Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-04-24
ECLI:NL:RBMNE:2024:3413
Civiel recht; Personen- en familierecht
Voorlopige voorziening
2,119 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Lelystad
zaaknummer: C/16/572109 / FL RK 24-260
Voorlopige voorzieningen
Beschikking van 24 april 2024
in de zaak van:
[vader]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. A.S. Bissumbhar,
tegen
[moeder]
,
wonende op een bij de rechtbank bekende woon- of verblijfplaats,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. T.J.J.M. Wijngaard.
Procesverloop
1.1.
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
het verzoekschrift van de vader (met bijlagen), binnengekomen op 14 maart 2024;
het verweerschrift van de moeder (met bijlagen) met daarin een aantal zelfstandige verzoeken (tegenverzoeken), binnengekomen op 5 april 2024.
1.2.
De verzoeken zijn behandeld tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van
10 april 2024. Daarbij waren aanwezig:
de vader met zijn advocaat en tolk meneer A. Cavero;
de moeder met haar advocaat en tolk mevrouw D.P. Navarreti;
meneer [A] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad).
2Waar deze procedure over gaat
2.1.
Partijen zijn met elkaar getrouwd.
2.2.
Partijen hebben samen een kind: [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] (Spanje). De moeder heeft een zoon uit een eerdere relatie, genaamd [B] .
2.3.
Partijen willen scheiden. Zij vragen de rechtbank om voorlopige voorzieningen te treffen. Dat zijn tijdelijke maatregelen die gelden voor de duur van de echtscheidingsprocedure.
2.4.
De vader verzoekt de rechtbank om een zorgregeling vast te stellen tussen hem en [minderjarige] die de rechtbank juist acht.
2.5.
De moeder is het niet eens met het verzoek van de vader. Zij verzoekt de rechtbank - samengevat - om:
- te bepalen dat de Raad onderzoek zal doen naar de vraag of, en zo ja, in welke vorm een zorgregeling wordt geadviseerd, waarbij ten minste onderzoek moeten worden gedaan naar:
- de achtergrond van het afwijkende gedrag van [minderjarige] en het effect van huiselijk geweld op haar en [B] ;
- de achtergrond van de vader die bij een andere moeder ook een zoon, [C] , die naar verluidt geen contact meer wil;
- mogelijke eerdere antecedenten, met name ten aanzien van zijn gewelddadige, controlerende gedrag en/of eventuele zedenmisdrijven;
- of en onder welke voorwaarden er omgang kan zijn;
te bepalen dat er gedurende het onderzoek van de Raad een periode van twaalf maanden geen omgang zal zijn tussen de vader en [minderjarige] , direct of indirect, en, indien contact geadviseerd dan door tussenkomst van professionele hulpverlening
[minderjarige] toe te vertrouwen aan de moeder;
te bepalen dat de vader met ingang van 1 december 2023 gehouden is de moeder, bij vooruitbetaling, een bedrag van € 277,- aan voorlopige kinderalimentatie te betalen.
2.6.
De rechtbank heeft partijen in een eerdere voorlopige voorzieningenprocedure met zaaknummer: C/16/565521 / FL RK 23-1065 niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek tot echtscheiding niet binnen de daarvoor gestelde termijn bij de rechtbank is aangebracht.
Beoordeling
Raadsonderzoek
3.1.
De rechtbank zal de Raad vragen onderzoek te doen naar de omgang tussen de vader en [minderjarige] en advies uit te brengen in de bodemprocedure met zaaknummer: 573040 FL RK 24-341. De reden daarvoor is dat voor de rechtbank nog onvoldoende duidelijk is welke beslissing in het belang van [minderjarige] is en wat de gevolgen zijn van de beslissing voor haar. De moeder heeft grote zorgen over de omgang tussen de vader en [minderjarige] en verzoekt de rechtbank de Raad onderzoek te laten doen naar de punten zoals genoemd in haar verzoek. De vader erkent de zorgen van de moeder niet en wil graag omgang met [minderjarige] . Beide partijen hebben tijdens de zitting aangegeven dat zij achter het Raadsonderzoek staan. Na ontvangst van het Raadsrapport zal de rechtbank de advocaten van partijen in de gelegenheid stellen om schriftelijk te reageren op de inhoud van dat rapport.
3.2.
De rechtbank vraagt de Raad om te onderzoeken of omgang met de vader, en zo ja, in welke vorm, in het belang van [minderjarige] is.
Voorlopige voorzieningen
De zorg voor [minderjarige] en zorgregeling
3.3.
De rechtbank vertrouwt [minderjarige] toe aan de moeder. Dat betekent dat zij de (dagelijkse) zorg over [minderjarige] krijgt. De rechtbank neemt deze beslissing omdat partijen het hierover eens zijn en zij deze beslissing in het belang van [minderjarige] acht.
3.4.
Daarnaast zal de rechtbank bepalen dat er, in afwachting van het Raadsonderzoek, zo snel mogelijk gestart moet worden met begeleide omgang tussen de vader en [minderjarige] . Zoals de Raad heeft aangegeven tijdens de zitting zit [minderjarige] in een fase waarbij de hechting met beide ouders erg belangrijk is. Op dit moment is de hechting met de vader doorbroken en dit kan schadelijk zijn voor haar. Het is daarom in haar belang dat er een vorm van omgang gaat komen met haar vader. Ook is het voor het onderzoek van de Raad belangrijk dat er omgangsmomenten plaatsvinden tussen de vader en [minderjarige] , zodat de Raad kan monitoren hoe de omgangsmomenten verlopen, hoe [minderjarige] reageert op haar vader en hoe haar gedrag na de omgang is. Daarbij moet wel steeds de veiligheid van [minderjarige] voorop staan. Om die reden acht de rechtbank het, samen met de Raad, belangrijk dat de omgang onder begeleiding plaats zal vinden. De omgang kan mogelijk begeleidt worden door de Blijf Groep, Altra of Triade Vitree of een andere organisatie. Voor de keuze is van belang welke instantie het snelst kan starten. Voor een goed verloop van de omgang is het belangrijk dat [minderjarige] toestemming voelt van haar moeder voor de omgang met haar vader. De rechtbank hoopt dat de moeder hiertoe, ondanks haar grote zorgen, in staat is in het belang van [minderjarige] . Indien de zorgen van de moeder gegrond zijn dan zal dit uit het onderzoek van de Raad blijken en wordt ook duidelijk welke consequenties hieruit volgen voor het contact met de vader.
De kinderalimentatie
3.5.
De rechtbank zal beslissen dat de vader voorlopig een bedrag van € 277,- per maand, bij vooruitbetaling, aan kinderalimentatie aan de moeder moet betalen, vanaf 1 december 2023. De rechtbank neemt deze beslissing omdat partijen het hierover eens zijn en de vader deze kinderalimentatie al betaald aan de moeder.
Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daar de begrippen uit de wet.
Dictum
De rechtbank
4.1.
verzoekt de Raad om te onderzoeken of omgang met de vader, en zo ja, in welke
vorm, in het belang van [minderjarige] is en verzoekt de Raad om haar advies uit te brengen in de
bodemprocedure met zaaknummer 573040 FL RK 24-341;
voor de duur van de echtscheidingsprocedure
4.2.
vertrouwt [minderjarige] toe aan de moeder;
4.3.
bepaalt dat er zo snel mogelijk gestart dient te worden met begeleide omgang tussen de vader en [minderjarige] ;
4.4.
Dictum
4.6.
wijst de verzoeken van partijen voor het overige af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. M.M. Janssen - Witteveen, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. I.R.S. Salomé, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 april 2024.