Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-06-19
ECLI:NL:RBMNE:2024:3822
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,323 tokens
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 10640188 \ MC EXPL 23-4476
Vonnis van 19 juni 2024
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. S. Yadegari, advocaat te Zaandam,
tegen
de besloten vennootschap
[gedaagde] B.V.,
kantoorhoudende te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. E.N. Mulder, advocaat te Nijkerk.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 31 januari 2024;
- de akte met aanvullende producties van [gedaagde] ;
- de akte met aanvullende producties en een wijziging van eis van [eiser] ;
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 8 mei 2024.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De verdere beoordeling
2.1.
De inhoud van het tussenvonnis van 31 januari 2024 (hierna: het tussenvonnis) moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd en de daarvan deel uitmakende overwegingen worden gehandhaafd.
2.2.
De door [eiser] ingestelde eiswijziging betreft een vermeerdering ten aanzien van de gevorderde bedragen aan schadevergoeding.
2.3.
[eiser] heeft de auto na het tussenvonnis ter controle aangeboden bij de besloten vennootschap [onderneming] B.V. (hierna: [onderneming] ). In het door [onderneming] uitgebrachte diagnoserapport staat, voor zover hier van belang, het navolgende reparatie-advies:
* Vervanging klepdeksel (carterventilatie);
* Vervanging olie aanvoerleiding turbo: voor aangepast onderdeel met terugslagklep
(…) bovenstaande betreft reparatie-advies; 100% sluitende diagnose is in dit geval niet mogelijk.
2.4.
Er veronderstellenderwijs van uitgaande dat mankementen aan de klepdeksel en olie-aanvoerleiding van de turbo inderdaad de hevige rookontwikkeling veroorzaken –
[gedaagde] heeft verklaard dat dit mogelijk zou kunnen zijn – én die mankementen bij de aflevering al latent aanwezig waren zoals [eiser] stelt, dient de vraag beantwoord te worden of ze leiden tot non-conformiteit.
2.5.
[eiser] kocht een auto van het bouwjaar 2013 met een kilometerstand van 196.754. [gedaagde] heeft onweersproken gesteld dat een klepdeksel en olie-aanvoerleiding van de turbo aan slijtage onderhevig zijn. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] er bij de koop van de auto, gelet op de ouderdom van de auto en het aantal gereden kilometers, rekening mee had moeten houden dat er in de (nabije) toekomst mogelijk onderdelen aan reparatie of vervanging toe zouden zijn. Zonder aankoopkeuring of een ander deugdelijk onderzoek, wat [eiser] niet heeft uitgevoerd, kon [eiser] verwachten dat mankementen als de onderhavige – die niet op het eerste gezicht te zien zijn – zich zouden openbaren. Namens [eiser] is naar voren gebracht dat [gedaagde] mogelijk additieven aan de motor heeft toegevoegd om de mankementen te demaskeren. Voor deze suggesties is geen enkele onderbouwing te vinden, zodat daaraan voorbij zal worden gegaan.
2.6.
De conclusie is dat het beroep op non-conformiteit strandt. Omdat aan alle vorderingen non-conformiteit ten grondslag is gelegd, zullen de vorderingen integraal worden afgewezen.
2.7.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde € 1.218,00 (3 punten x tarief € 406,00)
- nakosten € 135,00
Totaal € 1.353,00
2.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals hierna is vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af;
3.2.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 1.353,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiser] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiser] ook de kosten van betekening betalen;
3.3.
veroordeelt [eiser] in de wettelijke rente (als bedoeld in artikel 6:119 BW) over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
3.4.
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op
19 juni 2024.