijze is in de meeste gevallen als volgt. De aangevers, bijna allemaal op hoge leeftijd, worden gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de bank. De zogenaamde bankmedewerker probeert het vertrouwen van aangevers te wekken, onder meer door specifieke informatie met hen te delen. Bijvoorbeeld door op te merken dat aangevers al langdurig rekeninghouder zijn bij een bepaalde bank, dat aangevers ook rekeninghouder zijn bij een andere bank of dat aangevers weduwe zijn. In veel gevallen worden aangevers langdurig aan de telefoon gehouden. De zogenaamde bankmedewerker vertelt aangevers dat er frauduleuze activiteiten hebben plaatsgevonden ten aanzien van hun bankrekening(en). Ter voorkoming van (verdere) fraude met de bankrekening(en) moeten aangevers hun pincode(s) doorgeven en komt een koerier de bankpas(sen) en soms ook een mobiele telefoon of tablet ophalen, vaak al gedurende het telefoongesprek met de zogenaamde bankmedewerker. In sommige gevallen krijgen aangevers telefonisch een code, waarmee de koerier die de bankpas(sen) en goederen komt ophalen zich vervolgens identificeert. Nadat de koerier de bankpas heeft opgehaald, wordt er zo snel mogelijk en zo veel mogelijk geld gepind.
Het samenwerkingsverband bestaat doorgaans uit twee of drie personen: een persoon die zich voordoet als bankmedewerker en telefonisch contact opneemt met de aangever, een koerier die de bankpas(sen) en eventuele mobiele telefoon of tablet ophaalt en een pinner.
De vermeende rol van verdachte
In september 2023 zijn er diverse aangiftes gedaan van bankhelpdeskfraude. De politie is vervolgens onder de naam 09BAMBOE een onderzoek gestart naar de rol die verdachte mogelijk heeft gehad bij deze bankhelpdeskfraudes. Er kwamen verdenkingen van bankhelpdeskfraude naar voren in een periode van bijna 14 maanden. In totaal zijn 51 aangiftes in het dossier gevoegd en die hebben geleid tot 46 afzonderlijke zaken op de tenlastelegging. In 42 zaken wordt verdachte ervan beschuldigd te hebben gepind met de door oplichting verkregen bankpas (de rol van pinner). In vier zaken wordt verdachte ervan beschuldigd de goederen te hebben opgehaald bij de aangevers (de rol van koerier), althans dat te hebben geprobeerd.
4.2
Feit 1: diefstallen met valse sleutel in vereniging
4.2.1
De standpunten
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het feit wettig en overtuigend te bewijzen, maar vordert verdachte gedeeltelijk vrij te spreken. De standpunten van de officier van justitie worden, voor zover van belang voor de beoordeling, verder besproken in de hiernavolgende paragrafen ‘partiele vrijspraak’ en ‘bewezenverklaring’.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht verdachte gedeeltelijk vrij te spreken. De standpunten van de raadsvrouw worden, voor zover van belang voor de beoordeling, verder besproken in de hiernavolgende paragrafen ‘partiele vrijspraak’ en ‘bewezenverklaring’.
4.2.2
Beoordeling
Het eerste feit is in de verdenking onderverdeeld in verschillende aangiftes die in het dossier een zaaknummer hebben gekregen. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van diefstal met een valse sleutel in de zaken 1 tot en met 6, 8 tot en met 16, 20 tot en met 30, 33 tot en met 35, 38 tot en met 40 en 43 tot en met 48. De rechtbank ziet onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in de zaken 31, 41, 42 en 49 en zal van die onderdelen van de verdenking gedeeltelijk vrijspreken. Hierna legt de rechtbank uit waarom zij tot dit oordeel komt.
4.2.3
Partiële vrijspraak
Zaak 31: [aangeefster 1]
Aangeefster is gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van Rabobank, waarna aangeefster is geïnstrueerd haar bankpas en mobiele telefoon af te geven aan een koerier. Kort daarna is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven. De politie heeft camerabeelden van een geldautomaat onderzocht, waarbij wordt beschreven dat op de beelden onder andere een kerk en struiken te zien is. De rechtbank constateert echter ambtshalve dat de beschrijving van de beelden niet overeen komt met de beelden waarop verdachte door verbalisanten herkend is. Deze beelden zijn namelijk van de binnenzijde van een winkel. Daarnaast vertonen de beelden grote gelijkenissen met de beelden uit zaak 30. Het is dus niet duidelijk of de beelden waarop verdachte is herkend de beelden zijn waarop te zien is dat verdachte met de bankpas van aangeefster pint. Gelet daarop kan naar het oordeel van de rechtbank zaak 31 niet wettig en overtuigend worden bewezen. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van dit onderdeel van de verdenking.
Zaak 41: [aangeefster 2]
Aangeefster heeft bij ABN AMRO een nieuwe bankpas aangevraagd, maar deze is nooit aangekomen. Kort daarna is er vanaf de rekening van aangeefster meermalen geld afgeschreven. Net als de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat het verdachte is geweest die het geld van de rekening van aangeefster heeft gepind. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van zaak 41.
Zaak 42: [aangeefster 3]
Aangeefster is gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van ING, waarna aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpas af te geven aan een koerier. Kort daarna is er vanaf de rekening van aangeefster meermalen geld afgeschreven. Op de in het procesdossier aanwezige camerabeelden wordt verdachte door verbalisanten herkend aan, onder meer, zijn gelaat en opvallende oren. De rechtbank stelt vast dat de persoon op de beelden een capuchon draagt, waarbij de oren en een deel van het gelaat niet zichtbaar zijn. Verdachte heeft zichzelf ook niet op de beelden herkend. Met de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat op grond van de beelden niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat het verdachte is geweest die het geld van de rekening van aangeefster heeft gepind. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van zaak 42.
Zaak 49: [aangever]
Aangever is gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de ABN AMRO, waarna aangever wordt geïnstrueerd zijn bankpas af te geven aan een koerier. Kort daarna is er vanaf de rekening van aangever geld afgeschreven. In het procesdossier zijn geen camerabeelden beschikbaar. In de telefoon van verdachte is een afbeelding aangetroffen van de bankpassen van aangever, maar dit betreft volgens de politie een door verdachte ontvangen afbeelding. Het dossier bevat geen ander bewijs voor mogelijke betrokkenheid van verdachte bij deze zaak. Met de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat het verdachte is geweest die het geld van de rekening van aangever heeft gepind. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van zaak 49.
4.2.4
Bewezenverklaring
De overige onder feit 1 opgenomen zaken kunnen naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend worden bewezen. De rechtbank komt als volgt tot dit oordeel.
Medeplegen
De rechtbank is van oordeel dat er bij het pinnen met de bankpassen van aangevers sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en andere betrokkenen. De rechtbank komt als volgt tot dit oordeel.
Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat in alle zaken waarbij verdachte betrokken is, telkens een vaste groep van twee of drie personen betrokken was. Verdachte had contact met deze personen via Snapchat, ontving vervolgens de bankpas(sen) met bijbehorende pincode(s) en werd naar eigen zeggen door een ander met een auto naar de locatie(s) gebracht waar hij een bepaald geldbedrag of geldbedragen moest pinnen of andere handelingen moest verrichten met de pinpassen, zoals het kopen van waardebonnen. De opbrengst zegt verdachte vervolgens te hebben moeten afstaan aan de persoon die hem naar de locatie(s) bracht. Verdachte heeft hiermee deelgenomen aan een samenwerkingsverband en had daarin een cruciale taak, namelijk het pinnen van geldbedragen dan wel het kopen van waardebonnen of tegoeden. Onder andere de vaak korte tijd tussen het ophalen van de bankpassen bij aangevers en het pinnen van geldbedragen of kopen van waardebonnen of tegoeden bevestigt het nauwe contact en de nauwe samenwerking tussen verdachte en de mededaders. Ook de bijdrage van de medeplegers was daarbij cruciaal. Zonder het verstrekken van de bankpas en juiste pincode (binnen een kort tijdbestek) was het immers niet mogelijk om geld te pinnen van de desbetreffende rekening van de aangevers.
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat er bij verschillende zaken meerdere pintransacties met één bankpas zijn geweest, waarbij niet van alle pintransacties camerabeelden in het dossier zijn opgenomen. In die gevallen kan volgens de raadsvrouw niet bewezen worden dat verdachte óók betrokken was bij de pintransacties waar geen beelden van zijn. De rechtbank volgt dit verweer niet. Daarvoor is allereerst doorslaggevend dat sprake is van medeplegen, zodat verdachte (voor een bewezenverklaring) niet noodzakelijkerwijs alle pintransacties persoonlijk hoeft te hebben verricht. Ten tweede is van belang dat het dossier geen aanknopingspunten biedt voor de betrokkenheid van een tweede pinner. Verdachte heeft dit ook niet verklaard. Hij heeft uitsluitend de theoretische mogelijkheid daartoe opengelaten, aangezien hij heeft verklaard niet meer te weten in welke gevallen hij precies heeft gepind of heeft verklaard niet alle pintransacties te hebben uitgevoerd. Het door de raadsvrouw naar voren gebrachte scenario is dus niet aannemelijk geworden.
Gelet op het voorgaande houdt de rechtbank verdachte dan ook, voor zover hieronder bewezen en behoudens contra-indicaties, samen met anderen verantwoordelijk voor alle gepinde geldbedragen en aangeschafte waardebonnen of tegoeden. Hieronder gaat de rechtbank in op alle individuele zaken waarin de rechtbank tot een bewezenverklaring komt en zal hierbij, indien nodig, tevens ingaan op verweren van de verdediging, voor zover die niet al worden weerlegd door de bewijsmiddelen.
In de gevallen waarbij wordt verwezen naar de verklaring van verdachte ter terechtzitting, wordt daarmee telkens bedoeld de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 9 april 2025.
Zaak 1: [benadeelde partij 4]
Op 18 september 2023 wordt bij de woning van aangeefster in [plaats 1] omstreeks 15:15 uur aangebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Rabobank.
Beoordeling
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.
8.3.1
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich geruime tijd (gedurende ongeveer veertien maanden), samen met onbekend gebleven anderen, op grote schaal schuldig gemaakt aan het medeplegen van diefstal met een valse sleutel (het pinnen met buitgemaakte bankpassen en mobiele telefoons), oplichting en poging tot oplichting. Verdachte en medeverdachten hebben zich op geraffineerde wijze doelbewust voorgedaan als medewerkers van een bank, waarbij mogelijke problemen of gevaren ten aanzien van de rekeningen van de slachtoffers werden gefingeerd. Slachtoffers werden soms urenlang aan de telefoon gehouden, waarna de bankpassen (en in sommige gevallen mobiele telefoons) afgegeven dienden te worden aan een koerier.
Verdachte heeft grovelijk misbruik gemaakt van het gewekte vertrouwen van de slachtoffers. De rechtbank acht het bijzonder kwalijk dat juist oudere mensen doelbewust tot slachtoffer zijn gemaakt, vanwege hun grote kwetsbaarheid en afhankelijkheid. De slachtoffers zijn niet alleen financieel op ernstige wijze benadeeld, maar verdachte heeft met zijn handelen ook ernstige schade toegebracht aan hun gevoel van veiligheid en hun vertrouwen in de banken en in de medemens in het algemeen. Het handelen van de verdachte is enkel gericht geweest op persoonlijk geldelijk gewin, zonder zich (ten tijde van het plegen van de feiten) rekenschap te geven van de gevolgen daarvan voor de slachtoffers. Pas door tussenkomst van de politie is verdachte gestopt met het plegen van de strafbare feiten. Dit rekent de rechtbank verdachte zeer aan.
Daarnaast neemt de rechtbank in strafverzwarende zin mee dat verdachte in een aantal gevallen bij de woning van de slachtoffers is geweest. Hij heeft de slachtoffers opgezocht in hun privédomein en hij was degene die fysiek persoonlijke eigendommen heeft meegenomen of dat heeft geprobeerd. Bij die ontmoetingen moet het voor verdachte onmiskenbaar zijn geweest dat het om kwetsbare personen op leeftijd ging, maar hij heeft zich hierdoor niet laten weerhouden.
De rechtbank gaat voorbij aan de verklaring van verdachte dat hij onder druk en dreiging de bewezenverklaarde feiten heeft gepleegd. Verdachte heeft deze stelling onvoldoende aannemelijk gemaakt. Zo stelde verdachte dat hij onder druk werd gezet en werd bedreigd vanwege een schuld uit het verleden, maar hij kon niet vertellen bij wie (anders dan een bijnaam) hij deze schuld had en hoeveel van deze schuld nog resteerde toen verdachte werd aangehouden.
8.3.2
De persoonlijke omstandigheden
Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie (het strafblad) van verdachte van 27 maart 2025, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor strafbare feiten is veroordeeld.
Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met het reclasseringsadvies van 26 maart 2025, opgemaakt door S. Korporaal, reclasseringswerker. Uit het reclasseringsadvies blijkt dat verdachte sinds de schorsing van zijn voorlopige hechtenis positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt, onder andere ten aanzien van huisvesting en studie. Daarnaast heeft verdachte zijn ambulante behandeling gericht op zijn gokverslaving positief afgerond. De reclassering schat het risico op recidive in als laag en adviseert negatief over oplegging van bijzondere voorwaarden. De reclassering ziet geen zwaarwegende negatieve consequenties in geval van de oplegging van een gevangenisstraf, anders dan de algemene nadelen hiervan die voor eenieder gelden.
8.3.3
De straf
De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat aan verdachte geen gevangenisstraf moet worden opgelegd die langer is dan het reeds uitgezeten voorarrest. Dat staat echter naar oordeel van de rechtbank in het geheel niet in verhouding tot wat in andere zaken wordt opgelegd. Gelet op de ernst van de feiten kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een straf die geen (langere) vrijheidsbeneming met zich brengt. De rechtbank zal aan de verdachte dan ook een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen die langer is dan de duur van het voorarrest.
De rechtbank houdt rekening met de jonge leeftijd van verdachte, het feit dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor enig strafbaar feit en het feit dat verdachte ter terechtzitting zijn excuses heeft aangeboden aan de namens één van de slachtoffers ter terechtzitting aanwezige familieleden. Ook houdt de rechtbank rekening met de hiernavolgende toewijzingen van de vorderingen van de benadeelde partijen. Gelet hierop komt de rechtbank tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist.
Alles overwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden passend en geboden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar.
9BESLAG
De officier van justitie heeft zich niet uitgelaten over het beslag. Verdachte verzoekt teruggave van de in beslag genomen telefoons. De rechtbank oordeelt als volgt. Zowel de telefoons als de cadeaubonnen zullen verbeurd worden verklaard. Met behulp van de telefoons zijn de onder feit 2 en feit 3 bewezen verklaarde feiten begaan. De cadeaubonnen zijn geheel door middel van of uit baten van hetgeen onder feit 1 bewezen verklaarde verkregen.
10BENADEELDE PARTIJ
Ten aanzien van het ten gevolge aan verdachte onder feit 1 ten laste gelegde hebben zich verschillende benadeelde partijen in het strafproces gevoegd.
Beoordeling
De rechtbank zal eerst ingaan op het verweer van de verdediging dat verdachte enkel gehouden is tot vergoeding van de pintransacties waar hij op camerabeelden is herkend. Dit verweer slaag niet. De rechtbank heeft eerder in dit vonnis geoordeeld dat voor zover er op één dag meerdere pintransacties met de bankpassen of mobiele telefoons zijn verricht het aannemelijk is dat verdachte (al dan niet als medepleger) ook bij die pintransacties betrokken was. Niet alleen is bij alle opgevraagde beelden alleen verdachte herkend, er zijn nauwelijks aanwijzingen dat ook anderen pintransacties hebben verricht. Ook werkte hij samen met andere(n) om de frauduleuze handelingen te verrichten. Er waren bellers, ophalers en pinners. Op grond van artikel 6:166 van het Burgerlijk Wetboek is verdachte daarvoor aansprakelijk. De rechtbank zal wel alle vorderingen hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat als er op enig moment mededaders worden veroordeeld voor dezelfde strafbare feiten en in die zaken de vorderingen ook hoofdelijk worden toegewezen, zij gezamenlijk voor de schade zullen opdraaien.
10.2.1
De vorderingen van de rechtspersonen
De rechtspersonen (de banken) hebben rekeninghouders (in sommige gevallen) gecompenseerd door coulancebetalingen te doen. Uit vaste jurisprudentie blijkt dat coulancebetalingen die door banken zijn verricht, rechtstreekse schade betreft. De rechtbank acht deze schadeposten in beginsel dan ook voor toewijzing vatbaar. De banken hebben daarnaast onderzoekskosten gevorderd. Op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b van het Burgerlijk Wetboek blijkt dat onder vermogensschade ook de redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid vallen. De rechtbank zal deze kostenposten daarom beschouwen als materiële schade.
ABN AMRO
De benadeelde partij vordert een bedrag van € 11.120 aan materiële schade, bestaande uit een bedrag van € 10.400 aan coulancebetalingen en een bedrag van € 720 aan onderzoekskosten. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente, als volgt:
Toewijzing
Coulancebetaling aan
Wettelijke rente vanaf
€ 2.400
[benadeelde partij 22]
12 april 2023
€ 1.000
[benadeelde partij 25]
10 mei 2023
€ 2.400
[benadeelde partij 2]
3 augustus 2023
€ 500
[benadeelde partij 27]
10 augustus 2023
€ 1.700
[benadeelde partij 37]
4 januari 2024
€ 600 (onderzoekskosten)
30 april 2025
Verdachte zal worden vrijgesproken van hetgeen ten laste is gelegd jegens rekeninghouder [aangever] . De benadeelde partij zal daarom ten aanzien van die coulancevergoeding dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Gelet daarop worden de onderzoekskosten naar rato verminderd. De rechtbank zal de vordering toewijzen tot een bedrag van € 8.600 en de benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
Verdachte zal worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
De Volksbank
De benadeelde partij heeft de vordering ter terechtzitting gewijzigd en vordert een bedrag van € 7.606,99 aan materiële schade, bestaande uit een bedrag van € 7.006,99 aan coulancebetalingen en een bedrag van € 600 aan onderzoekskosten. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente, als volgt:
Toewijzing
Coulancebetaling aan
Wettelijke rente vanaf
€ 756,99
[benadeelde partij 24]
18 september 2023
€ 1.000
[benadeelde partij 32]
25 oktober 2023
€ 1.500
[benadeelde partij 34]
20 november 2023
€ 3.750
[benadeelde partij 31]
16 maart 2023
€ 600 (onderzoekskosten)
30 april 2025
De rechtbank zal de vordering integraal toewijzen tot een bedrag van € 7.606,99. Verdachte zal worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
ING
De benadeelde partij vordert een bedrag van € 31.338 aan materiële schade, bestaande uit een bedrag van € 29.250 aan coulancebetalingen en een bedrag van € 2.088 aan onderzoekskosten.
Dictum
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Strafbaarheid
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
Oplegging straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 20 maanden;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 10 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- als voorwaarde geldt dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt daarbij een proeftijd van 3 jaren vast;
Beslag
- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd ten aanzien van feit 1:
drie cadeaubonnen (PL0900-2023299105-3323046);
vier cadeaubonnen (PL0900-2023299105-3323078);
twee cadeaubonnen (PL0900-2023299105-3323079);
zeven cadeaubonnen (PL0900-2023299105-3323071);
- verklaart de volgende voorwerpen verbeurd ten aanzien van feit 2 en feit 3:
een telefoon (PL0900-2023299105-3323042);
een telefoon (PL0900-2023299105-3323044).
