Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-11-29
ECLI:NL:RBMNE:2023:7768
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,196 tokens
Inleiding
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: C/16/563491 / HL ZA 23-285
Vonnis in incident van 29 november 2023
in de zaak van
1 [opposante sub 1] ,
te [plaats 1] ,2. [opposant sub 2],
te [plaats 2] ,
eisende partijen in verzet,
hierna samen te noemen: [opposant sub 2] ,
advocaat: mr. R.H.P. van de Venne te Zutphen,
tegen
HENRICUS MARIA EIJKING QQ,
in hoedanigheid van curator in het faillissement van [onderneming] B.V.,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij in verzet,
hierna te noemen: de curator,
advocaat: mr. N. Wilderink te Naarden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de verzetdagvaarding met producties
- de akte houdende incidentele conclusie tot niet-ontvankelijkheid van de zijde van de curator - de conclusie van antwoord in het incident met producties.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Op 30 augustus 2023 is tussen partijen een vonnis gewezen. De curator heeft verzocht [opposant sub 2] op formele gronden niet ontvankelijk te verklaren in zijn verzet tegen dit vonnis van 30 augustus 2023. Volgens de curator heeft [opposant sub 2] gebruik gemaakt van het verkeerde rechtsmiddel: hij had hoger beroep moeten instellen in plaats van verzet.
Wat is er gebeurd?
2.2.
Op 14 juli 2023 heeft de curator [opposant sub 2] gedagvaard voor deze rechtbank om op 27 juli 2023 te verschijnen. [opposant sub 2] is op die datum niet verschenen. Tegen [opposant sub 2] is vervolgens verstek verleend en de zaak is aangehouden tot 30 augustus 2023 voor vonnis.
2.3.
Op 29 augustus 2023 in de middag is [opposant sub 2] alsnog verschenen in de procedure. In het roljournaal van de rechtbank is vermeld dat het verstek is gezuiverd doordat [opposant sub 2] alsnog is verschenen. De zaak is aangehouden tot 11 oktober 2023 voor het indienen van een conclusie van antwoord door [opposant sub 2] .
2.4.
Op 1 september 2023 heeft de curator aan [opposant sub 2] een verstekvonnis gestuurd. Dit vonnis was gedateerd op 30 augustus 2023. In dit vonnis zijn de vorderingen van de curator volledig toegewezen. De curator heeft [opposant sub 2] verzocht om op uiterlijk 6 september 2023 te voldoen aan het vonnis, dat wil zeggen een bedrag te betalen van ruim driehonderdduizend euro.
2.5.
Op 4 september 2023 heeft de griffier van de rechtbank partijen bericht dat [opposant sub 2] op tijd het verstek heeft gezuiverd en op uiterlijk 11 oktober 2023 mag antwoorden. Het verstekvonnis van 30 augustus 2023 is ten onrechte door de rechtbank verzonden. De griffier heeft de curator verzocht het vonnis terug te sturen.
2.6.
Op 7 september 2023 heeft de curator laten weten dat hij van mening is dat de rechtskracht van het vonnis niet door de rechter zelf kan worden aangetast, ook niet met instemming van beide partijen. Voor de aantasting van een gewezen vonnis moet uitsluitend het gesloten stelsel van rechtsmiddelen worden gevolgd, aldus de curator. Doorprocederen alsof het vonnis van 30 augustus 2023 niet is verzonden, is voor de curator geen optie. De griffier van de rechtbank heeft partijen vervolgens op 11 september 2023 bericht dat [opposant sub 2] op kosten van de rechtbank een verzetdagvaarding kan uitbrengen. Dat heeft [opposant sub 2] gedaan.
Hoe nu verder?
