Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-12-11
ECLI:NL:RBMNE:2024:6729
Strafrecht
Tussenuitspraak
4,690 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/213543-23
Tussenvonnis van de meervoudige kamer van 11 december 2024
In de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren in 1965 te [geboorteplaats] (Marokko),
wonende aan de [adres] te [woonplaats] .
1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
Dit tussenvonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 november 2024. Op deze dag is de zaak inhoudelijk behandeld en is het onderzoek ter terechtzitting gesloten.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. R.E. Craenen en van hetgeen mr. C. Stroobach, advocaat te Diemen, namens verdachte naar voren heeft gebracht. Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van hetgeen mr. C.H. Dijkstra, advocaat te Utrecht, namens de benadeelde partij, [slachtoffer] , naar voren heeft gebracht.
2TENLASTELEGGING
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
Primair
Op 7 juli 2023 te Woerden [slachtoffer] heeft verkracht door haar te dwingen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam.
Subsidiair
Op 7 juli 2023 te Woerden [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen.
3HEROPENING ONDERZOEK
De officier van justitie heeft tijdens de terechtzitting van 27 november 2024 een bewijsconstructie gepresenteerd die voor een belangrijk deel steunt op de rapportage van het NFI omtrent DNA bewijs.
In deze NFI rapportage (pagina 40 van het dossier) verwijst het NFI naar het navolgende van de politie ontvangen materiaal:
SIN AAQT8893NL, AAQT8895NL, AAQT8897NL, AAQT8899NL, AAQT8901NL, AAQT8904NL
steeds bevattende bemonsteringen van delen van het lichaam van verdachte, en
SIN WAAR2172NL, ZAAE4503NL
een referentiemonster wangslijmvlies en de onderzoeksset zedendelicten met bemonsteringen van slachtoffer [slachtoffer] .
Uit de processen-verbaal vermeld op pagina 3 en 4 van het dossier is af te leiden dat er Forensisch Medisch Onderzoek heeft plaatsgevonden bij het slachtoffer en DNA afname heeft plaatsgevonden bij verdachte, vermoedelijk mede aan diens handen.
De processen-verbaal van de forensische opsporing, waar wordt geverbaliseerd omtrent de afname van genoemde monsters bij zowel verdachte als slachtoffer [slachtoffer] , bevinden zich niet in het dossier.
Deze processen-verbaal zijn daarmee ook niet ter zitting besproken als bedoeld in artikel 301 Sv. Het onderzoek ter zitting is daarmee niet volledig geweest. Immers, om de bewijswaarde van het NFI rapport “Onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een melding van een zedenmisdrijf gepleegd in Woerden op 7 juli 2023”, pagina 39 en verder van het dossier, te kunnen beoordelen, dient eerst te worden vastgesteld dat het NFI daadwerkelijk sporen heeft onderzocht die zijn afgenomen in het kader van onderhavig onderzoek.
De rechtbank zal gelet op het bepaalde in artikel 346 Sv bevelen dat het onderzoek ter terechtzitting wordt hervat.
Dictum
De rechtbank:
heropent het onderzoek ter terechtzitting en beveelt dat het onderzoek ter terechtzitting wordt hervat;
schorst het onderzoek tot een nader te bepalen terechtzitting;
beveelt de oproeping van verdachte, de raadsvrouw, de benadeelde partij en diens advocate, tegen het tijdstip waarop het onderzoek ter terechtzitting zal worden hervat;
draagt de officier van justitie op de ontbrekende processen-verbaal van de forensische opsporing alsnog toe te voegen aan het dossier en gelijktijdig aan de verdediging te doen toekomen.
