Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-02-16
ECLI:NL:RBMNE:2024:5444
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Voorlopige voorziening
2,078 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/167
uitspraak van voorzieningenrechter van 16 februari 2024 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening dat verzoeker heeft ingediend op 12 januari 2024.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het verzoekschrift voldoet namelijk niet aan de wettelijke eisen, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.
Geen griffierecht betaald
2. Iemand die om een voorlopige voorziening vraagt moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 51,-. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald, dan is de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoeker niets aan kan doen.
3. De voorzieningenrechter heeft verzoeker op 13 januari 2024 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat verzoeker het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank.
4. De voorzieningenrechter heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Verzoeker heeft daar geen geldige reden voor gegeven. Ook heeft verzoeker niet (tijdig) gevraagd om ontheffing van betaling van het griffierecht.
Geen besluit, geen bezwaar en geen onderbouwing spoedeisend belang gegeven
5. Iemand die een verzoek voor een voorlopige voorziening indient moet een kopie van het besluit en het bezwaarschrift indienen. Dit staat in artikel 6:5 en artikel 8:81 van de Awb. Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen kopie van het besluit en het bezwaarschrift is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoeker niets aan kan doen.
6. De griffier heeft verzoeker op 15 januari 2024 een brief gestuurd, waarin staat dat verzoeker binnen één week een kopie moet overleggen van het besluit waar hij het niet mee eens is en het bezwaarschrift dat hij aan verweerder heeft gestuurd. Verzoeker heeft niet gereageerd op deze brief.
7. De griffier heeft verzoeker op 25 januari 2024 middels een voicemailbericht gewezen op de gedane verzoeken om een kopie van het besluit en het bezwaarschrift.
8. Ook heeft de griffier verzoeker op 25 januari 2024 een brief per aangetekende post gestuurd, waarin verzoeker nogmaals wordt gevraagd om binnen één week een kopie te overleggen van het besluit waar hij het niet mee eens is en van het bezwaarschrift dat hij aan verweerder heeft gestuurd. Verzoeker heeft niet gereageerd op deze brief.
Conclusie
9. Het verzoek van verzoeker voldoet niet aan de voorwaarden om het inhoudelijk te behandelen. De voorzieningenrechter zal geen uitspraak over de inhoud van het verzoek doen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:83 van de Awb).
10. Verzoeker krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening
niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.J.J.M. Kock, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
16 februari 2024.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep of in verzet.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/167
uitspraak van voorzieningenrechter van 16 februari 2024 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening dat verzoeker heeft ingediend op 12 januari 2024.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het verzoekschrift voldoet namelijk niet aan de wettelijke eisen, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.
Geen griffierecht betaald
2. Iemand die om een voorlopige voorziening vraagt moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 51,-. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald, dan is de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoeker niets aan kan doen.
3. De voorzieningenrechter heeft verzoeker op 13 januari 2024 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat verzoeker het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank.
4. De voorzieningenrechter heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Verzoeker heeft daar geen geldige reden voor gegeven. Ook heeft verzoeker niet (tijdig) gevraagd om ontheffing van betaling van het griffierecht.
Geen besluit, geen bezwaar en geen onderbouwing spoedeisend belang gegeven
5. Iemand die een verzoek voor een voorlopige voorziening indient moet een kopie van het besluit en het bezwaarschrift indienen. Dit staat in artikel 6:5 en artikel 8:81 van de Awb. Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen kopie van het besluit en het bezwaarschrift is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoeker niets aan kan doen.
6. De griffier heeft verzoeker op 15 januari 2024 een brief gestuurd, waarin staat dat verzoeker binnen één week een kopie moet overleggen van het besluit waar hij het niet mee eens is en het bezwaarschrift dat hij aan verweerder heeft gestuurd. Verzoeker heeft niet gereageerd op deze brief.
7. De griffier heeft verzoeker op 25 januari 2024 middels een voicemailbericht gewezen op de gedane verzoeken om een kopie van het besluit en het bezwaarschrift.
8. Ook heeft de griffier verzoeker op 25 januari 2024 een brief per aangetekende post gestuurd, waarin verzoeker nogmaals wordt gevraagd om binnen één week een kopie te overleggen van het besluit waar hij het niet mee eens is en van het bezwaarschrift dat hij aan verweerder heeft gestuurd. Verzoeker heeft niet gereageerd op deze brief.
Conclusie
9. Het verzoek van verzoeker voldoet niet aan de voorwaarden om het inhoudelijk te behandelen. De voorzieningenrechter zal geen uitspraak over de inhoud van het verzoek doen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:83 van de Awb).
10. Verzoeker krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening
niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.J.J.M. Kock, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
16 februari 2024.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep of in verzet.