Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-03-19
ECLI:NL:RBMNE:2024:1777
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,112 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/4760
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 maart 2024 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
(gemachtigde: mr. S.N. Ali),
en
Belastingdienst/Toeslagen, verweerder
(gemachtigde: mr. [gemachtigde]).
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 22 juli 2020 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.
Op 18 oktober 2023 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Eiseres heeft op 7 november 2023 reactie gegeven op het verweerschrift.
Verweerder heeft desgevraagd antwoord gegeven op een vraag van de rechtbank.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
3. Op 4 januari 2023 heeft verweerder een beslissing genomen op de aanvraag van eiseres. Eiseres heeft bij brief van 28 september 2023 beroep ingesteld, omdat zij stelt dat verweerder niet tijdig een beslissing op aanvraag heeft genomen.
4. Verweerder stelt in het verweerschrift dat eiseres geen procesbelang heeft, omdat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op aanvraag werd ingesteld nadat verweerder een besluit heeft genomen. Eiseres stelt dat zij het besluit van 4 januari 2023 niet heeft ontvangen. Dit besluit is niet-aangetekend verzonden. Deze omstandigheden leiden ertoe dat verweerder aannemelijk moet maken dat dit besluit is voorzien van de juiste adressering, een verzenddatum en dat sprake is van een deugdelijke verzendadministratie.
5. Bij brief van 13 december 2023 heeft de rechtbank verweerder verzocht de verzending van het bestreden besluit aannemelijk te maken. In dit verband heeft verweerder een uitdraai van de verzendadministratie overgelegd en een kopie van het besluit opgenomen. Het besluit met dagtekening 4 januari 2023 is aangemaakt en verzonden op 28 december 2022. Dit is terug te vinden in het verzendsysteem onder het kopje “verzonden berichten”. Niet gebleken is van een onjuiste tenaamstelling of adressering van het besluit. Verweerder heeft met hetgeen hij heeft gesteld en met de overgelegde verzendadministratie aannemelijk gemaakt dat de beschikking op een juiste wijze is bekendgemaakt.
6. Daargelaten of het besluit juist is verzonden, staat vast dat verweerder een besluit heeft genomen op het moment van indienen van het beroep niet tijdig. Dit betekent dat het beroep van eiseres niet-ontvankelijk is. Dit betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet inhoudelijk kan beoordelen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.