Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-12-10
ECLI:NL:RBMNE:2024:7558
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,485 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/3267
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 december 2024 de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser,
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder
(gemachtigde: W.G. Vos).
Procesverloop
1.1
De heffingsambtenaar heeft op 26 oktober 2021 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd met aanslagnummer [nummer] . Eiser heeft hier bezwaar tegen gemaakt. Het bezwaar is ontvangen op 4 januari 2022.
1.2
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 27 juni 2023 het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard omdat dit niet binnen zes weken na de dagtekening van het aanslagbiljet was ingediend. De heffingsambtenaar heeft het bezwaarschrift ambtshalve in behandeling genomen en heeft het bezwaar ambtshalve ongegrond verklaard. Eiser heeft op 5 juli 2023 beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft op 7 november 2023 een verweerschrift ingediend.
1.3
De rechtbank heeft het beroep op de digitale zitting van 25 november 2024 behandeld. Eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar hebben deelgenomen aan de zitting.
Overwegingen
2. De rechtbank moet eerst beoordelen of de heffingsambtenaar het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
3. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de heffingsambtenaar het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot haar oordeel komt en welke gevolgen dat oordeel heeft.
4. Een bezwaarschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dagtekening van de naheffingsaanslag. De naheffingsaanslag heeft als dagtekening 26 oktober 2021. Het bezwaarschrift had dus uiterlijk op 7 december 2021 door de heffingsambtenaar ontvangen moeten zijn. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar ontvangen op 4 januari 2022. Dat is buiten de voorgeschreven termijn. De hoofdregel is dan dat de heffingsambtenaar het bezwaarschrift niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het bezwaarschrift te laat is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
5. In zijn bezwaarschrift heeft eiser geen reden gegeven waarom hij te laat was. Omdat de heffingsambtenaar moet beoordelen of er een geldige reden is voor het te late indienen van het bezwaarschrift, moet de heffingsambtenaar vragen naar de reden waarom het bezwaarschrift te laat is ingediend. De heffingsambtenaar heeft dit niet gedaan en heeft het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard, zonder te beoordelen of er een geldige reden was voor de te late indiening van het bezwaarschrift.
6. Het beroep is om bovenstaande reden gegrond en de uitspraak op bezwaar moet op dit onderdeel worden vernietigd. De rechtbank zal vervolgens beoordelen of er sprake is van een verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding.
7. De rechtbank heeft op 18 november 2024 een zittingsagenda gestuurd, waarin staat dat er onder meer op de zitting zal worden gesproken over de reden van de te late indiening van het bezwaarschrift. Op de zitting heeft eiser uitgelegd dat de auto op naam van zijn ex-vriendin stond. Daardoor kreeg zij alle brieven. Eiser heeft de brieven te laat gelezen en het bezwaar later ingediend dan gepland.
8. Zoals de rechtbank hiervoor al heeft overwogen, is het bezwaarschrift te laat ingediend. Wat eiser als reden hiervoor aanvoert, kan niet als een verschoonbare reden worden aangemerkt. Dat betekent dat het bezwaar niet-ontvankelijk is. Omdat de heffingsambtenaar dit met de uitspraak op bezwaar ook heeft gedaan, zal de rechtbank de rechtsgevolgen van de te vernietigen uitspraak op bezwaar in stand laten. Het beroep is dus gegrond, maar de beslissing verandert niet. Het bezwaar van eiser blijft niet-ontvankelijk en aan een inhoudelijke beoordeling komt de rechtbank niet toe. Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar wel het griffierecht aan eiser betalen.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van de vernietigde uitspraak op bezwaar in stand blijven;
- draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van €50,- aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es – de Vries, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 10 december 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.