Rechtspraak Rechtbank Midden-Nederland 2017-11-01
ECLI:NL:RBMNE:2017:5588
vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Civiel recht handelskamer locatie Utrecht Vonnis van 1 november 2017 in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/16/406823 / HA ZA 15-1042 van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. J. Pellikaan te Amersfoort, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats] , gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. F.B. Keulen te Utrecht, en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/16/419216 / HA ZA 16-520 van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres, advocaat mr. F.B. Keulen te Utrecht, tegen [gedaagde in de zaak 16-520] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, advocaat mr. J. Pellikaan te Amersfoort. Partijen zullen hierna [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] , [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] en [gedaagde in de zaak 16-520] genoemd worden. 1 De procedure in de zaak 15-1042 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding; de conclusie van antwoord tevens van eis in reconventie; de conclusie van repliek in conventie tevens van antwoord in reconventie tevens akte houdende wijziging van eis in conventie; - de conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in reconventie tevens antwoord op wijziging van eis, tevens akte wijziging van conclusie in conventie en wijziging van eis in reconventie; - de conclusie van dupliek in reconventie tevens antwoord op wijziging van eis in reconventie tevens antwoord op wijziging conclusie in conventie; de akte wijziging van eis van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] ; de akte overleggen producties van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] ; de akte overleggen producties van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] ; de akte overleggen producties II van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] ; de tijdens het pleidooi, dat op 20 april 2017 is gehouden, door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] overgelegde pleitaantekeningen; - het proces-verbaal van pleidooi van 20 april 2017, waarin de zaak (in verband met overeengekomen mediation) is verwezen naar de rol van 14 juni 2017 voor uitlating doorhaling dan wel het vragen van vonnis. 2 De procedure in de zaak 16-520 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 16 november 2016 (vonnis in voegingsincident); de akte vermeerdering van eis; de akte overlegging producties van [gedaagde in de zaak 16-520] ; de akte overlegging producties van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] ; het proces-verbaal van comparitie van 20 april 2017, waarin de zaak, in verband met overeengekomen mediation, is verwezen naar de rol van 14 juni 2017 voor uitlating doorhaling dan wel verder procederen; de conclusie van repliek tevens akte wijziging van eis; de conclusie van dupliek tevens antwoord op wijziging van eis. 3 In beide procedures 3.1. Tijdens de hiervoor genoemde zitting van 20 april 2017 zijn partijen overeengekomen dat zij zouden proberen om hun geschil onder begeleiding van een mediator op te lossen. Dit is niet gelukt. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] heeft in de procedure met zaaknummer 15-1042 op 28 juni 2017 om vonnis verzocht. O het huren, verhuren, verkrijgen, vervreemden en bezwaren van onroerende zaken, het verlenen van zakelijke rechten, (…), het sluiten of wijzigen van arbeidsovereenkomsten, alsmede het verrichten van alle handelingen, welke niet tot de gewone werkkring der v.o.f. behoren. WINST EN WINSTVERDELING Artikel 11. (…) 3. De na toepassing van lid 1 en 2 resterende winst of het na deze toepassing blijkende verlies wordt door de vennoten genoten respectievelijk gedragen, in de volgende verhoudingen, geldend tot en met het boekjaar 2006: - de vennoot sub 1.a: vijfendertig procent (35%) - de vennoot sub 1.b: vijfendertig procent (35%) - de vennoot sub 2: dertig procent (30%) Deze verdeling wordt met ingang van het boekjaar 2007 gewijzigd in onderstaande verdeelstaat en geldt tot en met het boekjaar 2009: De vennoot sub 1 a: vijfentwintig procent (25%) De vennoot sub 1 b: vijfentwintig procent (25%) De vennoot sub 2: vijftig procent (50%) Deze verdeling wordt met ingang van het boekjaar (met de hand toegevoegd: 2010) gewijzigd in onderstaande verdeelstaat en geldt tot en met het boekjaar 2014 De vennoot sub 1 a: vijftien procent (15%) De vennoot sub 1 b: vijftien procent (15%) De vennoot sub 2: zeventig procent (70%) BEEINDIGING DER V.O.F Artikel 12. De vennootschap eindigt: Na opzegging door een vennoot overeenkomstig artikel 3 dezer akte (…); (…); Door ontbinding in rechte bij in kracht van gewijsde gegane uitspraak, welk ontbinding door een vennoot kan worden gevorderd, indien een der andere vennoten zijn verplichtingen als vennoot niet nakomt of overtreedt; (…). Artikel 13. 