Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2024-03-06
ECLI:NL:RBMNE:2024:1302
Civiel recht
Kort geding
1,609 tokens
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 10928408 \ AV EXPL 24-6
Vonnis in kort geding van 6 maart 2024
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: Y. el Messaoudi ,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
[eiser] heeft [gedaagde] op 20 februari 2024 gedagvaard voor de kantonrechter.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 28 februari 2024. Aan de zijde van [eiser] waren de heer [eiser] zelf en zijn gemachtigde de heer Y. el Massaoudi aanwezig. De heer [gedaagde] was niet aanwezig. De heren [eiser] en el Massaoudi hebben de standpunten kort toegelicht en antwoord gegeven op vragen van de kantonrechter. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van dat wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft gezegd zo snel mogelijk, doch uiterlijk binnen twee weken, uitspraak te doen.
2De kern van de zaak
2.1.
[gedaagde] huurt sinds negen jaar een kamer gelegen aan het adres [adres] te [plaats] (hierna: het gehuurde) van [eiser] , voor een bedrag van € 375,00 per maand.
2.2.
[eiser] stelt dat [gedaagde] al ruim negen jaar structureel overlast veroorzaakt in het gehuurde. Dit is de laatste vier jaar verergerd. De overlast uit zich in geluids- en stankoverlast, drugsoverlast en bedreigingen naar andere huurders en [eiser] . Zo heeft [gedaagde] [eiser] op 29 mei 2021 bedreigd met een mes op het moment dat [eiser] een toilet in het pand aan het repareren was. [eiser] heeft [gedaagde] verschillende waarschuwingsbrieven gestuurd, maar hier reageert [gedaagde] niet op.
2.3.
Op 24 september 2023 heeft [eiser] van vijf andere huurders van het pand aan de [straat] een brief ontvangen waarin zij eisen dat [gedaagde] uit de woning wordt gezet, vanwege de enorme overlast die hij veroorzaakt. Uiteindelijk hebben verschillende huurders – vanwege deze door [gedaagde] veroorzaakte overlast – de huur bij [eiser] opgezegd. Daarbij is het voor [eiser] lastig om nieuwe huurders te vinden, omdat deze direct door [gedaagde] worden bedreigd.
2.4.
Voor [eiser] is de maat nu vol en daarom vordert hij in deze procedure ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. Daarnaast vordert hij een bedrag van € 375,00 per maand tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt en veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
Beoordeling
Verstek
3.1.
De kantonrechter verleent tegen [gedaagde] verstek, omdat de bij de wet voorgeschreven formaliteiten en termijnen voor oproeping van [gedaagde] in acht zijn genomen en hij niet in het geding is verschenen en niet om uitstel heeft verzocht.
3.2.
Omdat [gedaagde] niet naar de mondelinge behandeling is gekomen en geen verweer heeft gevoerd, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de gestelde feiten en omstandigheden waarop [eiser] zijn vorderingen baseert.
Spoedeisend belang
3.3.
De kantonrechter is van oordeel dat, zoals [eiser] heeft gesteld, hij een spoedeisend belang heeft bij zijn vordering. [gedaagde] veroorzaakt (grote) overlast, niet alleen voor [eiser] maar ook voor de andere huurders van het pand aan de Van [straat] . Mede gelet op de verantwoordelijkheid die [eiser] heeft naar deze medebewoners, heeft [eiser] een spoedeisend belang bij zijn vordering.
Ontbinding
3.4.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal worden afgewezen nu in een kort gedingprocedure geen ontbinding van de huurovereenkomst kan worden gevraagd.
Ontruiming
3.5.
Nu geen verweer wordt gevoerd en de vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, wordt de vordering tot ontruiming van het gehuurde toegewezen. De termijn zal de kantonrechter bepalen op twee weken na betekening van dit vonnis. De vanaf dit vonnis vervallen huurtermijnen zullen worden toegewezen tot de ontruiming.
Proceskosten
3.6.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- dagvaarding € 136,72
- griffierecht € 87,00
- salaris gemachtigde € 543,00
- nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening)
Totaal € 901,72
Dictum
De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het pand aan de [adres] te [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eiser] zijn, en de sleutels af te geven aan [eiser] ;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om vanaf 1 maart 2024 te betalen aan [eiser] een bedrag van € 375,00 per maand, tot de dag dat de woning zal zijn ontruimd;
4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 901,72, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. K.G.F. van der Kraats en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2024.