Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-04-25
ECLI:NL:RBMNE:2024:3036
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,740 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/1185
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 april 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres van 26 februari 2024 omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. Eiseres heeft haar bezwaar ingediend op 30 januari 2023. Op grond van artikel 112 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) beslist het UWV in afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zeventien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.
Verweerder heeft bij brief van 12 mei 2023 aan eiseres meegedeeld de beslistermijn te verlengen tot 14 augustus 2023. Op 25 juli 2023 heeft verweerder toestemming gevraagd en gekregen om nog een keer de beslistermijn te mogen verlengen tot 25 september 2023. Vervolgens heeft verweerder bij brief van 29 augustus 2023 toestemming gevraagd en gekregen om de beslistermijn te mogen verlengen tot 6 november 2023. Daarna heeft verweerder bij brief van 3 november 2023 toestemming gevraagd telefonisch en gekregen om de beslistermijn te mogen verlengen tot 2 januari 2024.
4. De rechtbank is van oordeel dat eiseres de ingebrekestelling op 22 december 2023 te vroeg heeft verstuurd omdat op dat moment de beslistermijn nog niet was verstreken.
Dit betekent dat op het moment van het instellen van het beroep op 26 februari 2024 niet werd voldaan aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C van Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 april 2024.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/1185
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 april 2024 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres van 26 februari 2024 omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. Eiseres heeft haar bezwaar ingediend op 30 januari 2023. Op grond van artikel 112 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) beslist het UWV in afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zeventien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.
Verweerder heeft bij brief van 12 mei 2023 aan eiseres meegedeeld de beslistermijn te verlengen tot 14 augustus 2023. Op 25 juli 2023 heeft verweerder toestemming gevraagd en gekregen om nog een keer de beslistermijn te mogen verlengen tot 25 september 2023. Vervolgens heeft verweerder bij brief van 29 augustus 2023 toestemming gevraagd en gekregen om de beslistermijn te mogen verlengen tot 6 november 2023. Daarna heeft verweerder bij brief van 3 november 2023 toestemming gevraagd telefonisch en gekregen om de beslistermijn te mogen verlengen tot 2 januari 2024.
4. De rechtbank is van oordeel dat eiseres de ingebrekestelling op 22 december 2023 te vroeg heeft verstuurd omdat op dat moment de beslistermijn nog niet was verstreken.
Dit betekent dat op het moment van het instellen van het beroep op 26 februari 2024 niet werd voldaan aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C van Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 april 2024.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.