Benadeelde partij ABN AMRO (feit 1)
wijst de vordering van ABN AMRO toe tot een bedrag van € 8.600;
veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan € 8.600 van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente tot de dag van de algehele voldoening als volgt, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd:
over een bedrag van € 2.400 vanaf 12 april 2023;
over een bedrag van € 1.000 vanaf 10 mei 2023;
over een bedrag van € 2.400 vanaf 3 augustus 2023;
over een bedrag van € 500 vanaf 10 augustus 2023;
over een bedrag van € 1.700 vanaf 4 januari 2024;
over een bedrag van € 600 vanaf 30 april 2025;
verklaart ABN AMRO voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van ABN AMRO aan de Staat € 8.600 te betalen, vermeerderd met voornoemde wettelijke rente tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 15 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Benadeelde partij de Volksbank (feit 1)
wijst de vordering van de Volksbank toe tot een bedrag van € 7.606,99;
veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan € 7.606,99 van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente tot de dag van de algehele voldoening als volgt, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd:
over een bedrag van € 3.750 vanaf 16 maart 2023;
over een bedrag van € 756,99 vanaf 18 september 2023;
over een bedrag van € 1.000 vanaf 25 oktober 2023;
over een bedrag van € 1.500 vanaf 20 november 2023;
over een bedrag van € 600 vanaf 30 april 2025;
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van de Volksbank aan de Staat € 7.606,99 te betalen, vermeerderd met voornoemde wettelijke rente tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 13 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Benadeelde partij ING (feit 1)
wijst de vordering van ING toe tot een bedrag van € 29.374;
veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan € 29.374 van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente tot de dag van de algehele voldoening als volgt, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd:
over een bedrag van € 1.850 vanaf 31 januari 2023;
over een bedrag van € 5.050 vanaf 21 maart 2023;
over een bedrag van € 3.850 vanaf 24 maart 2023;
over een bedrag van € 1.550 vanaf 26 maart 2023;
over een bedrag van € 3.700 vanaf 28 april 2023;
over een bedrag van € 5.050 vanaf 1 mei 2023;
over een bedrag van € 1.100 vanaf 2 mei 2023;
over een bedrag van € 1.350 vanaf 4 juli 2023;
over een bedrag van € 1.400 vanaf 6 september 2023;
over een bedrag van € 450 vanaf 10 oktober 2023;
over een bedrag van € 2.400 vanaf 15 februari 2024;
over een bedrag van € 1.624 vanaf 30 april 2025;
verklaart ING voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van ING aan de Staat € 29.374 te betalen, vermeerderd met voornoemde wettelijke rente tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 50 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Benadeelde partij Rabobank (feit 1)
wijst de vordering van Rabobank toe tot een bedrag van € 64.840,98;
veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan € 64.840,98 van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente tot de dag van de algehele voldoening als volgt, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd:
Beoordeling
De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat de bankpas wordt opgehaald, omdat deze moet worden vervangen. Aangeefster geeft vervolgens haar bankpas en pincode mee. Kort daarna, op diezelfde dag, vinden er van de bankrekening van aangeefster diverse afschrijvingen plaats, te weten om 15:51 uur € 750 en om 15:52 uur € 750 (voor in totaal € 1.500). Beide afschrijvingen hebben plaatsgevonden in [winkel 1] te Houten. In [winkel 1] zijn cadeaubonnen aangeschaft. Op de beelden van [winkel 1] is verdachte door verbalisanten herkend. Verdachte is onder meer herkend aan zijn opvallende oren, gezicht en zijn loopje.
Zaak 2: [benadeelde partij 5]
Op 25 september 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 2] omstreeks 14:00 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de Rabobank. De zogenaamde bankmedewerker vertelde dat iemand geprobeerd heeft een groot geldbedrag van haar rekeningen bij de Rabobank en ING af te schrijven. Gedurende het telefoongesprek komt een koerier aan de deur en wordt aangeefster geïnstrueerd haar bankpassen met bijbehorende pincodes af te geven. Kort daarna, op diezelfde dag, zijn er vanaf de Rabobank rekening van aangeefster diverse geldbedragen afgeschreven, te weten om 15:17 uur, 15:18 uur, 15:21 uur, 15:23 uur en 15:25 uur telkens € 750 bij [winkel 1] in Houten, om 16:03 uur, 16:04 uur en 16:05 uur telkens € 303 bij een geldautomaat van Brinks en om 16:21 uur € 2.000 en om 16:22 uur € 1.900 bij een Geldmaat in Nieuwegein. Vanaf haar rekening bij de ING is € 1.250 afgeschreven. In totaal is er € 9.809 afgeschreven.
Door de politie zijn diverse camerabeelden onderzocht. Op beelden van [winkel 1] is te zien dat een persoon om 15:17 uur een stapel cadeaubonnen overhandigt aan de kassamedewerkster. Op beelden van de [winkel 2] (de rechtbank begrijpt: waar de geldautomaat van Brinks zich bevindt) is te zien dat een persoon met hetzelfde signalement zich om 16:03 uur naar de geldautomaten begeeft en daar ongeveer drie minuten blijft staan. Op beelden van de Geldmaat in Nieuwegein is te zien dat een persoon met wederom hetzelfde signalement vanaf 16:21 uur gedurende ongeveer vier minuten geld opneemt, wegloopt en vervolgens om 16:28 uur terugkeert om wederom geld op te nemen. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op de beelden herkend als pinner.
Zaak 3: [benadeelde partij 6]
Op 19 september 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 2] omstreeks 11:15 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de Rabobank. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat iemand geprobeerd heeft een groot geldbedrag van haar rekening af te schrijven. Aan aangeefster wordt verteld dat er een koerier naar haar woning gestuurd is en aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpas en pincode af te geven aan de koerier. Vlak daarna wordt er aangebeld, waarna aangeefster haar pinpas en pincode afgeeft. Kort daarna, op diezelfde dag, zijn er vanaf de rekening van aangeefster diverse geldbedragen afgeschreven, te weten om 12:45 uur € 750 bij de [winkel 3] in Gorinchem en om 13:04 uur, 13:05 uur en 13:06 uur telkens € 303 euro bij een geldautomaat van Brinks in Utrecht, voor in totaal € 1.659.
De camerabeelden van de [winkel 3] in Gorinchem zijn niet beschikbaar. Wel blijkt uit navraag bij een medewerker van de [winkel 3] dat er cadeaubonnen zijn gekocht en dat daarbij onder meer het telefoonnummer [telefoonnummer] is doorgegeven. Dit is hetzelfde telefoonnummer dat is aangetroffen in de telefoon die op 3 april 2024 in de woning naast het bed van verdachte in beslag is genomen en waarop een Apple ID is aangetroffen met daarin een naam overeenkomstig de voornaam van verdachte.
Op beelden van de [winkel 2] (de rechtbank begrijpt: waar de geldautomaat van Brinks zich bevindt) is te zien dat een persoon, die door verbalisanten wordt herkend als verdachte, om 13:03 uur naar binnen loopt. Op de beelden is verdachte door verbalisanten onder meer herkend aan zijn opvallende oren, gezicht en zijn loopje. Het standpunt dat de beelden te onduidelijk zijn om verdachte op te herkennen, zoals de raadsvrouw ter terechtzitting heeft aangevoerd, volgt de rechtbank niet, nu uit het proces-verbaal blijkt dat de bewegende beelden van betere kwaliteit zijn.
Zaak 4: [benadeelde partij 7]
Op 22 september 2023 omstreeks 14:00 uur wordt aangeefster in haar woning in [plaats 2] gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de Rabobank. Deze persoon deelt mee dat er mogelijk een virus op de mobiele telefoon van aangeefster zit, waardoor er geld van haar bankrekening kan worden afgeschreven. Aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpas en mobiele telefoon in een enveloppe te doen, waarna deze enveloppe is opgehaald door een koerier. Op diezelfde dag zijn er vanaf de rekening van aangeefster door middel van elf transacties diverse geldbedragen afgeschreven, te weten in totaal € 9.812. Om 14:45 uur is er zesmaal € 750 afgeschreven in Vianen, om 15:18 uur en 15:20 uur is er viermaal geld gepind bij een geldautomaat in Utrecht en om 15:37 uur is er geld afgeschreven bij een Geldmaat in Leerdam. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op de beelden herkend als pinner. Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen voor wat betreft het gehele in de tenlastelegging genoemde geldbedrag, gelet op wat de rechtbank hierboven heeft overwogen ten aanzien van het medeplegen.
Zaak 5: [benadeelde partij 3]
Op 21 september 2023 omstreeks 11:58 uur wordt aangever in zijn woning in [plaats 3] gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de Rabobank. Deze persoon vertelt dat er mogelijk fraude gepleegd zou worden met de bankpassen van aangever. Aangever wordt geïnstrueerd de bankpassen in een enveloppe te doen en mee te geven aan een koerier, wat aangever vervolgens doet. Kort daarna, op diezelfde dag, zijn er vanaf de rekening van aangever diverse geldbedragen afgeschreven, te weten vanaf 13:07 uur zesmaal € 750 bij een winkel in Vianen en vanaf 13:35 uur viermaal € 303 bij een geldautomaat van Brinks in Utrecht, voor in totaal € 5.712. De geldautomaat waar het geld van de rekening van aangever is gepind bevindt zich in de [winkel 2] . Op de beelden is te zien dat de persoon cadeaubonnen wil afrekenen. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op de beelden herkend als pinner.
Zaak 6: [benadeelde partij 8]
Op 1 mei 2023 omstreeks 13:30 uur wordt aangeefster in haar woning in [plaats 4] gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de ING. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er geprobeerd is om een groot geldbedrag van haar rekening af te halen. Om de bankpas te laten blokkeren is aangeefster geïnstrueerd haar bankpas in een enveloppe te doen en mee te geven aan een koerier. Gedurende het telefoongesprek is de enveloppe door een koerier opgehaald. Kort daarna, op diezelfde dag, zijn er vanaf de rekening van aangeefster diverse geldbedragen afgeschreven, te weten om 14:49 uur € 600 bij een [winkel 4] in Nieuwegein en om 14:53 uur € 750 bij een [winkel 5] in Nieuwegein, voor in totaal € 1.350. Door de politie zijn de camerabeelden onderzocht. Op beelden van [winkel 4] is te zien dat een persoon om 13:49 uur naar binnen loopt. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 8: [benadeelde partij 9]
Op 4 juli 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 5] omstreeks 14:55 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de ING. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat iemand geprobeerd heeft een geldbedrag van haar rekening bij de ING af te schrijven.
Beoordeling
De benadeelde partijen vorderen de volgende bedragen:
Benadeelde partij
Vordering materieel
Vordering immaterieel
ABN AMRO
€ 11.120 (inclusief onderzoekskosten)
De Volksbank
€ 7.606,99 (inclusief onderzoekskosten)
ING
€ 31.338 (inclusief onderzoekskosten)
Rabobank
€ 65.733,66 (inclusief onderzoekskosten)
[benadeelde partij 5]
€ 1.250
[benadeelde partij 3]
€ 1.000
[benadeelde partij 2]
€ 4.024
€ 750
[benadeelde partij 28]
€ 1.000
[benadeelde partij 29]
€ 176
€ 2.000
[benadeelde partij 1]
€ 750
[aangeefster 2]
€ 920
[benadeelde partij 39]
€ 2.500
10.1
De standpunten
De officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd om in alle zaken waarin de officier van justitie tot een bewezenverklaring heeft gerekwireerd de vorderingen van de benadeelde partijen toe te wijzen, inclusief wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, ook ten aanzien van de gevoegde banken. Alleen de kosten voor de iPhone 14, het vervangen van de ID-kaart en de gemaakte pasfoto’s (vordering [benadeelde partij 2] ) en de kosten voor de telefoon en een hoesje (vordering [benadeelde partij 29] ) komen niet voor vergoeding in aanmerking, omdat deze niet in rechtstreeks verband staan tot het strafbare feit. Ten aanzien van de vordering van [aangeefster 2] kan de vordering worden toegewezen tot een bedrag van € 500. De officier van justitie heeft tot slot aangevoerd dat de vordering immateriële schade van [benadeelde partij 39] moet worden gematigd.
De verdediging
De raadsvrouw heeft in een deel van de zaken waarin meerdere pintransacties hebben plaatsgevonden, maar waar het procesdossier slechts camerabeelden bevat van een deel van deze pintransacties en de rechtbank desalniettemin tot een bewezenverklaring komt, verzocht de vordering slechts toe te wijzen voor de pintransacties waarbij het aandeel van verdachte vaststaat omdat hij op de beelden is herkend.
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat een immateriële schadevergoeding van € 520 in alle gevallen waarin een vergoeding van immateriële schade gevorderd is en waarin de rechtbank tot een bewezenverklaring komt billijk is. De raadsvrouw heeft verzocht de schadevergoedingsmaatregel niet op te leggen voor zover het de vorderingen van de banken betreft, nu rechtspersonen een andere positie hebben dan natuurlijke personen.
10.2
Beoordeling
De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente, als volgt:
Toewijzing
Coulancebetaling aan
Wettelijke rente vanaf
€ 1.350
[benadeelde partij 9]
4 juli 2023
€ 1.050
[benadeelde partij 20]
21 maart 2023
€ 1.850
[benadeelde partij 12]
31 januari 2023
€ 3.700
[benadeelde partij 10]
1 mei 2023
€ 2.400
[benadeelde partij 39]
15 februari 2024
€ 1.350
[benadeelde partij 8]
1 mei 2023
€ 3.850
[benadeelde partij 16]
24 maart 2023
€ 1.550
[benadeelde partij 23]
26 maart 2023
€ 2.000
[benadeelde partij 19]
21 maart 2023
€ 3.700
[benadeelde partij 13] en [benadeelde partij 14]
28 april 2023
€ 1.400
[benadeelde partij 15]
6 september 2023
€ 2.000
[benadeelde partij 21]
21 maart 2023
€ 1.100
[benadeelde partij 11]
2 mei 2023
€ 450
[benadeelde partij 30]
10 oktober 2023
€ 1.624 (onderzoekskosten)
30 april 2025
Verdachte zal worden vrijgesproken van hetgeen ten laste is gelegd jegens rekeninghouder [aangeefster 3] . De benadeelde partij zal daarom ten aanzien van die coulancevergoeding niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Daarnaast is de benadeelde partij bij de berekening van de onderzoekskosten uitgegaan van achttien gevallen. De rechtbank zal de onderzoekskosten toewijzen berekend naar veertien gevallen. De rechtbank zal de vordering dus toewijzen tot een bedrag van € 29.374 en de benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
Verdachte zal worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
Rabobank
De benadeelde partij vordert een bedrag van € 65.733,66 aan materiële schade, bestaande uit een bedrag van € 63.693,66 aan coulancebetalingen en een bedrag van € 2.040 aan onderzoekskosten.
Dictum
over een bedrag van € 2.222 vanaf 4 juli 2023;
over een bedrag van € 480 vanaf 3 mei 2023;
over een bedrag van € 3.751,99 vanaf 26 mei 2023;
over een bedrag van € 4.500 vanaf 19 september 2023;
over een bedrag van € 3.750 vanaf 3 oktober 2023;
over een bedrag van € 4.939 vanaf 6 oktober 2023;
over een bedrag van € 1.500 vanaf 10 oktober 2023;
over een bedrag van € 5.712 vanaf 11 oktober 2023;
over een bedrag van € 9.812 vanaf 13 oktober 2023;
over een bedrag van € 8.559 vanaf 14 oktober 2023;
over een bedrag van € 3.270 vanaf 24 oktober 2023;
over een bedrag van € 5.117 vanaf 28 oktober 2023;
over een bedrag van € 4.912 vanaf 2 november 2023;
over een bedrag van € 2.731,99 vanaf 27 februari 2024;
over een bedrag van € 1.664 vanaf 18 april 2024;
over een bedrag van € 1.920 vanaf 30 april 2025;
verklaart Rabobank voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van Rabobank aan de Staat € 64.840,98 te betalen, vermeerderd met voornoemde wettelijke rente tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 106 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Benadeelde partij [benadeelde partij 5] (feit 1)
wijst de vordering van [benadeelde partij 5] toe tot een bedrag van € 1.250;
veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde partij 5] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 september 2023 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 5] aan de Staat € 1.250 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 september 2023 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 22 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Benadeelde partij [benadeelde partij 3] (feit 1)
wijst de vordering van [benadeelde partij 3] toe tot een bedrag van € 750;
veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde partij 3] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2023 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
verklaart [benadeelde partij 3] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 3] aan de Staat € 750 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2023 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 15 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Benadeelde partij [benadeelde partij 2] (feit 1)
wijst de vordering van [benadeelde partij 2] toe tot een bedrag van € 4.774;
veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde partij 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2023 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 2] aan de Staat € 4.774 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2023 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 57 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Benadeelde partij [benadeelde partij 28] (feit 1)
wijst de vordering van [benadeelde partij 28] toe tot een bedrag van € 750;
veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde partij 28] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 september 2023 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
verklaart [benadeelde partij 28] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 28] aan de Staat € 750 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 september 2023 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 15 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Benadeelde partij [benadeelde partij 29] (feit 1)
wijst de vordering van [benadeelde partij 29] toe tot een bedrag van € 750;
veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde partij 29] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 oktober 2023 tot de dag
Beoordeling
De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat de bankpas wordt opgehaald, omdat deze moet worden vervangen. Aangeefster geeft vervolgens haar bankpas en pincode mee. Kort daarna, op diezelfde dag, vinden er van de bankrekening van aangeefster diverse afschrijvingen plaats, te weten om 15:51 uur € 750 en om 15:52 uur € 750 (voor in totaal € 1.500). Beide afschrijvingen hebben plaatsgevonden in [winkel 1] te Houten. In [winkel 1] zijn cadeaubonnen aangeschaft. Op de beelden van [winkel 1] is verdachte door verbalisanten herkend. Verdachte is onder meer herkend aan zijn opvallende oren, gezicht en zijn loopje.
Zaak 2: [benadeelde partij 5]
Op 25 september 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 2] omstreeks 14:00 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de Rabobank. De zogenaamde bankmedewerker vertelde dat iemand geprobeerd heeft een groot geldbedrag van haar rekeningen bij de Rabobank en ING af te schrijven. Gedurende het telefoongesprek komt een koerier aan de deur en wordt aangeefster geïnstrueerd haar bankpassen met bijbehorende pincodes af te geven. Kort daarna, op diezelfde dag, zijn er vanaf de Rabobank rekening van aangeefster diverse geldbedragen afgeschreven, te weten om 15:17 uur, 15:18 uur, 15:21 uur, 15:23 uur en 15:25 uur telkens € 750 bij [winkel 1] in Houten, om 16:03 uur, 16:04 uur en 16:05 uur telkens € 303 bij een geldautomaat van Brinks en om 16:21 uur € 2.000 en om 16:22 uur € 1.900 bij een Geldmaat in Nieuwegein. Vanaf haar rekening bij de ING is € 1.250 afgeschreven. In totaal is er € 9.809 afgeschreven.
Door de politie zijn diverse camerabeelden onderzocht. Op beelden van [winkel 1] is te zien dat een persoon om 15:17 uur een stapel cadeaubonnen overhandigt aan de kassamedewerkster. Op beelden van de [winkel 2] (de rechtbank begrijpt: waar de geldautomaat van Brinks zich bevindt) is te zien dat een persoon met hetzelfde signalement zich om 16:03 uur naar de geldautomaten begeeft en daar ongeveer drie minuten blijft staan. Op beelden van de Geldmaat in Nieuwegein is te zien dat een persoon met wederom hetzelfde signalement vanaf 16:21 uur gedurende ongeveer vier minuten geld opneemt, wegloopt en vervolgens om 16:28 uur terugkeert om wederom geld op te nemen. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op de beelden herkend als pinner.
