Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-09-26
ECLI:NL:RBMNE:2023:5002
Civiel recht; Personen- en familierecht
Kort geding
1,457 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/562214 / KG ZA 23-466
Vonnis van 26 september 2023
in de zaak van:
[A]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna: de moeder,
advocaat mr. C.J.P. Liefting,
tegen
de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: de GI.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
de dagvaarding met producties;
de brief van de GI met bijlagen.
1.2.
Op 19 september 2023 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Aanwezig waren:
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
mevrouw. [B] namens de GI.
2Waar deze procedure over gaat
2.1.
Uit de relatie van de moeder met [C] (hierna: de vader) is geboren:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] .
2.2.
De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige (voornaam)] .
2.3.
[minderjarige (voornaam)] is door de kinderrechter onder toezicht gesteld van de GI. Daarnaast is een machtiging tot uithuisplaatsing verleend.
2.4.
De kinderrechter heeft de beslissing over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing deels aangehouden tot 13 november 2023. In de beschikking van 18 juli 2023 staat vermeld:
“De GI wil namelijk eerst video-interactiebegeleiding (VIB) inzetten om zo meer zicht te krijgen op de hechting en interactie tussen de moeder en [minderjarige (voornaam)] . De kinderrechter vindt dat net als de GI nodig, omdat er ook zorgen zijn (geweest) over de emotionele beschikbaarheid van de moeder en het effect dat haar spanning heeft op [minderjarige (voornaam)] .”
2.5.
De moeder vordert in dit kort geding kort gezegd te bepalen dat de GI de VIB binnen uiterlijk zes weken na het vonnis moet hebben gerealiseerd en de uitkomsten uiterlijk drie weken daarna aan de moeder en aan de rechtbank moet presenteren op straffe van een dwangsom.
2.6.
De GI voert verweer. Vanwege lange wachtlijsten voor VIB is dit nog niet van de grond gekomen. De GI heeft inmiddels een alternatief gevonden om zicht te krijgen op de hechting en interactie tussen de moeder en [minderjarige (voornaam)] in de vorm van Coach Vooruit .
Beoordeling
3.1.
De voorzieningenrechter zal de voorziening weigeren. Hierna zal de voorzieningenrechter uitleggen waarom.
3.2.
Op grond van artikel 256 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan de voorzieningenrechter de voorziening weigeren als hij oordeelt dat de zaak niet geschikt is om in kort geding te worden beslist. De voorzieningenrechter is hier van oordeel dat de zaak niet geschikt is om in kort geding te worden beslist.
3.3.
Normaal gesproken worden dit soort meningsverschillen tussen een ouder en de GI in het kader van de uitvoering van de ondertoezichtstelling voorgelegd aan de kinderrechter op basis van artikel 1:262b van het Burgerlijk Wetboek (BW), ook wel de geschillenregeling genoemd. De kinderrechter kan zo’n verzoek in het kader van de geschillenregeling (in de meeste gevallen) beter beoordelen in de juiste context – namelijk die van de ondertoezichtstelling en het verloop daarvan – dan de voorzieningenrechter dat kan.
3.4.
Bovendien geldt dat in een verzoekschriftprocedure de rechtbank de belanghebbenden oproept. In dat geval zou de vader als ouder met gezag als belanghebbende zijn opgeroepen. In een dagvaardingsprocedure als dit heeft de voorzieningenrechter die mogelijkheid niet. De vader maakt daardoor geen onderdeel uit van deze procedure terwijl dat in de ogen van de voorzieningenrechter gelet op het gezamenlijk gezag wel zou moeten.
3.5.
De voorzieningenrechter acht ook niet gebleken dat de geschillenregeling in dit geval geen uitkomst biedt gelet op de spoedeisendheid van het gevorderde. Verzoeken op grond van de geschillenregeling worden doorgaans binnen één tot vier weken op zitting geplaatst (artikel 5.1. van het procesreglement civiel jeugdrecht, juli 2023) en vervolgens wordt er in principe binnen twee weken uitspraak gedaan (artikel 8.1 van het procesreglement).
3.6.
De voorzieningenrechter spreekt hier wel de hoop uit dat een geschillenprocedure niet meer nodig zal zijn. De GI heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat Coach Vooruit een geschikt alternatief is voor VIB, dat zij direct kunnen starten en dat er op zeer korte termijn geëvalueerd zal worden. Ook heeft de GI erkend dat er eerder naar een alternatief voor VIB had moeten worden gezocht. De moeder heeft zich, ondanks haar zorgen, bereid verklaard mee te werken met Coach Vooruit .
3.7.
Omdat dit een zaak van familierechtelijke aard betreft, zal de voorzieningenrechter de proceskosten compenseren in de zin dat ieder de eigen proceskosten betaalt.
Dictum
De voorzieningenrechter
4.1.
weigert de voorziening;
4.2.
compenseert de proceskosten, in de zin dat ieder de eigen proceskosten betaalt.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.R. Scharrenborg en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2023.