Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-10-25
ECLI:NL:RBMNE:2023:6321
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
1,032 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/4149
uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 oktober 2023 in de zaak tussen
[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker
(gemachtigde: mr. R. Moghni),
en
de burgemeester van de gemeente Utrecht
(gemachtigde: mr. A. Erdogan).
Inleiding
Met het besluit van 29 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft de burgemeester verzoeker voor het Stationsgebied een verblijfsontzegging voor een periode van twee maanden opgelegd vanwege hinderlijk drankgebruik.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 11 oktober 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: V. Talhaoui als waarnemer van de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de burgemeester.
Beoordeling
4. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter legt hieronder uit hoe zij tot dit oordeel komt.Wat is het toetsingskader?
5. Iemand die om een voorlopige voorziening vraagt moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 184,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen de gestelde termijn bijgeschreven zijn op de rekening van de rechtbank of binnen die termijn betaald zijn op de griffie van de rechtbank.
6. Als het griffierecht niet of niet op tijd wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Dit volgt uit de artikelen 8:82, derde lid, en 8:41, zesde lid, van de Awb. Dat is alleen anders als voor het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht een geldige reden wordt gegeven.Slaagt het beroep op betalingsonmacht?
7. Verzoeker heeft verzocht om vrijstelling van de verplichting om griffierecht te betalen. De voorzieningenrechter heeft verzoeker meermaals verzocht om dit verzoek te onderbouwen. Verzoeker heeft echter zowel voorafgaand aan de zitting als tijdens de zitting geen inzicht gegeven in zijn financiële situatie. Omdat voor de voorzieningenrechter niet duidelijk is of verzoeker aan de voorwaarden voor vrijstelling voldoet, stelt zij verzoeker niet vrij van de verplichting om griffierecht te betalen.Heeft verzoeker het griffierecht op tijd betaald?
8. Bij aangetekende brief van 2 september 2023 is verzoeker in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken of als de zitting eerder is uiterlijk voorafgaand aan de zitting het griffierecht te betalen.
9. Verzoeker heeft het griffierecht niet binnen deze termijn betaald. Verzoeker heeft daar geen geldige reden voor gegeven. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom nietontvankelijk. Dit betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk behandelt.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.G.A. Beijen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 oktober 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Zie artikelen 8:82, derde lid, en 8:41, vijfde lid, van de Awb.
Met de brief van 18 september 2023, de mail van 21 september 2023, de mail van 26 september 2023 en telefonisch.