Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland
2022-04-01
ECLI:NL:RBMNE:2022:1246
Civiel recht
Verschoning
1,176 tokens
Dictum
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
VERSCHONINGSKAMER
Locatie: Lelystad
Zaaknummer/rekestnummer: 536421 / HA RK 22-68
Dictum
op het verzoek in de zin van artikel 40 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:
Mr. C.P. Lunter,
rechter,
(verder te noemen: verzoekster).
Procesverloop
1.1.
De verschoningskamer heeft op 17 maart 2022 het verzoek tot verschoning van verzoekster ontvangen in de zaak met het zaaknummer 530571 HL ZA 21-304 (hierna: de hoofdzaak). Deze zaak betreft een handelszaak met [A] als eisende partij en [bedrijf 1] B.V., [bedrijf 2] B.V. en mr. M.P.O. Gerings als gedaagde partijen.
1.2.
Er heeft geen mondelinge behandeling van het verzoek tot verschoning plaatsgevonden.
1.3.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2Het verschoningsverzoek
2.1.
Verzoekster heeft het volgende ten grondslag gelegd aan haar verschoningsverzoek. Een van de advocaten in de hoofdzaak is partner bij het advocatenkantoor waar de echtgenoot van verzoekster eveneens partner is. Verzoekster kent de advocaat ook persoonlijk omdat zij een kantoorgenoot van hem is geweest. Daarnaast treft verzoekster deze advocaat geregeld bij bijeenkomsten die de maatschap organiseert waarbij verzoekster - als partner van haar echtgenoot - aanwezig is. Het is hierom dat verzoekster meent dat bij één of meerdere van de partijen in de hoofdzaak de objectief gerechtvaardigde vrees voor een gebrek aan onpartijdigheid van verzoekster als rechtbank kan ontstaan. Het betreffende advocatenkantoor heeft immers belang bij een bepaalde uitkomst van de zaak. Om die reden verzoekt verzoekster zich te mogen verschonen van het behandelen van deze zaak.
Beoordeling
3.1.
Artikel 40 Rv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen, kan verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36 Rv. Artikel 36 Rv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.
3.3.
Van de schijn van partijdigheid kan, geheel los van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in dat specifieke geval aan onpartijdigheid ontbreekt. In dat geval dient de rechter zich van een beslissing van de hoofdzaak te onthouden. Rechtzoekenden moeten immers vertrouwen kunnen stellen in het rechterlijk apparaat. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.
3.4.
Uit het verzoek van verzoekster blijkt dat er sprake is van zodanige omstandigheden dat bij één of meerdere partijen in de hoofdzaak de objectief gerechtvaardigde vrees voor een gebrek van onpartijdigheid kan ontstaan. De verschoningskamer ziet hierin – gelet op de onderbouwing van het verschoningsverzoek – voldoende grond voor verschoning.
3.5.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zal de verschoningskamer het verzoek tot verschoning gegrond verklaren.
Dictum
De verschoningskamer:
4.1.
verklaart het verzoek tot verschoning gegrond,
4.2.
draagt de griffier van de verschoningskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoekster, andere betrokken partijen, en aan de president van deze rechtbank.
Deze beslissing is gegeven door mr. G.L.M. Urbanus, voorzitter, en mr. R.M. Berendsen en mr. C.S.K. Fung Fen Chung als leden van de verschoningskamer, bijgestaan door mr. I.S.J. Goeman-Bruijn, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2022.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.