De curator heeft zich beroepen op de niet-ontvankelijkheid van [opposant sub 2] . Omdat het verstek door [opposant sub 2] is gezuiverd op 29 augustus 2023, kan het vonnis van 30 augustus 2023 volgens de curator geen verstekvonnis zijn. De curator meent dat sprake is van een vonnis op tegenspraak. Vanwege het gesloten systeem van rechtsmiddelen had [opposant sub 2] hoger beroep moeten instellen tegen het vonnis en geen verzet. Daarom zou [opposant sub 2] niet ontvankelijk moeten worden verklaard in zijn verzet tegen het vonnis van 30 augustus 2023, aldus de curator.
2.7.
De rechtbank volgt dit standpunt niet. Het vonnis is van 30 augustus 2023 is gewezen op basis van de onjuiste situatie dat [opposant sub 2] niet in het geding is verschenen. In het vonnis staat in de kop bij de partijgegevens dat [opposant sub 2] niet is verschenen en verder staat onder het procesverloop dat verstek is verleend. Toen [opposant sub 2] op 29 augustus 2023 in de middag het verstek zuiverde, lag dit vonnis al klaar omdat het de volgende dag verzonden moest worden. Het vonnis was op dat moment al gewezen en moest alleen nog worden uitgesproken. En dat zou op 30 augustus 2023 gebeuren: de datum waarnaar de zaak was verwezen voor verstekvonnis, als het verstek niet voor die datum zou zijn gezuiverd door [opposant sub 2] .
Wat er vervolgens is gebeurd – zoals door de griffier ook al is uitgelegd aan partijen – is dat het vonnis, na de zuivering van het verstek door [opposant sub 2] , ten onrechte niet uit de stapel te verzenden vonnissen is gehaald en daardoor ten onrechte is verzonden. Dat is de kern van de fout die hier is gemaakt: er is niet een onjuist vonnis uitgesproken, maar er is op 30 augustus 2023 een vonnis uitgesproken, terwijl helemaal geen vonnis had moeten worden uitgesproken in deze zaak. Dat blijkt ook uit het roljournaal van de rechtbank waarin de zaak was verwezen naar 11 oktober 2023 voor het indienen van een conclusie van antwoord door [opposant sub 2] .
2.8.
Als het standpunt van de curator zou worden gevolgd, wordt [opposant sub 2] een feitelijke instantie ontnomen voor de beoordeling van deze zaak. Er heeft namelijk nog geen beoordeling van de vordering van de curator plaatsgevonden op basis van hoor en wederhoor. In het vonnis dat is gewezen, is enkel geoordeeld op basis van de stellingen van de curator (wat ook logisch is, omdat het een vonnis is waarbij is uitgegaan van het niet-verschijnen van [opposant sub 2] ). Deze situatie is ontstaan doordat de rechtbank ten onrechte het vonnis heeft verzonden en vervolgens aan partijen heeft gecommuniceerd dat deze fout hersteld kan worden door het uitbrengen van een verzetdagvaarding door [opposant sub 2] .
2.9.
Als nu alsnog geoordeeld zou worden dat [opposant sub 2] enkel hoger beroep in kan stellen tegen dit vonnis, zou de zaak enkel in hoger beroep worden beoordeeld op basis van het nog te voeren partijdebat. Formalisme als gevolg waarvan aan een rechtzoekende de toegang tot een rechtsmiddel wordt ontzegd, doorstaat niet de toets van art. 6 EVRM en wordt door het EHRM als excessief beoordeeld. Door het EHRM wordt verder beklemtoond dat gerechten in een democratische rechtsstaat vertrouwen moeten wekken en rechtsonzekerheid niet in de hand mogen werken. Indien een partij, in dit geval [opposant sub 2] , afgaat op door een gerecht verstrekte (onjuiste) informatie over de mogelijkheid om een rechtsmiddel in te stellen, mag hij daarvan niet de dupe worden. De curator ondervindt hiervan ook geen enkel nadeel.
2.10.
[opposant sub 2] is daarom ontvankelijk in zijn verzet. Het verzoek van de curator zal worden afgewezen met veroordeling van de curator in de kosten van het incident.
