Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-11-24
ECLI:NL:RBMNE:2023:7532
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,232 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/3131
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 november 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
de Algemeen Directeur van de Rijksdienst voor het Wegverkeer, verweerder
(gemachtigde: mr. F. Thomas).
Inleiding
In deze uitspraak beslist de rechtbank op het beroep van eiser tegen de intrekking van zijn keuringsbevoegdheid voor het verrichten van Apk-keuringen van voertuigen tot en met 3500 kg voor de duur van zes weken.
Op 23 mei 2023 ontvangt eiser een beslissing op zijn bezwaar waarin staat dat in het primaire besluit van 20 april 2023 stond dat zijn keuringsbevoegdheid voor de duur van vier weken wordt ingetrokken, waarvan twee weken voorwaardelijk. Daarnaast volgt uit dit besluit dat eisers bezwaar ongegrond wordt verklaard.
Met het bestreden besluit van 7 juni 2023 meldt verweerder dat het besluit van 23 mei 2023 onjuistheden bevat en dat het wordt ingetrokken. Met het bestreden besluit van 7 juni 2023 blijft verweerder de intrekking van eisers keuringsbevoegdheid voor de duur van zes weken.
Eiser heeft daartegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 8 augustus 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verweerder. Eiser is – zonder bericht – niet verschenen.
De voorzieningenrechter heeft op 24 augustus 2023 uitspraak gedaan op eisers verzoek om een voorlopige voorziening (UTR 23/2643).
Beoordeling
1. Eiser is niet op de zitting van 8 augustus 2023 verschenen. Uit de verzendadministratie van de rechtbank blijkt dat eiser op de juiste wijze voor de zitting is uitgenodigd, maar dat eiser de uitnodiging (die per aangetekende post is verstuurd) niet afgehaald heeft op zijn afhaallocatie. In de zittingsuitnodiging staat dat de voorzieningenrechter ook op het beroep van eiser kan beslissen. De rechtbank heeft na de zitting contact opgenomen met eiser. Eiser heeft telefonisch medegedeeld dat hij zijn zaak wilde intrekken omdat de intrekkingsperiode van zijn keuringsbevoegdheid inmiddels voorbij was. De rechtbank heeft echter de geen schriftelijke intrekking van het beroep ontvangen. Daarom heeft de rechtbank het proces-verbaal van de zitting van 8 augustus 2023 naar eiser gestuurd en hem verzocht om uiterlijk 2 oktober 2023 te reageren of er een nieuwe zitting plaats dient te vinden. Ook is eiser de mogelijkheid geboden om schriftelijk te reageren op het proces-verbaal en op die wijze zijn standpunt naar voren te brengen.
2. De rechtbank heeft geen enkele reactie van eiser mogen ontvangen en trekt daaruit de conclusie dat eiser geen (proces)belang meer heeft bij zijn ingestelde beroep.
Conclusie
Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Pruntel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 november 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
ECLI:NL:RBMNE:2023:4404.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/3131
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 november 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
de Algemeen Directeur van de Rijksdienst voor het Wegverkeer, verweerder
(gemachtigde: mr. F. Thomas).
Inleiding
In deze uitspraak beslist de rechtbank op het beroep van eiser tegen de intrekking van zijn keuringsbevoegdheid voor het verrichten van Apk-keuringen van voertuigen tot en met 3500 kg voor de duur van zes weken.
Op 23 mei 2023 ontvangt eiser een beslissing op zijn bezwaar waarin staat dat in het primaire besluit van 20 april 2023 stond dat zijn keuringsbevoegdheid voor de duur van vier weken wordt ingetrokken, waarvan twee weken voorwaardelijk. Daarnaast volgt uit dit besluit dat eisers bezwaar ongegrond wordt verklaard.
Met het bestreden besluit van 7 juni 2023 meldt verweerder dat het besluit van 23 mei 2023 onjuistheden bevat en dat het wordt ingetrokken. Met het bestreden besluit van 7 juni 2023 blijft verweerder de intrekking van eisers keuringsbevoegdheid voor de duur van zes weken.
Eiser heeft daartegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 8 augustus 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verweerder. Eiser is – zonder bericht – niet verschenen.
De voorzieningenrechter heeft op 24 augustus 2023 uitspraak gedaan op eisers verzoek om een voorlopige voorziening (UTR 23/2643).
Beoordeling
1. Eiser is niet op de zitting van 8 augustus 2023 verschenen. Uit de verzendadministratie van de rechtbank blijkt dat eiser op de juiste wijze voor de zitting is uitgenodigd, maar dat eiser de uitnodiging (die per aangetekende post is verstuurd) niet afgehaald heeft op zijn afhaallocatie. In de zittingsuitnodiging staat dat de voorzieningenrechter ook op het beroep van eiser kan beslissen. De rechtbank heeft na de zitting contact opgenomen met eiser. Eiser heeft telefonisch medegedeeld dat hij zijn zaak wilde intrekken omdat de intrekkingsperiode van zijn keuringsbevoegdheid inmiddels voorbij was. De rechtbank heeft echter de geen schriftelijke intrekking van het beroep ontvangen. Daarom heeft de rechtbank het proces-verbaal van de zitting van 8 augustus 2023 naar eiser gestuurd en hem verzocht om uiterlijk 2 oktober 2023 te reageren of er een nieuwe zitting plaats dient te vinden. Ook is eiser de mogelijkheid geboden om schriftelijk te reageren op het proces-verbaal en op die wijze zijn standpunt naar voren te brengen.
2. De rechtbank heeft geen enkele reactie van eiser mogen ontvangen en trekt daaruit de conclusie dat eiser geen (proces)belang meer heeft bij zijn ingestelde beroep.
Conclusie
Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Pruntel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 november 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
ECLI:NL:RBMNE:2023:4404.