1. Bij het eindigen der v.o.f. is ieder der vennoten in het vermogen gerechtigd voor het bedrag, waarvoor hij overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 op zijn rekening in de boeken der v.o.f. is gecrediteerd, vermeerderd of verminderd met zijn aandeel in de winst of het verlies, sedert de aanvang van het boekjaar gemaakt of geleden blijkens de slotbalans en de verlies-en winstrekening, overeenkomstig het hiervoor bepaalde opgemaakt, met inachtneming van het in de volgende zin bepaalde en voorts rekening houdend met de voorbehouden stille reserves zoals vermeld in artikel 4 van deze akte. Op deze slotbalans zullen de aan de v.o.f. toebehorende zaken worden opgenomen tegen de waarde, waarop zij zullen worden geschat op de wijze als is voorgeschreven voor boedelscheidingen, waarbij minderjarigen betrokken zijn, alles tenzij belanghebbenden omtrent een andere wijze van schatting tot overeenstemming komen, 2. De uit deze balans resulterende winst of het daaruit blijkende verlies zal door de vennoten worden genoten en gedragen in de verhouding als aangegeven in artikel 11 lid 3. VOORTZETTING Artikel 14. (…) Indien de v.o.f. eindigt door ontbinding in rechte, wordt de onderneming voortgezet door de vennoten op wier vordering de ontbinding is uitgesproken. Artikel 15. (…) 3. In alle gevallen van voortzetting der v.o.f. kunnen alle zaken van de v.o.f. worden overgenomen door degene(n) die de onderneming voortzet(ten). (…) 4. De voortzettende venno(o)t(en) is/zijn alsdan verplicht om alle schulden der v.o.f. voor hun rekening te nemen en om aan de gewezen vennoot, (…) uit te keren het hem ingevolge artikel 13 toekomende bedrag. 5. De uitkering van dit bedrag dient te geschieden uiterlijk tien jaar na het moment dat de v.o.f. voor rekening van de voortzetters is gekomen. Over het onafgeloste gedeelte der uitkeringen is een rente verschuldigd van 5,5 procent. Tussentijdse aflossing kan op ieder moment boetevrij plaatsvinden. (…) ARBEIDSONGESCHIKTHEID Artikel 16. 1. Ingeval van ziekte of een andere grond van arbeidsongeschiktheid behoudt de arbeidsongeschikte vennoot zijn recht op een aandeel in de winst van de v.o.f., onder de verplichting voor de arbeidsongeschikte vennoot om eventuele uitkeringen in verband met zijn arbeidsongeschiktheid in de vennootschapskas te storten. De andere vennoten nemen voor zover mogelijk de taak van de arbeidsongeschikte vennoot over zonder deswe Hierin is onder meer het volgende vermeld: (…) in aanmerking nemende: (…) dat in artikel 4, lid 2 van bedoelde firma-akte (bedoeld is de hiervoor in 4.3 genoemde overeenkomst, toevoeging rechtbank) een algemeen voorbehoud is opgenomen met betrekking tot het recht op de stille reserves in inventaris, vervoermiddelen en goodwill ten behoeve van vennoot 1 en vennoot 2, zodat vennoot 3 daarin niet gerechtigd wordt. dat in bedoelde firma-akte in artikel 11 tevens een glijdende winstverdeling is opgenomen, waarbij het winstaandeel van vennoot 3 geleidelijk stijgt ten opzichte van het winstaandeel van vennoot 1 en vennoot 2, welk opklimmend winstaandeel mede bedoeld is ter verrekening van de door vennoot 1 en vennoot 2 ingebrachte stille reserves en goodwill die per 1 januari 2003 in de vennootschap onder firma reeds aanwezig waren; dat partijen in feite niet de bedoeling hebben gehad om de stille reserves en goodwill geheel voor te behouden aan vennoot 1 en 2, aangezien de vennoten er kennelijk voor hebben gekozen door vennoot 3 daarvoor betalingen te laten doen via de glijdende winstverdeling; dat zij met elkaar overleg hebben gepleegd om diverse bepalingen van de firma-akte met terugwerkende kracht tot 1 januari 2003 opnieuw vast te stellen en schriftelijk vast te leggen; verklaren het volgende te zijn overeengekomen: Artikel 1 (Naam en zetel) De tekst van artikel 1 van de firma-akte wordt als volgt gewijzigd: Naam en zetel Artikel 1 De naam van de vennootschap onder firma luidt: Firma [naam vennootschap onder firma] , mede handelend onder de naam “ [handelsnaam] ”. Artikel 4 (Inbreng) De tekst van artikel 4 van de firma-akte wordt als volgt gewijzigd: Inbreng Artikel 4 1. Ieder der vennoten brengt in de v.o.f. in zijn volledige arbeidskracht, kennis, vlijt en zakelijke relaties. 2. Voorts brengen de comparanten sub 1 in de activa en passiva welke zijn vermeld op de aan deze akte te hechten openingsbalans, met dien verstande dat de verrekening van de ingebrachte stille reserves in inventaris, vervoermiddelen en goodwill zal geschieden via de glijdende winstverdeling als bedoeld in artikel 11 van deze akte. (…) Artikel 17 (Toetreding vennoot) Artikel 17 (oud) komt geheel te vervallen onder vernummering van het oude artikel 18 (Geschillen) tot artikel 17 (nieuw). Slotbepaling Overigens blijven de bepalingen van de vennootschapsakte per 1 januari 2003 zoals deze is opgesteld en ondertekend in april 2003, volledig van kracht. 4.9. In een e-mail van 25 april 2016 heeft de heer [F] over de akte van rectificatie het volgende geschreven: (…) Naar aanleiding van het gesprek wat ik met [gedaagde in de zaak 16-520] had over de acte van rectificatie wil ik nogmaals benadrukken dat de finesses van de gang van zaken mij niet meer geheel duidelijk voor de geest staan. Nogmaals: het is 10 jaar geleden en ik heb al 7 jaar geen contact meer met [gedaagde in de zaak 16-520] als zijn ouders. Ik kan mij nog herinneren dat wij tijdens een bespreking met zowel de ouders van [gedaagde in de zaak 16-520] als [gedaagde in de zaak 16-520] zelf hebben aangekaart dat de v.o.f. overeenkomst die was ondertekend door de 3 partijen een onjuistheid bevatte. Zoals de akte was opgesteld moest [gedaagde in de zaak 16-520] 2 x de stille reserves en de goodwill aan zijn ouders betalen: 1 x door middel van het inverdienen, dat wil zeggen door een lager winstaandeel en 1 x bij het uitkopen van de ouders, als zij gingen uittreden. Dit betrof dan het aandeel dat [gedaagde in de zaak 16-520] op