Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-01-30
ECLI:NL:RBMNE:2023:7583
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,490 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 23/1250
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 januari 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
het bestuur van Luchtverkeersleiding Nederland, LVNL
(gemachtigde: mr. A. Brandenburg).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag van 14 juni 2022 op grond van de Wet open overheid (Woo).
LVNL heeft deze aanvraag met het besluit van 6 juli 2022 afgewezen.
Met het bestreden besluit van 26 september 2022 is LVNL bij deze afwijzing gebleven.
LVNL heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 19 december 2023 op zitting behandeld, samen met de zaak UTR 23/1252. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van LVNL.
In de zaak UTR 23/1252 heeft de rechtbank afzonderlijk uitspraak gedaan.
Beoordeling
1. De rechtbank beoordeelt de afwijzing door LVNL van eisers verzoek om openbaarmaking van alle uitspraken van civiele en bestuursrechtelijke rechtszaken in de afgelopen 30 jaar waarbij LVNL partij is geweest en waarbij geluidsoverlast onderwerp van geschil was. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgrond van eiser.
2. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Bestreden besluit
3. LVNL heeft eisers aanvraag met het besluit van 6 juli 2022 afgewezen en de afwijzing na bezwaar bij bestreden besluit van 26 september 2022 gehandhaafd. LVNL stelt hierover dat documenten die naar hun aard openbaar zijn, niet nogmaals openbaar kunnen worden gemaakt. De uitspraken van de hoogste rechtscolleges worden altijd gepubliceerd, tenzij afgedaan als kennelijk ongegrond of kennelijk niet-ontvankelijk. Andere uitspraken worden gepubliceerd volgens een aantal inhoudelijke criteria (Besluit selectiecriteria uitsprakendatabank rechtspraak.nl). Gelet op de selectiecriteria in artikel 5 van dat Besluit is het meer dan aannemelijk dat alle uitspraken over geluidsoverlast waarbij LVNL partij was, zijn gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Daarbij komt dat LVNL eigenlijk niet vaak partij is bij dergelijke zaken, omdat bij overschrijding van de geluidsnomen of onjuist baangebruik de toezichthouder Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) optreedt. Anders dan eiser meent is het niet LVNL die zondermeer bepaalt waar een vliegtuig vliegt. Bestuursrechtelijke en civiele procedures over handhaving van wettelijke regels kunnen niet naast elkaar gevoerd worden. Er is slechts één civiele procedure tegen LVNL gevoerd die gerelateerd is aan overlast, dat is een uitspraak van rechtbank Haarlem van 5 november 2003 die op www.rechtspraak.nl gepubliceerd is (ECLI:NL:RBHAA:2003:AN7516).
Daarbij komt verder dat voor zover er rechtszaken zijn gevoerd waarvan de uitspraak niet op rechtspraak.nl te vinden is, die niet bij LVNL aanwezig hoeven te zijn, omdat er op grond van de Archiefwet een bewaartermijn van zeven jaar bestaat. LVNL stelt bij medewerkers navraag/onderzoek te hebben gedaan of er documenten over rechtszaken bewaard zijn, maar dat is niet het geval. Het verzoek van eiser valt daarom buiten de reikwijdte van de Woo.
Beoordeling
4. Eiser voert als enige grond aan dat op www.rechtspraak.nl niet alle uitspraken terug te vinden zijn, zodat LVNL niet kan volstaan met een verwijzing daar naar.
5. Deze grond slaagt niet. De rechtbank legt dat hieronder uit.
6. De rechtbank stelt ten eerste vast dat partijen en de rechtbank het erover eens zijn dat eisers verzoek om informatie betrekking heeft op een bestuurlijke aangelegenheid, zodat het valt onder de reikwijdte van de Woo.
7. De rechtbank stelt vast dat eiser van mening is dat er meer uitspraken moeten zijn, dan dat er op www.rechtspraak.nl te vinden zijn, en dat LVNL daarom niet heeft kunnen volstaan met de verwijzing naar www.rechtspraak.nl.
8. De rechtbank stelt verder vast dat uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer onder dit bestuursorgaan berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, het in beginsel aan degene is die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat een bepaald document toch onder dat bestuursorgaan berust. Uit de uitspraak van de Afdeling van 16 november 2011 volgt dat een bestuursorgaan inzichtelijk moet maken op welke wijze naar de gevraagde documenten is gezocht.
9. De rechtbank buigt zich daarom over de vraag welke handelingen LVNL heeft verricht om te zoeken naar de door eiser verzochte uitspraken en de vraag of daaruit volgt dat het niet ongeloofwaardig is dat er niet meer documenten gevonden zijn dan de uitspraak van de rechtbank Haarlem die al aan eiser is verstrekt.