Beoordeling
3.1.
De rechtbank zal een mondelinge behandeling bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun stellingen nader te onderbouwen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.
3.2.
De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen voor opgave van verhinderdagen. Bij de opgave van de verhinderdata dienen partijen als uitgangspunt rekening te houden met een fysieke mondelinge behandeling in een rechtszaal en mogelijk, als de omstandigheden daarom vragen, een digitale mondelinge behandeling via Teams.
3.3.
De advocaten zullen gelijktijdig met de uitnodiging voor de zitting nadere informatie omtrent de gang van zaken bij de mondelinge behandeling ontvangen.
Dictum
De rechtbank
in het incident
3.4.
wijst het verzoek af,
3.5.
veroordeelt de curator in de proceskosten van het incident, aan de zijde van [opposant sub 2] tot op heden begroot op €2.645,-,
in de hoofdzaak
3.6.
beveelt een mondelinge behandeling in een rechtszaal van de rechtbank of via Teams en de verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten voor het geven van inlichtingen en om te bespreken of een minnelijke regeling kan worden bereikt, bij een nader te bepalen rechter op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,
3.7.
bepaalt dat [opposant sub 2] dan in persoon aanwezig moet zijn,
3.8.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 13 december 2023 voor het opgeven van de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de zes maanden vanaf de opgave, waarbij zij ten minste vijftien dagdelen vrij dienen te laten waarop de mondelinge behandeling zou kunnen plaatsvinden,
3.9.
bepaalt dat vervolgens de rechter dag en uur van de mondelinge behandeling zal vaststellen,
3.10.
bepaalt dat als door partijen geen verhinderdagen worden opgegeven, de rechtbank dag en uur van de mondelinge behandeling zelfstandig zal bepalen,
3.11.
bepaalt dat na vaststelling van dag en uur van de mondelinge behandeling dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,
3.12.
wijst partijen er op, dat voor de mondelinge behandeling 2 uur zal worden uitgetrokken,
3.13.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2023.
4403
Inleiding
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: C/16/563491 / HL ZA 23-285
Vonnis in incident van 29 november 2023
in de zaak van
1 [opposante sub 1] ,
te [plaats 1] ,2. [opposant sub 2],
te [plaats 2] ,
eisende partijen in verzet,
hierna samen te noemen: [opposant sub 2] ,
advocaat: mr. R.H.P. van de Venne te Zutphen,
tegen
HENRICUS MARIA EIJKING QQ,
in hoedanigheid van curator in het faillissement van [onderneming] B.V.,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij in verzet,
hierna te noemen: de curator,
advocaat: mr. N. Wilderink te Naarden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de verzetdagvaarding met producties
- de akte houdende incidentele conclusie tot niet-ontvankelijkheid van de zijde van de curator - de conclusie van antwoord in het incident met producties.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Op 30 augustus 2023 is tussen partijen een vonnis gewezen. De curator heeft verzocht [opposant sub 2] op formele gronden niet ontvankelijk te verklaren in zijn verzet tegen dit vonnis van 30 augustus 2023. Volgens de curator heeft [opposant sub 2] gebruik gemaakt van het verkeerde rechtsmiddel: hij had hoger beroep moeten instellen in plaats van verzet.
Wat is er gebeurd?
2.2.
Op 14 juli 2023 heeft de curator [opposant sub 2] gedagvaard voor deze rechtbank om op 27 juli 2023 te verschijnen. [opposant sub 2] is op die datum niet verschenen. Tegen [opposant sub 2] is vervolgens verstek verleend en de zaak is aangehouden tot 30 augustus 2023 voor vonnis.
2.3.
Op 29 augustus 2023 in de middag is [opposant sub 2] alsnog verschenen in de procedure. In het roljournaal van de rechtbank is vermeld dat het verstek is gezuiverd doordat [opposant sub 2] alsnog is verschenen. De zaak is aangehouden tot 11 oktober 2023 voor het indienen van een conclusie van antwoord door [opposant sub 2] .