Zaak 3: [benadeelde partij 6]
Op 19 september 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 2] omstreeks 11:15 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de Rabobank. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat iemand geprobeerd heeft een groot geldbedrag van haar rekening af te schrijven. Aan aangeefster wordt verteld dat er een koerier naar haar woning gestuurd is en aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpas en pincode af te geven aan de koerier. Vlak daarna wordt er aangebeld, waarna aangeefster haar pinpas en pincode afgeeft. Kort daarna, op diezelfde dag, zijn er vanaf de rekening van aangeefster diverse geldbedragen afgeschreven, te weten om 12:45 uur € 750 bij de [winkel 3] in Gorinchem en om 13:04 uur, 13:05 uur en 13:06 uur telkens € 303 euro bij een geldautomaat van Brinks in Utrecht, voor in totaal € 1.659.
De camerabeelden van de [winkel 3] in Gorinchem zijn niet beschikbaar. Wel blijkt uit navraag bij een medewerker van de [winkel 3] dat er cadeaubonnen zijn gekocht en dat daarbij onder meer het telefoonnummer [telefoonnummer] is doorgegeven. Dit is hetzelfde telefoonnummer dat is aangetroffen in de telefoon die op 3 april 2024 in de woning naast het bed van verdachte in beslag is genomen en waarop een Apple ID is aangetroffen met daarin een naam overeenkomstig de voornaam van verdachte.
Op beelden van de [winkel 2] (de rechtbank begrijpt: waar de geldautomaat van Brinks zich bevindt) is te zien dat een persoon, die door verbalisanten wordt herkend als verdachte, om 13:03 uur naar binnen loopt. Op de beelden is verdachte door verbalisanten onder meer herkend aan zijn opvallende oren, gezicht en zijn loopje. Het standpunt dat de beelden te onduidelijk zijn om verdachte op te herkennen, zoals de raadsvrouw ter terechtzitting heeft aangevoerd, volgt de rechtbank niet, nu uit het proces-verbaal blijkt dat de bewegende beelden van betere kwaliteit zijn.
Zaak 4: [benadeelde partij 7]
Op 22 september 2023 omstreeks 14:00 uur wordt aangeefster in haar woning in [plaats 2] gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de Rabobank. Deze persoon deelt mee dat er mogelijk een virus op de mobiele telefoon van aangeefster zit, waardoor er geld van haar bankrekening kan worden afgeschreven. Aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpas en mobiele telefoon in een enveloppe te doen, waarna deze enveloppe is opgehaald door een koerier. Op diezelfde dag zijn er vanaf de rekening van aangeefster door middel van elf transacties diverse geldbedragen afgeschreven, te weten in totaal € 9.812. Om 14:45 uur is er zesmaal € 750 afgeschreven in Vianen, om 15:18 uur en 15:20 uur is er viermaal geld gepind bij een geldautomaat in Utrecht en om 15:37 uur is er geld afgeschreven bij een Geldmaat in Leerdam. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op de beelden herkend als pinner. Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen voor wat betreft het gehele in de tenlastelegging genoemde geldbedrag, gelet op wat de rechtbank hierboven heeft overwogen ten aanzien van het medeplegen.
Zaak 5: [benadeelde partij 3]
Op 21 september 2023 omstreeks 11:58 uur wordt aangever in zijn woning in [plaats 3] gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de Rabobank. Deze persoon vertelt dat er mogelijk fraude gepleegd zou worden met de bankpassen van aangever. Aangever wordt geïnstrueerd de bankpassen in een enveloppe te doen en mee te geven aan een koerier, wat aangever vervolgens doet. Kort daarna, op diezelfde dag, zijn er vanaf de rekening van aangever diverse geldbedragen afgeschreven, te weten vanaf 13:07 uur zesmaal € 750 bij een winkel in Vianen en vanaf 13:35 uur viermaal € 303 bij een geldautomaat van Brinks in Utrecht, voor in totaal € 5.712. De geldautomaat waar het geld van de rekening van aangever is gepind bevindt zich in de [winkel 2] . Op de beelden is te zien dat de persoon cadeaubonnen wil afrekenen. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op de beelden herkend als pinner.
Zaak 6: [benadeelde partij 8]
Op 1 mei 2023 omstreeks 13:30 uur wordt aangeefster in haar woning in [plaats 4] gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de ING. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er geprobeerd is om een groot geldbedrag van haar rekening af te halen. Om de bankpas te laten blokkeren is aangeefster geïnstrueerd haar bankpas in een enveloppe te doen en mee te geven aan een koerier. Gedurende het telefoongesprek is de enveloppe door een koerier opgehaald. Kort daarna, op diezelfde dag, zijn er vanaf de rekening van aangeefster diverse geldbedragen afgeschreven, te weten om 14:49 uur € 600 bij een [winkel 4] in Nieuwegein en om 14:53 uur € 750 bij een [winkel 5] in Nieuwegein, voor in totaal € 1.350. Door de politie zijn de camerabeelden onderzocht. Op beelden van [winkel 4] is te zien dat een persoon om 13:49 uur naar binnen loopt. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 8: [benadeelde partij 9]
Op 4 juli 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 5] omstreeks 14:55 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de ING. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat iemand geprobeerd heeft een geldbedrag van haar rekening bij de ING af te schrijven.
Beoordeling
De benadeelde partijen vorderen de volgende bedragen:
Benadeelde partij
Vordering materieel
Vordering immaterieel
ABN AMRO
€ 11.120 (inclusief onderzoekskosten)
De Volksbank
€ 7.606,99 (inclusief onderzoekskosten)
ING
€ 31.338 (inclusief onderzoekskosten)
Rabobank
€ 65.733,66 (inclusief onderzoekskosten)
[benadeelde partij 5]
€ 1.250
[benadeelde partij 3]
€ 1.000
[benadeelde partij 2]
€ 4.024
€ 750
[benadeelde partij 28]
€ 1.000
[benadeelde partij 29]
€ 176
€ 2.000
[benadeelde partij 1]
€ 750
[aangeefster 2]
€ 920
[benadeelde partij 39]
€ 2.500
10.1
De standpunten
De officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd om in alle zaken waarin de officier van justitie tot een bewezenverklaring heeft gerekwireerd de vorderingen van de benadeelde partijen toe te wijzen, inclusief wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, ook ten aanzien van de gevoegde banken. Alleen de kosten voor de iPhone 14, het vervangen van de ID-kaart en de gemaakte pasfoto’s (vordering [benadeelde partij 2] ) en de kosten voor de telefoon en een hoesje (vordering [benadeelde partij 29] ) komen niet voor vergoeding in aanmerking, omdat deze niet in rechtstreeks verband staan tot het strafbare feit. Ten aanzien van de vordering van [aangeefster 2] kan de vordering worden toegewezen tot een bedrag van € 500. De officier van justitie heeft tot slot aangevoerd dat de vordering immateriële schade van [benadeelde partij 39] moet worden gematigd.
De verdediging
De raadsvrouw heeft in een deel van de zaken waarin meerdere pintransacties hebben plaatsgevonden, maar waar het procesdossier slechts camerabeelden bevat van een deel van deze pintransacties en de rechtbank desalniettemin tot een bewezenverklaring komt, verzocht de vordering slechts toe te wijzen voor de pintransacties waarbij het aandeel van verdachte vaststaat omdat hij op de beelden is herkend.
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat een immateriële schadevergoeding van € 520 in alle gevallen waarin een vergoeding van immateriële schade gevorderd is en waarin de rechtbank tot een bewezenverklaring komt billijk is. De raadsvrouw heeft verzocht de schadevergoedingsmaatregel niet op te leggen voor zover het de vorderingen van de banken betreft, nu rechtspersonen een andere positie hebben dan natuurlijke personen.
10.2
Beoordeling
De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente, als volgt:
Toewijzing
Coulancebetaling aan
Wettelijke rente vanaf
€ 1.350
[benadeelde partij 9]
4 juli 2023
€ 1.050
[benadeelde partij 20]
21 maart 2023
€ 1.850
[benadeelde partij 12]
31 januari 2023
€ 3.700
[benadeelde partij 10]
1 mei 2023
€ 2.400
[benadeelde partij 39]
15 februari 2024
€ 1.350
[benadeelde partij 8]
1 mei 2023
€ 3.850
[benadeelde partij 16]
24 maart 2023
€ 1.550
[benadeelde partij 23]
26 maart 2023
€ 2.000
[benadeelde partij 19]
21 maart 2023
€ 3.700
[benadeelde partij 13] en [benadeelde partij 14]
28 april 2023
€ 1.400
[benadeelde partij 15]
6 september 2023
€ 2.000
[benadeelde partij 21]
21 maart 2023
€ 1.100
[benadeelde partij 11]
2 mei 2023
€ 450
[benadeelde partij 30]
10 oktober 2023
€ 1.624 (onderzoekskosten)
30 april 2025
Verdachte zal worden vrijgesproken van hetgeen ten laste is gelegd jegens rekeninghouder [aangeefster 3] . De benadeelde partij zal daarom ten aanzien van die coulancevergoeding niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Daarnaast is de benadeelde partij bij de berekening van de onderzoekskosten uitgegaan van achttien gevallen. De rechtbank zal de onderzoekskosten toewijzen berekend naar veertien gevallen. De rechtbank zal de vordering dus toewijzen tot een bedrag van € 29.374 en de benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
Verdachte zal worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
Rabobank
De benadeelde partij vordert een bedrag van € 65.733,66 aan materiële schade, bestaande uit een bedrag van € 63.693,66 aan coulancebetalingen en een bedrag van € 2.040 aan onderzoekskosten.
Dictum
over een bedrag van € 2.222 vanaf 4 juli 2023;
over een bedrag van € 480 vanaf 3 mei 2023;
over een bedrag van € 3.751,99 vanaf 26 mei 2023;
over een bedrag van € 4.500 vanaf 19 september 2023;
over een bedrag van € 3.750 vanaf 3 oktober 2023;
over een bedrag van € 4.939 vanaf 6 oktober 2023;
over een bedrag van € 1.500 vanaf 10 oktober 2023;
over een bedrag van € 5.712 vanaf 11 oktober 2023;
over een bedrag van € 9.812 vanaf 13 oktober 2023;
over een bedrag van € 8.559 vanaf 14 oktober 2023;
over een bedrag van € 3.270 vanaf 24 oktober 2023;
over een bedrag van € 5.117 vanaf 28 oktober 2023;
over een bedrag van € 4.912 vanaf 2 november 2023;
over een bedrag van € 2.731,99 vanaf 27 februari 2024;
over een bedrag van € 1.664 vanaf 18 april 2024;
over een bedrag van € 1.920 vanaf 30 april 2025;
verklaart Rabobank voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van Rabobank aan de Staat € 64.840,98 te betalen, vermeerderd met voornoemde wettelijke rente tot de dag van de algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 106 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Benadeelde partij [benadeelde partij 5] (feit 1)
wijst de vordering van [benadeelde partij 5] toe tot een bedrag van € 1.250;
veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde partij 5] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 september 2023 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 5] aan de Staat € 1.250 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 september 2023 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 22 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Benadeelde partij [benadeelde partij 3] (feit 1)
wijst de vordering van [benadeelde partij 3] toe tot een bedrag van € 750;
veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde partij 3] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2023 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
verklaart [benadeelde partij 3] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 3] aan de Staat € 750 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2023 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 15 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Benadeelde partij [benadeelde partij 2] (feit 1)
wijst de vordering van [benadeelde partij 2] toe tot een bedrag van € 4.774;
veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde partij 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2023 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 2] aan de Staat € 4.774 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2023 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 57 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Benadeelde partij [benadeelde partij 28] (feit 1)
wijst de vordering van [benadeelde partij 28] toe tot een bedrag van € 750;
veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde partij 28] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 september 2023 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
verklaart [benadeelde partij 28] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 28] aan de Staat € 750 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 september 2023 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 15 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Benadeelde partij [benadeelde partij 29] (feit 1)
wijst de vordering van [benadeelde partij 29] toe tot een bedrag van € 750;
veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde partij 29] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 oktober 2023 tot de dag
Beoordeling
Aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpas in een enveloppe te doen en mee te geven aan een koerier. Gedurende het telefoongesprek is de enveloppe door een koerier opgehaald. Kort daarna, op diezelfde dag, zijn er vanaf de rekening van aangeefster diverse geldbedragen afgeschreven, te weten om 15:40 uur € 900 bij de [winkel 6] in [plaats 5] en om 15:44 uur € 450 bij de [winkel 7] in [plaats 5] , voor in totaal € 1.350. Uit navraag bij medewerkers van de [winkel 7] blijkt dat er om 15:44 uur door een persoon voor € 450 aan cadeaubonnen is gekocht waar ook beelden van zijn. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 9: [benadeelde partij 10]
Op 1 mei 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 4] omstreeks 16:00 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de ING. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er iets mis is met haar bankpas en dat deze moet worden geblokkeerd. Op het moment dat er wordt aangebeld geeft deze persoon aan aangeefster een enveloppe en wordt ze geïnstrueerd haar twee bankpassen erin te stoppen. Nadat de persoon is weggegaan, zijn er kort daarna, op diezelfde dag, vanaf de rekening van aangeefster diverse geldbedragen afgeschreven, te weten om 15:41 uur € 600 bij een [winkel 7] , om 15:52 uur tweemaal € 750 bij een [winkel 5] , om 16:03 uur € 600 bij een [winkel 7] , om 16:10 uur, 16:11 uur en tweemaal om 16:12 uur telkens € 250 bij een Geldmaat, elke keer in [plaats 4] , voor in totaal € 3.700. Op camerabeelden van de [winkel 5] is te zien dat een persoon cadeaubonnen aanschaft. Op de beelden wordt de persoon door verbalisanten herkend als dezelfde persoon die te zien is op de beelden van [winkel 4] in zaak 6. Op de beelden is verdachte door verbalisanten herkend. Verdachte is onder meer herkend aan zijn opvallende oren, gezicht en zijn loopje. De rechtbank heeft geen redenen om te twijfelen aan deze herkenning. Ter terechtzitting heeft verdachte zich bovendien op de beelden in zaak 6 herkend als pinner.
Zaak 10: [benadeelde partij 11]
Op 2 mei 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 4] omstreeks 11:06 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de ING. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er dat iemand geprobeerd had een groot geldbedrag van haar rekening af te schrijven en dat er daarom een nieuwe pas nodig is. Gevraagd naar haar pincode geeft aangeefster deze aan de zogenaamde bankmedewerker door. Aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpas in een enveloppe te doen en mee te geven aan een koerier. Op diezelfde dag zijn er vanaf de rekening van aangeefster diverse geldbedragen afgeschreven, te weten om 12:06 uur € 600 bij de [winkel 4] en om 12:20 uur en 12:21 uur telkens € 250 bij een Geldmaat, beide keren in Utrecht, voor in totaal € 1.100. Op beelden is te zien dat een persoon om 12:20 uur geld uit een pinautomaat van de Geldmaat in Utrecht haalt. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 11: [benadeelde partij 12]
Op 31 januari 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 6] omstreeks 13:00 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de ING. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er iemand een geldbedrag van haar rekening heeft afgeschreven. Gevraagd naar haar pincode, geeft aangeefster deze aan de zogenaamde bankmedewerker door. Aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpassen in een enveloppe te stoppen en deze aan een koerier mee te geven. Gedurende het telefoongesprek komt een koerier de enveloppe ophalen. Op diezelfde dag zijn er vanaf de rekening van aangeefster diverse geldbedragen afgeschreven, te weten om 15:05 uur € 750 en om 15:07 uur € 600 bij een [winkel 5] in Rotterdam en om 15:15 uur € 500 bij een Geldmaat in Rotterdam, voor in totaal € 1.850. Op beelden is te zien dat een persoon tussen 15:14 uur en 15:16 uur geld pint bij de Geldmaat in Rotterdam. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 12: [benadeelde partij 13] en [benadeelde partij 14]
Op 26 april 2023 worden aangevers in hun woning in [plaats 7] omstreeks 09:45 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de ING. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er dat iemand geprobeerd heeft een geldbedrag van hun rekening af te schrijven. Aangevers worden geïnstrueerd hun bankpassen in een enveloppe te stoppen met bijbehorende pincodes. Gedurende het telefoongesprek komt er een koerier aan de deur aan wie de enveloppe is afgegeven. Op diezelfde dag zijn er vanaf de rekeningen van aangevers diverse geldbedragen afgeschreven, te weten om 11:15 uur tweemaal € 750 bij de [winkel 7] aan de Binnenban, om 11:45 uur tweemaal € 600 bij een de [winkel 7] aan de Slinge en tussen 11:55 uur en 12:00 uur bij een Geldmaat in [winkel 1] viermaal € 250 euro; telkens in Rotterdam, voor in totaal € 3.700. De camerabeelden van de Geldmaat in Rotterdam laten tussen 11:57 uur en 11:58 een persoon zien die aan het pinnen is. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend.
Zaak 13: [benadeelde partij 15]
Op 5 september 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 8] omstreeks 15:25 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van ING. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er dat iemand geprobeerd had een geldbedrag van haar rekening af te schrijven. Aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpas in een enveloppe te stoppen en haar pincode door te geven. Gedurende het telefoongesprek komt er een koerier aan de deur aan wie aangeefster de enveloppe afgeeft. Op diezelfde dag zijn er vanaf de rekening van aangeefster geldbedragen afgeschreven, te weten om 16:36 uur € 500 bij een pinautomaat in Schagen en om 16:49 uur € 900 bij een boekhandel in Schagen, voor in totaal € 1.400. De camerabeelden van de Geldmaat in Schragen zijn onderzocht. Om 16:36 uur is een persoon te zien die aan het pinnen is. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend.
Zaak 14: [benadeelde partij 16]
Op 22 maart 2023 wordt aangever in zijn woning in [plaats 9] omstreeks 12:30 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van ING. De zogenaamde bankmedeweker vertelt dat er ’s nachts een vreemde transactie is gesignaleerd, waarop direct actie is vereist. Aangever wordt geïnstrueerd om bankpassen met bijbehorende pincodes in een enveloppe te stoppen, welke moet worden overhandigd aan een koerier. Enige tijd nadat de enveloppe aan de koerier is afgegeven, op diezelfde dag en de dag erna, zijn er vanaf de bankrekeningen van aangever geldbedragen afgeschreven. Van de rekening van aangever blijkt € 3.850 te zijn afgeschreven. De beelden van de Geldmaat in Haarlem van 22 maart 2023 zijn onderzocht. Op de beelden is verdachte door verbalisanten herkend. Verdachte is onder meer herkend aan zijn opvallende oren, gezicht en zijn loopje. De rechtbank heeft geen redenen om te twijfelen aan deze herkenning.
Zaak 15: [benadeelde partij 17]
Op 8 mei 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 10] omstreeks 14:45 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Rabobank. De zogenaamde bankmedeweker vertelt dat er iets mis is met de bankpas van aangeefster en dat er een koerier langskomt om de bankpas op te halen. Aangeefster wordt geïnstrueerd de bankpas in een enveloppe te doen, waarna aangeefster deze enveloppe afgeeft aan een koerier. Op diezelfde dag zijn er vanaf de rekeningen van aangeefster geldbedragen afgeschreven, te weten om 15:34 uur bij een kantoorboekhandel, om 15:50 uur bij een [winkel 7] en tussen 15:54 uur en 15:57 uur zesmaal bij een Geldmaat, elke keer in Woerden.
