Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-04-11
ECLI:NL:RBMNE:2024:7651
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,837 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/531073 / FO RK 21-1262
Gezag en omgang
Beschikking van 11 april 2025
in de zaak van:
[vader]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. A.H.A. Beijersbergen van Henegouwen,
tegen
[moeder]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. S.N. Ziekman-Meijerink.
Procesverloop
1.1.
De rechtbank heeft op 19 juli 2023 de beslissing(op) de verzoeken uitgesteld en (aanvullend) advies gevraagd aan de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
1.2.
De rechtbank heeft daarna de volgende stukken ontvangen:
het Raadsrapport van 16 april 2024;
het bericht met bijlage van de vader van 1 mei 2024;
het gewijzigde verzoek met bijlage van de moeder van 2 mei 2025;
het gewijzigde verzoek van de vader van 26 juni 2024;
het bericht met bijlage van de vader van 5 juli 2024;
het bericht met bijlage van de vader van 12 november 2024;
het bericht met bijlagen van de moeder van 10 maart 2024.
1.3.
De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 14 maart 2025. Daarbij waren aanwezig:
de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
de Raad, vertegenwoordigd door M. Boxmeer.
1.4.
De rechtbank heeft aan de minderjarige [minderjarige] , de dochter van de ouders, gevraagd wat zij van de verzoeken vindt. [minderjarige] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om haar mening te geven.
2Waar de procedure over gaat
2.1.
De ouders hebben een relatie met elkaar gehad.
2.2.
Zij zijn de ouders van: [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] . [minderjarige] woont bij de moeder.
2.3.
De moeder heeft alleen het gezag over [minderjarige] . Dat betekent dat zij alleen de belangrijke beslissingen over [minderjarige] kan nemen.
2.4.
De rechtbank heeft bij beschikking van 19 juli 2023 de voorlopige omgangsregeling als volgt gewijzigd:
[minderjarige] verblijft het laatste weekend van de maand van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de vader;
[minderjarige] verblijft de overige weekenden van zaterdagmiddag tot zondagmiddag bij de vader;
tijdens de vakanties loopt de voorlopige omgangsregeling door, tenzij de moeder met [minderjarige] op vakantie gaat;
[minderjarige] verblijft tijdens de feestdagen bij de moeder;
en de beslissing over de definitieve omgangsregeling aangehouden in afwachting van de nieuwe bevindingen van het Raadsonderzoek.
2.5.
De rechtbank moet nog een beslissing nemen op het verzoek van de vader om een omgangsregeling tussen [minderjarige] en de vader vast te stellen waarbij:
[minderjarige] het ene weekend van vrijdag uit school tot zaterdag 19.00 uur en het andere weekend van vrijdag uit school tot zondag 19.00 uur bij de vader is;
[minderjarige] elke woensdag uit school tot 19.00 uur bij de vader is;
de vakanties en feestdagen bij helfte worden verdeeld.
2.6.
De moeder is het niet eens met het verzoek van de vader. Zij verzoekt de rechtbank om de door de Raad geadviseerde omgangsregeling in deze beschikking op te nemen. Dit is de huidige omgangsregeling. De Raad heeft geadviseerd om de door de rechtbank vastgestelde voorlopige omgangsregeling als definitieve omgangsregeling vast te leggen en daarbij te bepalen dat [minderjarige] op voor de vader belangrijke feestdagen passend bij zijn geloof en cultuur bij de vader verblijft en [minderjarige] één keer per week op een vast moment telefonisch contact heeft met de vader.
Dictum
3.1.
