Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-10-09
ECLI:NL:RBMNE:2024:5803
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
2,647 tokens
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11285827 \ UV EXPL 24-186
Kort geding verstekvonnis van 9 oktober 2024
in de zaak van
LUXOR GRONINGEN B.V.,
gevestigd te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Luxor Groningen,
gemachtigde: mr. I. Gerritsen,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding;
de mondelinge behandeling van 25 september 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
de pleitnota van Luxor Groningen.
1.2.
Aan het einde van de zitting heeft de kantonrechter bepaald dat in deze zaak uitspraak wordt gedaan.
Overwegingen
verstek
2.1.
De kantonrechter verleent verstek tegen [gedaagde] omdat de dagvaarding op de voorgeschreven manier is betekend en [gedaagde] niet is verschenen. Dit betekent dat de kantonrechter de vorderingen van Luxor Groningen beoordeelt op basis van (alleen) de stellingen van Luxor Groningen.
de vordering en de onderbouwing daarvan
2.2.
Luxor Groningen vordert bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen om:
1. binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis een bedrag van € 6.384,87 aan haar te betalen als voorschot op de verschuldigde huurpenningen tot en met juni 2024, te verhogen met een bedrag van € 1.308,87 per maand voor elke maand dat vonnis zal worden gewezen na augustus 2024;
2. de woning aan de [adres] ( [postcode] ) te [plaats] op straffe van een dwangsom binnen 3 dagen na betekening van dit vonnis met de daarin vanwege [gedaagde] aanwezige goederen en personen te verlaten, met afgifte aan Luxor Groningen van de sleutels en al hetgeen tot het gehuurde behoort ter vrije en algehele beschikking van Luxor Groningen te stellen;
3. de kosten van ontruiming aan Luxor Groningen te voldoen;
4. de buitengerechtelijke kosten te betalen;
5. de kosten van het geding en de nakosten te betalen, vermeerderd met wettelijke rente.
2.3.
Luxor Groningen stelt ter onderbouwing van deze vorderingen dat zij met [gedaagde] een huurovereenkomst heeft gesloten op grond waarvan [gedaagde] per 15 februari 2024 de woonruimte aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning) van haar huurt. [gedaagde] is ernstig tekortgeschoten in de nakoming van deze huurovereenkomst doordat hij een huurachterstand heeft laten ontstaan. Deze huurachterstand bedroeg bij dagvaarding € 6.384,87 en is sindsdien verder opgelopen tot € 7.693,64. Luxor Groningen stelt zich op het standpunt dat deze tekortkoming een ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure en daarop vooruitlopend ontruiming van de woning rechtvaardigt. Daarnaast vordert Luxor Groningen onder meer betaling van de achterstallige huur.
spoedeisendheid
2.4.
Luxor Groningen heeft gesteld dat zij als gevolg van de grote huurachterstand schade lijdt en financiële risico’s loopt. Zij heeft hiermee voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen.
toetsingskader
2.5.
De door Luxor Groningen gevraagde voorziening strekt tot betaling van een geldsom en tot ontruiming. Voor toewijzing van een geldvordering in kort geding is alleen dan aanleiding, als het bestaan (en de omvang) van de vordering voldoende aannemelijk is, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is en het risico van onmogelijkheid van terugbetaling - bij afweging van de belangen van partijen - aan toewijzing niet in de weg staat. Een vordering tot ontruiming is in kort geding slechts toewijsbaar indien voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter de vordering eveneens toewijst en indien van de eisende partij niet kan worden gevergd dat hij of zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.
toewijzing betaling huurachterstand
2.6.
Vaststaat dat partijen een huurovereenkomst hebben gesloten op grond waarvan Luxor Groningen aan [gedaagde] woonruimte verhuurt aan de [adres] te [plaats] . Als niet weersproken staat tevens vast dat de huurachterstand tot en met de maand september 2024 € 7.693,64 bedraagt. De vordering van Luxor Groningen tot betaling van de huidige huurachterstand is daarom voldoende aannemelijk en zal worden toegewezen.
toewijzing ontruiming
2.7.