Beoordeling
De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente, als volgt:
Toewijzing
Coulancebetaling aan
Wettelijke rente vanaf
€ 4.912
[benadeelde partij 1]
2 november 2023
€ 4.500
[benadeelde partij 18]
19 september 2023
€ 9.812
[benadeelde partij 7]
13 oktober 2023
€ 1.659
[benadeelde partij 6]
6 oktober 2023
€ 1.500
[benadeelde partij 4]
10 oktober 2023
€ 5.117
[benadeelde partij 29]
28 oktober 2023
€ 8.559
[benadeelde partij 5]
14 oktober 2023
€ 5.712
[benadeelde partij 3]
11 oktober 2023
€ 2.731,99
[benadeelde partij 38]
27 februari 2024
€ 3.280
[benadeelde partij 28]
6 oktober 2023
€ 3.750
[benadeelde partij 36]
3 oktober 2023
€ 2.222
[benadeelde partij 33]
4 juli 2023
€ 3.751,99
[benadeelde partij 17]
26 mei 2023
€ 3.270
[benadeelde partij 35]
24 oktober 2023
€ 480
[benadeelde partij 26]
3 mei 2023
€ 1.664
[benadeelde partij 40]
18 april 2024
€ 1.920 (onderzoekskosten)
30 april 2025
Verdachte zal worden vrijgesproken van hetgeen ten laste is gelegd jegens rekeninghouder [aangeefster 1] . De benadeelde partij zal daarom ten aanzien van die coulancevergoeding niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Gelet daarop worden de onderzoekskosten naar rato toegewezen. Ten aanzien van rekeninghouder [benadeelde partij 18] heeft de benadeelde partij € 4.512,68 als coulancevergoeding betaald. De vordering is naar het oordeel van de rechtbank voor een gedeelte van € 12,68 onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zal de benadeelde partij in zoverre dan ook niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. De rechtbank zal de vordering toewijzen tot een bedrag van € 64.840,98 en de benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
Verdachte zal worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
10.2.2
De vorderingen van de natuurlijke personen
Immateriële schade
Voor zover de benadeelde partijen immateriële schade (smartengeld) hebben gevorderd, overweegt de rechtbank het volgende. Op basis van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek kan de rechtbank schadevergoeding toewijzen in de gevallen dat sprake is van (1) lichamelijk letsel, (2) als iemand in zijn eer of goede naam is geschaad of (3) als iemand op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Van de eerste twee grondslagen is in deze zaak geen sprake, aangezien er geen fysiek letsel is ontstaan en niemand juridisch is geschaad in zijn eer of goede naam. Van de laatste grondslag kan sprake zijn indien de rechtbank grond daarvoor ziet in de aard en ernst van de normschending en de gevolgen daarvan.
De rechtbank concludeert dat in deze zaken sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze. De benadeelde partijen, vrijwel allemaal op leeftijd, zijn lang aan de telefoon gehouden en bestolen. Daarbij is ingespeeld op het vertrouwen en de bijzondere kwetsbaarheid van deze ouderen ten opzichte van het digitaal bankieren. De benadeelde partijen hebben vervolgens bankpassen met bijbehorende pincodes en in voorkomend geval ook hun mobiele telefoon afgestaan. Het is de rechtbank gebleken dat de gevolgen hiervan voor de meeste benadeelde partijen groot zijn geweest. De rechtbank overweegt daarom dat de aard en de ernst van de normschending met zich brengt dat de nadelige gevolgen daarvan voor benadeelde partijen zo voor de hand liggen, dat kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.
Dictum
van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
verklaart [benadeelde partij 29] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 29] aan de Staat € 750 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 oktober 2023 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 15 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Benadeelde partij [benadeelde partij 1] (feit 1)
wijst de vordering van [benadeelde partij 1] toe tot een bedrag van € 750;
veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde partij 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2023 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 1] aan de Staat € 750 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2023 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 15 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Benadeelde partij [aangeefster 2] (feit 1)
verklaart [aangeefster 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
Benadeelde partij [benadeelde partij 39] (feit 1)
wijst de vordering van [benadeelde partij 39] toe tot een bedrag van € 750;
veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde partij 39] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 februari 2024 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
verklaart [benadeelde partij 39] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 39] aan de Staat € 750 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 februari 2024 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 42 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.M. Lemmen, voorzitter, mr. A. Maas en mr. S.R. van Breukelen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van Buel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 april 2025. De oudste rechter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Beoordeling
Aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpas in een enveloppe te doen en mee te geven aan een koerier. Gedurende het telefoongesprek is de enveloppe door een koerier opgehaald. Kort daarna, op diezelfde dag, zijn er vanaf de rekening van aangeefster diverse geldbedragen afgeschreven, te weten om 15:40 uur € 900 bij de [winkel 6] in [plaats 5] en om 15:44 uur € 450 bij de [winkel 7] in [plaats 5] , voor in totaal € 1.350. Uit navraag bij medewerkers van de [winkel 7] blijkt dat er om 15:44 uur door een persoon voor € 450 aan cadeaubonnen is gekocht waar ook beelden van zijn. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 9: [benadeelde partij 10]
Op 1 mei 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 4] omstreeks 16:00 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de ING. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er iets mis is met haar bankpas en dat deze moet worden geblokkeerd. Op het moment dat er wordt aangebeld geeft deze persoon aan aangeefster een enveloppe en wordt ze geïnstrueerd haar twee bankpassen erin te stoppen. Nadat de persoon is weggegaan, zijn er kort daarna, op diezelfde dag, vanaf de rekening van aangeefster diverse geldbedragen afgeschreven, te weten om 15:41 uur € 600 bij een [winkel 7] , om 15:52 uur tweemaal € 750 bij een [winkel 5] , om 16:03 uur € 600 bij een [winkel 7] , om 16:10 uur, 16:11 uur en tweemaal om 16:12 uur telkens € 250 bij een Geldmaat, elke keer in [plaats 4] , voor in totaal € 3.700. Op camerabeelden van de [winkel 5] is te zien dat een persoon cadeaubonnen aanschaft. Op de beelden wordt de persoon door verbalisanten herkend als dezelfde persoon die te zien is op de beelden van [winkel 4] in zaak 6. Op de beelden is verdachte door verbalisanten herkend. Verdachte is onder meer herkend aan zijn opvallende oren, gezicht en zijn loopje. De rechtbank heeft geen redenen om te twijfelen aan deze herkenning. Ter terechtzitting heeft verdachte zich bovendien op de beelden in zaak 6 herkend als pinner.
Zaak 10: [benadeelde partij 11]
Op 2 mei 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 4] omstreeks 11:06 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de ING. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er dat iemand geprobeerd had een groot geldbedrag van haar rekening af te schrijven en dat er daarom een nieuwe pas nodig is. Gevraagd naar haar pincode geeft aangeefster deze aan de zogenaamde bankmedewerker door. Aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpas in een enveloppe te doen en mee te geven aan een koerier. Op diezelfde dag zijn er vanaf de rekening van aangeefster diverse geldbedragen afgeschreven, te weten om 12:06 uur € 600 bij de [winkel 4] en om 12:20 uur en 12:21 uur telkens € 250 bij een Geldmaat, beide keren in Utrecht, voor in totaal € 1.100. Op beelden is te zien dat een persoon om 12:20 uur geld uit een pinautomaat van de Geldmaat in Utrecht haalt. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 11: [benadeelde partij 12]
Op 31 januari 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 6] omstreeks 13:00 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de ING. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er iemand een geldbedrag van haar rekening heeft afgeschreven. Gevraagd naar haar pincode, geeft aangeefster deze aan de zogenaamde bankmedewerker door. Aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpassen in een enveloppe te stoppen en deze aan een koerier mee te geven. Gedurende het telefoongesprek komt een koerier de enveloppe ophalen. Op diezelfde dag zijn er vanaf de rekening van aangeefster diverse geldbedragen afgeschreven, te weten om 15:05 uur € 750 en om 15:07 uur € 600 bij een [winkel 5] in Rotterdam en om 15:15 uur € 500 bij een Geldmaat in Rotterdam, voor in totaal € 1.850. Op beelden is te zien dat een persoon tussen 15:14 uur en 15:16 uur geld pint bij de Geldmaat in Rotterdam. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 12: [benadeelde partij 13] en [benadeelde partij 14]
Op 26 april 2023 worden aangevers in hun woning in [plaats 7] omstreeks 09:45 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de ING. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er dat iemand geprobeerd heeft een geldbedrag van hun rekening af te schrijven. Aangevers worden geïnstrueerd hun bankpassen in een enveloppe te stoppen met bijbehorende pincodes. Gedurende het telefoongesprek komt er een koerier aan de deur aan wie de enveloppe is afgegeven. Op diezelfde dag zijn er vanaf de rekeningen van aangevers diverse geldbedragen afgeschreven, te weten om 11:15 uur tweemaal € 750 bij de [winkel 7] aan de Binnenban, om 11:45 uur tweemaal € 600 bij een de [winkel 7] aan de Slinge en tussen 11:55 uur en 12:00 uur bij een Geldmaat in [winkel 1] viermaal € 250 euro; telkens in Rotterdam, voor in totaal € 3.700. De camerabeelden van de Geldmaat in Rotterdam laten tussen 11:57 uur en 11:58 een persoon zien die aan het pinnen is. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend.
Zaak 13: [benadeelde partij 15]
Op 5 september 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 8] omstreeks 15:25 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van ING. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er dat iemand geprobeerd had een geldbedrag van haar rekening af te schrijven. Aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpas in een enveloppe te stoppen en haar pincode door te geven. Gedurende het telefoongesprek komt er een koerier aan de deur aan wie aangeefster de enveloppe afgeeft. Op diezelfde dag zijn er vanaf de rekening van aangeefster geldbedragen afgeschreven, te weten om 16:36 uur € 500 bij een pinautomaat in Schagen en om 16:49 uur € 900 bij een boekhandel in Schagen, voor in totaal € 1.400. De camerabeelden van de Geldmaat in Schragen zijn onderzocht. Om 16:36 uur is een persoon te zien die aan het pinnen is. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend.
Zaak 14: [benadeelde partij 16]
Op 22 maart 2023 wordt aangever in zijn woning in [plaats 9] omstreeks 12:30 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van ING. De zogenaamde bankmedeweker vertelt dat er ’s nachts een vreemde transactie is gesignaleerd, waarop direct actie is vereist. Aangever wordt geïnstrueerd om bankpassen met bijbehorende pincodes in een enveloppe te stoppen, welke moet worden overhandigd aan een koerier. Enige tijd nadat de enveloppe aan de koerier is afgegeven, op diezelfde dag en de dag erna, zijn er vanaf de bankrekeningen van aangever geldbedragen afgeschreven. Van de rekening van aangever blijkt € 3.850 te zijn afgeschreven. De beelden van de Geldmaat in Haarlem van 22 maart 2023 zijn onderzocht. Op de beelden is verdachte door verbalisanten herkend. Verdachte is onder meer herkend aan zijn opvallende oren, gezicht en zijn loopje. De rechtbank heeft geen redenen om te twijfelen aan deze herkenning.
Zaak 15: [benadeelde partij 17]
Op 8 mei 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 10] omstreeks 14:45 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Rabobank. De zogenaamde bankmedeweker vertelt dat er iets mis is met de bankpas van aangeefster en dat er een koerier langskomt om de bankpas op te halen. Aangeefster wordt geïnstrueerd de bankpas in een enveloppe te doen, waarna aangeefster deze enveloppe afgeeft aan een koerier. Op diezelfde dag zijn er vanaf de rekeningen van aangeefster geldbedragen afgeschreven, te weten om 15:34 uur bij een kantoorboekhandel, om 15:50 uur bij een [winkel 7] en tussen 15:54 uur en 15:57 uur zesmaal bij een Geldmaat, elke keer in Woerden.
Beoordeling
De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente, als volgt:
Toewijzing
Coulancebetaling aan
Wettelijke rente vanaf
€ 4.912
[benadeelde partij 1]
2 november 2023
€ 4.500
[benadeelde partij 18]
19 september 2023
€ 9.812
[benadeelde partij 7]
13 oktober 2023
€ 1.659
[benadeelde partij 6]
6 oktober 2023
€ 1.500
[benadeelde partij 4]
10 oktober 2023
€ 5.117
[benadeelde partij 29]
28 oktober 2023
€ 8.559
[benadeelde partij 5]
14 oktober 2023
€ 5.712
[benadeelde partij 3]
11 oktober 2023
€ 2.731,99
[benadeelde partij 38]
27 februari 2024
€ 3.280
[benadeelde partij 28]
6 oktober 2023
€ 3.750
[benadeelde partij 36]
3 oktober 2023
€ 2.222
[benadeelde partij 33]
4 juli 2023
€ 3.751,99
[benadeelde partij 17]
26 mei 2023
€ 3.270
[benadeelde partij 35]
24 oktober 2023
€ 480
[benadeelde partij 26]
3 mei 2023
€ 1.664
[benadeelde partij 40]
18 april 2024
€ 1.920 (onderzoekskosten)
30 april 2025
Verdachte zal worden vrijgesproken van hetgeen ten laste is gelegd jegens rekeninghouder [aangeefster 1] . De benadeelde partij zal daarom ten aanzien van die coulancevergoeding niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Gelet daarop worden de onderzoekskosten naar rato toegewezen. Ten aanzien van rekeninghouder [benadeelde partij 18] heeft de benadeelde partij € 4.512,68 als coulancevergoeding betaald. De vordering is naar het oordeel van de rechtbank voor een gedeelte van € 12,68 onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zal de benadeelde partij in zoverre dan ook niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. De rechtbank zal de vordering toewijzen tot een bedrag van € 64.840,98 en de benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
Verdachte zal worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
10.2.2
De vorderingen van de natuurlijke personen
Immateriële schade
Voor zover de benadeelde partijen immateriële schade (smartengeld) hebben gevorderd, overweegt de rechtbank het volgende. Op basis van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek kan de rechtbank schadevergoeding toewijzen in de gevallen dat sprake is van (1) lichamelijk letsel, (2) als iemand in zijn eer of goede naam is geschaad of (3) als iemand op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Van de eerste twee grondslagen is in deze zaak geen sprake, aangezien er geen fysiek letsel is ontstaan en niemand juridisch is geschaad in zijn eer of goede naam. Van de laatste grondslag kan sprake zijn indien de rechtbank grond daarvoor ziet in de aard en ernst van de normschending en de gevolgen daarvan.
De rechtbank concludeert dat in deze zaken sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze. De benadeelde partijen, vrijwel allemaal op leeftijd, zijn lang aan de telefoon gehouden en bestolen. Daarbij is ingespeeld op het vertrouwen en de bijzondere kwetsbaarheid van deze ouderen ten opzichte van het digitaal bankieren. De benadeelde partijen hebben vervolgens bankpassen met bijbehorende pincodes en in voorkomend geval ook hun mobiele telefoon afgestaan. Het is de rechtbank gebleken dat de gevolgen hiervan voor de meeste benadeelde partijen groot zijn geweest. De rechtbank overweegt daarom dat de aard en de ernst van de normschending met zich brengt dat de nadelige gevolgen daarvan voor benadeelde partijen zo voor de hand liggen, dat kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.
Dictum
van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
verklaart [benadeelde partij 29] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 29] aan de Staat € 750 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 oktober 2023 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 15 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Benadeelde partij [benadeelde partij 1] (feit 1)
wijst de vordering van [benadeelde partij 1] toe tot een bedrag van € 750;
veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde partij 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2023 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 1] aan de Staat € 750 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2023 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 15 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Benadeelde partij [aangeefster 2] (feit 1)
verklaart [aangeefster 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
Benadeelde partij [benadeelde partij 39] (feit 1)
wijst de vordering van [benadeelde partij 39] toe tot een bedrag van € 750;
veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde partij 39] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 februari 2024 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
verklaart [benadeelde partij 39] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij 39] aan de Staat € 750 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 februari 2024 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 42 dagen gijzeling;
bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.M. Lemmen, voorzitter, mr. A. Maas en mr. S.R. van Breukelen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van Buel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 april 2025. De oudste rechter en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Beoordeling
In totaal is er € 3.751,99 afgeschreven. Uit navraag bij de boekhandel blijkt dat een persoon cadeaubonnen heeft aangeschaft. Op beelden van de Geldmaat is de persoon te zien die in Woerden de geldbedragen vanaf 15:53 uur heeft gepind. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 16: [benadeelde partij 18]
Op 7 september 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 11] omstreeks 13:15 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van een bank. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat de bankpas van aangeefster moet worden vervangen en dat deze door een koerier wordt opgehaald. Aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpas in een enveloppe te doen. Gedurende het telefoongesprek komt een koerier aan de deur en wordt aangeefster geïnstrueerd de enveloppe af te geven. Kort daarna, op diezelfde dag, zijn er vanaf de rekening van aangeefster (van de Rabobank) diverse geldbedragen afgeschreven, te weten tussen 14:04 uur en 14:19 uur, zesmaal € 750 bij een pinautomaat van een boekhandel in [plaats 9] , voor in totaal € 4.500. Daarbij zijn cadeaukaarten aangeschaft. Door de politie zijn de beelden van de boekhandel in [plaats 9] onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 20: [benadeelde partij 19]
Op 20 maart 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 12] omstreeks 10:30 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de ING. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er fraude werd gepleegd vanaf de rekening van aangeefster en aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpas in een enveloppe te stoppen. Gevraagd naar haar pincode geeft aangeefster die door aan de zogenaamde bankmedewerker. Gedurende het telefoongesprek komt een koerier aan de deur en wordt aangeefster geïnstrueerd de enveloppe af te geven. Kort daarna, op diezelfde dag, zijn er vanaf de rekeningen van aangeefster diverse geldbedragen afgeschreven, te weten om 12:51 uur € 1.500 bij een [winkel 5] in Leiden en om 12:59 uur twee keer € 250 bij een Geldmaat in Leiden, voor in totaal € 2.000. Uit navraag bij de desbetreffende [winkel 5] blijkt dat iemand cadeaubonnen heeft gekocht.
Door de politie zijn de camerabeelden onderzocht. Ter terechtzitting heeft de raadsvrouw aangevoerd dat uit de beschrijving van de camerabeelden blijkt dat niet verdachte, maar iemand met een blanke huidskleur de cadeaubonnen heeft gekocht en wordt geholpen door een mannelijke winkelmedewerker. De rechtbank volgt dit verweer niet. De in het proces-verbaal als verdachte omschreven persoon met donkerbruine huidskleur, wordt door verbalisanten op de beelden herkend als verdachte onder meer vanwege zijn opvallende oren, gezicht en zijn loopje. Uit het proces-verbaal blijkt verder dat verdachte wordt geholpen door een vrouwelijke medewerkster, die cadeaukaarten in haar handen heeft, en niet door haar mannelijke collega die zich elders in de winkel bevindt. Op de beelden is te zien dat de medewerkster de cadeaukaarten aan verdachte overhandigt, waarna verdachte wegloopt.
Zaak 21: [benadeelde partij 20]
Op 21 maart 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 12] gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de ING. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er ’s nachts geprobeerd is geld van haar rekening af te halen. Aangeefster wordt geïnstrueerd om haar bankpas en vijfhonderd euro contant geld in een enveloppe te stoppen om veilig te stellen. Gedurende het telefoongesprek komt een koerier aan de deur en wordt aangeefster geïnstrueerd de enveloppe af te geven. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 13:47 uur € 1.050 euro bij een [winkel 7] in Leiden. Op de beelden is te zien dat een persoon cadeaubonnen afrekent. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend de persoon die de cadeaubonnen koopt.