2.4.
Op 1 september 2023 heeft de curator aan [opposant sub 2] een verstekvonnis gestuurd. Dit vonnis was gedateerd op 30 augustus 2023. In dit vonnis zijn de vorderingen van de curator volledig toegewezen. De curator heeft [opposant sub 2] verzocht om op uiterlijk 6 september 2023 te voldoen aan het vonnis, dat wil zeggen een bedrag te betalen van ruim driehonderdduizend euro.
2.5.
Op 4 september 2023 heeft de griffier van de rechtbank partijen bericht dat [opposant sub 2] op tijd het verstek heeft gezuiverd en op uiterlijk 11 oktober 2023 mag antwoorden. Het verstekvonnis van 30 augustus 2023 is ten onrechte door de rechtbank verzonden. De griffier heeft de curator verzocht het vonnis terug te sturen.
2.6.
Op 7 september 2023 heeft de curator laten weten dat hij van mening is dat de rechtskracht van het vonnis niet door de rechter zelf kan worden aangetast, ook niet met instemming van beide partijen. Voor de aantasting van een gewezen vonnis moet uitsluitend het gesloten stelsel van rechtsmiddelen worden gevolgd, aldus de curator. Doorprocederen alsof het vonnis van 30 augustus 2023 niet is verzonden, is voor de curator geen optie. De griffier van de rechtbank heeft partijen vervolgens op 11 september 2023 bericht dat [opposant sub 2] op kosten van de rechtbank een verzetdagvaarding kan uitbrengen. Dat heeft [opposant sub 2] gedaan.
Hoe nu verder?
De curator heeft zich beroepen op de niet-ontvankelijkheid van [opposant sub 2] . Omdat het verstek door [opposant sub 2] is gezuiverd op 29 augustus 2023, kan het vonnis van 30 augustus 2023 volgens de curator geen verstekvonnis zijn. De curator meent dat sprake is van een vonnis op tegenspraak. Vanwege het gesloten systeem van rechtsmiddelen had [opposant sub 2] hoger beroep moeten instellen tegen het vonnis en geen verzet. Daarom zou [opposant sub 2] niet ontvankelijk moeten worden verklaard in zijn verzet tegen het vonnis van 30 augustus 2023, aldus de curator.
2.7.
De rechtbank volgt dit standpunt niet. Het vonnis is van 30 augustus 2023 is gewezen op basis van de onjuiste situatie dat [opposant sub 2] niet in het geding is verschenen. In het vonnis staat in de kop bij de partijgegevens dat [opposant sub 2] niet is verschenen en verder staat onder het procesverloop dat verstek is verleend. Toen [opposant sub 2] op 29 augustus 2023 in de middag het verstek zuiverde, lag dit vonnis al klaar omdat het de volgende dag verzonden moest worden. Het vonnis was op dat moment al gewezen en moest alleen nog worden uitgesproken. En dat zou op 30 augustus 2023 gebeuren: de datum waarnaar de zaak was verwezen voor verstekvonnis, als het verstek niet voor die datum zou zijn gezuiverd door [opposant sub 2] .
Wat er vervolgens is gebeurd – zoals door de griffier ook al is uitgelegd aan partijen – is dat het vonnis, na de zuivering van het verstek door [opposant sub 2] , ten onrechte niet uit de stapel te verzenden vonnissen is gehaald en daardoor ten onrechte is verzonden. Dat is de kern van de fout die hier is gemaakt: er is niet een onjuist vonnis uitgesproken, maar er is op 30 augustus 2023 een vonnis uitgesproken, terwijl helemaal geen vonnis had moeten worden uitgesproken in deze zaak. Dat blijkt ook uit het roljournaal van de rechtbank waarin de zaak was verwezen naar 11 oktober 2023 voor het indienen van een conclusie van antwoord door [opposant sub 2] .