De rechtbank zal de volgende omgangsregeling vaststellen:
[minderjarige] verblijft het laatste weekend van de maand van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de vader;
[minderjarige] verblijft de overige weekenden van zaterdagmiddag tot zondagmiddag bij de vader;
tijdens de vakanties loopt de omgangsregeling door, tenzij de moeder met [minderjarige] op vakantie gaat. De moeder geeft haar vakanties met [minderjarige] minimaal twee maanden van tevoren door aan de vader;
als [minderjarige] door een vakantie met de moeder omgangsmomenten met de vader mist, verblijft [minderjarige] het weekend voor óf na deze omgang een lang weekend, dus van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de vader. Als [minderjarige] tijdens deze weekenden al een lang weekend bij de vader verblijft, vindt er geen extra compensatie voor de gemiste omgang plaats;
[minderjarige] verblijft tijdens de feestdagen bij de moeder;
[minderjarige] verblijft volgens productie 1 van het gewijzigde verzoek van de moeder van 2 mei 2024 tijdens het Suikerfeest en het Offerfeest bij de vader;
[minderjarige] heeft iedere woensdag een belafspraak met de vader. Als [minderjarige] daar behoefte aan heeft kan er een extra belmoment op zondag plaatsvinden.
De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot deze beslissing is gekomen.
Omgangsregeling
3.2.
De rechtbank volgt het advies van de Raad bij het vaststellen van de omgangsregeling tussen [minderjarige] en de vader. Het is begrijpelijk dat de vader meer omgang wil met [minderjarige] , maar de rechtbank ziet daar gelet op het advies van de Raad geen ruimte voor. De huidige regeling loopt al geruime tijd en [minderjarige] gedijt daar goed onder. Uit het advies van de Raad volgt bovendien dat de vader eerst zelf met opvoedondersteuning aan de slag moet voordat uitbreiding van de omgang in het belang van [minderjarige] is. Anders dan de vader stelt, biedt de huidige regeling voldoende ruimte om deze opvoedondersteuning in te zetten, bijvoorbeeld op de vrijdagen waarop [minderjarige] bij de vader verblijft.
3.3.
Deze procedure loopt al lange tijd. Het is nu belangrijk dat er duidelijkheid en rust komt. Daar is meestal iedereen bij gebaat, maar in deze zaak nog meer door het verleden dat partijen met elkaar hebben. Duidelijk is dat de moeder de relatie met de vader heel anders heeft ervaren dan de vader zelf. Het is voor de rechtbank niet mogelijk om te beoordelen hoe de relatie er precies heeft uitgezien. Maar de rechtbank stelt wel vast dat de relatie is gestart toen de moeder [leeftijd] oud was en de vader [leeftijd] . Het is daarmee een gegeven dat deze relatie geen gelijkwaardige start heeft gehad. Wanneer de rechtbank hierover met de vader op de zitting het gesprek probeert te voeren, blijkt dat de vader zelfs dit feit niet kan erkennen. Vanwege haar ervaring met de vader heeft de moeder duidelijke grenzen gesteld in het contact dat zij met hem wil en kan hebben. Zij heeft dit meermalen, ook op de zitting, naar voren gebracht. Op de zitting is gebleken dat de vader deze grenzen niet respecteert. Dat blijkt uit het voorbeeld dat de vader toegang heeft gekregen tot de hockeyapp van [minderjarige] . De moeder had eerder aangegeven dat de hockey sterk verbonden is met haar sociale leven en dat zij hierin geen inmenging van de vader wil. De vader heeft toen via een omweg (het bestuur van de vereniging) alsnog toegang verkregen. Deze toegang is hem ook weer ontzegd nadat de moeder haar verhaal aan het bestuur heeft gedaan. Maar onderaan de streep heeft deze situatie en de spanningen die daarbij horen er toe geleid dat [minderjarige] is gestopt met hockey. De rechtbank vindt dat verdrietig om te horen. Het maakt duidelijk dat de vader door de grenzen van de moeder niet te respecteren ook niet heeft gehandeld in het belang van [minderjarige] .
Vakanties
3.4.