dat moment al had betaald door middel van het lagere winstaandeel en in de toekomst nog zou betalen. Partijen waren het er destijds unaniem over eens dat dit niet gewenst was en zij hebben [G] op dat moment verzocht om een akte van rectificatie op te stellen om dit recht te trekken. Ondergetekende heeft tijdens de totstandkoming van de vof akte en bij het begeleiden van de rectificatie als enige doelstelling gehad om beide partijen bij elkaar te brengen, zodat [gedaagde in de zaak 16 [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] vordert – samengevat – dat de rechtbank primair (1) de vof ontbindt op grond van artikel 12 c van de overeenkomst, (2) primair voor recht verklaart dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] op grond van artikel 14 van de overeenkomst de onderneming na ontbinding kan voortzetten, subsidiair voor recht verklaart dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] de onderneming kan voortzetten omdat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen, meer subsidiair voor recht verklaart dat de redelijkheid en billijkheid met zich brengt dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] de onderneming na ontbinding kan voortzetten, (3) primair voor recht verklaart dat de door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] ingebrachte en stille reserves en goodwill op 31 december 2002, in totaal € 340.907, nog steeds zijn voorbehouden, dat de akte niet rechtsgeldig tot stand is gekomen zodat daaraan geen rechten kunnen worden ontleend, subsidiair voor recht verklaart dat de akte is vernietigd wegens dwaling/bedrog/misbruik van omstandigheden, meer subsidiair voor recht verklaart dat de akte aldus moet worden uitgelegd dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] via de glijdende winstverdeling, zoals neergelegd in artikel 11 van de overeenkomst, een bedrag ad € 18.603,- heeft inverdiend, welk bedrag in mindering kan worden gebracht op de totaal voorbehouden stille reserves en goodwill uit 2003, (4) artikel 15 lid 5 van de overeenkomst uit hoofde van redelijkheid en billijkheid niet van toepassing verklaart, (5) voor recht verklaart dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst dan wel onrechtmatig heeft gehandeld jegens de vof en/of haar medevennoot en dientengevolge gehouden is tot betaling van de kosten van ontbinding, nader op te maken bij staat, (6) [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] gebiedt medewerking te verlenen aan de vereffening van de vof en de voortzetting van de onderneming op straffe van verbeurte van een dwangsom, subsidiair (1) de vof ontbindt wegens gewichtige redenen, (2) voor recht verklaart dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] de onderneming na ontbinding van de vof kan voortzetten, subsidiair dat de redelijkheid en billijkheid met zich brengt dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] de onderneming na ontbinding kan voortzetten, meer subsidiair aan de ontbinding de voorwaarde verbindt dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] de onderneming kan voortzetten, (3) voor recht verklaart dat de door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] ingebrachte en stille reserves en goodwill op 31 december 2002, in totaal € 340.907, nog steeds zijn voorbehouden, dat de akte niet rechtsgeldig tot stand is gekomen zodat daaraan geen rechten kunnen worden ontleend, subsidiair voor recht verklaart dat de akte is vernietigd wegens dwaling/bedrog/misbruik van omstandigheden, meer subsidiair voor recht verklaart dat de akte aldus moet worden uitgelegd dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] via de glijdende winstverdeling, zoals neergelegd in artikel 11 van de overeenkomst, een bedrag ad € 18.603,- heeft inverdiend, welk bedrag in mindering kan worden gebracht op de totaal voorbehouden stille reserves en goodwill uit 2003, (4) aan een ontbinding wegens gewichtige vaste standplaats op naam van een door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] aan te wijzen persoon, waaronder begrepen […] , dan wel [gedaagde in de zaak 16-520] gebiedt zijn medewerking te verlenen aan het verzoek namens de overige erfgenamen van [A] om de marktvergunning over te schrijven op een door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] aan te wijzen persoon, waaronder [B] , conform artikel 9 van de Marktverordening Gemeente [gemeente] , op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,-, te vermeerderen met € 1.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde in de zaak 16-520] daarmee in gebreke blijft, (3) voor zover blijkt dat de marktvergunning van de gemeente [gemeente] met betrekking tot de woensdagmarkt niet op naam van [gedaagde in de zaak 16-520] staat, [gedaagde in de zaak 16-520] gebiedt zijn medewerking te verlenen aan het recht van gebruik met betrekking tot de marktvergunning c.q. vaste standplaats van de gemeente [gemeente] die door de vof wordt geëxploiteerd op naam van een door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] aan te wijzen persoon, waaronder begrepen […] , op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,-, te vermeerderen met € 1.