Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2025-03-10
ECLI:NL:RBMNE:2025:1005
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
628 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
Zaaknummer: UTR 24/4452
Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2025 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Amersfoort, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend op 1 juli 2024 tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 30 mei 2024.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. In de gronden van beroep geeft eiser alleen summier aan waarom hij het niet eens is met de uitspraak op bezwaar. De rechtbank heeft eiser op 19 december 2024 daarom een bericht gestuurd, waarin staat dat eiser uiterlijk tot en met 16 januari 2025 de aanvullende gronden van beroep met betrekking tot het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaarschrift in kan dienen. De rechtbank stelt vast dat eiser hierop niet heeft gereageerd.
3. Bij het ontbreken van gronden tegen de niet-ontvankelijkverklaring, ziet de rechtbank geen reden voor het oordeel dat de heffingsambtenaar ten onrechte het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar is daarom kennelijk ongegrond (artikel 8:54 van de Awb).
4. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Barmentlo, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.