Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-01-26
ECLI:NL:RBMNE:2024:320
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Voorlopige voorziening
748 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/149
uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 januari 2024 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist.
Inleiding
1. Verzoeker heeft een drietal bezwaarschriften ingediend tegen besluiten van het college. Het college heeft deze bezwaren in handen gesteld van de Adviescommissie bezwaarschriften (de adviescommissie) om hierover advies aan hem uit te brengen. Voordat de adviescommissie dat advies zal uitbrengen zal zij verzoeker horen. Inmiddels heeft op 11 januari 2024 een hoorzitting plaatsgevonden.
1.1.
In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek van verzoeker om het college als voorlopige voorziening op te dragen alle op de zaak betrekking hebben de stukken te verstrekken aan hem en aan de adviescommissie alvorens een (tweede) hoorzitting te houden.
Beoordeling
2. De voorzieningenrechter kan uitspraak doen zonder partijen uit te nodigen om op een zitting te verschijnen als het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. Na kennis te hebben genomen van de stukken ziet de voorzieningenrechter aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken. De voorzieningenrechter doet dus uitspraak buiten zitting.
3. Met een voorlopige voorziening kan de voorzieningenrechter ingrijpen in de rechtsgevolgen van een door verzoeker bestreden besluit tot dat het college op de bezwaren tegen dat besluit heeft beslist.
4. Het verzoek van verzoeker ziet niet op de rechtsgevolgen (de werking) van één of meerdere door hem bestreden besluiten. Hij vraagt de voorzieningenrechter om in te grijpen op het verloop van de procedure die het college toepast om tot een besluit op zijn bezwaren tegen die bestreden besluiten te komen. Dat is geen voorziening die de voorzieningenrechter kan treffen. Verzoeker kan met zijn verzoek dus niet bereiken wat hij wil bereiken.
5. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. de Meulder, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2024.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.