Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-02-21
ECLI:NL:RBMNE:2025:1014
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
740 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/2856
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 februari 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Almere, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld op 6 april 2024 tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 7 maart 2024.
Verweerder heeft op 9 juli 2024 de drie naheffingsaanslagen waartegen beroep was ingesteld ambtshalve verminderd tot € 0,-.
De rechtbank heeft eiseres op 4 september 2024 gevraagd of zij haar beroep wil handhaven en, zo ja, waarom zij dat wilt. Hierop heeft eiseres niet gereageerd. Op 24 september 2024 en 16 oktober 2024 heeft de rechtbank eiseres gevraagd alsnog te reageren. Ook hierop heeft eiseres niet gereageerd.
Overwegingen
1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Op 9 juli 2024 heeft verweerder aan eiseres medegedeeld dat zij tegemoetkomt aan de bezwaargronden van eiseres en de naheffingsaanslagen ambtshalve verminderd tot € 0,- en € 1.338,- aan proceskostenvergoeding toegekend.
3. De rechtbank stelt vast dat verweerder volledig aan eiseres haar bezwaar tegemoet is gekomen. Het geschil tussen eiseres en verweerder houdt daardoor op te bestaan. Aangezien niet is gebleken van enig belang bij vernietiging van het bestreden besluit, moet het beroep wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk worden verklaard.
4. De rechtbank ziet geen reden om de heffingsambtenaar te veroordelen in de proceskosten of te bepalen dat de heffingsambtenaar het griffierecht moet vergoeden, omdat de heffingsambtenaar zelf al heeft besloten dit te vergoeden naar aanleiding van een compromis met de gemachtigde van eiseres.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van L. El Kabch, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.