Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-04-15
ECLI:NL:RBMNE:2025:2083
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,233 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/3927
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 april 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht
(gemachtigde: mr. K.L. Vos).
Inleiding
1.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de naheffingsaanslag van € 78,33 die aan hem is opgelegd op 31 mei 2023.
1.2.
Eiser heeft tegen de naheffingsaanslag bezwaar gemaakt. In de uitspraak op bezwaar van 17 juli 2023 heeft verweerder het besluit gehandhaafd.
1.3.
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep behandeld op de zitting van 4 maart 2025. Hieraan hebben deelgenomen: [A] , namens eiser, en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
2.1.
De naheffingsaanslag is opgelegd aan eiser, omdat zijn auto met kenteken [kenteken] op 18 mei 2023 aan de [straat] geparkeerd stond zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was betaald. In de parkeerverordening is deze plaats aangewezen als een plaats waar alleen tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd. De naheffingsaanslag is om 20:45 uur aan eiser opgelegd.
2.2.
Eiser vindt dat de naheffingsaanslag moet worden vernietigd. Eiser voert aan dat hij ten onrechte als belastingplichtige is aangemerkt, omdat zijn zwager het voertuig heeft geparkeerd. Daarnaast stelt eiser dat volgens Parkmobile het parkeren in de zone A2, waar de [straat] onder valt, op Hemelvaartsdag gratis is en dat hij in de veronderstelling is dat dit altijd het geval was. Eiser heeft om die reden de verschuldigde parkeerbelasting op 18 mei 2023 niet betaald en voert aan dat de naheffingsaanslag onredelijk is.
2.3.
Eiser krijgt geen gelijk in deze zaak. De rechtbank legt hierna uit waarom.
2.4.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder er terecht op gewezen dat uit de wet volgt dat de kentekenhouder van een voertuig moet worden aangemerkt als de parkeerder. Op deze persoon moet daarom de naheffingsaanslag parkeerbelasting worden opgelegd. In dit geval is dat eiser.
2.5.
Verder is de rechtbank van oordeel dat de onduidelijkheid over het gratis parkeren op Hemelvaartsdag die volgens eiser is ontstaan door informatie van Parkmobile, als gevolg waarvan eiser ervan uitging dat hij geen parkeerbelasting hoefde te betalen, voor zijn eigen rekening en risico komt. Van een parkeerder mag worden verwacht dat hij bij aanvang van het parkeren voldoende onderzoekt of parkeerbelasting moet worden betaald, bijvoorbeeld door het raadplegen van de website van de gemeente. Daarbij merkt de rechtbank op dat gesteld noch gebleken is dat Parkmobile wordt geëxploiteerd door verweerder of dat deze op enige wijze verantwoordelijk is voor de inhoud van de informatie daarvan.
2.6.
Het voorgaande betekent dat de naheffingsaanslag terecht aan eiser is opgelegd.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.G. van Dijk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie artikel 225, vijfde lid, van de Gemeentewet.