Zaak 22: [benadeelde partij 21]
Op 21 maart 2023 wordt aangeefster omstreeks 11:45 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de ING. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er ’s nachts geprobeerd is geld van haar rekening af te halen. Om verdere oplichting te voorkomen wordt aangeefster geïnstrueerd haar bankpas in een enveloppe te stoppen en haar pincode door te geven, waarna deze enveloppe is opgehaald door een koerier. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 12:57 uur € 1.500 bij de [winkel 7] in Leiderdorp en om 13:04 uur tweemaal € 250 bij een Geldmaat in Leiderdorp, voor in totaal € 2.000. Daarbij zijn cadeaubonnen aangeschaft. Door de politie zijn de camerabeelden van de Geldmaat in Leiderdorp onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 23: [benadeelde partij 22]
Op 28 maart 2023 wordt bij de woning van aangeefster omstreeks 08:00 uur aangebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de ABN AMRO. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er ’s nachts is geprobeerd in te breken op haar bankgegevens en dat de bankpas van aangeefster vernietigd moet worden. De persoon vraagt vervolgens ook naar de pincode van aangeefster, vertelt dat aangeefster de bankpas in een enveloppe moet doen en vertelt vervolgens dat er later iemand langskomt om de bankpas op te halen. Op een later moment belt een andere zogenaamde bankmedewerker aan en geeft aangeefster de enveloppe mee, waarin ook een bankpas van de ING zit. Kort daarna, op diezelfde dag, vinden er van de bankrekeningen van aangeefster diverse afschrijvingen plaats, waaronder in ieder geval om 12:30 uur € 2.400 bij een [winkel 5] in Wassenaar. Uit navraag bij een medewerker van de [winkel 5] in Wassenaar blijkt dat daarbij voor € 2.400 aan cadeaubonnen zijn aangeschaft. Op de beelden van de [winkel 5] in Wassenaar is te zien dat een persoon geld opneemt bij een geldautomaat en vervolgens cadeaubonnen aanschaft. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 24: [benadeelde partij 23]
Op 26 maart 2023 wordt aangever omstreeks 10:30 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de ING. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er ’s nachts vreemde transacties hebben plaatsgevonden met de rekening van aangever. De bankpassen zijn daarom geblokkeerd en een koerier komt deze ophalen. Gevraagd naar de pincodes van de bankpassen geeft de partner van aangever deze door. Gedurende het telefoongesprek komt een koerier aan de deur en wordt aangever geïnstrueerd de bankpassen af te geven. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de bankrekeningen van aangever geld afgeschreven, te weten om 11:38 uur € 750 bij een [winkel 8] te Leiden en op een onbekend tijdstip tweemaal € 400 bij een Geldmaat te Leiden, voor in totaal € 1.550. Bij de [winkel 8] zijn cadeaukaarten gekocht. De politie heeft onderzoek gedaan naar de beelden bij de [winkel 8] . Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als de koper van de cadeaukaarten.
Zaak 25: [benadeelde partij 24]
Op 11 september 2023 wordt aangeefster omstreeks 12:30/13:00 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Regiobank (de rechtbank begrijpt: de Volksbank). De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er incidenten hadden plaatsgevonden, waardoor aangeefster een nieuwe bankpas nodig heeft. Aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpas in een enveloppe te stoppen. Die middag wordt de enveloppe van aangeefster opgehaald.
Beoordeling
De rechtbank acht een bedrag van € 750 aan immateriële schade, in alle zaken waarin een vergoeding van immateriële schade is gevorderd, billijk.
[benadeelde partij 5] (zaak 2)
De benadeelde partij vordert € 1.250 aan materiële schade. Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit deze schade rechtstreeks heeft geleden. De rechtbank zal de vordering dus toewijzen tot een bedrag van € 1.250, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 september 2023 tot de dag van volledige betaling.
[benadeelde partij 3] (zaak 5)
De benadeelde partij vordert € 1.000 aan immateriële schade. Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit deze schade rechtstreeks heeft geleden, gelet op voornoemde overweging met betrekking tot immateriële schade. De rechtbank zal de vordering dus toewijzen tot een bedrag van € 750, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2023 tot de dag van volledige betaling. De benadeelde partij wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.
[benadeelde partij 2] (zaak 28)
De benadeelde partij vordert een bedrag van € 4.024 aan materiële schade, bestaande uit € 2.400 aan gepinde geldbedragen, € 1.524,36 voor de weggenomen mobiele telefoon, € 78,50 voor het vernieuwen van het identiteitsbewijs (welke zich in de telefoonhoes bevond ten tijde van het wegnemen van de mobiele telefoon) en € 12,50 voor het maken van nieuwe pasfoto’s. De benadeelde partij heeft het bedrag opgeteld in het verzoek tot schadevergoeding naar beneden naar een heel getal afgerond, de rechtbank zal daarom ook van dat bedrag uitgaan. Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden, immers is zowel met de bankpas als met de mobiele telefoon gepind. Dat de telefoon van de benadeelde partij zou zijn verzekerd, zoals door de raadsvrouw aangevoerd, is niet gebleken. De rechtbank zal het materiële deel van de vordering daarom toewijzen tot een bedrag van € 4.024, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 4 juli 2023 tot de dag van volledige betaling.
De benadeelde partij vordert € 750 aan immateriële schade. Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit deze schade rechtstreeks heeft geleden, gelet op voornoemde overwegingen van de rechtbank met betrekking tot immateriële schade. De rechtbank zal de vordering dan ook toewijzen tot een bedrag van € 750, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2023 tot de dag van volledige betaling.
[benadeelde partij 28] (zaak 30)
De benadeelde partij vordert € 1.000 aan immateriële schade. Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit deze schade rechtstreeks heeft geleden, gelet op voornoemde overwegingen van de rechtbank met betrekking tot immateriële schade. De rechtbank zal de vordering dan ook toewijzen tot een bedrag van € 750, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 september 2023 tot de dag van volledige betaling. De benadeelde partij wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.
[benadeelde partij 29] (zaak 33)
De benadeelde partij vordert € 176 aan materiële schade, bestaande uit gemaakte kosten voor een telefoon en telefoonhoes. De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van het materiële deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren nu niet, althans onvoldoende is gebleken van een direct verband tussen de schade en het bewezen verklaarde feit (het pinnen met de bankpas van de benadeelde partij).
De benadeelde partij vordert € 2.000 aan immateriële schade. Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit deze schade rechtstreeks heeft geleden, gelet op voornoemde overwegingen van de rechtbank met betrekking tot immateriële schade. De rechtbank zal de vordering dan ook toewijzen tot een bedrag van € 750, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling. De benadeelde partij wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.
[benadeelde partij 1] (zaak 34)
De benadeelde partij vordert € 750 aan immateriële schade. Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit deze schade rechtstreeks heeft geleden, gelet op voornoemde overwegingen van de rechtbank met betrekking tot immateriële schade. De rechtbank zal de vordering dan ook toewijzen tot een bedrag van € 750, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling.
[aangeefster 2] (zaak 41)
De rechtbank zal de benadeelde partij [aangeefster 2] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu verdachte van hetgeen met betrekking tot deze benadeelde partij ten laste is gelegd zal worden vrijgesproken.
[benadeelde partij 39] (zaak 48)
De benadeelde partij vordert € 2.500 aan immateriële schade. Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit deze schade rechtstreeks heeft geleden, gelet op voornoemde overwegingen van de rechtbank met betrekking tot immateriële schade. De rechtbank zal de vordering dan ook toewijzen tot een bedrag van € 750, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 februari 2024 tot de dag van volledige betaling. De benadeelde partij wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.
10.2.3
Schadevergoedingsmaatregel
Door de officier van justitie is verzocht om aan verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen, zowel ten aanzien van de natuurlijke personen als ten aanzien van de rechtspersonen (de banken). Hoewel rechtspersonen in beginsel mogen worden geacht zelf de wegen te kennen om een vordering te incasseren, hebben de gevolmachtigden namens de banken ter terechtzitting toegelicht dat het hen doorgaans ontbreekt aan pressiemiddelen om een veroordeelde te bewegen tot betaling van een toegewezen schadevergoeding en dat het veroordeelden doorgaans ontbreekt aan vermogen of eigendommen om beslag op te leggen, althans dat onbekend is over welk vermogen en/of eigendommen veroordeelden beschikken.
Gelet daarop zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel ook ten aanzien van de rechtspersonen opleggen. Daarbij betrekt de rechtbank tevens dat de voorschotregeling, waarbij de Nederlandse Staat de toegewezen schadevergoeding betaalt aan de benadeelde partij en de Nederlandse Staat dat bedrag vervolgens zal proberen te verhalen op verdachte, niet van toepassing is op rechtspersonen.
Aan de schadevergoedingsmaatregel wordt gijzeling verbonden. Voor de bepaling van de omvang van de gijzeling is het bepaalde in artikel 36f lid 5 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing. Hieruit volgt dat de gijzeling ten minste één dag en ten hoogste één jaar mag belopen. Indien de gijzeling van alle hiervoor toegewezen vorderingen bij elkaar zou worden opgeteld, dan zou de gijzeling de maximaal toegestane duur van een jaar ruimschoots overschrijden. De rechtbank zal de gijzeling daarom ten aanzien van de natuurlijke personen overeenkomstig de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) opleggen.
Dictum
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
1.hij, op één of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 31 januari 2023 tot en met 29 maart 2024, te Rotterdam, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer geldbedragen, welke geldbedragen, geheel of ten dele toebehoorden aan een of meer anderen en/of rekeninghouders, althans enig persoon handelend namens die rekeninghouders, van de Rabobank, de ING bank, de ABN AMRO bank, de ASN bank, de Regiobank en/of de Volksbank, te weten:
[benadeelde partij 4] (€ 1.500,- ) (zaak 1),
[benadeelde partij 5] ( € 9.809,-) (zaak 2),
[benadeelde partij 6] (€ 1.659,-) (zaak 3),
[benadeelde partij 7] (€ 9.812,-) (zaak 4),
[benadeelde partij 3] (€ 5.712,-) (zaak 5), en/of
een of meer andere personen (zaak 6, zaken 8 t/m 16, zaken 20 t/m 31, zaken 33 t/m35, zaken 38 t/m 49),
in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s) het weg te nemen geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), door zonder toestemming gebruik te maken van de betreffende bankpassen en/of de (bij de bankpassen behorende) pincodes en/of daarmee geld te pinnen en/of tegoed- en/of waardebonnen te kopen, in elk geval (een) sleutel(s) tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren;
2.hij, op één of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 16 juni 2023 tot en met 28 maart 2024, te Scherpenzeel en/of Woerden, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meerdere rekeninghouders van de SNS bank, de Volksbank en/of de Rabobank, te weten
[benadeelde partij 40] (zaak 52), en/of
[benadeelde partij 41] (zaak 53),
heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meerdere bankpassen en/of eenmobiele telefoon, althans een of meer andere goederen, en/of tot het ter beschikkingstellen van gegevens, te weten de bij de bankpassen behorende pincodes, althans een ofmeer andere gegevens, door:
zich onder valse naam voor te doen als een bankmedewerker,
voornoemde rekeninghouders te vertellen dat er getracht was geld over te makenvanaf haar/hun bankrekening,
te vertellen dat er een medewerker van de bank langs zou komen om de bankpassenen/of de mobiele telefoon van voornoemde rekeninghouders op te halen,
bij de woning van voornoemde rekeninghouders langs te gaan en/of zich voor te doenals medewerker van de bank en/of daar om afgifte van de bankpassen en/of mobieletelefoons te vragen,
waardoor bovengenoemde rekeninghouders werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;
3.hij, op één of meer tijdstippen, op of omstreeks 2 april 2024 te Harmelen en/of Zeist, inelk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meerdere rekeninghouder(s) van de ING bank, te weten
[benadeelde partij 42] (zaak 50), en/of
[benadeelde partij 43] (zaak 51),
heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meerdere bankpassen, althans een of meer andere goederen, en/of tot het ter beschikking stellen van gegevens, te weten de bij de bankpassen behorende pincodes, althans een of meer andere gegevens, door:
zich onder valse naam voor te doen als een bankmedewerker,
voornoemde rekeninghouders te vertellen dat er getracht was geld over te makenvanaf haar/hun bankrekening,
te vertellen dat er een medewerker van de bank langs zou komen om de bankpassenvan voornoemde rekeninghouders op te halen,
bij de woning van voornoemde rekeninghouders langs te gaan en/of zich voor te doenals medewerker van de bank en/of daar om afgifte van de bankpassen te vragen,
waardoor bovengenoemde rekeninghouders werden bewogen tot bovenomschreven afgifte,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit – tenzij anders aangegeven – pagina’s van processen-verbaal of geschriften die als bijlage zijn opgenomen naar het op ambtsbelofte op 7 november 2024 opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0900-2023203525, opgemaakt door politie eenheid Midden-Nederland, pagina 1 tot en met 1616.
Pagina 88.
Pagina 89.
Pagina 43.
Pagina 349 en 350.
Pagina 48 van het formulier Verzoek tot Schadevergoeding van de Rabobank.
Pagina 367.
Pagina 368 tot en met 370.
Pagina 374 tot en met 376.
Pagina 385.
Pagina 387 en 388.
Pagina 393.
Pagina 82 en 238.
Pagina 397.
Pagina 44.
Pagina 44.
Pagina 1, losbladig.
Pagina 2, losbladig en pagina 52 van het formulier Verzoek tot Schadevergoeding van de Rabobank.
Pagina 428.
Pagina 442.
Pagina 445 tot en met 452.
Pagina 462.
Pagina 467 en 469.
Pagina 477.
Pagina 481.
Pagina 486.
Pagina 514.
Pagina 515.
Pagina 515.
Pagina 524 en 527.
Pagina 539.
Pagina 539 en 540.
Pagina 559, 561 en 563.
Pagina 45.
Pagina 574.
Pagina 575.
Pagina 508.
Pagina 583.
Pagina 584.
Pagina 512.
Pagina 588.
Pagina 589 en pagina 38 van het formulier Verzoek tot Schadevergoeding van de ING.
Pagina 510.
Pagina 616.
Pagina 617 en pagina 39 van het formulier Verzoek tot Schadevergoeding van de ING.
Pagina 506.
Pagina 621.
Pagina 622.
Pagina 500 en 504.
Pagina 511.
Pagina 47.
Pagina 626.
Pagina 627.
Pagina 628 en pagina 47 van het formulier Verzoek tot Schadevergoeding van de Rabobank.
Pagina 627.
Pagina 643 en 645.
Pagina 655.
Pagina 656.
Pagina 659 tot en met 664.
Pagina 647.
Pagina 782.
Pagina 784 en 857 tot en met 859.
Pagina 789.
Pagina 794.
Pagina 49.
Pagina 794.
Pagina 810.
Pagina 825 en 826.
Pagina 835.
Pagina 836.
Pagina 843 tot en met 846.
Pagina 852.
Beoordeling
In totaal is er € 3.751,99 afgeschreven. Uit navraag bij de boekhandel blijkt dat een persoon cadeaubonnen heeft aangeschaft. Op beelden van de Geldmaat is de persoon te zien die in Woerden de geldbedragen vanaf 15:53 uur heeft gepind. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 16: [benadeelde partij 18]
Op 7 september 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 11] omstreeks 13:15 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van een bank. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat de bankpas van aangeefster moet worden vervangen en dat deze door een koerier wordt opgehaald. Aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpas in een enveloppe te doen. Gedurende het telefoongesprek komt een koerier aan de deur en wordt aangeefster geïnstrueerd de enveloppe af te geven. Kort daarna, op diezelfde dag, zijn er vanaf de rekening van aangeefster (van de Rabobank) diverse geldbedragen afgeschreven, te weten tussen 14:04 uur en 14:19 uur, zesmaal € 750 bij een pinautomaat van een boekhandel in [plaats 9] , voor in totaal € 4.500. Daarbij zijn cadeaukaarten aangeschaft. Door de politie zijn de beelden van de boekhandel in [plaats 9] onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 20: [benadeelde partij 19]
Op 20 maart 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 12] omstreeks 10:30 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de ING. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er fraude werd gepleegd vanaf de rekening van aangeefster en aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpas in een enveloppe te stoppen. Gevraagd naar haar pincode geeft aangeefster die door aan de zogenaamde bankmedewerker. Gedurende het telefoongesprek komt een koerier aan de deur en wordt aangeefster geïnstrueerd de enveloppe af te geven. Kort daarna, op diezelfde dag, zijn er vanaf de rekeningen van aangeefster diverse geldbedragen afgeschreven, te weten om 12:51 uur € 1.500 bij een [winkel 5] in Leiden en om 12:59 uur twee keer € 250 bij een Geldmaat in Leiden, voor in totaal € 2.000. Uit navraag bij de desbetreffende [winkel 5] blijkt dat iemand cadeaubonnen heeft gekocht.
Door de politie zijn de camerabeelden onderzocht. Ter terechtzitting heeft de raadsvrouw aangevoerd dat uit de beschrijving van de camerabeelden blijkt dat niet verdachte, maar iemand met een blanke huidskleur de cadeaubonnen heeft gekocht en wordt geholpen door een mannelijke winkelmedewerker. De rechtbank volgt dit verweer niet. De in het proces-verbaal als verdachte omschreven persoon met donkerbruine huidskleur, wordt door verbalisanten op de beelden herkend als verdachte onder meer vanwege zijn opvallende oren, gezicht en zijn loopje. Uit het proces-verbaal blijkt verder dat verdachte wordt geholpen door een vrouwelijke medewerkster, die cadeaukaarten in haar handen heeft, en niet door haar mannelijke collega die zich elders in de winkel bevindt. Op de beelden is te zien dat de medewerkster de cadeaukaarten aan verdachte overhandigt, waarna verdachte wegloopt.
Zaak 21: [benadeelde partij 20]
Op 21 maart 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 12] gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de ING. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er ’s nachts geprobeerd is geld van haar rekening af te halen. Aangeefster wordt geïnstrueerd om haar bankpas en vijfhonderd euro contant geld in een enveloppe te stoppen om veilig te stellen. Gedurende het telefoongesprek komt een koerier aan de deur en wordt aangeefster geïnstrueerd de enveloppe af te geven. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 13:47 uur € 1.050 euro bij een [winkel 7] in Leiden. Op de beelden is te zien dat een persoon cadeaubonnen afrekent. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend de persoon die de cadeaubonnen koopt.
Zaak 22: [benadeelde partij 21]
Op 21 maart 2023 wordt aangeefster omstreeks 11:45 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de ING. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er ’s nachts geprobeerd is geld van haar rekening af te halen. Om verdere oplichting te voorkomen wordt aangeefster geïnstrueerd haar bankpas in een enveloppe te stoppen en haar pincode door te geven, waarna deze enveloppe is opgehaald door een koerier. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 12:57 uur € 1.500 bij de [winkel 7] in Leiderdorp en om 13:04 uur tweemaal € 250 bij een Geldmaat in Leiderdorp, voor in totaal € 2.000. Daarbij zijn cadeaubonnen aangeschaft. Door de politie zijn de camerabeelden van de Geldmaat in Leiderdorp onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 23: [benadeelde partij 22]
Op 28 maart 2023 wordt bij de woning van aangeefster omstreeks 08:00 uur aangebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de ABN AMRO. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er ’s nachts is geprobeerd in te breken op haar bankgegevens en dat de bankpas van aangeefster vernietigd moet worden. De persoon vraagt vervolgens ook naar de pincode van aangeefster, vertelt dat aangeefster de bankpas in een enveloppe moet doen en vertelt vervolgens dat er later iemand langskomt om de bankpas op te halen. Op een later moment belt een andere zogenaamde bankmedewerker aan en geeft aangeefster de enveloppe mee, waarin ook een bankpas van de ING zit. Kort daarna, op diezelfde dag, vinden er van de bankrekeningen van aangeefster diverse afschrijvingen plaats, waaronder in ieder geval om 12:30 uur € 2.400 bij een [winkel 5] in Wassenaar. Uit navraag bij een medewerker van de [winkel 5] in Wassenaar blijkt dat daarbij voor € 2.400 aan cadeaubonnen zijn aangeschaft. Op de beelden van de [winkel 5] in Wassenaar is te zien dat een persoon geld opneemt bij een geldautomaat en vervolgens cadeaubonnen aanschaft. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 24: [benadeelde partij 23]
Op 26 maart 2023 wordt aangever omstreeks 10:30 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de ING. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er ’s nachts vreemde transacties hebben plaatsgevonden met de rekening van aangever. De bankpassen zijn daarom geblokkeerd en een koerier komt deze ophalen. Gevraagd naar de pincodes van de bankpassen geeft de partner van aangever deze door. Gedurende het telefoongesprek komt een koerier aan de deur en wordt aangever geïnstrueerd de bankpassen af te geven. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de bankrekeningen van aangever geld afgeschreven, te weten om 11:38 uur € 750 bij een [winkel 8] te Leiden en op een onbekend tijdstip tweemaal € 400 bij een Geldmaat te Leiden, voor in totaal € 1.550. Bij de [winkel 8] zijn cadeaukaarten gekocht. De politie heeft onderzoek gedaan naar de beelden bij de [winkel 8] . Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als de koper van de cadeaukaarten.
