Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2023-07-21
ECLI:NL:RBMNE:2023:3785
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,872 tokens
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/1210
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juli 2023 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [plaats] , verzoeker,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oudewater, verweerder.
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoeker heeft ingediend omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo).
Op 20 april 2023 heeft verweerder alsnog een besluit genomen. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor het betaalde griffierecht en voor zijn proceskosten in de vorm van verletkosten ter hoogte van € 148,32 vanwege tijdsbesteding aan de zaak.
Verweerder heeft op 30 juni 2023 gereageerd op dit verzoek. Verweerder heeft hierbij meegedeeld dat hij geen bezwaar heeft om het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden, maar wel bezwaar heeft tegen de vergoeding van de verletkosten, omdat dit geen kosten zijn die voor vergoeding in aanmerking komen. .
Overwegingen
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van het door hem betaalde griffierecht en proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. De rechtbank stelt in de eerste plaats vast dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht dient te vergoeden. De rechtbank vindt daarnaast dat er geen grond is om verweerder te veroordelen tot betaling van de door verzoeker opgegeven verletkosten.
Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Op grond van artikel 1, eerste lid aanhef en
onder e, van het Bpb komen verletkosten van een partij in aanmerking voor vergoeding. Het kan hierbij echter enkel gaan om tijdverzuim in verband met het bijwonen van de zitting, niet om tijdverzuim in verband met voorbereiding en verrichten van andere proceshandelingen.
Dat betekent dat de verletkosten van € 148,32 wegens tijdbesteding aan de zaak, niet voor vergoeding in aanmerking komen. Er zijn door verzoeker geen andere proceskosten gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
Dictum
De rechtbank:
- wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 184,- aan verzoeker te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A.M. Elzakkers, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.C. Hak, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Inleiding
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/1210
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juli 2023 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [plaats] , verzoeker,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oudewater, verweerder.
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat verzoeker heeft ingediend omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo).
Op 20 april 2023 heeft verweerder alsnog een besluit genomen. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor het betaalde griffierecht en voor zijn proceskosten in de vorm van verletkosten ter hoogte van € 148,32 vanwege tijdsbesteding aan de zaak.
Verweerder heeft op 30 juni 2023 gereageerd op dit verzoek. Verweerder heeft hierbij meegedeeld dat hij geen bezwaar heeft om het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden, maar wel bezwaar heeft tegen de vergoeding van de verletkosten, omdat dit geen kosten zijn die voor vergoeding in aanmerking komen. .
Overwegingen
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van het door hem betaalde griffierecht en proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. De rechtbank stelt in de eerste plaats vast dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht dient te vergoeden. De rechtbank vindt daarnaast dat er geen grond is om verweerder te veroordelen tot betaling van de door verzoeker opgegeven verletkosten.
Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Op grond van artikel 1, eerste lid aanhef en
onder e, van het Bpb komen verletkosten van een partij in aanmerking voor vergoeding. Het kan hierbij echter enkel gaan om tijdverzuim in verband met het bijwonen van de zitting, niet om tijdverzuim in verband met voorbereiding en verrichten van andere proceshandelingen.
Dat betekent dat de verletkosten van € 148,32 wegens tijdbesteding aan de zaak, niet voor vergoeding in aanmerking komen. Er zijn door verzoeker geen andere proceskosten gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
Dictum
De rechtbank:
- wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 184,- aan verzoeker te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A.M. Elzakkers, rechter, in aanwezigheid van
mr. S.C. Hak, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2023.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.