Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-05-01
ECLI:NL:RBMNE:2024:2761
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,009 tokens
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 10691463 UC EXPL 23-5987
Vonnis van 1 mei 2024
in de zaak van
INFOMEDICS B.V., MEDE HANDELEND ONDER DE NAMEN INFOMEDICS FACTORING, UWNOTA.NL, DFA SERVICES EN INFOMEDICS DFA,
gevestigd te Almere,
eisende partij,
hierna te noemen: Infomedics,
gemachtigde: Yards Deurwaardersdiensten BV,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 21 augustus 2023, met producties;
- het proces-verbaal van de rolzitting van 25 oktober 2023; - de conclusie van antwoord van 22 november 2023, met producties; - de conclusie van repliek van 17 januari 2024, met producties; - de conclusie van dupliek van 27 februari 2024.
1.2.
Ten slotte is bepaald dat een vonnis wordt gewezen
Beoordeling
Kern van de zaak
2.1.
[gedaagde] heeft bij zijn tandarts zijn tanden laten trekken en een volledig kunstgebit laten plaatsen voor zowel zijn onder- als bovenkaak. [gedaagde] moest bovenop het door zijn zorgverzekeraar vergoede bedrag € 651,56 betalen voor deze behandeling en heeft hiervoor een factuur ontvangen. De factuur heeft [gedaagde] deels betaald en Infomedics, aan wie de vordering van zijn tandarts via een akte van cessie is overgedragen, vordert nu betaling van het restant.
De standpunten van partijen
2.2.
Infomedics stelt dat [gedaagde] moet betalen voor de uitgevoerde behandeling.
2.3.
Volgens [gedaagde] is het geplaatste ondergebit vanaf het moment van plaatsing niet stabiel. Daarom heeft [gedaagde] slechts een deel betaald (voor het bovengebit). In zijn conclusie van antwoord geeft [gedaagde] aan dat hij niet bereid is om voor “iets te betalen waar hij vanaf dag één problemen mee heeft gehad”.
2.3.1.
[gedaagde] wijst erop dat hij, twee maanden na het plaatsen, vanwege deze klachten terug is gegaan naar de tandarts voor een controle van het kunstgebit en om te laten beoordelen of het kunstgebit kon worden opgevuld. Volgens de tandarts was opvullen van het kunstgebit geen optie, omdat het kaakbot van [gedaagde] fors was geslonken.
2.3.2.
[gedaagde] is vervolgens door de tandarts doorverwezen naar een kaakchirurg voor eventuele implantaten in zijn onderkaak. De kaakchirurg heeft vastgesteld dat [gedaagde] klachten ervaart vanwege “een loszittende prothese in de onderkaak” en dat [gedaagde] sinds anderhalf jaar edentaat (tandeloos) is. De implantaten heeft [gedaagde] niet laten zetten omdat deze te duur voor hem waren.
2.3.3.
[gedaagde] voert aan dat hij vooraf onvoldoende is geïnformeerd over de mogelijke gevolgen van de behandeling door de tandarts en dat hij helemaal niet is geïnformeerd over de mogelijkheid dat het te plaatsen ondergebit los kon komen te zitten. Als hij hierover wel was geïnformeerd, zou hij naar eigen zeggen geen ondergebit hebben laten plaatsen.
2.4.
In een reactie stelt Infomedics zich op het standpunt dat de behandeling naar behoren is uitgevoerd. Volgens haar is [gedaagde] tijdens een eerste consult geïnformeerd over de mogelijkheid dat het te plaatsen ondergebit los kan komen te zitten. Zij wijst erop dat bij dergelijke behandelingen geen sprake is van een resultaatsverplichting maar van een inspanningsverplichting.
2.4.1.
Infomedics beschikt naar eigen zeggen over relevante stukken ter onderbouwing van haar standpunt, maar zij meent dat zij in verband met privacywetgeving het patiëntendossier niet eerder dan na goedkeuring van [gedaagde] in het geding kan brengen.
Beoordeling
De (verzwaarde) stelplicht en bewijslast ligt bij Infomedics
2.5.
Er is sprake van een geneeskundige behandelingsovereenkomst. Omdat Infomedics nakoming vordert van deze overeenkomst rust de (verzwaarde) stelplicht en bewijslast op haar. Op Infomedics rust dus ook de verplichting om, na de betwisting door [gedaagde] , haar stellingen nader te onderbouwen en relevante bewijsstukken te overleggen.
De inspanningsverplichting
2.6.
De kantonrechter merkt op dat bij de inspanningsverplichting waar Infomedics zich op beroept ook de verplichting hoort om [gedaagde] vóór de behandeling volledig te informeren. Zoals in punt 2.3.3. uiteengezet, heeft [gedaagde] aangevoerd dat hij vóór de behandeling onvoldoende is geïnformeerd over de mogelijke risico’s van de behandeling. Tot die mogelijke risico’s behoort ook het risico dat zich nu voordoet bij [gedaagde] , namelijk: de mogelijkheid dat het kunstgebit los zou komen te zitten. Kennelijk was dit ook een reëel risico, omdat het kaakbot van [gedaagde] volgens de tandarts fors was geslonken (zie punt 2.3.1.).
2.6.1.
Infomedics onderbouwt niet, en toont daarvan ook geen enkel bewijs, dat [gedaagde] van tevoren wél voldoende is geïnformeerd over de mogelijke risico’s van een dergelijke behandeling en hoe groot de kans zou zijn dat deze risico’s zich daadwerkelijk zouden voordoen, zodat [gedaagde] geïnformeerd kon beslissen of hij de behandeling wilde ondergaan of niet. Deze onderbouwing had, gelet op het standpunt van [gedaagde] , wel van haar mogen worden verwacht.
2.7.
De Algemene Verordening Gegevensbescherming (‘AVG’) maakt het Infomedics verder niet onmogelijk om haar vordering te onderbouwen. Daarin is juist een uitzondering gemaakt op het verbod van verwerking van bijzondere persoonsgegevens (waar het patiëntendossier van [gedaagde] onder valt), als de verwerking hiervan noodzakelijk is voor het instellen, uitoefenen of onderbouwen van een rechtsvordering (artikel 9 lid 2 onder f AVG). Infomedics stelt dat zij pas na toestemming van [gedaagde] het patiëntendossier zou kunnen overleggen, maar ook dat argument kan haar niet baten, al was het maar omdat uit niets blijkt dat Infomedics daadwerkelijk om die toestemming heeft gevraagd.
Conclusie
2.8.
Infomedics heeft niet onderbouwd dat [gedaagde] voorafgaand aan de behandeling is geïnformeerd over de mogelijke risico’s daarvan, terwijl dat wel had gemoeten en ook had gekund. Dit betekent dat Infomedics haar vordering onvoldoende heeft onderbouwd, waardoor deze moet worden afgewezen.
Infomedics wordt veroordeeld in de proceskosten
2.9.
Infomedics is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 50,00 aan reis-, verblijf- en verletkosten.
2.10.
De nakosten worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
wijst de vorderingen van Infomedics af;
3.2.
veroordeelt Infomedics in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Infomedics niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
3.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.J.M. Hendriks, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2024.