Zaak 25: [benadeelde partij 24]
Op 11 september 2023 wordt aangeefster omstreeks 12:30/13:00 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Regiobank (de rechtbank begrijpt: de Volksbank). De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er incidenten hadden plaatsgevonden, waardoor aangeefster een nieuwe bankpas nodig heeft. Aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpas in een enveloppe te stoppen. Die middag wordt de enveloppe van aangeefster opgehaald.
Beoordeling
De rechtbank acht een bedrag van € 750 aan immateriële schade, in alle zaken waarin een vergoeding van immateriële schade is gevorderd, billijk.
[benadeelde partij 5] (zaak 2)
De benadeelde partij vordert € 1.250 aan materiële schade. Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit deze schade rechtstreeks heeft geleden. De rechtbank zal de vordering dus toewijzen tot een bedrag van € 1.250, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 september 2023 tot de dag van volledige betaling.
[benadeelde partij 3] (zaak 5)
De benadeelde partij vordert € 1.000 aan immateriële schade. Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit deze schade rechtstreeks heeft geleden, gelet op voornoemde overweging met betrekking tot immateriële schade. De rechtbank zal de vordering dus toewijzen tot een bedrag van € 750, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2023 tot de dag van volledige betaling. De benadeelde partij wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.
[benadeelde partij 2] (zaak 28)
De benadeelde partij vordert een bedrag van € 4.024 aan materiële schade, bestaande uit € 2.400 aan gepinde geldbedragen, € 1.524,36 voor de weggenomen mobiele telefoon, € 78,50 voor het vernieuwen van het identiteitsbewijs (welke zich in de telefoonhoes bevond ten tijde van het wegnemen van de mobiele telefoon) en € 12,50 voor het maken van nieuwe pasfoto’s. De benadeelde partij heeft het bedrag opgeteld in het verzoek tot schadevergoeding naar beneden naar een heel getal afgerond, de rechtbank zal daarom ook van dat bedrag uitgaan. Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden, immers is zowel met de bankpas als met de mobiele telefoon gepind. Dat de telefoon van de benadeelde partij zou zijn verzekerd, zoals door de raadsvrouw aangevoerd, is niet gebleken. De rechtbank zal het materiële deel van de vordering daarom toewijzen tot een bedrag van € 4.024, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 4 juli 2023 tot de dag van volledige betaling.
De benadeelde partij vordert € 750 aan immateriële schade. Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit deze schade rechtstreeks heeft geleden, gelet op voornoemde overwegingen van de rechtbank met betrekking tot immateriële schade. De rechtbank zal de vordering dan ook toewijzen tot een bedrag van € 750, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juli 2023 tot de dag van volledige betaling.
[benadeelde partij 28] (zaak 30)
De benadeelde partij vordert € 1.000 aan immateriële schade. Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit deze schade rechtstreeks heeft geleden, gelet op voornoemde overwegingen van de rechtbank met betrekking tot immateriële schade. De rechtbank zal de vordering dan ook toewijzen tot een bedrag van € 750, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 september 2023 tot de dag van volledige betaling. De benadeelde partij wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.
[benadeelde partij 29] (zaak 33)
De benadeelde partij vordert € 176 aan materiële schade, bestaande uit gemaakte kosten voor een telefoon en telefoonhoes. De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van het materiële deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren nu niet, althans onvoldoende is gebleken van een direct verband tussen de schade en het bewezen verklaarde feit (het pinnen met de bankpas van de benadeelde partij).
De benadeelde partij vordert € 2.000 aan immateriële schade. Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit deze schade rechtstreeks heeft geleden, gelet op voornoemde overwegingen van de rechtbank met betrekking tot immateriële schade. De rechtbank zal de vordering dan ook toewijzen tot een bedrag van € 750, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling. De benadeelde partij wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.
[benadeelde partij 1] (zaak 34)
De benadeelde partij vordert € 750 aan immateriële schade. Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit deze schade rechtstreeks heeft geleden, gelet op voornoemde overwegingen van de rechtbank met betrekking tot immateriële schade. De rechtbank zal de vordering dan ook toewijzen tot een bedrag van € 750, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling.
[aangeefster 2] (zaak 41)
De rechtbank zal de benadeelde partij [aangeefster 2] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu verdachte van hetgeen met betrekking tot deze benadeelde partij ten laste is gelegd zal worden vrijgesproken.
[benadeelde partij 39] (zaak 48)
De benadeelde partij vordert € 2.500 aan immateriële schade. Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit deze schade rechtstreeks heeft geleden, gelet op voornoemde overwegingen van de rechtbank met betrekking tot immateriële schade. De rechtbank zal de vordering dan ook toewijzen tot een bedrag van € 750, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 februari 2024 tot de dag van volledige betaling. De benadeelde partij wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.
10.2.3
Schadevergoedingsmaatregel
Door de officier van justitie is verzocht om aan verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen, zowel ten aanzien van de natuurlijke personen als ten aanzien van de rechtspersonen (de banken). Hoewel rechtspersonen in beginsel mogen worden geacht zelf de wegen te kennen om een vordering te incasseren, hebben de gevolmachtigden namens de banken ter terechtzitting toegelicht dat het hen doorgaans ontbreekt aan pressiemiddelen om een veroordeelde te bewegen tot betaling van een toegewezen schadevergoeding en dat het veroordeelden doorgaans ontbreekt aan vermogen of eigendommen om beslag op te leggen, althans dat onbekend is over welk vermogen en/of eigendommen veroordeelden beschikken.
Gelet daarop zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel ook ten aanzien van de rechtspersonen opleggen. Daarbij betrekt de rechtbank tevens dat de voorschotregeling, waarbij de Nederlandse Staat de toegewezen schadevergoeding betaalt aan de benadeelde partij en de Nederlandse Staat dat bedrag vervolgens zal proberen te verhalen op verdachte, niet van toepassing is op rechtspersonen.
Aan de schadevergoedingsmaatregel wordt gijzeling verbonden. Voor de bepaling van de omvang van de gijzeling is het bepaalde in artikel 36f lid 5 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing. Hieruit volgt dat de gijzeling ten minste één dag en ten hoogste één jaar mag belopen. Indien de gijzeling van alle hiervoor toegewezen vorderingen bij elkaar zou worden opgeteld, dan zou de gijzeling de maximaal toegestane duur van een jaar ruimschoots overschrijden. De rechtbank zal de gijzeling daarom ten aanzien van de natuurlijke personen overeenkomstig de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) opleggen.
Dictum
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
1.hij, op één of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 31 januari 2023 tot en met 29 maart 2024, te Rotterdam, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer geldbedragen, welke geldbedragen, geheel of ten dele toebehoorden aan een of meer anderen en/of rekeninghouders, althans enig persoon handelend namens die rekeninghouders, van de Rabobank, de ING bank, de ABN AMRO bank, de ASN bank, de Regiobank en/of de Volksbank, te weten:
[benadeelde partij 4] (€ 1.500,- ) (zaak 1),
[benadeelde partij 5] ( € 9.809,-) (zaak 2),
[benadeelde partij 6] (€ 1.659,-) (zaak 3),
[benadeelde partij 7] (€ 9.812,-) (zaak 4),
[benadeelde partij 3] (€ 5.712,-) (zaak 5), en/of
een of meer andere personen (zaak 6, zaken 8 t/m 16, zaken 20 t/m 31, zaken 33 t/m35, zaken 38 t/m 49),
in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s) het weg te nemen geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), door zonder toestemming gebruik te maken van de betreffende bankpassen en/of de (bij de bankpassen behorende) pincodes en/of daarmee geld te pinnen en/of tegoed- en/of waardebonnen te kopen, in elk geval (een) sleutel(s) tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren;
2.hij, op één of meer tijdstippen, in of omstreeks de periode van 16 juni 2023 tot en met 28 maart 2024, te Scherpenzeel en/of Woerden, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meerdere rekeninghouders van de SNS bank, de Volksbank en/of de Rabobank, te weten
[benadeelde partij 40] (zaak 52), en/of
[benadeelde partij 41] (zaak 53),
heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meerdere bankpassen en/of eenmobiele telefoon, althans een of meer andere goederen, en/of tot het ter beschikkingstellen van gegevens, te weten de bij de bankpassen behorende pincodes, althans een ofmeer andere gegevens, door:
zich onder valse naam voor te doen als een bankmedewerker,
voornoemde rekeninghouders te vertellen dat er getracht was geld over te makenvanaf haar/hun bankrekening,
te vertellen dat er een medewerker van de bank langs zou komen om de bankpassenen/of de mobiele telefoon van voornoemde rekeninghouders op te halen,
bij de woning van voornoemde rekeninghouders langs te gaan en/of zich voor te doenals medewerker van de bank en/of daar om afgifte van de bankpassen en/of mobieletelefoons te vragen,
waardoor bovengenoemde rekeninghouders werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;
3.hij, op één of meer tijdstippen, op of omstreeks 2 april 2024 te Harmelen en/of Zeist, inelk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meerdere rekeninghouder(s) van de ING bank, te weten
[benadeelde partij 42] (zaak 50), en/of
[benadeelde partij 43] (zaak 51),
heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meerdere bankpassen, althans een of meer andere goederen, en/of tot het ter beschikking stellen van gegevens, te weten de bij de bankpassen behorende pincodes, althans een of meer andere gegevens, door:
zich onder valse naam voor te doen als een bankmedewerker,
voornoemde rekeninghouders te vertellen dat er getracht was geld over te makenvanaf haar/hun bankrekening,
te vertellen dat er een medewerker van de bank langs zou komen om de bankpassenvan voornoemde rekeninghouders op te halen,
bij de woning van voornoemde rekeninghouders langs te gaan en/of zich voor te doenals medewerker van de bank en/of daar om afgifte van de bankpassen te vragen,
waardoor bovengenoemde rekeninghouders werden bewogen tot bovenomschreven afgifte,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit – tenzij anders aangegeven – pagina’s van processen-verbaal of geschriften die als bijlage zijn opgenomen naar het op ambtsbelofte op 7 november 2024 opgemaakte proces-verbaal, genummerd PL0900-2023203525, opgemaakt door politie eenheid Midden-Nederland, pagina 1 tot en met 1616.
Pagina 88.
Pagina 89.
Pagina 43.
Pagina 349 en 350.
Pagina 48 van het formulier Verzoek tot Schadevergoeding van de Rabobank.
Pagina 367.
Pagina 368 tot en met 370.
Pagina 374 tot en met 376.
Pagina 385.
Pagina 387 en 388.
Pagina 393.
Pagina 82 en 238.
Pagina 397.
Pagina 44.
Pagina 44.
Pagina 1, losbladig.
Pagina 2, losbladig en pagina 52 van het formulier Verzoek tot Schadevergoeding van de Rabobank.
Pagina 428.
Pagina 442.
Pagina 445 tot en met 452.
Pagina 462.
Pagina 467 en 469.
Pagina 477.
Pagina 481.
Pagina 486.
Pagina 514.
Pagina 515.
Pagina 515.
Pagina 524 en 527.
Pagina 539.
Pagina 539 en 540.
Pagina 559, 561 en 563.
Pagina 45.
Pagina 574.
Pagina 575.
Pagina 508.
Pagina 583.
Pagina 584.
Pagina 512.
Pagina 588.
Pagina 589 en pagina 38 van het formulier Verzoek tot Schadevergoeding van de ING.
Pagina 510.
Pagina 616.
Pagina 617 en pagina 39 van het formulier Verzoek tot Schadevergoeding van de ING.
Pagina 506.
Pagina 621.
Pagina 622.
Pagina 500 en 504.
Pagina 511.
Pagina 47.
Pagina 626.
Pagina 627.
Pagina 628 en pagina 47 van het formulier Verzoek tot Schadevergoeding van de Rabobank.
Pagina 627.
Pagina 643 en 645.
Pagina 655.
Pagina 656.
Pagina 659 tot en met 664.
Pagina 647.
Pagina 782.
Pagina 784 en 857 tot en met 859.
Pagina 789.
Pagina 794.
Pagina 49.
Pagina 794.
Pagina 810.
Pagina 825 en 826.
Pagina 835.
Pagina 836.
Pagina 843 tot en met 846.
Pagina 852.
Beoordeling
Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 16:22 uur € 750 bij een Geldmaat in Best en om 16:25 uur € 6,99 bij een [winkel 8] in Best, voor in totaal € 756,99. De politie heeft onderzoek gedaan naar de beelden van de Geldmaat in Best. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 26: [benadeelde partij 25]
Op 5 april 2023 wordt aangeefster omstreeks 10:30 uur in haar woning in [plaats 13] gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de ABN AMRO. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat vanuit het buitenland geprobeerd is een groot geldbedrag van de rekening van aangeefster af te schrijven. Aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpas in een enveloppe te stoppen en mee te geven aan een koerier. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 12:19 uur € 1.000 bij een Geldmaat te Uithoorn. Op de beelden is verdachte door verbalisanten herkend. Verdachte is onder meer herkend aan zijn opvallende oren, gezicht en zijn loopje. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de persoon op de beelden dezelfde kleding draagt als de persoon in zaak 27, waarin verdachte zichzelf op de beelden heeft herkend als pinner.
Zaak 27: [benadeelde partij 26]
Op 5 april 2023 wordt aangever in zijn woning in [plaats 14] omstreeks 10:00 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Rabobank. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er iets mis is met de pinpas van aangever en dat deze opgehaald zal worden. De pinpas is vervolgens opgehaald door een koerier. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangever geld afgeschreven, te weten om 10:58 uur € 480 bij een Geldmaat te [plaats 15] , gelegen naast de woning van aangever. Door de politie zijn de camerabeelden van de Geldmaat onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 28: [benadeelde partij 2]
Op 4 juli 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 15] omstreeks 10:30 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de ABN AMRO. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er ’s nachts een dubieuze transactie had plaatsgevonden vanaf een rekening van aangeefster en dat de bankpassen van aangeefster daarom moeten worden geblokkeerd en de mobiele telefoon moet worden afgegeven. Gevraagd naar de pincodes van haar rekeningen bij ABN AMRO en ING, geeft aangeefster deze door aan de zogenaamde bankmedewerker. Gedurende het telefoongesprek komt een koerier aan de deur en wordt aangeefster geïnstrueerd haar bankpassen, mobiele telefoon en ID-kaart af te geven. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekeningen van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 13:45 uur € 2.400 bij een [winkel 5] te Diemen. Daarnaast is er van een rekening bij ING tweemaal € 900 en eenmaal € 600 afgeschreven bij een [winkel 6] en een [winkel 7] in Diemen en een [winkel 6] in Amsterdam. Daarmee zijn, onder meer met behulp van een Apple Pay-account op naam van aangeefster, cadeaubonnen aangeschaft. Door de politie zijn camerabeelden onderzocht van de [winkel 5] . Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 29: [benadeelde partij 27]
Op 17 juli 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 15] omstreeks 14:45 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Rabobank. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat vanuit het buitenland geprobeerd is een groot geldbedrag van de rekening van aangeefster bij de Rabobank af te schrijven en dat dat bij haar rekening bij ABN AMRO ook zou gebeuren. Gevraagd naar de pincodes van haar rekeningen bij ABN AMRO en Rabobank geeft aangeefster deze door aan de zogenaamde bankmedewerker. De pasjes moeten worden geblokkeerd en moeten daarom in een enveloppe gestopt worden, waarna deze gedurende het telefoongesprek zijn opgehaald door een koerier. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 16:34 uur € 500 bij een Geldmaat in Aalsmeer. Door de politie zijn de camerabeelden van de Geldmaat in Aalsmeer onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 30: [benadeelde partij 28]
Op 13 september 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 16] omstreeks 14:45 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Rabobank. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat ’s nachts was geprobeerd een groot geldbedrag van de rekening van aangeefster af te schrijven. De bankpassen moeten in een enveloppe worden gestopt. Gedurende het telefoongesprek komt een koerier aan de deur en geeft aangeefster de bankpassen af. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 15:40 uur, 15:42 uur, 15:43 uur en 15:45 uur telkens € 750 en om 15:47 uur € 280 bij een Geldmaat (twee verschillende) in Zevenaar, voor in totaal € 3.280. Door de politie zijn de camerabeelden van de Geldmaat onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 33: [benadeelde partij 29]
Op 9 oktober 2023 wordt aangeefster omstreeks 10:00 uur in haar woning in [plaats 17] gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de Rabobank, waarna aangeefster door de zogenaamde bankmedewerker wordt geïnstrueerd haar bankpas en mobiele telefoon af te geven aan een koerier. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 13:23 uur, 13:24 uur, 13:25 uur en 13:36 uur telkens € 303 bij een geldautomaat van Brinks te Utrecht, om 13:41 uur € 3.900 bij een Geldmaat te Gouda en om 13:52 uur € 5 bij een telecomwinkel te Gouda voor in totaal € 5.117. Door de politie is onderzoek gedaan naar de beelden in de [winkel 2] , waar de geldautomaat van Brinks zich bevindt. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner. Ten overvloede merkt de rechtbank het volgende op. Ter terechtzitting heeft de raadsvrouw erop gewezen dat de pintransacties niet allemaal door verdachte kunnen zijn uitgevoerd, gelet op voornoemde locaties en tijdstippen. Onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank reeds heeft overwogen met betrekking tot het tenlastegelegde medeplegen, gaat zij voorbij aan dit verweer.
Zaak 34: [benadeelde partij 1]
Op 10 oktober 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 17] omstreeks 14:00 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Rabobank, waarna aangeefster door de zogenaamde bankmedewerker wordt geïnstrueerd haar pincode door te geven en bankpas in een enveloppe te stoppen en af te geven aan een koerier die gedurende het telefoongesprek aan de deur verschijnt. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten tussen 14:56 uur en 14:59 uur viermaal € 303 bij een geldautomaat van Brinks in Utrecht en om 15:15 uur € 3.700 bij een geldautomaat in Gouda, voor in totaal € 4.912. Door de politie zijn camerabeelden van de geldautomaat in Utrecht en Gouda onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 35: [benadeelde partij 30]
Op 9 oktober 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 17] omstreeks 14:30 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de bank, waarna aangeefster door de zogenaamde bankmedewerker wordt geïnstrueerd haar gegevens af te staan en haar bankpas in een enveloppe te stoppen en aan een koerier mee te geven.