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde in de zaak 16-520] daarmee in gebreke blijft, (B) [gedaagde in de zaak 16-520] gebiedt zijn medewerking te verlenen aan het wijzigen c.q. overdragen van het recht van detachering c.q. het recht van gebruik met betrekking tot de marktvergunning c.q. vaste standplaats in [plaatsnaam] die op naam van [H] is verleend op naam van een door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] aan te wijzen persoon, waaronder begrepen […] , op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,-, te vermeerderen met € 1.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde in de zaak 16-520] daarmee in gebreke blijft, (C) [gedaagde in de zaak 16-520] gebiedt zijn medewerking te verlenen aan het wijzigen c.q. overdragen van het recht van detachering c.q. het recht van gebruik met betrekking tot de marktvergunning c.q. vaste standplaats in [plaatsnaam] op naam van een door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] aan te wijzen persoon, waaronder begrepen […] , op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,-, te vermeerderen met € 1.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde in de zaak 16-520] daarmee in gebreke blijft, (D) met betrekking tot de vaste standplaats(en) in de gemeente [gemeente] [gedaagde in de zaak 16-520] gebiedt zijn medewerking te verlenen aan het voordragen van een door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] aan te wijzen persoon c.q. ondernemer bij de [naam stichting] op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,-, te vermeerderen met € 1.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde in de zaak 16-520] daarmee in gebreke blijft, (E) [gedaagde in de zaak 16-520] gebiedt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] telkens per ommegaande maar uiterlijk binnen één week, althans een door de rechtbank te bepalen periode, in kennis te stellen van enige wijziging ter zake van één van de marktvergunningen c.q. standplaatsen die door de vof worden geëxploiteerd, waaronder begrepen correspondentie of andere documenten met betrekking tot de marktvergunningen die reeds bij [gedaagde in de zaak 16-520] bekend zijn maar nog niet zijn overgelegd, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde in de zaak 16-520] daarmee in gebreke blijft, met veroordeling van [gedaagde in de zaak 16-520] in de kosten van de procedure en de nakosten vermeerderd met d [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] heeft er namelijk op gewezen dat [B] nadien haar arbeidsvergoeding is blijven ontvangen, dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] in 2015 onder meer heeft verzocht om in te stemmen met een privé opname van € 10.000,- en dat zij haar heeft gesommeerd om een koopovereenkomst betreffende een marktplaats in [plaatsnaam] te ondertekenen. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] heeft dit niet weersproken en gesteld noch gebleken is dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] in die periode heeft medegedeeld dat de overeenkomst volgens haar op 31 december 2014 was geëindigd. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] heeft weliswaar gewezen op de door haar als productie 5 overgelegde correspondentie, maar hierin is niet te lezen dat de samenwerking volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] per genoemde datum was gestopt. Integendeel: in een brief van 9 juni 2015 aan de advocaat van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] staat namens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] geschreven: Naar ik verder van cliënt begreep, is cliënt al geruime tijd in afwachting van een door u aangekondigd voorstel ter zake van de (financiële) afwikkeling van de eventuele uittreding van uw cliënte als vennoot.” Nu de samenwerking blijkens het voorgaande na 31 december 2014 was voortgezet en partijen aan de overeenkomst uitvoering zijn blijven geven, is de overeenkomst op die datum niet geëindigd. 6.5. Ten overvloede overweegt de rechtbank het volgende. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] heeft zoals vermeld aangevoerd dat het wel de bedoeling van partijen is geweest dat de overeenkomst op de genoemde datum zou eindigen. De rechtbank neemt aan dat zij hiermee niet slechts bedoelt dat partijen de intentie hadden dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] op de genoemde datum zou uittreden, maar dat partijen dit bovendien hebben bedoeld af te spreken (en de overeenkomst dus ook zo moet worden uitgelegd). Dit laatste heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] echter onvoldoende onderbouwd. 6.6. Ten eerste geldt dat deze afspraak niet uit de tekst van de overeenkomst kan worden afgeleid. In artikel 3 van de overeenkomst is namelijk bepaald dat de overeenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] heeft aangevoerd dat hiervoor een reden bestond: het was weliswaar de bedoeling dat zij op enig moment en wanneer daarover overeenstemming zou worden bereikt, met de vof zou stoppen, maar in 2003 was nog onduidelijk wanneer dit moment zou aanbreken. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] heeft daarnaast gewezen op artikel 12, waarin situaties worden genoemd die tot een beëindiging van de vof leiden en waarin ook niets over de datum van 1 januari 2015 (of een andere datum) is vermeld. In het licht van deze artikelen kan aan artikel 11 van de overeenkomst, dat ziet op de glijdende winstverdeling en waarop [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] , zoals vermeld, ter onderbouwing van haar stelling heeft gewezen, onvoldoende gewicht worden toegekend. Dat geldt zeker nu [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] heeft aangevoerd dat er slechts tot en met het jaar 2014 iets over winstverdeling was bepaald omdat De reden waarom [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] niet eerder over een uittreding van (toen nog) van [A] is begonnen (en er dus geen overleg als bedoeld in het genoemde artikel 16 lid 4 heeft plaatsgevonden) is dat de relatie in 2005 nog goed was en [gedaagde in de zaak 16-520] daarnaast in de veronderstelling verkeerde dat [het echtpaar A en B] zich per 1 januari 2015 zou terugtrekken. Het was dus een kwestie van nog even geduld hebben. Volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] schiet [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] ook tekort in de nakoming van de overeenkomst doordat zij niet meewerkt aan de benoeming van drie onpartijdige personen zoals bedoeld in artikel 18 (oud, in de akte vernummerd tot artikel 17) van de overeenkomst. In haar conclusie van dupliek in reconventie, tevens antwoord op wijziging van eis in reconventie tevens antwoord op wijziging conclusie in conventie (van 24 augustus 2016), heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] er onder het kopje “de pot verwijt de ketel” ook nog op gewezen dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] zich bij verschillende gemeenten waar de vennootschap standplaatsen heeft, heeft ingeschreven voor een marktvergunning. 6.10. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] heeft aangevoerd dat de vennootschap niet vanwege de arbeidsongeschiktheid van [A] kan worden ontbonden. Toen [A] (blijvend) arbeidsongeschikt raakte, hebben partijen volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] besloten om samen verder te gaan met de vennootschap. Het in artikel 16 lid 2 van de overeenkomst bedoelde overleg heeft dus wel degelijk plaatsgevonden. Zij hebben daarbij afgesproken dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering in de vof zou worden gestort, dat [A] geen arbeidsvergoeding meer zou ontvangen en [gedaagde in de zaak 16-520] een extra arbeidsvergoeding. Anders dan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] stelt, zet [A] zich nog maximaal voor de vof in: hij neemt marktgelden aan, versnijdt en verpakt kazen, voorziet het personeel van thee en koffie en ontvangt leveranciers. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] komt de overeenkomst dus wel degelijk na. De vordering is bovendien verjaard: [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] is immers al langer dan vijf jaar bekend met de langdurige arbeidsongeschiktheid van [A] . Dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] niet heeft meegewerkt aan de benoeming van drie onpartijdige personen als bedoeld in artikel 18 van de overeenkomst, is daarnaast niet juist. Volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] was afgesproken dat er eerst minnelijk overleg zou worden gevoerd en daarmee waren partijen nog bezig. 6.11. De rechtbank zal ook deze vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] afwijzen. Vaststaat dat [A] in 2005 arbeidsongeschikt is geraakt en dat hij daardoor niet langer zijn volledige arbeidskracht (als bedoeld in artikel 4 van de overeenkomst) kan inbrengen. Dit betekent echter niet dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] haar verplichtingen als vennoot niet is nagekomen. Het door [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] genoemde artikel 16 lid 4 biedt namelijk een regeling voor het geval één van de vennoten arbeidsongeschikt raakt, die inhoudt dat partijen in onderling overleg zullen bepalen of deelname aan de vof zal worden voortgezet. Een redelijke uitleg van de overeenkomst brengt Zij heeft in 2014 een financiële leaseovereenkomst voor een verkoopwagen van de vof met een waarde van € 200.000,- willen aangaan, waarmee de bank haar (althans [gedaagde in de zaak 16-520] ) een bedrag van € 145.616,- zou verstrekken voor de verbouwing van een privé pand. Zij, althans [gedaagde in de zaak 16-520] , heeft een deel van het takenpakket van [B] bij haar weggenomen en in dit verband in mei 2015 het beheer en storten van marktgelden naar zich toegetrokken. Deze houdt zij nu onverzekerd onder zich en zij informeert [het echtpaar A en B] niet over de plaats van opslag. De marktgelden worden niet frequent door haar gestort, hetgeen van invloed is op de cashflow positie. Zij heeft in 2015 zonder toestemming van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] een markt in [plaatsnaam] gekocht, in eerste instantie ten behoeve van zichzelf, hetgeen in strijd is met de overeenkomst. Zij heeft later ook een markt in [plaatsnaam] gekocht, zonder dit met [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] te hebben besproken. In 2015 heeft zij herhaaldelijk zonder toestemming van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] advertenties in het blad de Koopman geplaatst met de mededeling dat de vennootschap op zoek is naar markten voor overname. Zij beslist eenzijdig over vacatures en heeft in dat verband in juli 2015 personeelsadvertenties geplaatst in de krant. Zij heeft in 2015 een verkoopwagen aangeschaft ten bedrage van € 20.000,- zonder de vereiste voorafgaande toestemming van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] en deze vervolgens ook weer zonder haar toestemming verkocht. 