Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-01-31
ECLI:NL:RBMNE:2025:189
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
772 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6279
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 januari 2025 in de zaak tussen
[verzoekster], te [plaats], verzoekster,
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.
Verweerder heeft gereageerd op dit verzoek en gesteld dat er in deze zaak geen kosten zijn gemaakt die volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen. Verweerder stelt wel dat verzoekster recht heeft op terugbetaling van het griffierecht
Overwegingen
1. Verweerder heeft op 12 maart, 13 maart, 1 april en 12 april beslissingen op bezwaar genomen over de naheffingsaanslagen parkeerbelastingen die zijn opgelegd aan verzoekster, waarin de bezwaren van verzoekster ongegrond zijn verklaard. Verzoekster is hiertegen in beroep gegaan. Op 15 oktober 2024 heeft verweerder medegedeeld dat hij terugkomt op de beslissingen op bezwaar en dat hij de naheffingsaanslagen vernietigd. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoekster wilde. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Alleen de kosten die gemaakt zijn door een professionele (juridische) hulpverlener kunnen worden vergoed. Omdat verzoekster geen advocaat of andere professionele juridische hulpverlener heeft, zijn er ook geen kosten die vergoed kunnen worden.
4. Verweerder moet wel het griffierecht van € 51,- aan verzoekster betalen (artikel 8:41 Awb ). Omdat dit rechtstreeks uit de wet volgt, hoeft verweerder hier niet toe veroordeeld te worden. Verzoekster kan zich hiervoor tot verweerder wenden.
Dictum
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van
J.M.J. Kooistra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.