Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-10-18
ECLI:NL:RBMNE:2024:5924
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
968 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4681
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 oktober 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het besluit van verweerder van
21 mei 2024.
Overwegingen
1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt. Op grond van artikel 6:9 van de Awb is een beroep tijdig ingediend, indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.
3. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 21 mei 2024. Het beroepschrift had dus uiterlijk op 2 juli 2024 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 3 juli 2024. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres bij aangetekende brief van 16 juli 2024 in de gelegenheid gesteld om te laten weten waarom zij het beroep na afloop van de beroepstermijn heeft ingediend. Eiseres heeft op voorgaand verzoek van de rechtbank gereageerd op 21 juli 2024.
5. De rechtbank oordeelt dat zij de reden van eiseres niet als geldige reden ziet waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. De rechtbank stelt vast dat de door eiseres aangehaalde vergelijkingen met de bezorgtermijnen van PostNL, de zogenoemde "tweedagenregel" en artikel 6:9 Awb in dit geval niet van toepassing zijn. Eiseres heeft er (bewust) voor gekozen het beroepschrift pas na het verstrijken van de termijn persoonlijk bij de rechtbank af te leveren. Er waren alternatieve mogelijkheden beschikbaar om het beroep tijdig in te dienen. Zo had eiseres onderweg naar de rechtbank een PostNL-punt kunnen bezoeken om het beroepschrift aangetekend te verzenden of zij had ervoor kunnen kiezen het via een beveiligde maildienst zoals Zivver te versturen.
6. Het beroep zal dan niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).
7. Eiseres krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren rechter, in aanwezigheid van L. El Kabch, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.