10. De rechtbank overweegt dat uit het bestreden besluit blijkt, dat het uitgangspunt van LVNL is geweest dat de uitspraken waarbij LVNL is betrokken op rechtspraak.nl zijn gepubliceerd. LVNL heeft daarnaast echter ook nog een zoekslag gemaakt waarbij geen andere uitspraken gevonden zijn. Ter zitting heeft LVNL toegelicht hoe de zoekslag is uitgevoerd en waarom het ook niet voor de hand ligt dat er uitspraken van de bestuursrechter zijn waarin LVNL partij is. Dit laatste heeft te maken met de taakstelling van LVNL. LVNL gaat niet over (het handhaven) van geluidsnormen en heeft geen invloed op het aantal vluchten dat landt en opstijgt. Schiphol bepaalt hoeveel slots er op een dag verdeeld worden. Als er een overschrijding is van de geluidsnormen dan is het de ILT die gaat over de handhaving daarvan. De ILT kan dan bij LVNL informatie opvragen over hoe er op een specifieke dag gevlogen is. Dat zijn vragen over hoe laat er gevlogen is, wanneer, met welke wind. Het is dan de taak van de LVNL om data daarover aan te leveren. Maar LVNL is niet het bestuursorgaan dat bepaalt wie vertrekt en wie landt, dat is Schiphol.
Over de zoekslag heeft LVNL verder toegelicht dat de juristen bij LVNL een vaste kleine club vormen die er al lang werken en dat die allemaal bevraagd zijn, evenals de voorganger van de gemachtigde van LVNL die 20 jaar bij LVNL heeft gewerkt. Daarnaast is er op de netwerkschijf gezocht. Uit die zoekslag zijn geen andere zaken naar voren gekomen.
De rechtbank is van oordeel dat LVNL met het voorgaande voldoende heeft gemotiveerd dat en waarom zij niet beschikt over uitspraken in civiele en bestuursrechtelijke uitspraken anders dan de uitspraak van de rechtbank Haarlem die hiervoor is genoemd. De rechtbank heeft ook geen aanknopingspunten dat de uitgevoerde zoekslag onvolledig is geweest. De rechtbank ziet bovendien geen aanleiding om te twijfelen aan de geloofwaardigheid van de mededeling van LVNL dat er niet meer uitspraken zijn dan al zijn gevonden dan in het voorgaande vermeld.
Conclusie
11. De rechtbank is van oordeel dat LVNL een voldoende zoekslag heeft verricht naar de door eiser verzochte documenten, dat niet ongeloofwaardig is dat er niet meer uitspraken zijn dan al zijn verstrekt en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de verzochte stukken wel bij LVNL zouden zijn. Het beroep is daarom ongegrond.
12. Omdat het beroep ongegrond is, bestaat voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2024.
Griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Uitspraak van 28 oktober 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2555).
ECLI:NL:RVS:2011:BU4568
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 23/1250
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 januari 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
het bestuur van Luchtverkeersleiding Nederland, LVNL
(gemachtigde: mr. A. Brandenburg).
Inleiding
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag van 14 juni 2022 op grond van de Wet open overheid (Woo).
LVNL heeft deze aanvraag met het besluit van 6 juli 2022 afgewezen.
Met het bestreden besluit van 26 september 2022 is LVNL bij deze afwijzing gebleven.
LVNL heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 19 december 2023 op zitting behandeld, samen met de zaak UTR 23/1252. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van LVNL.
In de zaak UTR 23/1252 heeft de rechtbank afzonderlijk uitspraak gedaan.
Beoordeling
1. De rechtbank beoordeelt de afwijzing door LVNL van eisers verzoek om openbaarmaking van alle uitspraken van civiele en bestuursrechtelijke rechtszaken in de afgelopen 30 jaar waarbij LVNL partij is geweest en waarbij geluidsoverlast onderwerp van geschil was. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgrond van eiser.
2. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Bestreden besluit
3. LVNL heeft eisers aanvraag met het besluit van 6 juli 2022 afgewezen en de afwijzing na bezwaar bij bestreden besluit van 26 september 2022 gehandhaafd. LVNL stelt hierover dat documenten die naar hun aard openbaar zijn, niet nogmaals openbaar kunnen worden gemaakt. De uitspraken van de hoogste rechtscolleges worden altijd gepubliceerd, tenzij afgedaan als kennelijk ongegrond of kennelijk niet-ontvankelijk. Andere uitspraken worden gepubliceerd volgens een aantal inhoudelijke criteria (Besluit selectiecriteria uitsprakendatabank rechtspraak.nl). Gelet op de selectiecriteria in artikel 5 van dat Besluit is het meer dan aannemelijk dat alle uitspraken over geluidsoverlast waarbij LVNL partij was, zijn gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Daarbij komt dat LVNL eigenlijk niet vaak partij is bij dergelijke zaken, omdat bij overschrijding van de geluidsnomen of onjuist baangebruik de toezichthouder Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) optreedt. Anders dan eiser meent is het niet LVNL die zondermeer bepaalt waar een vliegtuig vliegt. Bestuursrechtelijke en civiele procedures over handhaving van wettelijke regels kunnen niet naast elkaar gevoerd worden. Er is slechts één civiele procedure tegen LVNL gevoerd die gerelateerd is aan overlast, dat is een uitspraak van rechtbank Haarlem van 5 november 2003 die op www.rechtspraak.nl gepubliceerd is (ECLI:NL:RBHAA:2003:AN7516).