Dit tussenvonnis is gewezen door mr. drs. S.M. van Lieshout, voorzitter, mr. A.M.M. Lemmen en mr. J.G. van Ommeren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Caruso, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 december 2024.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
hij, op of omstreeks 7 juli 2023 te Woerden, althans in Nederland,
door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld en/of een
andere feitelijkheid [slachtoffer] (geboren op [2006] ),
heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die (mede)
bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft/is hij,
verdachte, (telkens)
- terwijl die [slachtoffer] beneden op de bank lag te slapen en/of ging slapen, onverhoeds
en/of zonder dat daar op dat moment onder die omstandigheden ondubbelzinnig
toestemming door die [slachtoffer] voor was gegeven en/of
- de hand van die [slachtoffer] vastgepakt en/of op zijn, verdachtes, penis gelegd en/of
zijn, verdachtes, penis laten betasten/aanraken door die [slachtoffer] en/of met de hand
van die [slachtoffer] over zijn, verdachtes, geslachtsdeel gewreven en/of
- de deken omhoog geschoven en/of de broek van die [slachtoffer] naar beneden gedaan
en/of
- met zijn, verdachtes, hand(en) en/of vinger(s) de vagina en/of schaamstreek van
die [slachtoffer] betast en/of aangeraakt en/of
- een of meer vingers in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en/of
gehouden en/of
- met zijn, verdachtes, hoofd onder de dekens gegaan en/of in/tussen de
schaamlippen, althans de vagina/schaamstreek, van die [slachtoffer] gelikt en/of
- een kus gegeven op de mond van die [slachtoffer] en/of
- misbruik heeft gemaakt van het uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend
overwicht ontstaan uit het grote leeftijdsverschil en/of de bevriende relatie met de
vader van die [slachtoffer] en er aldus sprake was van een vertrouwensband en/of
- ( aldus) een zodanige psychische druk doen opleveren, in elk geval heeft doen
ontstaan, dat die [slachtoffer] geen, in elk geval onvoldoende, weerstand kon bieden, in
ieder geval het doen ontstaan van een situatie waarin die [slachtoffer] verdachte niet kon
weerhouden van de door hem, verdachte, (beschreven) handelingen en/of hier
tegen geen, in elk geval onvoldoende, verzet kon bieden en/of zich hieraan niet kon
onttrekken;
( art 242 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij, op of omstreeks 7 juli 2023 te Woerden, althans in Nederland,
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een
andere feitelijkheid, [slachtoffer] (geboren op [2006] ),
heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige
handelingen, immers heeft/is hij, verdachte, (telkens)
- terwijl die [slachtoffer] beneden op de bank lag te slapen en/of ging slapen en/of zonder
dat daar op dat moment onder die omstandigheden ondubbelzinnig toestemming
door die [slachtoffer] voor was gegeven en/of
- de hand van die [slachtoffer] vastgepakt en/of op zijn, verdachtes, penis gelegd en/of
zijn, verdachtes, penis laten betasten/aanraken door die [slachtoffer] en/of met de hand
van die [slachtoffer] over zijn, verdachtes, geslachtsdeel gewreven en/of
- de deken omhoog geschoven en/of de broek van die [slachtoffer] naar beneden gedaan
en/of
- met zijn, verdachtes, hand(en) en/of vinger(s) de vagina en/of schaamstreek van
die [slachtoffer] betast en/of aangeraakt en/of
- een of meer vingers in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en/of
gehouden en/of
- met zijn, verdachtes, hoofd onder de dekens gegaan en/of in/tussen de
schaamlippen, althans de vagina/schaamstreek, van die [slachtoffer] gelikt en/of
- een kus gegeven op de mond van die [slachtoffer] en/of
- misbruik heeft gemaakt van het uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend
overwicht ontstaan uit het grote leeftijdsverschil en/of de bevriende relatie met de
vader van die [slachtoffer] en er aldus sprake was van een vertrouwensband en/of
- ( aldus) een zodanige psychische druk doen opleveren, in elk geval heeft doen
ontstaan, dat die [slachtoffer] geen, in elk geval onvoldoende, weerstand kon bieden, in
ieder geval het doen ontstaan van een situatie waarin die [slachtoffer] verdachte niet kon
weerhouden van de door hem, verdachte, (beschreven) handelingen en/of hier
tegen geen, in elk geval onvoldoende, verzet kon bieden en/of zich hieraan niet kon
onttrekken;
( art 246 Wetboek van Strafrecht )
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/213543-23
Tussenvonnis van de meervoudige kamer van 11 december 2024
In de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren in 1965 te [geboorteplaats] (Marokko),
wonende aan de [adres] te [woonplaats] .