Beoordeling
De overgebleven dagen gijzeling worden naar evenredigheid opgelegd ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel die wordt opgelegd ten behoeve van de rechtspersonen. De schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd als volgt:
Benadeelde partij
Verplichting tot betaling aan de Staat
Wettelijke rente vanaf
Aantal dagen
gijzeling
[benadeelde partij 5]
€ 1.250
25 september 2023
22
[benadeelde partij 3]
€ 750
21 september 2023
15
[benadeelde partij 2]
€ 4.774
4 juli 2023
57
[benadeelde partij 28]
€ 750
13 september 2023
15
[benadeelde partij 29]
€ 750
9 oktober 2023
15
[benadeelde partij 1]
€ 750
10 oktober 2023
15
[benadeelde partij 39]
€ 3.250
3 februari 2024
42
ABN AMRO
€ 8.600
zoals voornoemd
15
De Volksbank
€ 7.606,99
zoals voornoemd
13
ING
€ 29.374
zoals voornoemd
50
Rabobank
€ 64.840,98
zoals voornoemd
106
11TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
Beoordeling
Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 16:22 uur € 750 bij een Geldmaat in Best en om 16:25 uur € 6,99 bij een [winkel 8] in Best, voor in totaal € 756,99. De politie heeft onderzoek gedaan naar de beelden van de Geldmaat in Best. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 26: [benadeelde partij 25]
Op 5 april 2023 wordt aangeefster omstreeks 10:30 uur in haar woning in [plaats 13] gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de ABN AMRO. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat vanuit het buitenland geprobeerd is een groot geldbedrag van de rekening van aangeefster af te schrijven. Aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpas in een enveloppe te stoppen en mee te geven aan een koerier. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 12:19 uur € 1.000 bij een Geldmaat te Uithoorn. Op de beelden is verdachte door verbalisanten herkend. Verdachte is onder meer herkend aan zijn opvallende oren, gezicht en zijn loopje. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de persoon op de beelden dezelfde kleding draagt als de persoon in zaak 27, waarin verdachte zichzelf op de beelden heeft herkend als pinner.
Zaak 27: [benadeelde partij 26]
Op 5 april 2023 wordt aangever in zijn woning in [plaats 14] omstreeks 10:00 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Rabobank. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er iets mis is met de pinpas van aangever en dat deze opgehaald zal worden. De pinpas is vervolgens opgehaald door een koerier. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangever geld afgeschreven, te weten om 10:58 uur € 480 bij een Geldmaat te [plaats 15] , gelegen naast de woning van aangever. Door de politie zijn de camerabeelden van de Geldmaat onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 28: [benadeelde partij 2]
Op 4 juli 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 15] omstreeks 10:30 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de ABN AMRO. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er ’s nachts een dubieuze transactie had plaatsgevonden vanaf een rekening van aangeefster en dat de bankpassen van aangeefster daarom moeten worden geblokkeerd en de mobiele telefoon moet worden afgegeven. Gevraagd naar de pincodes van haar rekeningen bij ABN AMRO en ING, geeft aangeefster deze door aan de zogenaamde bankmedewerker. Gedurende het telefoongesprek komt een koerier aan de deur en wordt aangeefster geïnstrueerd haar bankpassen, mobiele telefoon en ID-kaart af te geven. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekeningen van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 13:45 uur € 2.400 bij een [winkel 5] te Diemen. Daarnaast is er van een rekening bij ING tweemaal € 900 en eenmaal € 600 afgeschreven bij een [winkel 6] en een [winkel 7] in Diemen en een [winkel 6] in Amsterdam. Daarmee zijn, onder meer met behulp van een Apple Pay-account op naam van aangeefster, cadeaubonnen aangeschaft. Door de politie zijn camerabeelden onderzocht van de [winkel 5] . Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 29: [benadeelde partij 27]
Op 17 juli 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 15] omstreeks 14:45 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Rabobank. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat vanuit het buitenland geprobeerd is een groot geldbedrag van de rekening van aangeefster bij de Rabobank af te schrijven en dat dat bij haar rekening bij ABN AMRO ook zou gebeuren. Gevraagd naar de pincodes van haar rekeningen bij ABN AMRO en Rabobank geeft aangeefster deze door aan de zogenaamde bankmedewerker. De pasjes moeten worden geblokkeerd en moeten daarom in een enveloppe gestopt worden, waarna deze gedurende het telefoongesprek zijn opgehaald door een koerier. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 16:34 uur € 500 bij een Geldmaat in Aalsmeer. Door de politie zijn de camerabeelden van de Geldmaat in Aalsmeer onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 30: [benadeelde partij 28]
Op 13 september 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 16] omstreeks 14:45 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Rabobank. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat ’s nachts was geprobeerd een groot geldbedrag van de rekening van aangeefster af te schrijven. De bankpassen moeten in een enveloppe worden gestopt. Gedurende het telefoongesprek komt een koerier aan de deur en geeft aangeefster de bankpassen af. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 15:40 uur, 15:42 uur, 15:43 uur en 15:45 uur telkens € 750 en om 15:47 uur € 280 bij een Geldmaat (twee verschillende) in Zevenaar, voor in totaal € 3.280. Door de politie zijn de camerabeelden van de Geldmaat onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 33: [benadeelde partij 29]
Op 9 oktober 2023 wordt aangeefster omstreeks 10:00 uur in haar woning in [plaats 17] gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de Rabobank, waarna aangeefster door de zogenaamde bankmedewerker wordt geïnstrueerd haar bankpas en mobiele telefoon af te geven aan een koerier. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 13:23 uur, 13:24 uur, 13:25 uur en 13:36 uur telkens € 303 bij een geldautomaat van Brinks te Utrecht, om 13:41 uur € 3.900 bij een Geldmaat te Gouda en om 13:52 uur € 5 bij een telecomwinkel te Gouda voor in totaal € 5.117. Door de politie is onderzoek gedaan naar de beelden in de [winkel 2] , waar de geldautomaat van Brinks zich bevindt. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner. Ten overvloede merkt de rechtbank het volgende op. Ter terechtzitting heeft de raadsvrouw erop gewezen dat de pintransacties niet allemaal door verdachte kunnen zijn uitgevoerd, gelet op voornoemde locaties en tijdstippen. Onder verwijzing naar hetgeen de rechtbank reeds heeft overwogen met betrekking tot het tenlastegelegde medeplegen, gaat zij voorbij aan dit verweer.
Zaak 34: [benadeelde partij 1]
Op 10 oktober 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 17] omstreeks 14:00 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Rabobank, waarna aangeefster door de zogenaamde bankmedewerker wordt geïnstrueerd haar pincode door te geven en bankpas in een enveloppe te stoppen en af te geven aan een koerier die gedurende het telefoongesprek aan de deur verschijnt. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten tussen 14:56 uur en 14:59 uur viermaal € 303 bij een geldautomaat van Brinks in Utrecht en om 15:15 uur € 3.700 bij een geldautomaat in Gouda, voor in totaal € 4.912. Door de politie zijn camerabeelden van de geldautomaat in Utrecht en Gouda onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 35: [benadeelde partij 30]
Op 9 oktober 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 17] omstreeks 14:30 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de bank, waarna aangeefster door de zogenaamde bankmedewerker wordt geïnstrueerd haar gegevens af te staan en haar bankpas in een enveloppe te stoppen en aan een koerier mee te geven.
Beoordeling
De overgebleven dagen gijzeling worden naar evenredigheid opgelegd ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel die wordt opgelegd ten behoeve van de rechtspersonen. De schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd als volgt:
Benadeelde partij
Verplichting tot betaling aan de Staat
Wettelijke rente vanaf
Aantal dagen
gijzeling
[benadeelde partij 5]
€ 1.250
25 september 2023
22
[benadeelde partij 3]
€ 750
21 september 2023
15
[benadeelde partij 2]
€ 4.774
4 juli 2023
57
[benadeelde partij 28]
€ 750
13 september 2023
15
[benadeelde partij 29]
€ 750
9 oktober 2023
15
[benadeelde partij 1]
€ 750
10 oktober 2023
15
[benadeelde partij 39]
€ 3.250
3 februari 2024
42
ABN AMRO
€ 8.600
zoals voornoemd
15
De Volksbank
€ 7.606,99
zoals voornoemd
13
ING
€ 29.374
zoals voornoemd
50
Rabobank
€ 64.840,98
zoals voornoemd
106
11TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
Beoordeling
Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 16:05 uur € 450 bij een [winkel 4] in Gouda. Daarbij zijn cadeaukaarten aangeschaft. Door de politie zijn camerabeelden van de [winkel 4] onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 38: [benadeelde partij 31]
Op 28 februari 2023 wordt aangever in zijn woning in [plaats 18] omstreeks 11:00 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de ASN-bank (de rechtbank begrijpt: de Volksbank), waarna aangever door de zogenaamde bankmedewerker wordt geïnstrueerd zijn pincode af te staan en zijn bankpas en tablet mee te geven aan een koerier, die gedurende het telefoongesprek aan de deur verschijnt. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangever geld afgeschreven, te weten € 3.750. Daarbij zijn cadeaukaarten aangeschaft. Door de politie zijn de camerabeelden van de [winkel 9] onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 39: [benadeelde partij 32]
Op 10 oktober 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 17] omstreeks 12:30 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Regiobank (de rechtbank begrijpt: de Volksbank), waarna aangeefster door de zogenaamde bankmedewerker wordt geïnstrueerd haar pincodes af te staan en haar bankpassen en mobiele telefoon in een enveloppe te stoppen en deze mee te geven aan een koerier, die gedurende het telefoongesprek aan de deur verschijnt. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf een rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 13:49 en 13:50 uur telkens € 500 bij een Geldmaat in Bergambacht, voor in totaal € 1.000. Door de politie zijn camerabeelden onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 40: [benadeelde partij 33]
Op 7 juni 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 19] omstreeks 15:45 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de politie, waarna aangeefster door de zogenaamde bankmedewerker wordt geïnstrueerd haar pincodes door te geven en haar pasjes in een enveloppe te stoppen en deze af te geven aan een koerier. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf een rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 16:36 en 16:40 uur telkens € 1.111 aan muntrollen bij een automaat in Zaltbommel, voor in totaal € 2.222. Door de politie zijn camerabeelden van de geldautomaat onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 43: [benadeelde partij 34]
Op 4 november 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 20] omstreeks 10:30 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Regiobank (de rechtbank begrijpt: de Volksbank). Deze persoon deelt mee dat er personen aan het inbreken zijn geweest op de computer van aangeefster en om dat op te lossen heeft de bank de bankpas en pincode van aangeefster nodig. Een koerier heeft deze vervolgens opgehaald. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster tweemaal € 750 bij een boekhandel in [plaats 20] afgeschreven voor in totaal € 1.500. Daarbij zijn cadeaubonnen aangeschaft. Van deze transactie geen camerabeelden. Op dezelfde dag, omstreeks 14:42 uur, zijn de cadeaubonnen verzilverd bij een [winkel 8] in Rotterdam. Hiervan zijn beelden beschikbaar en op deze beelden heeft verdachte zichzelf ter terechtzitting herkend.
Zaak 44: [benadeelde partij 35]
Op 1 september 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 21] gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Rabobank. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat de bankpas van aangeefster is verlopen en dat deze door een koerier wordt opgehaald. Van de zogenaamde bankmedewerker ontvangt aangeefster een code, waarmee de koerier zich legitimeerde. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten tussen 14:39 uur en 14:45 uur vijfmaal telkens € 750 bij een [winkel 7] in Den Helder en om 14:51 uur € 120 euro bij een Geldmaat in Den Helder, voor in totaal € 3.270. De beelden van de [winkel 7] en de Geldmaat zijn onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 45: [benadeelde partij 36]
Op 7 september 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 22] omstreeks 14:30 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Rabobank. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er ’s nachts is geprobeerd een geldbedrag van de rekening van aangeefster af te halen. De bankrekening van aangeefster moet worden geblokkeerd en daarvoor moet de bankpas in een enveloppe worden gestopt en worden afgegeven aan een koerier. Aan de telefoon geeft aangeefster ook haar pincode door. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten tussen 16:01 uur en 16:08 uur vijfmaal telkens € 750 bij [winkel 1] in Broek op Langedijk, voor in totaal € 3.750. Uit navraag bij de winkelmedewerker blijkt dat er cadeaubonnen zijn aangeschaft. De camerabeelden van het winkelcentrum – waar [winkel 1] zich bevindt – zijn onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 46: [benadeelde partij 37]
Op 1 december 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 23] omstreeks 11:00 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerkster van de ABN AMRO. De zogenaamde bankmedewerkster vertelt dat er ’s nachts een groot geldbedrag van de rekening van aangeefster is afgehaald. Aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpas in een witte enveloppe te stoppen, geeft haar pincode telefonisch door en geeft vervolgens de witte enveloppe aan een koerier. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 12:27 uur € 500 bij een Geldmaat in Gouda en om 12:32 uur €1.200 bij een [winkel 5] in Gouda, voor in totaal € 1.700. De beelden van de Geldmaat en [winkel 5] in Gouda zijn onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 47: [benadeelde partij 38]
Op 26 januari 2024 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 24] omstreeks 14:45 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Rabobank. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er in de omgeving criminele praktijken plaatsvinden en dat de bankpas van aangeefster, inclusief scanner, in een witte enveloppe moet worden gestopt, die vervolgens gedurende het telefoongesprek wordt opgehaald door een koerier. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 16:46 uur € 2.251,99 bij een [winkel 10] in Rotterdam en om 16:55 uur viermaal telkens € 120 bij een Geldmaat in Rotterdam, voor in totaal € 2.741,99. Bij de [winkel 10] zijn cadeaubonnen afgerekend. De cadeaubonnen zijn op diezelfde dag om 17:40 uur verzilverd, waarbij drie spelcomputers zijn gekocht. Zowel de beelden van de [winkel 10] als de beelden van de Geldmaat zijn door de politie onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 48: [benadeelde partij 39]
Op 3 februari 2024 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 25] omstreeks 09:30 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de ING. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat meerdere mensen slachtoffer zijn geworden van bankpasfraude en dat de bankpas van aangeefster uit voorzorg is geblokkeerd.
Beoordeling
Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 16:05 uur € 450 bij een [winkel 4] in Gouda. Daarbij zijn cadeaukaarten aangeschaft. Door de politie zijn camerabeelden van de [winkel 4] onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 38: [benadeelde partij 31]
Op 28 februari 2023 wordt aangever in zijn woning in [plaats 18] omstreeks 11:00 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de ASN-bank (de rechtbank begrijpt: de Volksbank), waarna aangever door de zogenaamde bankmedewerker wordt geïnstrueerd zijn pincode af te staan en zijn bankpas en tablet mee te geven aan een koerier, die gedurende het telefoongesprek aan de deur verschijnt. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangever geld afgeschreven, te weten € 3.750. Daarbij zijn cadeaukaarten aangeschaft. Door de politie zijn de camerabeelden van de [winkel 9] onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 39: [benadeelde partij 32]
Op 10 oktober 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 17] omstreeks 12:30 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Regiobank (de rechtbank begrijpt: de Volksbank), waarna aangeefster door de zogenaamde bankmedewerker wordt geïnstrueerd haar pincodes af te staan en haar bankpassen en mobiele telefoon in een enveloppe te stoppen en deze mee te geven aan een koerier, die gedurende het telefoongesprek aan de deur verschijnt. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf een rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 13:49 en 13:50 uur telkens € 500 bij een Geldmaat in Bergambacht, voor in totaal € 1.000. Door de politie zijn camerabeelden onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 40: [benadeelde partij 33]
Op 7 juni 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 19] omstreeks 15:45 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als een medewerker van de politie, waarna aangeefster door de zogenaamde bankmedewerker wordt geïnstrueerd haar pincodes door te geven en haar pasjes in een enveloppe te stoppen en deze af te geven aan een koerier. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf een rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 16:36 en 16:40 uur telkens € 1.111 aan muntrollen bij een automaat in Zaltbommel, voor in totaal € 2.222. Door de politie zijn camerabeelden van de geldautomaat onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 43: [benadeelde partij 34]
Op 4 november 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 20] omstreeks 10:30 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Regiobank (de rechtbank begrijpt: de Volksbank). Deze persoon deelt mee dat er personen aan het inbreken zijn geweest op de computer van aangeefster en om dat op te lossen heeft de bank de bankpas en pincode van aangeefster nodig. Een koerier heeft deze vervolgens opgehaald. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster tweemaal € 750 bij een boekhandel in [plaats 20] afgeschreven voor in totaal € 1.500. Daarbij zijn cadeaubonnen aangeschaft. Van deze transactie geen camerabeelden. Op dezelfde dag, omstreeks 14:42 uur, zijn de cadeaubonnen verzilverd bij een [winkel 8] in Rotterdam. Hiervan zijn beelden beschikbaar en op deze beelden heeft verdachte zichzelf ter terechtzitting herkend.
Zaak 44: [benadeelde partij 35]
Op 1 september 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 21] gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Rabobank. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat de bankpas van aangeefster is verlopen en dat deze door een koerier wordt opgehaald. Van de zogenaamde bankmedewerker ontvangt aangeefster een code, waarmee de koerier zich legitimeerde. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten tussen 14:39 uur en 14:45 uur vijfmaal telkens € 750 bij een [winkel 7] in Den Helder en om 14:51 uur € 120 euro bij een Geldmaat in Den Helder, voor in totaal € 3.270. De beelden van de [winkel 7] en de Geldmaat zijn onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 45: [benadeelde partij 36]
Op 7 september 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 22] omstreeks 14:30 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Rabobank. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er ’s nachts is geprobeerd een geldbedrag van de rekening van aangeefster af te halen. De bankrekening van aangeefster moet worden geblokkeerd en daarvoor moet de bankpas in een enveloppe worden gestopt en worden afgegeven aan een koerier. Aan de telefoon geeft aangeefster ook haar pincode door. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten tussen 16:01 uur en 16:08 uur vijfmaal telkens € 750 bij [winkel 1] in Broek op Langedijk, voor in totaal € 3.750. Uit navraag bij de winkelmedewerker blijkt dat er cadeaubonnen zijn aangeschaft. De camerabeelden van het winkelcentrum – waar [winkel 1] zich bevindt – zijn onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 46: [benadeelde partij 37]
Op 1 december 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 23] omstreeks 11:00 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerkster van de ABN AMRO. De zogenaamde bankmedewerkster vertelt dat er ’s nachts een groot geldbedrag van de rekening van aangeefster is afgehaald. Aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpas in een witte enveloppe te stoppen, geeft haar pincode telefonisch door en geeft vervolgens de witte enveloppe aan een koerier. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 12:27 uur € 500 bij een Geldmaat in Gouda en om 12:32 uur €1.200 bij een [winkel 5] in Gouda, voor in totaal € 1.700. De beelden van de Geldmaat en [winkel 5] in Gouda zijn onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 47: [benadeelde partij 38]
Op 26 januari 2024 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 24] omstreeks 14:45 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Rabobank. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat er in de omgeving criminele praktijken plaatsvinden en dat de bankpas van aangeefster, inclusief scanner, in een witte enveloppe moet worden gestopt, die vervolgens gedurende het telefoongesprek wordt opgehaald door een koerier. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten om 16:46 uur € 2.251,99 bij een [winkel 10] in Rotterdam en om 16:55 uur viermaal telkens € 120 bij een Geldmaat in Rotterdam, voor in totaal € 2.741,99. Bij de [winkel 10] zijn cadeaubonnen afgerekend. De cadeaubonnen zijn op diezelfde dag om 17:40 uur verzilverd, waarbij drie spelcomputers zijn gekocht. Zowel de beelden van de [winkel 10] als de beelden van de Geldmaat zijn door de politie onderzocht. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden herkend als pinner.
Zaak 48: [benadeelde partij 39]
Op 3 februari 2024 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 25] omstreeks 09:30 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de ING. De zogenaamde bankmedewerker vertelt dat meerdere mensen slachtoffer zijn geworden van bankpasfraude en dat de bankpas van aangeefster uit voorzorg is geblokkeerd.
