Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-06-22
ECLI:NL:RBMNE:2023:7400
Strafrecht, Strafrecht; Materieel strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,796 tokens
Dictum
[klager] ,
geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] ,
domicilie kiezende ten kantore van diens raadsvrouw, mr. M.C. Coster, advocaat te Laren,
klager, tevens beslagene.
Procesgang
Het klaagschrift strekt tot teruggave van het onder klager in beslag genomen dier, te weten: een hond, ras [ras] , genaamd [naam] .
De raadkamer heeft kennis genomen van de inhoud van een afschrift van een proces-verbaal met nummer PL0900-2023100088-2, van voornoemd klaagschrift, de dierenartsverklaring d.d. 9 mei 2020, het e-mailbericht van [A] d.d. 9 mei 2023, het e-mailbericht van de dierenarts d.d. 14 mei 2023, de risicoanalyse van de [universiteit] d.d. 16 mei 2023, het e-mailbericht van de raadsvrouw d.d. 21 juni 2023 en van het schriftelijk advies van de officier van justitie d.d. 21 juni 2023.
De raadkamer heeft op 22 juni 2023 de raadsvrouw en de officier van justitie, mr. D. Toonen, in openbare raadkamer gehoord. De raadsvrouw heeft een pleitnotitie overgelegd.
Klager is, alhoewel daartoe geldig opgeroepen, niet in raadkamer verschenen. De moeder van klager, mevrouw [A] , is in raadkamer verschenen.
Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken:
onder klager is op 6 april 2023 op de voet van artikel 94 Sv in beslag genomen: een hond, ras [ras] , genaamd [naam] (PL0900-2023100088-3143179).
klager heeft geen afstand gedaan van hetgeen in beslag is genomen;
klager heeft gesteld rechthebbende te zijn van hetgeen in beslag is genomen.
Standpunten
Standpunt van klager
De raadsvrouw van klager heeft ter toelichting op het klaagschrift onder meer het volgende aangevoerd. Gebleken is dat het gedragsdeskundigenonderzoek heeft geadviseerd om de hond te euthanaseren. Ook lag er een euthanasieadvies van de dierenarts, nu de hond lijdt aan een ernstige vorm van progressieve artrose. Klager heeft vervolgens een tegenonderzoek laten verrichten. De dierenarts in het tegenonderzoek komt tot hetzelfde advies, namelijk euthanasie, omdat er sprake is van forse artrose en de hond niet pijnvrij kan leven. Klager is bereid de euthanasie te laten uitvoeren. Klager en zijn familie wenst echter nog eenmaal afscheid te kunnen nemen van de hond. De raadsvrouw heeft namens klager gesteld dat er geen strafvorderlijk belang meer is en dat de hond moet worden teruggegeven aan klager. Het beslag is enkel bedoeld als maatregel ter bewaring van goederen en niet ter bescherming van de maatschappij. De hond zal gelijk na teruggave geëuthanaseerd worden. Klager heeft daartoe al een afspraak gemaakt bij de dierenarts op 28 juni 2023 om 13.00 uur.
Voorts heeft de raadsvrouw gesteld dat het beslag in strijd is met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het beslag staat immers niet in verhouding tot de impact die het beslag heeft op klager, namelijk het gevolg dat hij geen afscheid kan nemen van de hond. Daarnaast moet worden gekozen voor de minst bezwarende wijze van uitoefening van strafvorderlijke dwangmiddelen. Als tussenoplossing kan het Openbaar Ministerie klager ook aanwijzen als bewaarder met als voorwaarde dat hij de hond laat euthanaseren.
Klager verzoekt dan ook om primair het beslag gegrond te verklaren en de teruggave van de hond aan klager te gelasten en subsidiair de teruggave aan klager te gelasten onder de voorwaarde dat klager de hond op 28 juni 2023 laat euthanaseren.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het belang van strafvordering zich verzet tegen opheffing van het beslag. De officier van justitie heeft onder meer het volgende aangevoerd. Het Openbaar Ministerie heeft een rapport van het gedragsonderzoek
-een risicoanalyse- van de universiteit ontvangen. De conclusie uit het rapport is dat de kans op bijtincidenten naar volwassenen en kinderen wordt ingeschat op zeer hoog en dat de gedragsproblematiek niet behandelbaar is. De [universiteit] heeft daarom geadviseerd om de hond te euthanaseren.De [universiteit] overweegt daarnaast dat de hond extreem veel pijn ervaart doormeerdere medische afwijkingen die niet behandelbaar zijn. Er is derhalve een grote zorgover het welzijn van deze hond vanwege de slechte gezondheidstoestand. Ook de pijnkan bijtgedrag veroorzaken. De dierenarts van het RVO constateert eveneens dat dehond ernstige progressieve artrose heeft waarvoor helaas alleen conservatieve therapiemogelijk is hetgeen voor de hond geen pijnvrij leven zal opleveren. Het RVO heeftderhalve bij het Openbaar Ministerie een verzoek ingediend om tot euthanasie over te mogen gaan. Gelet op de uitkomst van de gedragsrapportage, de onderliggende stukken van het dossier en de medische toestand van de hond is het aannemelijk dat de hond bij eindbeslissing zal worden verbeurd verklaard/onttrokken aan het verkeer. De officier van justitie verzoekt derhalve het klaagschrift ongegrond te verklaren. Indien het klaagschrift ongegrond wordt verklaard, zal het Openbaar Ministerie een machtiging tot vervreemding afgeven en toestemming aan het RVO geven over te gaan tot euthanasie. Het verzoek van klager om aanwezig te zijn bij de euthanasie valt niet onder de reikwijdte van de beklagprocedure. Het nemen van afscheid behoort niet tot de mogelijkheden aangezien het RVO werkt met geheime opvanglocaties voor de dieren. Dat de raadsvrouw op de hoogte is van de geheime opvanglocatie van de hond maakt dat niet anders. Het Openbaar Ministerie wil geen precedent scheppen. Over de uitvoering van de beslagbeslissingen is de RVO verantwoordelijk. Het verzoek van klager dient dan ook niet te worden ingewilligd.
