Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-07-13
ECLI:NL:RBMNE:2023:4147
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
667 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/291627-21 (ontneming)
Vonnis van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot ontneming
in de zaak tegen
[veroordeelde]
geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [woonplaats] ,
hierna te noemen: veroordeelde.
1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
De vordering is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 29 juni 2023.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van officier van justitie mr. J.R.F. Esbir Wildeman en van hetgeen veroordeelde en mr. C.Y. Kekik, advocaat te Rotterdam, waarnemend advocaat voor P.T.P. van der Made, advocaat te Rotterdam, naar voren hebben gebracht.
Beoordeling
2.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie verzoekt om de vordering tot ontneming af te wijzen.
2.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman verzoekt de vordering tot ontneming af te wijzen.
2.3
Beoordeling
De ontnemingsvordering van 1 maart 2023 houdt in de vordering dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de staat van het geschatte voordeel van € 4.850,00.
De veroordeelde is bij vonnis van 13 juli 2023 vrijgesproken van het feit waarop deze ontnemingsvordering ziet. Nu daarmee geen sprake is van een veroordeling, zoals is vereist op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, kan het Openbaar Ministerie niet worden ontvangen in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De rechtbank zal de officier van justitie dan ook niet-ontvankelijk verklaren.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck. voorzitter, mrs. A.M.M. Lemmen en B. Vis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.E. Wolters, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 juli 2023.
De griffier, de jongste rechter en de oudste rechter zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.