Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-01-17
ECLI:NL:RBMNE:2025:2025
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,866 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/2759
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 januari 2025 in de zaak tussen
[gemachtigde] , veronderstellenderwijs namens [eiser] , eiser,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Almere, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 18 januari 2024.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
Griffierecht
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 51,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 29 juni 2024 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen 4 weken moet betalen aan de rechtbank. Deze brief is volgens de track en trace bezorgd en voor ontvangst getekend op 2 juli 2024.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
Verstrekken machtiging
6. De rechtbank stelt vast dat eiser ook geen machtiging heeft overgelegd waarin staat dat mevrouw M.J. Klaassen-Viersma namens eiser mag optreden. Als dat niet gebeurt, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen.
7. De rechtbank heeft eiser op 30 mei 2024 laten weten dat hij bovengenoemd gebrek uiterlijk 27 juni 2024 kan herstellen. Op 6 augustus 2024 heeft de rechtbank aan eiser een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat hij uiterlijk op 3 september 2024 het gebrek moet herstellen. Op 4 november 2024 is een bericht van gelijke strekking aan eiser verzonden, waarin werd aangegeven dat hij uiterlijk op 2 december 2024 het gebrek kon herstellen.
8. Eiser heeft niet gereageerd op voornoemde brieven.
9. Doordat het griffierecht niet is betaald en geen machtiging is overgelegd, zal het beroep niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).
10. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
A.C. van de Biesebos, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
17 januari 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/2759
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 januari 2025 in de zaak tussen
[gemachtigde] , veronderstellenderwijs namens [eiser] , eiser,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Almere, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 18 januari 2024.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
Griffierecht
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 51,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 29 juni 2024 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen 4 weken moet betalen aan de rechtbank. Deze brief is volgens de track en trace bezorgd en voor ontvangst getekend op 2 juli 2024.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
Verstrekken machtiging
6. De rechtbank stelt vast dat eiser ook geen machtiging heeft overgelegd waarin staat dat mevrouw M.J. Klaassen-Viersma namens eiser mag optreden. Als dat niet gebeurt, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen.
7. De rechtbank heeft eiser op 30 mei 2024 laten weten dat hij bovengenoemd gebrek uiterlijk 27 juni 2024 kan herstellen. Op 6 augustus 2024 heeft de rechtbank aan eiser een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat hij uiterlijk op 3 september 2024 het gebrek moet herstellen. Op 4 november 2024 is een bericht van gelijke strekking aan eiser verzonden, waarin werd aangegeven dat hij uiterlijk op 2 december 2024 het gebrek kon herstellen.
8. Eiser heeft niet gereageerd op voornoemde brieven.
9. Doordat het griffierecht niet is betaald en geen machtiging is overgelegd, zal het beroep niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).
10. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
A.C. van de Biesebos, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
17 januari 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.