Daarbij komt verder dat voor zover er rechtszaken zijn gevoerd waarvan de uitspraak niet op rechtspraak.nl te vinden is, die niet bij LVNL aanwezig hoeven te zijn, omdat er op grond van de Archiefwet een bewaartermijn van zeven jaar bestaat. LVNL stelt bij medewerkers navraag/onderzoek te hebben gedaan of er documenten over rechtszaken bewaard zijn, maar dat is niet het geval. Het verzoek van eiser valt daarom buiten de reikwijdte van de Woo.
Beoordeling
4. Eiser voert als enige grond aan dat op www.rechtspraak.nl niet alle uitspraken terug te vinden zijn, zodat LVNL niet kan volstaan met een verwijzing daar naar.
5. Deze grond slaagt niet. De rechtbank legt dat hieronder uit.
6. De rechtbank stelt ten eerste vast dat partijen en de rechtbank het erover eens zijn dat eisers verzoek om informatie betrekking heeft op een bestuurlijke aangelegenheid, zodat het valt onder de reikwijdte van de Woo.
7. De rechtbank stelt vast dat eiser van mening is dat er meer uitspraken moeten zijn, dan dat er op www.rechtspraak.nl te vinden zijn, en dat LVNL daarom niet heeft kunnen volstaan met de verwijzing naar www.rechtspraak.nl.
8. De rechtbank stelt verder vast dat uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer onder dit bestuursorgaan berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, het in beginsel aan degene is die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat een bepaald document toch onder dat bestuursorgaan berust. Uit de uitspraak van de Afdeling van 16 november 2011 volgt dat een bestuursorgaan inzichtelijk moet maken op welke wijze naar de gevraagde documenten is gezocht.
9. De rechtbank buigt zich daarom over de vraag welke handelingen LVNL heeft verricht om te zoeken naar de door eiser verzochte uitspraken en de vraag of daaruit volgt dat het niet ongeloofwaardig is dat er niet meer documenten gevonden zijn dan de uitspraak van de rechtbank Haarlem die al aan eiser is verstrekt.
10. De rechtbank overweegt dat uit het bestreden besluit blijkt, dat het uitgangspunt van LVNL is geweest dat de uitspraken waarbij LVNL is betrokken op rechtspraak.nl zijn gepubliceerd. LVNL heeft daarnaast echter ook nog een zoekslag gemaakt waarbij geen andere uitspraken gevonden zijn. Ter zitting heeft LVNL toegelicht hoe de zoekslag is uitgevoerd en waarom het ook niet voor de hand ligt dat er uitspraken van de bestuursrechter zijn waarin LVNL partij is. Dit laatste heeft te maken met de taakstelling van LVNL. LVNL gaat niet over (het handhaven) van geluidsnormen en heeft geen invloed op het aantal vluchten dat landt en opstijgt. Schiphol bepaalt hoeveel slots er op een dag verdeeld worden. Als er een overschrijding is van de geluidsnormen dan is het de ILT die gaat over de handhaving daarvan. De ILT kan dan bij LVNL informatie opvragen over hoe er op een specifieke dag gevlogen is. Dat zijn vragen over hoe laat er gevlogen is, wanneer, met welke wind. Het is dan de taak van de LVNL om data daarover aan te leveren. Maar LVNL is niet het bestuursorgaan dat bepaalt wie vertrekt en wie landt, dat is Schiphol.
Over de zoekslag heeft LVNL verder toegelicht dat de juristen bij LVNL een vaste kleine club vormen die er al lang werken en dat die allemaal bevraagd zijn, evenals de voorganger van de gemachtigde van LVNL die 20 jaar bij LVNL heeft gewerkt. Daarnaast is er op de netwerkschijf gezocht. Uit die zoekslag zijn geen andere zaken naar voren gekomen.
De rechtbank is van oordeel dat LVNL met het voorgaande voldoende heeft gemotiveerd dat en waarom zij niet beschikt over uitspraken in civiele en bestuursrechtelijke uitspraken anders dan de uitspraak van de rechtbank Haarlem die hiervoor is genoemd. De rechtbank heeft ook geen aanknopingspunten dat de uitgevoerde zoekslag onvolledig is geweest. De rechtbank ziet bovendien geen aanleiding om te twijfelen aan de geloofwaardigheid van de mededeling van LVNL dat er niet meer uitspraken zijn dan al zijn gevonden dan in het voorgaande vermeld.
Conclusie
11. De rechtbank is van oordeel dat LVNL een voldoende zoekslag heeft verricht naar de door eiser verzochte documenten, dat niet ongeloofwaardig is dat er niet meer uitspraken zijn dan al zijn verstrekt en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de verzochte stukken wel bij LVNL zouden zijn. Het beroep is daarom ongegrond.
12. Omdat het beroep ongegrond is, bestaat voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2024.
Griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Uitspraak van 28 oktober 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2555).
ECLI:NL:RVS:2011:BU4568