1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
Dit tussenvonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 november 2024. Op deze dag is de zaak inhoudelijk behandeld en is het onderzoek ter terechtzitting gesloten.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. R.E. Craenen en van hetgeen mr. C. Stroobach, advocaat te Diemen, namens verdachte naar voren heeft gebracht. Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van hetgeen mr. C.H. Dijkstra, advocaat te Utrecht, namens de benadeelde partij, [slachtoffer] , naar voren heeft gebracht.
2TENLASTELEGGING
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
Primair
Op 7 juli 2023 te Woerden [slachtoffer] heeft verkracht door haar te dwingen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam.
Subsidiair
Op 7 juli 2023 te Woerden [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen.
3HEROPENING ONDERZOEK
De officier van justitie heeft tijdens de terechtzitting van 27 november 2024 een bewijsconstructie gepresenteerd die voor een belangrijk deel steunt op de rapportage van het NFI omtrent DNA bewijs.
In deze NFI rapportage (pagina 40 van het dossier) verwijst het NFI naar het navolgende van de politie ontvangen materiaal:
SIN AAQT8893NL, AAQT8895NL, AAQT8897NL, AAQT8899NL, AAQT8901NL, AAQT8904NL
steeds bevattende bemonsteringen van delen van het lichaam van verdachte, en
SIN WAAR2172NL, ZAAE4503NL
een referentiemonster wangslijmvlies en de onderzoeksset zedendelicten met bemonsteringen van slachtoffer [slachtoffer] .
Uit de processen-verbaal vermeld op pagina 3 en 4 van het dossier is af te leiden dat er Forensisch Medisch Onderzoek heeft plaatsgevonden bij het slachtoffer en DNA afname heeft plaatsgevonden bij verdachte, vermoedelijk mede aan diens handen.
De processen-verbaal van de forensische opsporing, waar wordt geverbaliseerd omtrent de afname van genoemde monsters bij zowel verdachte als slachtoffer [slachtoffer] , bevinden zich niet in het dossier.
Deze processen-verbaal zijn daarmee ook niet ter zitting besproken als bedoeld in artikel 301 Sv. Het onderzoek ter zitting is daarmee niet volledig geweest. Immers, om de bewijswaarde van het NFI rapport “Onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een melding van een zedenmisdrijf gepleegd in Woerden op 7 juli 2023”, pagina 39 en verder van het dossier, te kunnen beoordelen, dient eerst te worden vastgesteld dat het NFI daadwerkelijk sporen heeft onderzocht die zijn afgenomen in het kader van onderhavig onderzoek.
De rechtbank zal gelet op het bepaalde in artikel 346 Sv bevelen dat het onderzoek ter terechtzitting wordt hervat.
Dictum
De rechtbank:
heropent het onderzoek ter terechtzitting en beveelt dat het onderzoek ter terechtzitting wordt hervat;
schorst het onderzoek tot een nader te bepalen terechtzitting;
beveelt de oproeping van verdachte, de raadsvrouw, de benadeelde partij en diens advocate, tegen het tijdstip waarop het onderzoek ter terechtzitting zal worden hervat;
draagt de officier van justitie op de ontbrekende processen-verbaal van de forensische opsporing alsnog toe te voegen aan het dossier en gelijktijdig aan de verdediging te doen toekomen.