Beoordeling
Gevraagd naar haar pincode geeft aangeefster deze door. Aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpas en iPad mee te geven aan een koerier. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten 10:08 uur € 900 en om 10:09 uur € 600 bij een speelgoedwinkel en om 10:31 uur € 900 bij een [winkel 6] , telkens in [plaats 25] , voor in totaal € 2.400. Bij de speelgoedwinkel zijn cadeaukaarten gekocht. Door de politie wordt verdachte op camerabeelden van de speelgoedwinkel herkend. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden ook herkend op de beelden.
4.3
Feit 2: medeplegen van oplichting
4.3.1
De standpunten
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het ten laste gelegde medeplegen van oplichting wettig en overtuigend te bewijzen. De standpunten van de officier van justitie worden, voor zover van belang voor de beoordeling, verder besproken in de hiernavolgende paragraaf.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde medeplegen van oplichting. De standpunten van de raadsvrouw worden, voor zover van belang voor de beoordeling, verder besproken in de hiernavolgende paragraaf.
4.3.2
Bewezenverklaring feit 2
Zaak 52: [benadeelde partij 40]
Op 28 maart 2024 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 26] omstreeks 14:00 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de ABN ARMO en de Rabobank. De zogenaamde bankmedeweker vertelt dat er ’s nachts is geprobeerd twee grote geldbedragen van de rekening van aangeefster bij de Rabobank af te schrijven en dat de bankpassen daarom zullen worden opgehaald door een collega. Aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpassen in een enveloppe te stoppen, daar een code op te schrijven en deze af te geven aan de koerier, een collega van de zogenaamde bankmedewerker, die omstreeks 14:30 uur aan de deur verschijnt. Aangeefster heeft telefonisch haar pincode doorgegeven. Kort daarna, op diezelfde dag, zijn er vanaf de rekeningen van aangeefster meerdere geldbedragen afgeschreven, voor in totaal € 1.664.
Aangeefster omschrijft de koerier als een gezet persoon met een donkere huidskleur, zwart haar en ongeveer 1 meter 85 lang. Daarnaast draagt de koerier een spijkerbroek, wit overhemd en een donkere jas. Door de politie zijn camerabeelden onderzocht, waarop de toegangsdeur om het complex in te komen te zien is. Op deze beelden is te zien dat omstreeks 14:32 uur een persoon met een ongeveer gelijkluidende omschrijving als de omschrijving van aangeefster in beeld verschijnt. Verdachte is op de beelden door verbalisanten herkend. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard zichzelf op één van de beelden te herkennen.
Zoals onder feit 1 is opgemerkt past deze werkwijze van bankhelpdeskfraude in het eerder genoemde patroon, waarbij iemand belt uit naam van de bank, een ander de bankpas(sen) ophaalt en weer een ander gaat pinnen. De rol van verdachte bij dit feit is echter een andere, die van de ophaler van de bankpas. Dit is een cruciale rol binnen het samenwerkingsverband om de oplichting te kunnen voltooien. Aannemelijk is dat de beller en/of de pinner in deze zaak een andere persoon is geweest dan verdachte.
Daarmee is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat het verdachte is geweest die de bankpassen van aangeefster heeft opgehaald en daarmee dat verdachte zich, samen met een of meer anderen, schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting.
Zaak 53: [benadeelde partij 41]
Op 16 juni 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 27] omstreeks 14:30 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Rabobank en de SNS (de rechtbank begrijpt: de Volksbank). De zogenaamde bankmedeweker vertelt dat er ’s nachts geprobeerd is in de bankrekening van aangeefster te komen, waardoor de bankpassen moeten worden vervangen en de mobiele telefoon moet worden afgegeven, omdat daar een virus op zou zitten. Aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpassen van SNS en haar mobiele telefoon in een enveloppe te stoppen en deze af te geven aan een koerier. Van de zogenaamde bankmedewerker krijgt aangeefster de code [code] waarmee de koerier – die omstreeks 16:00 uur aankomt bij de woning van aangeefster – zich identificeert. Gevraagd naar haar pincodes geeft aangeefster telefonisch de pincode van één van de bankpassen.
Op 3 april 2024 is naast het bed in de slaapkamer van verdachte een telefoon in beslag genomen. In de telefoon worden gegevens aangetroffen waaruit kan worden afgeleid dat het de telefoon van verdachte betreft. Zo worden e-mailadressen aangetroffen met daarin zowel de voor- als achternaam van verdachte, evenals de door verdachte in de relevante periode gebruikte Snapchataccounts. In de telefoon worden twee Snapchatberichten aangetroffen die door verdachte zijn verstuurdop 16 juni 2023 om 13:26 uur, met tijdsaanduiding UTC+0. De rechtbank begrijpt dat de tijdsaanduiding ten tijde van de feiten in Nederland UTC+2 betrof en dat de berichten dus werkelijk zijn verstuurd om 15:26 uur (ongeveer een uur nadat aangeefster is gebeld en ongeveer een half uur voordat de koerier aan de deur is verschenen). De berichten worden vrijwel gelijktijdig verstuurd en bevatten de tekst “ [code] ” en “SNS”. Uit het korte tijdspad tussen het gevoerde telefoongesprek waarbij de codes werden doorgegeven aan aangeefster, de verstuurde berichten en het moment dat de koerier met de juiste codes de bankpassen komt ophalen, leidt de rechtbank af dat verdachte de koerier in deze zaak moet hebben aangestuurd. Daarmee heeft hij ook deze oplichting samen met ten minste een ander gepleegd. In ieder geval met de persoon die als koerier de bankpassen heeft opgehaald, maar er is mogelijk (ook) nog iemand anders geweest die het telefoongesprek heeft gevoerd.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting.
4.4
Feit 3: medeplegen van poging tot oplichting
Verdachte heeft ten aanzien van de pogingen tot oplichting (zaak 50 ten aanzien van [benadeelde partij 42] en zaak 51 ten aanzien van [benadeelde partij 43] ) een bekennende verklaring afgelegd. De verdediging heeft voor dit feit, voor zover hierna bewezen verklaard, geen vrijspraak bepleit. Onder deze omstandigheden hoeft de rechtbank de bewijsmiddelen niet uit te werken, maar kan worden volstaan met het opsommen van de bewijsmiddelen. De rechtbank acht, evenals de officier van justitie en de raadsvrouw, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.
Beoordeling
Gevraagd naar haar pincode geeft aangeefster deze door. Aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpas en iPad mee te geven aan een koerier. Kort daarna, op diezelfde dag, is er vanaf de rekening van aangeefster geld afgeschreven, te weten 10:08 uur € 900 en om 10:09 uur € 600 bij een speelgoedwinkel en om 10:31 uur € 900 bij een [winkel 6] , telkens in [plaats 25] , voor in totaal € 2.400. Bij de speelgoedwinkel zijn cadeaukaarten gekocht. Door de politie wordt verdachte op camerabeelden van de speelgoedwinkel herkend. Ter terechtzitting heeft verdachte zichzelf op beelden ook herkend op de beelden.
4.3
Feit 2: medeplegen van oplichting
4.3.1
De standpunten
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het ten laste gelegde medeplegen van oplichting wettig en overtuigend te bewijzen. De standpunten van de officier van justitie worden, voor zover van belang voor de beoordeling, verder besproken in de hiernavolgende paragraaf.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde medeplegen van oplichting. De standpunten van de raadsvrouw worden, voor zover van belang voor de beoordeling, verder besproken in de hiernavolgende paragraaf.
4.3.2
Bewezenverklaring feit 2
Zaak 52: [benadeelde partij 40]
Op 28 maart 2024 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 26] omstreeks 14:00 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de ABN ARMO en de Rabobank. De zogenaamde bankmedeweker vertelt dat er ’s nachts is geprobeerd twee grote geldbedragen van de rekening van aangeefster bij de Rabobank af te schrijven en dat de bankpassen daarom zullen worden opgehaald door een collega. Aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpassen in een enveloppe te stoppen, daar een code op te schrijven en deze af te geven aan de koerier, een collega van de zogenaamde bankmedewerker, die omstreeks 14:30 uur aan de deur verschijnt. Aangeefster heeft telefonisch haar pincode doorgegeven. Kort daarna, op diezelfde dag, zijn er vanaf de rekeningen van aangeefster meerdere geldbedragen afgeschreven, voor in totaal € 1.664.
Aangeefster omschrijft de koerier als een gezet persoon met een donkere huidskleur, zwart haar en ongeveer 1 meter 85 lang. Daarnaast draagt de koerier een spijkerbroek, wit overhemd en een donkere jas. Door de politie zijn camerabeelden onderzocht, waarop de toegangsdeur om het complex in te komen te zien is. Op deze beelden is te zien dat omstreeks 14:32 uur een persoon met een ongeveer gelijkluidende omschrijving als de omschrijving van aangeefster in beeld verschijnt. Verdachte is op de beelden door verbalisanten herkend. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard zichzelf op één van de beelden te herkennen.
Zoals onder feit 1 is opgemerkt past deze werkwijze van bankhelpdeskfraude in het eerder genoemde patroon, waarbij iemand belt uit naam van de bank, een ander de bankpas(sen) ophaalt en weer een ander gaat pinnen. De rol van verdachte bij dit feit is echter een andere, die van de ophaler van de bankpas. Dit is een cruciale rol binnen het samenwerkingsverband om de oplichting te kunnen voltooien. Aannemelijk is dat de beller en/of de pinner in deze zaak een andere persoon is geweest dan verdachte.
Daarmee is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat het verdachte is geweest die de bankpassen van aangeefster heeft opgehaald en daarmee dat verdachte zich, samen met een of meer anderen, schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting.
Zaak 53: [benadeelde partij 41]
Op 16 juni 2023 wordt aangeefster in haar woning in [plaats 27] omstreeks 14:30 uur gebeld door een persoon die zich voordoet als medewerker van de Rabobank en de SNS (de rechtbank begrijpt: de Volksbank). De zogenaamde bankmedeweker vertelt dat er ’s nachts geprobeerd is in de bankrekening van aangeefster te komen, waardoor de bankpassen moeten worden vervangen en de mobiele telefoon moet worden afgegeven, omdat daar een virus op zou zitten. Aangeefster wordt geïnstrueerd haar bankpassen van SNS en haar mobiele telefoon in een enveloppe te stoppen en deze af te geven aan een koerier. Van de zogenaamde bankmedewerker krijgt aangeefster de code [code] waarmee de koerier – die omstreeks 16:00 uur aankomt bij de woning van aangeefster – zich identificeert. Gevraagd naar haar pincodes geeft aangeefster telefonisch de pincode van één van de bankpassen.
Op 3 april 2024 is naast het bed in de slaapkamer van verdachte een telefoon in beslag genomen. In de telefoon worden gegevens aangetroffen waaruit kan worden afgeleid dat het de telefoon van verdachte betreft. Zo worden e-mailadressen aangetroffen met daarin zowel de voor- als achternaam van verdachte, evenals de door verdachte in de relevante periode gebruikte Snapchataccounts. In de telefoon worden twee Snapchatberichten aangetroffen die door verdachte zijn verstuurdop 16 juni 2023 om 13:26 uur, met tijdsaanduiding UTC+0. De rechtbank begrijpt dat de tijdsaanduiding ten tijde van de feiten in Nederland UTC+2 betrof en dat de berichten dus werkelijk zijn verstuurd om 15:26 uur (ongeveer een uur nadat aangeefster is gebeld en ongeveer een half uur voordat de koerier aan de deur is verschenen). De berichten worden vrijwel gelijktijdig verstuurd en bevatten de tekst “ [code] ” en “SNS”. Uit het korte tijdspad tussen het gevoerde telefoongesprek waarbij de codes werden doorgegeven aan aangeefster, de verstuurde berichten en het moment dat de koerier met de juiste codes de bankpassen komt ophalen, leidt de rechtbank af dat verdachte de koerier in deze zaak moet hebben aangestuurd. Daarmee heeft hij ook deze oplichting samen met ten minste een ander gepleegd. In ieder geval met de persoon die als koerier de bankpassen heeft opgehaald, maar er is mogelijk (ook) nog iemand anders geweest die het telefoongesprek heeft gevoerd.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting.
4.4
Feit 3: medeplegen van poging tot oplichting
Verdachte heeft ten aanzien van de pogingen tot oplichting (zaak 50 ten aanzien van [benadeelde partij 42] en zaak 51 ten aanzien van [benadeelde partij 43] ) een bekennende verklaring afgelegd. De verdediging heeft voor dit feit, voor zover hierna bewezen verklaard, geen vrijspraak bepleit. Onder deze omstandigheden hoeft de rechtbank de bewijsmiddelen niet uit te werken, maar kan worden volstaan met het opsommen van de bewijsmiddelen. De rechtbank acht, evenals de officier van justitie en de raadsvrouw, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.
Beoordeling
De rechtbank heeft de volgende bewijsmiddelen gebruikt:
een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij 42] van 2 april 2024;
een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij 43] van 3 april 2024;
de verklaring van verdachte ter terechtzitting.
5BEWEZENVERKLARING
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
Feit 1
op tijdstippen in de periode van 31 januari 2023 tot en met 29 maart 2024, in Nederland, meermalen tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, geldbedragen heeft weggenomen, welke geldbedragen geheel toebehoorden aan rekeninghouders van de Rabobank, de ING bank, de ABN AMRO bank en de Volksbank, te weten:
[benadeelde partij 4] (€ 1.500) (zaak 1),
[benadeelde partij 5] (€ 9.809) (zaak 2),
[benadeelde partij 6] (€ 1.659) (zaak 3),
[benadeelde partij 7] (€ 9.812) (zaak 4),
[benadeelde partij 3] (€ 5.712) (zaak 5), en
andere personen (zaak 6, zaken 8 t/m 16, zaken 20 t/m 30, zaken 33 t/m 35, zaken 38 t/m 40 en 43 t/m 48),
waarbij verdachte en zijn mededaders het weg te nemen geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, door zonder toestemming gebruik te maken van de betreffende bankpassen, de bij de bankpassen behorende pincodes en daarmee geld te pinnen en tegoed- en waardebonnen te kopen;
Feit 2
op tijdstippen in de periode van 16 juni 2023 tot en met 28 maart 2024, te Scherpenzeel en Woerden, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, rekeninghouders van de Volksbank en de Rabobank, te weten
[benadeelde partij 40] (zaak 52) en
[benadeelde partij 41] (zaak 53),
hebben bewogen tot de afgifte van bankpassen en/of een mobiele telefoon, en tot het ter beschikking stellen van gegevens, te weten de bij de bankpassen behorende pincodes, door:
zich voor te doen als een bankmedewerker,
voornoemde rekeninghouders te vertellen dat er getracht was geld over te maken vanaf hun bankrekening,
te vertellen dat er een medewerker van de bank langs zou komen om de bankpassen en/of de mobiele telefoon van voornoemde rekeninghouders op te halen,
bij de woning van voornoemde rekeninghouders langs te gaan en zich voor te doen als medewerker van de bank,
waardoor bovengenoemde rekeninghouders werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;
Feit 3
op 2 april 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, rekeninghouders van de ING bank, te weten
[benadeelde partij 42] (zaak 50) en
[benadeelde partij 43] (zaak 51),
hebben bewogen tot de afgifte van bankpassen en tot het ter beschikking stellen van gegevens, te weten de bij de bankpassen behorende pincodes, door:
zich voor te doen als een bankmedewerker,
voornoemde rekeninghouders te vertellen dat er getracht was geld over te maken vanaf hun bankrekening,
te vertellen dat er een medewerker van de bank langs zou komen om de bankpassen van voornoemde rekeninghouders op te halen,
bij de woning van voornoemde rekeninghouders langs te gaan en zich voor te doen als medewerker van de bank,
waardoor bovengenoemde rekeninghouders werden bewogen tot bovenomschreven afgifte,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.
6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:
Feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;
Feit 2: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;
Feit 3: medeplegen van poging tot oplichting, meermalen gepleegd.
7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
8OPLEGGING VAN STRAF
8.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek, waarvan 8 maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van 3 jaren.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht op te leggen een gevangenisstraf straf die gelijk is aan de duur van het voorarrest of een taakstraf.
8.3
Beoordeling
De rechtbank heeft de volgende bewijsmiddelen gebruikt:
een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij 42] van 2 april 2024;
een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij 43] van 3 april 2024;
de verklaring van verdachte ter terechtzitting.
5BEWEZENVERKLARING
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
Feit 1
op tijdstippen in de periode van 31 januari 2023 tot en met 29 maart 2024, in Nederland, meermalen tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, geldbedragen heeft weggenomen, welke geldbedragen geheel toebehoorden aan rekeninghouders van de Rabobank, de ING bank, de ABN AMRO bank en de Volksbank, te weten:
[benadeelde partij 4] (€ 1.500) (zaak 1),
[benadeelde partij 5] (€ 9.809) (zaak 2),
[benadeelde partij 6] (€ 1.659) (zaak 3),
[benadeelde partij 7] (€ 9.812) (zaak 4),
[benadeelde partij 3] (€ 5.712) (zaak 5), en
andere personen (zaak 6, zaken 8 t/m 16, zaken 20 t/m 30, zaken 33 t/m 35, zaken 38 t/m 40 en 43 t/m 48),
waarbij verdachte en zijn mededaders het weg te nemen geld onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, door zonder toestemming gebruik te maken van de betreffende bankpassen, de bij de bankpassen behorende pincodes en daarmee geld te pinnen en tegoed- en waardebonnen te kopen;
Feit 2
op tijdstippen in de periode van 16 juni 2023 tot en met 28 maart 2024, te Scherpenzeel en Woerden, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, rekeninghouders van de Volksbank en de Rabobank, te weten
[benadeelde partij 40] (zaak 52) en
[benadeelde partij 41] (zaak 53),
hebben bewogen tot de afgifte van bankpassen en/of een mobiele telefoon, en tot het ter beschikking stellen van gegevens, te weten de bij de bankpassen behorende pincodes, door:
zich voor te doen als een bankmedewerker,
voornoemde rekeninghouders te vertellen dat er getracht was geld over te maken vanaf hun bankrekening,
te vertellen dat er een medewerker van de bank langs zou komen om de bankpassen en/of de mobiele telefoon van voornoemde rekeninghouders op te halen,
bij de woning van voornoemde rekeninghouders langs te gaan en zich voor te doen als medewerker van de bank,
waardoor bovengenoemde rekeninghouders werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;
Feit 3
op 2 april 2024 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, rekeninghouders van de ING bank, te weten
[benadeelde partij 42] (zaak 50) en
[benadeelde partij 43] (zaak 51),
hebben bewogen tot de afgifte van bankpassen en tot het ter beschikking stellen van gegevens, te weten de bij de bankpassen behorende pincodes, door:
zich voor te doen als een bankmedewerker,
voornoemde rekeninghouders te vertellen dat er getracht was geld over te maken vanaf hun bankrekening,
te vertellen dat er een medewerker van de bank langs zou komen om de bankpassen van voornoemde rekeninghouders op te halen,
bij de woning van voornoemde rekeninghouders langs te gaan en zich voor te doen als medewerker van de bank,
waardoor bovengenoemde rekeninghouders werden bewogen tot bovenomschreven afgifte,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.
6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:
Feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;
Feit 2: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;
Feit 3: medeplegen van poging tot oplichting, meermalen gepleegd.
7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
8OPLEGGING VAN STRAF
8.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek, waarvan 8 maanden voorwaardelijk en met een proeftijd van 3 jaren.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht op te leggen een gevangenisstraf straf die gelijk is aan de duur van het voorarrest of een taakstraf.
8.3