Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-04-03
ECLI:NL:RBMNE:2024:3399
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,475 tokens
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Amersfoort
Zaaknummer: 10771909 \ AC EXPL 23-2456 RvdH/1037
Vonnis van 3 april 2024 (bij vervroeging)
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: Van As Advocaten,
tegen
1 [gedaagde sub 1] V.O.F.,
gevestigd in [vestigingsplaats 2] ,
2
2. [gedaagde sub 2] , vennoot van gedaagde sub 1,
wonende in [woonplaats 1] ,
3
3. [gedaagde sub 3] , vennoot van gedaagde sub 1,
wonende in [woonplaats 2] ,
gemachtigde: mr. R.A. Rila,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden]
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 8,
- de conclusie van antwoord met producties,
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 20 maart 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de spreekaantekeningen van de gemachtigde van [gedaagden]
1.2.
De kantonrechter heeft besloten dat de uitspraak vandaag is.
2Waar gaat het over?
2.1.
[eiseres] verhuurt kantoorruimtes en stelt dat zij op 18 juli 2022 met [gedaagden] een huurovereenkomst heeft gesloten ten aanzien van een kantoorruimte in [vestigingsplaats 2] . De huurovereenkomst ziet volgens [eiseres] op de periode vanaf 29 juli 2022 tot en met 31 juli 2023. [gedaagden] heeft geen huur betaald. [gedaagden] heeft evenmin betaald voor extra boekingen (koffie, thee en keukenfaciliteiten). Deze posten bedragen samen in totaal € 8.437,58. [eiseres] heeft de overeenkomst voor het einde van de looptijd beëindigd en brengt daarom ook de restwaarde van de overeenkomst bij [gedaagden] in rekening. Die is € 1.427,54. [eiseres] vordert in deze procedure betaling van beide bedragen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente. [eiseres] wil ook dat [gedaagden] haar buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten betaalt.
2.2.
[gedaagden] betwist dat zij een overeenkomst met [eiseres] heeft gesloten. [gedaagden] heeft op 18 juli 2022 op een link geklikt om het aanbod van [eiseres] in te zien. [gedaagden] heeft dat aanbod niet aanvaard en heeft geen digitale handtekening gezet. [gedaagden] betwist ook dat zij heeft ingestemd met de algemene voorwaarden en huisregels van [eiseres] . [eiseres] heeft geen redelijke mogelijkheid geboden om van die stukken kennis te nemen, aldus [gedaagden]
2.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
3.1.
De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiseres] af, omdat zij onvoldoende heeft onderbouwd dat er een overeenkomst tussen haar en [gedaagden] tot stand is gekomen. Hierna wordt uitgelegd waarom de kantonrechter tot deze beslissing komt.
3.2.
[eiseres] stelt dat zij op 18 juli 2022 een overeenkomst met [gedaagden] heeft gesloten. [eiseres] heeft onvoldoende concrete feiten gesteld waaruit blijkt dat [gedaagden] haar aanbod heeft aanvaard. Dit geldt voor de huur, de extra faciliteiten en de algemene voorwaarden en huisregels. [eiseres] stelt slechts dat zij een overeenkomst met [gedaagden] is aangegaan en verwijst in dat kader naar een screenshot van één Spaanstalige pagina, waarop geen handtekeningen te zien zijn. Deze pagina is niet vertaald. Het is niet duidelijk waaruit moet blijken dat [gedaagden] het aanbod van [eiseres] heeft geaccepteerd.
3.3.
Verder heeft [eiseres] niets gesteld over de wijze van totstandkoming van de overeenkomst en het bijbehorende digitale proces. Dat had wel op haar weg gelegen, temeer omdat [eiseres] wist dat [gedaagden] betwist dat een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. Nu [eiseres] dat desondanks heeft nagelaten, is de kantonrechter van oordeel dat [eiseres] haar vordering onvoldoende heeft onderbouwd. De vorderingen van [eiseres] zullen daarom worden afgewezen.
3.4.
[eiseres] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
406,00
(1,00 punten × € 406,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
541,00
Dictum
De kantonrechter
4.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af,
4.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten van € 541,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseres] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Wagenaar en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2024.