2.8.
Als het standpunt van de curator zou worden gevolgd, wordt [opposant sub 2] een feitelijke instantie ontnomen voor de beoordeling van deze zaak. Er heeft namelijk nog geen beoordeling van de vordering van de curator plaatsgevonden op basis van hoor en wederhoor. In het vonnis dat is gewezen, is enkel geoordeeld op basis van de stellingen van de curator (wat ook logisch is, omdat het een vonnis is waarbij is uitgegaan van het niet-verschijnen van [opposant sub 2] ). Deze situatie is ontstaan doordat de rechtbank ten onrechte het vonnis heeft verzonden en vervolgens aan partijen heeft gecommuniceerd dat deze fout hersteld kan worden door het uitbrengen van een verzetdagvaarding door [opposant sub 2] .
2.9.
Als nu alsnog geoordeeld zou worden dat [opposant sub 2] enkel hoger beroep in kan stellen tegen dit vonnis, zou de zaak enkel in hoger beroep worden beoordeeld op basis van het nog te voeren partijdebat. Formalisme als gevolg waarvan aan een rechtzoekende de toegang tot een rechtsmiddel wordt ontzegd, doorstaat niet de toets van art. 6 EVRM en wordt door het EHRM als excessief beoordeeld. Door het EHRM wordt verder beklemtoond dat gerechten in een democratische rechtsstaat vertrouwen moeten wekken en rechtsonzekerheid niet in de hand mogen werken. Indien een partij, in dit geval [opposant sub 2] , afgaat op door een gerecht verstrekte (onjuiste) informatie over de mogelijkheid om een rechtsmiddel in te stellen, mag hij daarvan niet de dupe worden. De curator ondervindt hiervan ook geen enkel nadeel.
2.10.
[opposant sub 2] is daarom ontvankelijk in zijn verzet. Het verzoek van de curator zal worden afgewezen met veroordeling van de curator in de kosten van het incident.
Beoordeling
3.1.
De rechtbank zal een mondelinge behandeling bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun stellingen nader te onderbouwen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.
3.2.
De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen voor opgave van verhinderdagen. Bij de opgave van de verhinderdata dienen partijen als uitgangspunt rekening te houden met een fysieke mondelinge behandeling in een rechtszaal en mogelijk, als de omstandigheden daarom vragen, een digitale mondelinge behandeling via Teams.
3.3.
De advocaten zullen gelijktijdig met de uitnodiging voor de zitting nadere informatie omtrent de gang van zaken bij de mondelinge behandeling ontvangen.
Dictum
De rechtbank
in het incident
3.4.
wijst het verzoek af,
3.5.
veroordeelt de curator in de proceskosten van het incident, aan de zijde van [opposant sub 2] tot op heden begroot op €2.645,-,
in de hoofdzaak
3.6.
beveelt een mondelinge behandeling in een rechtszaal van de rechtbank of via Teams en de verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten voor het geven van inlichtingen en om te bespreken of een minnelijke regeling kan worden bereikt, bij een nader te bepalen rechter op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,
3.7.
bepaalt dat [opposant sub 2] dan in persoon aanwezig moet zijn,
3.8.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 13 december 2023 voor het opgeven van de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de zes maanden vanaf de opgave, waarbij zij ten minste vijftien dagdelen vrij dienen te laten waarop de mondelinge behandeling zou kunnen plaatsvinden,
3.9.
bepaalt dat vervolgens de rechter dag en uur van de mondelinge behandeling zal vaststellen,
3.10.
bepaalt dat als door partijen geen verhinderdagen worden opgegeven, de rechtbank dag en uur van de mondelinge behandeling zelfstandig zal bepalen,
3.11.
bepaalt dat na vaststelling van dag en uur van de mondelinge behandeling dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,
3.12.
wijst partijen er op, dat voor de mondelinge behandeling 2 uur zal worden uitgetrokken,
3.13.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2023.
4403