Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-03-20
ECLI:NL:RBMNE:2025:1180
Civiel recht; Insolventierecht
Beschikking
697 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Afdeling Civiel recht
Locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/25/23 R
uitspraakdatum: 20 maart 2025
beschikking ex artikel 349a lid 2 Fw.
in de zaak van
de heer
[schuldenaar]
,
geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] ,
wonende [adres] , [woonplaats] ,
hierna: de schuldenaar.
Procesverloop
1.1.
Bij vonnis van deze rechtbank van 31 januari 2025 is de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard op de schuldenaar. Bewindvoerder is A.A.M. Hagens. rechter-commissaris is mr. P.J. Neijt.
1.2.
De beschermingsbewindvoerder mevrouw M. Klein-van den Wijngaard, namens de schuldenaar, heeft op 28 februari 2025 verzocht om de duur van de regeling te verkorten.
Beoordeling
2.1
Artikel 349a lid 2 van de Faillissementswet (Fw), geeft de rechter-commissaris de bevoegdheid om de duur van een schuldsaneringsregeling aan te passen. Dit kan de rechter-commissaris doen op eigen initiatief, op verzoek van de bewindvoerder, de schuldenaar of schuldeisers. De rechter-commissaris verkort de duur van een schuldsaneringsregeling doorgaans alleen als het duidelijk is dat het boedelsaldo niet meer zal toenemen. Die situatie doet zich hier niet voor. De schuldenaar wil dat de rechter-commissaris de termijn verkort, omdat er voorafgaande aan de schuldsaneringsregeling door hem is gespaard.
2.2
De rechtbank heeft in dit geval de looptijd vastgesteld op 18 maanden, dus zonder verkorting. De rechter-commissaris is in beginsel aan deze beslissing gebonden. Dit kan anders zijn als sprake is van een duidelijk fout in de juridische of feitelijke basis van de beslissing van de rechtbank, of als er na de uitspraak nieuwe, relevante feiten aan het licht komen. In dergelijke uitzonderlijke gevallen kan de rechter-commissaris de beslissing heroverwegen.
2.3
Er is in dit geval geen ruimte voor een uitzondering. Tijdens de zitting bij de rechtbank is de mogelijkheid van een verkorting van de looptijd besproken, in aanwezigheid van de beschermingsbewindvoerder. Er zijn geen aanwijzingen dat de feiten die nu worden aangedragen, destijds niet bekend hadden kunnen zijn bij de rechtbank. Bovendien zijn er geen nieuwe feiten of duidelijke fouten in de eerdere beslissing gebleken.
2.5
Daarom is er geen gegronde reden om de eerder vastgestelde looptijd van de schuldsaneringsregeling te wijzigen.
Dictum
De rechter-commissaris
3.1
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven door mr. P.J. Neijt op 20 maart 2025.