Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-08-07
ECLI:NL:RBMNE:2024:5427
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
903 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/3401
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 augustus 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,
(gemachtigde: mr. B. Eskes),
en
Belastingdienst/Toeslagen, verweerder,
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op zijn bezwaar van 3 april 2023 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.Op 31 mei 2024 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
3. Eiseres heeft op 30 april 2024 beroep ingesteld bij deze rechtbank. Eiseres stelt dat zij verweerder op 27 maart 2024 in gebreke heeft gesteld wegens het niet-tijdig nemen van een besluit op het verzoek om herbeoordeling.
4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres niet ontvankelijk is in haar beroep omdat hij geen ingebrekestelling heeft ontvangen.
5. De rechtbank heeft eiseres bij brief van 4 juni 2024 in de gelegenheid gesteld om te reageren op het standpunt van verweerder. Eiseres reageerde bij brief van 11 juni 2024 door (opnieuw) een kopie van de ingebrekestelling te overleggen. Zij heeft daarmee echter niet aannemelijk gemaakt dat de ingebrekestelling daadwerkelijk door haar aan verweerder is verzonden. De rechtbank stelt daarom vast dat er geen sprake is van een (rechtsgeldige) ingebrekestelling. Hiermee is niet voldaan aan het vereiste voor het indienen van een beroep niet-tijdig.
6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M Mol, in aanwezigheid van C.A.A.W. van der Heijden, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 augustus 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.