Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-12-18
ECLI:NL:RBMNE:2023:7089
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,150 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/3353
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: J. Obenhuijsen),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Huizen, verweerder
(gemachtigde: R. van der Hoeff).
Inleiding
1. Eiseres heeft op 25 mei 2022 een melding gemaakt dat zij per 15 juli 2022 zou verhuizen naar een appartement aan de [adres] te [woonplaats] . Doordat zij rolstoelafhankelijk is, zijn er aanpassingen nodig in haar nieuwe woning. Zij heeft in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) een woonvoorziening aangevraagd om deze aanpassingen te financieren. Bij besluit van 11 januari 2023 is deze aanvraag door verweerder afgewezen.
2. Met het bestreden besluit van 21 juni 2023 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en het besluit in stand gelaten. Verweerder heeft bij aanvullend besluit gemotiveerd dat de gevraagde woningvoorziening op grond van artikel 7.1.3, tweede lid, aanhef en onder d, van de Verordening sociaal domein gemeente Huizen 2018 dient te worden afgewezen.
3. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld bij de rechtbank. Verweerder heeft hiertegen een verweerschrift ingediend.
4. De rechtbank heeft het beroep op 11 december 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben (voor een gedeelte) deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
5. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
6. Ter zitting is door eiseres verklaard dat zij voornemens is te verhuizen naar de woning naast haar. Zij woont thans aan de [adres] , maar die woning is met een huursom van € 3.000,- per maand niet (langer) betaalbaar. Daarom wil zij verhuizen naar nummer [huisnummer] , wat volgens haar een veel goedkopere woning is. Vervolgens heeft verweerder ter zitting de vraag opgeworpen wat het procesbelang dan nog is, nu deze aanvraag ziet op aanpassingen in een woning waar eiseres niet blijft wonen. Eiseres is in de gelegenheid gesteld om te reageren op standpunt. Zij heeft vervolgens verklaard dat het eigenlijk dezelfde woning is, dat dezelfde aanpassingen nodig zijn en dat de uitspraak dus ook zal zien op de woning waar zij naartoe wil verhuizen. De rechtbank heeft er toen op gewezen dat deze aanvraag ziet op haar huidige woning, op het huidige adres en dat de uitspraak dus niet ziet op een nieuw te betrekken woning. De rechtbank noch verweerder hadden bovendien enige informatie over de nieuw te betrekken woning en de daar benodigde aanpassingen. Toen eiseres begreep dat het daardoor kon zijn dat een soortgelijke procedure gevoerd zou moeten worden voor de nieuw te betrekken woning, hebben zij en haar gemachtigde ervoor gekozen om de rechtszaal (onder allerlei uitingen van ongenoegen) te verlaten. Weliswaar heeft eiseres uitgelegd waarom een uitspraak van de rechtbank volgens haar evenzeer zou moeten zien op de nieuw te betrekken woning, maar zij heeft de rechtbank door haar vertrek niet meer kunnen uitleggen wat het procesbelang is met betrekking tot de aanpassingen in de huidige woning. De rechtbank stelt echter vast dat eiseres thans nog woont in de woning op nummer [adres] . Ook zijn er geen objectieve stukken aanwezig waaruit kan worden afgeleid dat eiseres op zeer korte termijn de woning zal (moeten) verlaten. Eiseres heeft daarnaast tijdens de zitting beschreven welke problemen zij ervaart in haar huidige woning zonder de gevraagde aanpassingen. De rechtbank zal er daarom vanuit gaan dat er nog procesbelang bestaat en gaat daarom over tot een inhoudelijke behandeling van het beroep.
7. Ten aanzien van de afwijzing van de aanvraag voor een woonvoorziening in het kader van de Wmo heeft eiseres slechts één beroepsgrond ingediend, namelijk (kort gezegd) dat de slager zijn eigen vlees keurt doordat verweerder het advies van de eigen vakafdeling heeft gevolgd en niet het advies van de bezwaaradviescommissie (bac). Uit het dossier leek te volgen dat eiseres het echter ook (of: vooral) met verweerder oneens was over de vraag of de woning van eiseres aan de [adres] te [woonplaats] al dan niet de meest geschikte woning voor haar is. Daarnaast had zij aangegeven dat zij beroep instelde op nader aan te voeren gronden. Omdat die gronden tot laat in de procedure niet door eiseres werden aangevuld, heeft de rechtbank eiseres voorafgaand aan de zitting een brief gezonden en haar er expliciet op gewezen dat zij nog tot tien dagen voor de zitting de tijd had om haar gronden aan te vullen. Ter zitting is besproken dat eiseres dat niet heeft gedaan. Zij heeft er dus voor gekozen om de rechtbank alleen deze grond voor te leggen. De rechtbank overweegt daarover als volgt.
8. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag. Verweerder heeft dat bezwaar voorgelegd aan de bac. De bac adviseerde verweerder om het bezwaarschrift van eiseres ontvankelijk te verklaren en met inachtneming van de overwegingen van de bac het primaire besluit van 11 januari 2023 te herroepen en aan de hand van de gesignaleerde tekortkomingen een nieuw onderzoek te doen en een nieuw besluit te nemen. De vakafdeling van verweerder heeft vervolgens een interne memo geschreven, waarin wordt geadviseerd het advies van de bac niet over te nemen, het bezwaarschrift van eiseres ontvankelijk te verklaren, de overwegingen van de vakafdeling over te nemen en na overneming van de motivering de afwijzende beschikking in stand te laten. Vervolgens heeft verweerder de conclusie uit de memo van de vakafdeling gevolgd en niet het advies van de bac.