Uit de omvang van de huurachterstand (6 maanden) vloeit reeds voort dat voldoende aannemelijk is dat de kantonrechter in een bodemprocedure zal overgaan tot ontbinding van de huurovereenkomst wegens een tekortkoming in de nakoming van de verbintenissen die voortvloeien uit de huurovereenkomst. Dit brengt met zich dat de vordering tot ontruiming toewijsbaar is. Van Luxor Groningen kan in de gegeven omstandigheden niet worden gevergd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. De termijn waarbinnen [gedaagde] de woning dient te ontruimen wordt door de kantonrechter gesteld op 14 dagen na de betekening van dit vonnis.
afwijzing gevorderde dwangsom
2.8.
Voor de gevorderde dwangsom geldt dat de deurwaarder op grond van de wet bevoegd is tot de daadwerkelijke uitvoering van de veroordeling tot ontruiming (zie artikelen 556 lid 1 en 557 in samenhang met artikel 444 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Omdat Luxor Groningen dus al mogelijkheden heeft om de ontruiming af te dwingen, is het niet nodig om daarnaast de gevorderde dwangsom toe te wijzen. Deze zal daarom bij gebrek aan belang worden afgewezen.
toewijzing betaling toekomstige huurtermijnen
2.9.
De kantonrechter begrijpt de vordering van Luxor Groningen zo, dat Luxor Groningen ook betaling vordert van de huurtermijnen vanaf de maand oktober 2024. Deze vordering zal worden toegewezen, in die zin dat [gedaagde] zal worden veroordeeld om de huur van € 1.308,87 per maand door te betalen vanaf de maand oktober 2024 tot en met de maand waarin hij de woning volledig heeft ontruimd.
afwijzing vergoeding voor ontruimingskosten
2.10.
Luxor Groningen heeft een vergoeding gevorderd voor de kosten voor de ontruiming van de woning. Dit zijn kosten die in het geval van een gedwongen ontruiming ná het vonnis zullen worden gemaakt (denk aan kosten van de deurwaarder, sleutelmaker, verhuizer, opslagkosten etc.) en naast de proceskosten ook nog door [gedaagde] aan Luxor Groningen moeten worden betaald. De ontruimingskosten kunnen alleen niet in dit vonnis worden toegewezen, omdat de hoogte van de kosten op dit moment nog niet te begroten is. [gedaagde] moet er wel rekening mee houden dat als hij de woning na dit vonnis niet vrijwillig ontruimt, Luxor Groningen de kosten van een gedwongen ontruiming bij hem in rekening mag brengen.
toewijzing buitengerechtelijke kosten
2.11.
Luxor Groningen maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten conform de staffel van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Zij heeft een aantal aanmaningen aan [gedaagde] gestuurd, waarvan alleen de aanmaning van 11 maart 2024 voldoet aan eisen die in artikel 6:96 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek worden gesteld. In de andere aanmaningen wordt namelijk een hoger bedrag genoemd dan op grond van het Besluit is toegestaan. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen daarom worden toegewezen tot het bedrag waarop Luxor Groningen in de aanmaning van 11 maart 2024 aanspraak heeft gemaakt. Dit is een bedrag van € 190,35.
kosten
2.12.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
verleent verstek tegen [gedaagde] ;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis een bedrag van € 7.693,64 aan Luxor Groningen te betalen als voorschot op de verschuldigde huur tot en met september 2024;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om de woning aan de [adres] ( [postcode] ) te [plaats] op straffe van een dwangsom binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis met de daarin vanwege [gedaagde] aanwezige goederen en personen te verlaten en met afgifte aan Luxor Groningen van de sleutels en al hetgeen tot het gehuurde behoort ter vrije en algehele beschikking van Luxor Groningen te stellen;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] om de huur van € 1.308,87 per maand aan Luxor Groningen te betalen vanaf de maand oktober 2024 tot en met de maand waarin hij de woning volledig heeft ontruimd;
3.5.
veroordeelt [gedaagde] om een bedrag van € 190,35 aan buitengerechtelijke kosten aan Luxor Groningen te betalen;
3.6.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.314,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
3.7.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
3.8.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.A.M. Pinckaers en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2024.