Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-10-18
ECLI:NL:RBMNE:2023:7770
Civiel recht
Tussenuitspraak
2,673 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 10329710 UC EXPL 23-1013 EAdV/51469
Tussenvonnis van 18 oktober 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap
[eiseres] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eiseres,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. L.C. Alkadiri,
tegen:
de besloten vennootschap
[gedaagde] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. R.A. van Huussen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 26 juli 2023 (hierna: het tussenvonnis);
de akte uitlaten deskundigenbericht van [eiseres] ;
de akte houdende uitlating na tussenvonnis van [gedaagde] .
1.2.
De kantonrechter heeft de uitspraak bepaald op vandaag.
2De stand van zaken tot nu toe
2.1.
Voor een gedetailleerd overzicht van de zaak, de vorderingen en de beslissingen van de kantonrechter tot nu toe, wordt verwezen naar het tussenvonnis.
2.2.
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter meegedeeld dat hij van plan is om een deskundige te benoemen die onderzoek zal doen naar de oorzaak van het tegenschot en naar de (omvang van de) noodzakelijke herstelkosten, en heeft hij conceptvragen voor de deskundige geformuleerd. Ook heeft de kantonrechter partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het aangekondigde deskundigenonderzoek. Partijen hebben daarna akten ingediend.
2.3.
[eiseres] en [gedaagde] zijn het erover eens dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige, en zij zijn akkoord met de door de kantonrechter geformuleerde vragen. Volgens [gedaagde] moet de deskundige gedegen kennis hebben van grondstabilisatie en houtchaletbouw. Verder heeft [gedaagde] de kantonrechter gewezen op een verschrijving in het tussenvonnis.
3De verdere beoordeling
Kennelijke schrijffout
3.1.
Terecht heeft [gedaagde] de kantonrechter gewezen op een verschrijving in de laatste zin van randnummer 3.5 van het tussenvonnis. Deze zin luidt als volgt: “Voor dat laatste is met name relevant dat [gedaagde] [onderstreping: kantonrechter] voorafgaand aan de bouw van het chalet het grondwerk zelf heeft gedaan, hoewel [gedaagde] had aangeboden om het grondwerk te doen.” In het eerste gedeelte van deze zin moet ‘ [gedaagde] ’ worden vervangen door ‘ [eiseres] ’. Het is namelijk [eiseres] die het grondwerk zelf heeft gedaan.
Benoeming deskundige en vraagstelling
3.2.
De kantonrechter zal de heer J.C.A. van den Bergh van [onderzoeksbureau] als deskundige benoemen. Hij is een bouwkundige met deskundigheid op het gebied van (onder andere) grondstabilisatie en houtchaletbouw. Aan deze deskundige zullen de hierna te vermelden vragen worden voorgelegd:
Wat is volgens u de meest waarschijnlijke oorzaak van het tegenschot, en waarom vindt u dat?
Welke herstelwerkzaamheden zijn volgens u noodzakelijk, en wat kost dat ongeveer? Wilt u daarbij ingaan op de onderliggende vraag of het dak volgens u na herstel volledig horizontaal mag zijn (dus waterpas), of dat het dak dan een afschot moet hebben? En als er verschillende methodes voor herstel mogelijk zijn: kunt u die methodes kort beschrijven en toelichten welke methode uw voorkeur heeft en waarom?
Is er nog iets wat u belangrijk vindt om op te merken?
3.3.
[eiseres] moet het voorschot van € 5.420,- (incl. btw) op de kosten van de deskundige betalen (zie randnummer 3.11 van het tussenvonnis). De kantonrechter zal de beslissing over het voorschot ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
3.4.
De kantonrechter wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De kantonrechter zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Voldoet een partij niet aan een van deze verplichtingen, dan kan de kantonrechter in het nadeel van die partij beslissen.
3.5.
Als een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, moet zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.
Dictum
De kantonrechter:
4.1.
beveelt een deskundigenonderzoek naar de in nummer 3.2 van dit vonnis geformuleerde vragen;
4.2.
benoemt tot deskundige ter beantwoording van deze vragen:
[onderzoeksbureau]
De heer J.C.A. van den Bergh
correspondentieadres: [correspondentieadres] , [vestigingsplaats] ,
bezoekadres: [adres] , [vestigingsplaats] ,
tel: [telefoonnummer]
e-mailadres: [e-mailadres] ;
de kosten
4.3.
bepaalt over de vaststelling van het voorschot voor de kosten van de deskundige het volgende:
de griffie zal de kostenbegroting van de deskundige onmiddellijk toezenden aan partijen;
partijen kunnen binnen twee weken daarna bij de kantonrechter schriftelijk bezwaar maken tegen de begroting;
als niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, wordt het voorschot voor de kosten van de deskundige alvast vastgesteld op het door de deskundige te begroten bedrag;
als wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal het voorschot worden vastgesteld bij afzonderlijke beslissing;
4.4.
bepaalt dat [eiseres] het bedrag van het voorschot moet betalen binnen twee weken nadat zij een daartoe strekkend betalingsverzoek van de griffie heeft ontvangen;
4.5.
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot;
4.6.
verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad;
4.7.
wijst de deskundige erop dat hij het onderzoek onmiddellijk moet staken en contact moet opnemen met de griffie over een aanvullend voorschot, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn;
de werkwijze van de deskundige
4.8.
draagt de deskundige op een schriftelijk en gemotiveerd rapport met een duidelijke conclusie en een gespecificeerde einddeclaratie, in te leveren bij de griffie;
4.9.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats;
4.10.
bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijke, ondertekende rapport bij de griffie moet worden ingeleverd op drie maanden na de datum van dit vonnis, met dien verstande dat de deskundige niet met het onderzoek hoeft te beginnen voordat deze van de griffie bericht heeft ontvangen dat het voorschot is gedeponeerd;
4.11.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als hij daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en ook voor het overige hun medewerking moeten verlenen aan het onderzoek;
4.12.
schrijft de deskundige voor dat hij bij het onderzoek partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen;
4.13.
wijst de deskundige erop dat:
hij partijen bij een onderzoek van het chalet gelegenheid moet bieden dit onderzoek ter plaatse bij te wonen; als slechts één partij, althans niet alle partijen, bij dit onderzoek aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,
als partijen bij het onderzoek van het chalet ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd;
4.14.
bepaalt dat de deskundige een concept van het rapport aan partijen zal toezenden en hen in de gelegenheid zal stellen om binnen een termijn van vier weken daarna opmerkingen over het concept te maken;
4.15.
bepaalt dat uit het rapport van de deskundige moet blijken of aan partijen de gelegenheid is geboden om opmerkingen te maken (tijdens het onderzoek en op het concept-rapport), terwijl in het rapport tevens melding moet worden gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen, en verzoekt de deskundige om in het rapport te reageren op de opmerkingen van partijen;
4.16.
verzoekt de deskundige om de landelijke Leidraad deskundigen op www.rechtspraak.nl te raadplegen;
de overige beslissingen
4.17.
bepaalt dat het procesdossier (waaronder een afschrift van de vonnissen) binnen één week na de datum van dit vonnis aan de deskundige moet worden toegezonden door (de gemachtigde van) [eiseres] ;
4.18.
draagt de griffier op om na inlevering van het schriftelijke rapport door de deskundige de zaak op een termijn van 4 weken weer op de rol te plaatsen voor het nemen van een conclusie na deskundigenrapport aan de zijde van [eiseres] en om partijen daarvan bericht te doen, waarna [gedaagde] een antwoordconclusie na deskundigenrapport mag indienen;
4.19.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.K.J. van den Boom, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2023.