Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-10-13
ECLI:NL:RBMNE:2023:5683
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
516 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16-045816-20 (ontneming)
Vonnis van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot ontneming
in de zaak tegen
[veroordeelde]
,
geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [woonplaats] ,
hierna te noemen: veroordeelde.
1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
De vordering is aan de orde geweest op de terechtzitting van 2 juni 2020. Op die zitting is de behandeling van de ontnemingsvordering afgesplitst van de behandeling van de strafzaak en vervolgens aangehouden voor onbepaalde tijd.
De ontnemingsvordering is behandeld op de terechtzitting van 29 september 2023. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en het standpunt van officier van justitie mr. N. Schipper. Veroordeelde is niet verschenen.
2VORDERING
De officier van justitie heeft gevorderd haar niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering tot ontneming, omdat er geen ontnemingsrapport in het dossier zit.
Beoordeling
De rechtbank stelt vast dat het dossier geen rapport bevat met een berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Uit het standpunt van het Openbaar Ministerie volgt dat een dergelijke berekening ook niet meer zal worden opgesteld. De rechtbank zal de officier van justitie daarom niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dictum
De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.D. Groen, voorzitter, mrs. C. van de Lustgraaf en J.E.S. Dolmans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.J.A. Barends, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 oktober 2023.