Dit tussenvonnis is gewezen door mr. drs. S.M. van Lieshout, voorzitter, mr. A.M.M. Lemmen en mr. J.G. van Ommeren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Caruso, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 december 2024.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
hij, op of omstreeks 7 juli 2023 te Woerden, althans in Nederland,
door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld en/of een
andere feitelijkheid [slachtoffer] (geboren op [2006] ),
heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die (mede)
bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft/is hij,
verdachte, (telkens)
- terwijl die [slachtoffer] beneden op de bank lag te slapen en/of ging slapen, onverhoeds
en/of zonder dat daar op dat moment onder die omstandigheden ondubbelzinnig
toestemming door die [slachtoffer] voor was gegeven en/of
- de hand van die [slachtoffer] vastgepakt en/of op zijn, verdachtes, penis gelegd en/of
zijn, verdachtes, penis laten betasten/aanraken door die [slachtoffer] en/of met de hand
van die [slachtoffer] over zijn, verdachtes, geslachtsdeel gewreven en/of
- de deken omhoog geschoven en/of de broek van die [slachtoffer] naar beneden gedaan
en/of
- met zijn, verdachtes, hand(en) en/of vinger(s) de vagina en/of schaamstreek van
die [slachtoffer] betast en/of aangeraakt en/of
- een of meer vingers in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en/of
gehouden en/of
- met zijn, verdachtes, hoofd onder de dekens gegaan en/of in/tussen de
schaamlippen, althans de vagina/schaamstreek, van die [slachtoffer] gelikt en/of
- een kus gegeven op de mond van die [slachtoffer] en/of
- misbruik heeft gemaakt van het uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend
overwicht ontstaan uit het grote leeftijdsverschil en/of de bevriende relatie met de
vader van die [slachtoffer] en er aldus sprake was van een vertrouwensband en/of
- ( aldus) een zodanige psychische druk doen opleveren, in elk geval heeft doen
ontstaan, dat die [slachtoffer] geen, in elk geval onvoldoende, weerstand kon bieden, in
ieder geval het doen ontstaan van een situatie waarin die [slachtoffer] verdachte niet kon
weerhouden van de door hem, verdachte, (beschreven) handelingen en/of hier
tegen geen, in elk geval onvoldoende, verzet kon bieden en/of zich hieraan niet kon
onttrekken;
( art 242 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij, op of omstreeks 7 juli 2023 te Woerden, althans in Nederland,
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een
andere feitelijkheid, [slachtoffer] (geboren op [2006] ),
heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige
handelingen, immers heeft/is hij, verdachte, (telkens)
- terwijl die [slachtoffer] beneden op de bank lag te slapen en/of ging slapen en/of zonder
dat daar op dat moment onder die omstandigheden ondubbelzinnig toestemming
door die [slachtoffer] voor was gegeven en/of
- de hand van die [slachtoffer] vastgepakt en/of op zijn, verdachtes, penis gelegd en/of
zijn, verdachtes, penis laten betasten/aanraken door die [slachtoffer] en/of met de hand
van die [slachtoffer] over zijn, verdachtes, geslachtsdeel gewreven en/of
- de deken omhoog geschoven en/of de broek van die [slachtoffer] naar beneden gedaan
en/of
- met zijn, verdachtes, hand(en) en/of vinger(s) de vagina en/of schaamstreek van
die [slachtoffer] betast en/of aangeraakt en/of
- een of meer vingers in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en/of
gehouden en/of
- met zijn, verdachtes, hoofd onder de dekens gegaan en/of in/tussen de
schaamlippen, althans de vagina/schaamstreek, van die [slachtoffer] gelikt en/of
- een kus gegeven op de mond van die [slachtoffer] en/of
- misbruik heeft gemaakt van het uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend
overwicht ontstaan uit het grote leeftijdsverschil en/of de bevriende relatie met de
vader van die [slachtoffer] en er aldus sprake was van een vertrouwensband en/of
- ( aldus) een zodanige psychische druk doen opleveren, in elk geval heeft doen
ontstaan, dat die [slachtoffer] geen, in elk geval onvoldoende, weerstand kon bieden, in
ieder geval het doen ontstaan van een situatie waarin die [slachtoffer] verdachte niet kon
weerhouden van de door hem, verdachte, (beschreven) handelingen en/of hier
tegen geen, in elk geval onvoldoende, verzet kon bieden en/of zich hieraan niet kon
onttrekken;
( art 246 Wetboek van Strafrecht )