Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-05-14
ECLI:NL:RBMNE:2024:3106
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
704 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/1556
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 mei 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
en
onbekende verweerder, verweerder.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet een kopie van het besluit indienen waar hij het niet mee eens. Dit staat in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandeld. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het besluit niet is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
3. Eiser heeft geen kopie van het bestreden besluit bijgevoegd. De rechtbank heeft eiser in zijn brief van 20 juni 2023 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen.
4. Eiser heeft niet gereageerd op deze brief. Deze brief is retour gekomen, waarbij op de envelop is geschreven ‘ [eiser] woont hier niet.’ Hieruit maakt de rechtbank op dat het door eiser opgegeven adres onjuist is. Ook is het telefoonnummer dat eiser heeft doorgegeven onjuist. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk kan worden behandeld. De rechtbank zal daarom geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).
5. Eiser krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn/haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van
mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
14 mei 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.