9. Eiseres is het met deze gang van zaken niet eens. Zij stelt dat volgens de bezwaaradviescommissie (bac) is gebleken dat er diverse procedurefouten zijn gemaakt en stelde eiseres in het gelijk. Vervolgens volgt verweerder niet het advies van de bac, maar van de vakafdeling, terwijl die vakafdeling nu juist de procedurefouten heeft gemaakt. De slager keurt daarom zijn eigen vlees, aldus eiseres.
10. De rechtbank overweegt als volgt. Verweerder mag op grond van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht beslissen om een bezwaaradviescommissie in te stellen. De bac adviseerde verweerder om het bezwaarschrift van eiseres ontvankelijk te verklaren en met inachtneming van de overwegingen van de bac het primaire besluit van 11 januari 2023 te herroepen en aan de hand van de gesignaleerde tekortkomingen een nieuw onderzoek te doen en een nieuw besluit te nemen. Ter zitting heeft verweerder verklaard dat de afdeling die de bezwaren over Wmo-aanvragen behandelt (de eerdergenoemde vakafdeling), het niet eens was met het advies van de bac. Zij hebben vervolgens een interne memo geschreven waarin wordt uitgelegd waarom dat advies van de bac volgens hen niet klopte. Verweerder heeft vervolgens niet het advies van de bac gevolgd, maar conform de interne memo het bezwaar ongegrond verklaard.
11. De rechtbank is van oordeel dat de beroepsgrond dat (kort gezegd) de slager hiermee zijn eigen vlees keurt, faalt. Immers, in bezwaar is sprake van een volledige bestuurlijke heroverweging, die is verankerd in de wet en in de jurisprudentie. Het bestuursorgaan is dan ook gehouden om het besluit zelf volledig opnieuw te bezien. Daarbij mogen zij een bac instellen die het bestuursorgaan van advies kan voorzien. Op grond van de wet hoeft verweerder dit advies van de bac echter niet op te volgen, zolang in de beslissing op het bezwaar de reden van afwijking wordt vermeld. Verweerder moet het advies van de bac meesturen met de beslissing op het bezwaar, ook als verweerder dat advies niet opvolgt.
12. De rechtbank stelt vast dat aan de bovengenoemde vormvereisten door verweerder wordt voldaan. Verweerder heeft verwezen naar de interne memo waarin is uitgelegd waarom er wordt afgeweken van het advies van de adviescommissie. Dat verweerder deze interne memo heeft gevolgd is toegestaan, ook als dit is opgesteld door de vakafdeling van verweerder zelf. Immers, de volledige heroverweging zoals die is neergelegd in de wet, maakt nu juist dat het bestuursorgaan in de bezwaarfase zelf nog eens moet kijken naar de door haar genomen beslissing. De beroepsgrond slaagt dan ook niet.
13. Ter zitting zijn eiseres en haar gemachtigde (onder meer) uitvoerig ingegaan op de vraag of de woning van eiseres aan de [adres] te [woonplaats] al dan niet een geschikte woning is. De rechtbank had uit de stukken reeds de verwachting dat eiseres dit punt naar voren wilde brengen en heeft haar juist daarom voorafgaand aan de zitting in de gelegenheid gesteld aanvullende gronden in te dienen. Eiseres heeft dit echter (zoals reeds benoemd) nagelaten. Voor zover de rechtbank moet begrijpen dat zij heeft bedoeld deze grond toch ter beoordeling aan de rechtbank voor te leggen, overweegt de rechtbank als volgt.
14. Op grond van de beleidsregels geldt dat een woonvoorziening niet wordt verstrekt indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college. Van voorafgaande toestemming van verweerder is geen sprake, zodat de vraag zou zijn of dit de meest geschikte woning was.
15. De rechtbank stelt vast dat eiseres en haar gemachtigde ter zitting veel hebben verklaard over de geschiktheid van de woning.
Conclusie
16. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. De rechtbank merkt hierbij nog het volgende op.
17. Indien partijen tot een oplossing willen komen of indien eiseres bij een mogelijke volgende verhuizing wil voorkomen in dezelfde situatie te geraken, is het van belang dat zij ofwel vooraf toestemming verkrijgt van verweerder ofwel samen met verweerder kijkt naar welke woning het meest geschikt zou zijn ofwel zelf aantoont dat de gekozen woning van alle woningen op dat moment de meest geschikte woning was voor haar beperkingen. Dat betekent dat zij het niet kan houden bij (een veelheid aan mondelinge) stellingen, maar dat het aan haar is om die stellingen met objectief verifieerbare stukken te onderbouwen.
18. Voor zover het opnieuw tussen partijen zou komen tot een juridische procedure, is het sterk aan te raden om een professioneel juridisch gemachtigde te betrekken bij de zaak, zodat kan worden gewaarborgd dat alle gronden die eiseres naar voren wil brengen ook worden voorgelegd aan de rechtbank, op een manier die voor alle betrokkenen helder is.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E.M. van Abbe, rechter, in aanwezigheid van mr. I.M. de Graaf, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 december 2023.
De rechter is verhinderd
deze uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
ECLI:NL:CRVB:2012:BY5821, ECLI:NL:CRVB:2020:3460 en ECLI:NL:CRVB:2023:2285.
Artikel 7:13, zevende lid, van de Awb.
Verordening sociaal domein gemeente Huizen 2018
Zie ook ECLI:NL:CRVB:2023:1194,ECLI:NL:CRVB:2019:2951, ECLI:NL:CRVB:2011:BQ2868 en ECLI:NL:CRVB:2006:AV1177.