6.13. De rechtbank overweegt dat de aanvraag van een bouwvergunning in 2008 zonder dat daarvoor toestemming van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] was gevraagd, acht jaar later (de conclusie van antwoord in conventie tevens van eis in reconventie dateert van 23 februari 2016) geen grond meer kan vormen voor een ontbinding van de overeenkomst, ook niet indien deze omstandigheid in samenhang met de overige wordt bezien. Datzelfde geldt voor de gedragingen van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] in 2012 die verband houden met de inbreuk op de intellectuele eigendomsrechten van [bedrijfsnaam 1] , als er al van moeten worden uitgegaan dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] met deze gedragingen niet heeft ingestemd (wat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] heeft gesteld en [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] heeft betwist). 6.14. Wat betreft de andere aantijgingen van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] geldt het volgende. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] heeft niet betwist dat zij soms grote hoeveelheden kaas inkoopt die het bedrag van € 25.000,- overstijgen en dat zij hiervoor geen toestemming heeft gevraagd van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] . [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] heeft hierdoor inbreuk gemaakt op wat artikel 8 lid 2 sub a over inkopen voor een bedrag van meer dan € 25.000,- bepaalt. Als zou vaststaan dat de overeenkomst wat het genoemde bedrag betreft gedateerd is, zoals [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] heeft aangevoerd, zou het in de rede hebben gelegen dat partijen hierover een andere afspraak zouden hebben gemaakt of dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] hierop op zijn minst zou hebben aangedrongen. Dat is niet gebeurd, zodat [eiseres in Omdat zij deze toestemming op grond van de overeenkomst wel nodig had, heeft zij hierdoor iedere keer in strijd gehandeld met artikel 8 van de overeenkomst en is zij in de nakoming van deze overeenkomst dus tekortgekomen. Daarnaast heeft zij niet betwist dat zij de marktgelden niet frequent stort en dat dit invloed heeft op de cashflow positie. Dit laatste is niet in het belang van de vennootschap. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] heeft het belang van de vennootschap ook geschaad toen zij een financiële lease overeenkomst betreffende een verkoopwagen van de vennootschap wilde sluiten. Dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] zich slechts heeft georiënteerd op de financieringsmogelijkheden, zoals zij heeft gesteld, blijkt niet uit de correspondentie waarop [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] in dit verband heeft gewezen. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] heeft als productie 12 een brief van de bank van 29 juli 2014 in het geding gebracht, die een offerte bevat en zij heeft als productie 31 een e-mail van 17 juli 2014 overgelegd die de bank aan de betrokken notaris had gestuurd, waarin stond vermeld dat alle vennoten de stukken dienden te ondertekenen. Volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] hoorde zij pas van de (mogelijk te sluiten) financiële leaseovereenkomst toen de notaris contact met haar opnam. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] heeft dit niet betwist. Zij heeft alleen aangevoerd dat de offerte pas later aan haar is verstuurd, maar dat is niet relevant. Uit het feit dat de bank al contact had met de notaris kan worden afgeleid dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] de oriënterende fase al had doorlopen. Het is niet in het belang van de vennootschap dat een medevennoot pas daarna en ook nog eens via een derde met een voorgenomen besluit van de andere vennoot wordt geconfronteerd. 6.16. De vraag is of deze tekortkomingen een ontbinding van de overeenkomst en haar gevolgen kunnen rechtvaardigen. Hoewel de hiervoor weergegeven lijst van tekortkomingen lang is, beantwoordt de rechtbank deze vraag om de volgende redenen toch ontkennend. 6.17. Ten eerste is van belang dat vaststaat dat het de bedoeling van partijen was dat [gedaagde in de zaak 16-520] (inmiddels [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] ) de onderneming op een gegeven moment zou voortzetten en dat [het echtpaar A en B] (nu [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] ) zou uittreden. Vaststaat ook dat het belang van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] in de winst en het verlies van de vennootschap sinds 2010 zeventig procent is en dat van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] dertig procent. Uit wat partijen over en weer hebben gesteld, kan daarnaast worden afgeleid dat nadat [A] in 2005 ziek was geworden, het aantal taken van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] substantieel was toegenomen en dat de zakelijke leiding voornamelijk bij haar was komen te liggen. Voor zover [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] heeft willen aanvoeren dat dit niet het geval was, heeft zij dit onvoldoende concreet gedaan en ook onvoldoende onderbouwd. Uit haar stellingen volgt in ieder geval dat [A] na 2005 de zakelijke leiding zelf niet meer had. Zij heeft namelijk naar voren gebracht dat hij nadien onder meer marktgelden aannam, kazen versneed en verpakte, het personeel van thee en koffie voorzag en leveranciers ontving. Kennelijk verrichtte hij volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak Dat geldt temeer