De rechtbank houdt de huidige omgangsregeling in stand. Dat betekent ook dat deze blijft doorlopen tijdens de vakanties, tenzij de moeder met [minderjarige] op vakantie is. Op de zitting is besproken dat tussen partijen discussie ontstaat over de vraag of de omgangsmomenten die de vader mist tijdens deze vakanties gecompenseerd/ingehaald moeten worden. Om deze discussies verder te voorkomen, zal de rechtbank hierover een beslissing nemen. [minderjarige] verblijft voorafgaand óf na afloop van de vakantie een lang weekend (van vrijdag uit school tot maandag naar school) bij de vader. Als [minderjarige] toevallig al voor óf na de vakantie een lang weekend bij de vader verblijft, dan vindt er geen extra compensatie voor de gemiste omgang plaats. De moeder geeft het uiterlijk twee maanden van tevoren aan als zij met [minderjarige] op vakantie gaat, zodat partijen op tijd aanvullende afspraken over eventuele compensatie kunnen maken.
Suikerfeest en Offerfeest
3.5. De moeder ondersteunt het belang van [minderjarige] om kennis te maken met de geloofsachtergrond van de vader. Zij heeft een voorstel gedaan voor de invulling van het Suikerfeest en het Offerfeest de komende jaren. De rechtbank deelt de mening van de moeder dat het belangrijk is dat deze data duidelijk vastgelegd worden om verdere discussie in de toekomst te voorkomen. De vader heeft zelf geen ander voorstel gedaan. De rechtbank volgt daarom het voorstel van de moeder en zal dit voorstel aan de beschikking hechten.
Belmomenten
3.6.
De Raad heeft geadviseerd dat er een wekelijks vast belmoment zal zijn tussen de vader en [minderjarige] op een doordeweekse dag. De moeder heeft voorgesteld om [minderjarige] een vast belmoment te laten hebben op zondag om 18.00 uur, omdat [minderjarige] na afloop van de omgang bezorgd is om haar vader. De moeder hoopt dat bellen op zondagavond met de vader zal helpen om de zorgen bij [minderjarige] over de vader weg te nemen. De rechtbank begrijpt wat de moeder hierover zegt, maar een belmoment op zondag sluit eigenlijk aan bij de omgang. Een belmoment op een doordeweekse dag zorgt er voor dat de vader en [minderjarige] ook tussen de omgangsweekenden door contact met elkaar kunnen hebben. De rechtbank zal daarom bepalen dat de vader en [minderjarige] op woensdag met elkaar bellen. Als [minderjarige] behoefte heeft aan een belmoment op zondag, dan kan zij ook op zondag met de vader bellen.
De uitvoerbaarheid bij voorraad
3.7.
De rechtbank zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht.
Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van de ouders hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daar de begrippen uit de wet.
Dictum
De rechtbank:
4.1.
stelt de volgende omgangsregeling vast:
[minderjarige] verblijft het laatste weekend van de maand van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de vader;
[minderjarige] verblijft de overige weekenden van zaterdagmiddag tot zondagmiddag bij de vader;
tijdens de vakanties loopt de omgangsregeling door, tenzij de moeder met [minderjarige] op vakantie gaat. De moeder geeft haar vakanties met [minderjarige] minimaal twee maanden van tevoren door aan de vader;
als [minderjarige] vanwege een vakantie met de moeder omgangsmomenten met de vader mist, verblijft [minderjarige] het weekend voor of na deze omgang een lang weekend, dus van vrijdag uit school tot maandag naar school bij de vader. Als [minderjarige] tijdens deze weekenden al een lang weekend bij de vader verblijft, vindt er geen extra compensatie voor de gemiste omgang plaats;
[minderjarige] verblijft tijdens de feestdagen bij de moeder;
[minderjarige] verblijft volgens productie 1 van het gewijzigde verzoek van de moeder van 2 mei 2024, die aangehecht is aan deze beschikking, tijdens het Suikerfeest en het Offerfeest bij de vader;
[minderjarige] heeft iedere woensdag een belafspraak met de vader. Als [minderjarige] daar behoefte aan heeft kan er een extra belmoment op zondag plaatsvinden;
4.2.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
4.3.
wijst de verzoeken van de ouders voor het overige af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. R.M. Maliepaard, (kinder)rechter in samenwerking met mr. R. Jelicic, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 april 2025.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!