Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-11-08
ECLI:NL:RBMNE:2023:7742
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
844 tokens
Inleiding
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 10579381 \ MC EXPL 23-3609
Vonnis van 8 november 2023
in de zaak van
[eiser] VOF,
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: R. van Dijk, werkzaam bij Juristu Incassodiensten B.V.,
tegen
[gedaagde] , h.o.d.n. [handelsnaam],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. I. van Leusden-Willemse.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, - de conclusie van antwoord, - de conclusie van repliek, - de conclusie van dupliek.
1.2.
Daarna is bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken.
Beoordeling
Waar gaat de zaak over
2.1.
[eiser] heeft een statische berekening gemaakt ten behoeve van een bouwproject in of bij een woning in Laren. De verbouwing werd uitgevoerd door [gedaagde] . De bij het bouwproject betrokken architect was de heer [architect] . [eiser] heeft haar werkzaamheden bij factuur van 21 september 2021 in rekening gebracht bij [gedaagde] , voor € 1.439,90 inclusief btw. [gedaagde] heeft die factuur onbetaald gelaten, want volgens hem is hij helemaal geen opdrachtgever van [eiser] . Volgens [eiser] wel, en daarom vordert [eiser] betaling van [gedaagde] van die factuur in deze procedure, met nevenvorderingen.
Wat oordeelt de kantonrechter
2.2.
De kantonrechter kan kort zijn. Omdat [gedaagde] ontkent dat hij opdrachtgever is, had het op de weg van [eiser] gelegen om duidelijk te maken waarom [gedaagde] dat wel zou zijn. Dat doet [eiser] op geen enkele manier. Bij repliek voert zij aan dat zij de opdracht gekregen zou hebben van de heer [architect] (de architect), die een hulppersoon zou zijn van [gedaagde] . Maar [gedaagde] ontkent dat en [eiser] voert niets aan waaruit dat zou moeten blijken. De vordering voor de hoofdsom wordt dus, als onvoldoende onderbouwd, afgewezen. De nevenvorderingen delen dit lot.
2.3.
[eiser] is de partij die ongelijk krijgt en zij zal daarom in de proceskosten en de nakosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de kosten van [gedaagde] begroot op € 438,00 aan salaris gemachtigde (2 punten x tarief € 199,00 + € 40,00 nasalaris).
Dictum
De kantonrechter
3.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
3.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 438,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eiser] ook de kosten van betekening betalen;
3.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar bij vervroeging uitgesproken door mr. O.P. van Tricht, kantonrechter, op 8 november 2023.
RW 1368