Beoordeling
De raadkamer stelt voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de raadkamer niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofd- of ontnemingszaak zaak te treden. Daarvoor is in de beklagprocedure geen plaats, omdat het dossier zoals dat uiteindelijk aan de zittingsrechter in de hoofd- of ontnemingszaak zal worden voorgelegd, doorgaans nog niet compleet is. Daarnaast moet worden voorkomen dat de beklagrechter vooruitloopt op het in de hoofd- of de ontnemingszaak te geven oordeel. Het beperkte karakter van de beklagprocedure komt tot uitdrukking in enkele van de aan te leggen toetsingsmaatstaven (Hoge Raad 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654).
Maatstaf bij de beoordeling van het onderhavige klaagschrift is of het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave van in beslag genomen voorwerp. Nu beslag is gelegd op de voet van artikel 94 Sv is daarbij in dit geval van belang of het voortduren van het beslag nodig is voor het aan de dag brengen van de waarheid in een strafzaak, het voortduren van het beslag nodig is voor het aantonen van het wederrechtelijk verkregen voordeel en/of het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, het voorwerp zal verbeurd verklaren of onttrekken aan het verkeer.
Op grond van de zich op dit moment in het dossier bevindende stukken en het verhandelde in raadkamer is de raadkamer van oordeel dat het belang van strafvordering zich in dit geval niet verzet tegen beëindiging van het beslag. De raadkamer overweegt daartoe als volgt.
Zowel het Openbaar Ministerie als klager zijn het er, gelet op de uitkomst van de gedragsrapportage, de onderliggende stukken van het dossier en de medische toestand van de hond, over eens dat de hond geëuthanaseerd zal moeten worden. In algemene zin is beslag enkel bedoeld als maatregel ter bewaring van goederen en niet ter bescherming van de maatschappij. Gebleken is dat klager op 28 juni 2023 om 13.00 uur een afspraak heeft gemaakt bij de dierenarts die het tegenonderzoek heeft uitgevoerd om de hond te euthanaseren. Indien de hond op 28 juni 2023 zal worden teruggeven aan klager op het adres van deze dierenarts en gelijk na teruggave door deze dierenarts zal worden geëuthanaseerd is de veiligheid voor de maatschappij voldoende gewaarborgd.
Daarnaast is de raadkamer van oordeel dat voortduring van het beslag in strijd is met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het beslag staat immers niet in verhouding tot de impact die het beslag heeft op klager, namelijk het gevolg dat hij en zijn naaste gezin geen afscheid kunnen nemen van de hond. Algemeen bekend is immers dat een hond voelt als onderdeel van het gezin en het afscheid nemen van een hond die moet worden geëuthanaseerd veel kan helpen met het verwerken van het verlies van een hond. Ook is de raadkamer van oordeel dat gekozen moet worden voor de minst bezwarende wijze van uitoefening van strafvorderlijke dwangmiddelen.
Gelet op het voorgaande verzet het belang van strafvordering zich niet langer tegen teruggave van de hond, mits na te noemen voorwaarden worden nagekomen.
Nu niet iemand anders redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt, zal de raadkamer het beklag gegrond verklaren en de teruggave van de hond aan klager gelasten op 28 juni 2023 onder de volgende voorwaarden:
de hond zal op 28 juni 2023 om 12.30 uur door het RVO worden afgeleverd bij de dierenartspraktijk [dierenartspraktijk] , [adres] te ( [postcode] ) [plaats] , waarna de hond om 13.00 uur in deze dierenartspraktijk zal worden geëuthanaseerd;
klager dient uiterlijk op 29 juni 2023 bewijs van de euthanasie te overleggen aan de raadkamer en aan het Openbaar Ministerie.
Dictum
De raadkamer:
- verklaart het beklag gegrond;
- gelast de teruggave van de hond, ras [ras] , genaamd [naam] (PL0900-2023100088-3143179) aan klager op 28 juni 2023 onder de volgende voorwaarden:
de hond zal op 28 juni 2023 om 12.30 uur door het RVO worden afgeleverd bij de dierenartspraktijk [dierenartspraktijk] , [adres] te ( [postcode] ) [plaats] , waarna de hond om 13.00 uur in deze dierenartspraktijk zal worden geëuthanaseerd;
klager dient uiterlijk op 29 juni 2023 bewijs van de euthanasie te overleggen aan de raadkamer en aan het Openbaar Ministerie.
Deze beslissing is gewezen door mr. L.E. Verschoor-Bergsma, rechter, als lid van de enkelvoudige raadkamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M.H.W. Boelhouwers, griffier en uitgesproken ter openbare zitting van de enkelvoudige raadkamer in deze rechtbank van 22 juni 2023.
Verklaart de rechter buiten staat
deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing staat voor het openbaar ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien dagen na de dagtekening der beslissing.