omdat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] niet heeft gesteld dat de beslissingen die [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] heeft genomen niet goed waren voor de vennootschap. Dat is anders waar het de beoogde sluiting van de financiële leaseovereenkomst betrof, maar van belang is dat deze uiteindelijk niet is gesloten en dat hieruit dus ook geen schade kan zijn voortgevloeid. Het is ook anders waar [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] heeft gewezen op het onverzekerd onder zich houden van marktgelden. Tijdens het pleidooi heeft zij in dit verband naar voren gebracht dat er op 31 maart 2017 een bedrag van € 3.000,- uit een verkoopwagen was ontvreemd en dat de verzekering dit niet heeft willen vergoeden. Dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] alle gelden in de verkoopwagen bewaart, heeft zij echter niet gesteld en daarnaast is het genoemde bedrag relatief gering van omvang. Bovendien heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] gewezen op een door haar als productie 26 overgelegde e-mail van de bedrijfsleider, waarin staat vermeld dat het geld in de verkoopwagens in kluizen wordt bewaard en dat dit als gevolg van een fout van deze bedrijfsleider met het genoemde bedrag van € 3.000,- niet is gebeurd. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] heeft daarnaast niet weersproken dat de onderneming in de periode tussen 2003 en 2011 is gegroeid van 8 naar 14 markten, dat de omzet toen is gestegen van ongeveer € 900.000,- naar € 2.300.000,- en dat, nadat er in 2011 vijf markten aan [D] waren verkocht, de onderneming weer is gegroeid naar tien markten en een omzet van € 2.000.000,-. Dat de nettowinst sinds 2008 geen noemenswaardige groei meer heeft doorgemaakt, zoals [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] tijdens haar pleidooi heeft gesteld, doet, wat daarvan ook zij, daaraan onvoldoende af. 6.19. De tekortkomingen hebben dus plaatsgevonden in een periode waarin de relatie tussen partijen sterk was verslechterd en waarin al over de uittreding van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] werd gesproken. Deze uittreding (op termijn) hadden partijen bovendien beoogd. Dit is voor de vraag of de tekortkomingen een ontbinding van de overeenkomst met haar gevolgen kan rechtvaardigen relevant. Van even groot belang is dat de genoemde gevolgen voor [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] groot zullen zijn. Niet alleen was het de bedoeling dat [gedaagde in de zaak 16-520] de onderneming op termijn zou voorzetten, hij heeft zijn werkzame leven daarop ook ingericht. Onweersproken is dat hij al sinds zijn zeventiende voor de vennootschap werkt, dat hij geen andere werkervaring heeft en dat hij van de inkomsten uit de onderneming van de vennootschap afhankelijk is. Daarbij komt dat hij nog een groot deel van zijn werkzame leven voor zich heeft, want hij is (pas) negenendertig jaar oud. Indien hij de onderneming na de ontbinding niet zou mogen voortzetten, zal hij bovendien gebonden zijn aan het in artikel 6.1. van de overeenkomst opgenomen concurrentieverbod. Weliswaar geldt dit verbod alleen voor de markten waarop de vennootschap werkzaam is, maar dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] hierdoor in haar mogelijkheden fors zal worden beperkt, staat gezien het feit dat het om tien markten gaat wel vast. 6.20. Uit het voorgaande volgt dat de tekortkomingen van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] gezien hun aard een ontbinding van de overeenkomst (op vordering van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] ) met haar gev Zoals hiervoor overwogen, moeten deze tekortkomingen worden bezien in het licht van de omstandigheden: het was de bedoeling dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] de onderneming op termijn zou voortzetten en dat zou mogelijk begin 2015 het geval zijn, zij had al jaren de zakelijke leiding in de vennootschap, had sinds 2010 in de winst en verlies ook een aanzienlijk groter belang dan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] en haar tekortkomingen vonden vrijwel allemaal plaats in een periode waarin de verhouding tussen partijen sterk was verslechterd en waarin bovendien al over uittreding door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] werd gesproken. 6.23. De gewichtige reden wordt wél gevormd door de ontwrichte relatie en de daardoor verstoorde samenwerking tussen partijen. De tekortkomingen van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] zullen zeker aan het ontstaan van de ontwrichte relatie hebben bijgedragen, maar de verslechtering was al eerder ingetreden, namelijk toen de akte van rectificatie in 2008 namens [het echtpaar A en B] werd vernietigd. De relatie kwam nog verder onder druk te staan toen partijen het in 2015 niet eens werden over de voorwaarden waaronder [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] zou uittreden. Uit het feit dat het de bedoeling van partijen was dat [gedaagde in de zaak 16-520] de onderneming op den duur zou voortzetten, dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] de zakelijke leiding van de vennootschap had en zij een groter belang in de winst en het verlies van de vennootschap heeft dan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] moet [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] geacht feitelijk meer betrokken te zijn bij de verwezenlijking van het vennootschappelijke doel van de vennootschap dan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] . [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] heeft daarnaast gesteld dat de werkzaamheden van [B] zien op de administratie en boekhouding en dat zij hiermee gemiddeld niet meer dan tien uur in de week bezig is. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] heeft dit niet betwist en dat er namens haar iemand anders dan [B] bij de vennootschap is betrokken, heeft zij niet gesteld. In die zin speelt het feit dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] minder werkzaamheden verricht dan voorheen dus toch een rol. Weliswaar heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] gesteld dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] een deel van het takenpakket van [B] bij haar heeft weggenomen, maar zij heeft in dat verband alleen gewezen op het beheer en storten van de marktgelden en zij heeft niet gesteld hoeveel uren zij hiermee altijd bezig was. De ontwrichte relatie maakt de verwezenlijking van het vennootschappelijke doel van de vennootschap bijzonder bezwaarlijk. Om deze reden zal de rechtbank de vennootschap op vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] ontbinden. De subsidiaire vordering van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] zal (in haar geheel) worden afgewezen. 6.24. Op grond van artikel 14 van de overeenkomst zal [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] de onderneming van de vennootschap vervolgens mogen voortzetten. De rechtbank realiseert zich dat het [B] is die de vennootschap samen met [A] is begonnen en dat het haar zwaar zal vallen om de vennootsch In artikel 13 is, zoals hiervoor al overwogen, bepaald dat ieder van de vennoten bij het einde van de vennootschap in het vermogen van de vennootschap is gerechtigd voor het bedrag waarvoor hij op zijn rekening in de boeken van de vennootschap is gecrediteerd, vermeerderd of verminderd met zijn aandeel in de winst of het verlies sinds de aanvang van het boekjaar, waarbij onder meer rekening moet worden gehouden met de (destijds door [het echtpaar A en B] ) voorbehouden stille reserves als bedoeld in artikel 4 van de akte. In artikel 4 (lid 2) is vermeld dat [het echtpaar A en B] de activa en passiva die op de aan de akte te hechten openingsbalans zijn vermeld inbrengen, met dien verstande dat zij zich het recht op de stille reserves in inventaris, vervoermiddelen en goodwill voorbehouden. 6.27. Partijen zijn het niet eens over de vraag of deze laatste bepaling nog van toepassing is. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] meent van niet en heeft gevorderd (primair onder 2, zie 5.1) dat voor recht wordt verklaard dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] geen aanspraak kan maken op de vergoeding van de stille reserve in de goodwill althans dat de rechtbank naar redelijkheid en billijkheid een vergoeding vaststelt. Zij heeft erop gewezen dat het hiervoor genoemde artikel 4 lid 2 van de overeenkomst bij de in 4.8 genoemde akte is gewijzigd, in die zin dat daarin nu is bepaald dat [gedaagde in de zaak 16-520] ( [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] ) voor deze stille reserve betaalt “via de glijdende winstverdeling in artikel 11 van deze akte” (bedoeld is: de overeenkomst). De overeenkomst kon namelijk zó worden gelezen dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] twee keer voor de goodwill zou moeten betalen: één keer door middel van het inverdienen (een lager winstaandeel) en één keer omdat die goodwill werd voorbehouden. Deze tegenstrijdigheid is in de akte gecorrigeerd. 6.28. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] heeft gesteld dat zij op de genoemde vergoeding nog wel degelijk recht heeft. Zij heeft gevorderd dat de rechtbank voor recht verklaart dat de ingebrachte goodwill, die blijkens een rapport van [bedrijfsnaam 2] van 23 november 2015 in totaal € 340.907,- bedroeg, nog steeds aan haar is voorbehouden en dat (de rechtbank begrijpt: omdat) de akte niet rechtsgeldig tot stand is gekomen althans dat deze is vernietigd. [A] heeft vlak voor ondertekening van de akte vijf weken in het ziekenhuis gelegen, was regelmatig buiten bewustzijn en kampte met geheugenverlies en spraakproblemen. Ook gedurende de lange revalidatieperiode waren er diverse medische beperkingen vanwege blijvende hersenbeschadiging, waardoor hij niet in staat was tot het opnemen en verwerken van informatie. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] heeft in dit verband gewezen op een door haar als productie 3 overgelegd rapport van 4 augustus 2006 van Revalidatiecentrum [naam revalidatiecentrum] en een rapportage betreffende een neuropsychologisch onderzoek van 27 september 2007 van hersenletselkliniek [naam hersenletselkliniek] . 6.29. Voorts heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] aangevoerd dat [gedaagde in de zaak 16-520] de akte tijdens deze emotioneel zware periode zonder enige toelichting aan [het echtpaar A en B] heeft voorgelegd. Krap drie weken nadat [A] uit het ziekenhuis was gekomen, heeft [het echtpaar A en B] de akte ondertekend (op 3 september 2015). Pas in het voorjaar van 2009 kwam [het echtpaar A en B] er door een gesprek dat [B] met [gedaagde in de zaak 16-520] had achter dat er niet langer sprake was van enig voorbehoud ten aanzien van de goodwill uit 2003. Toen [het echtpaar A en B] de akte van rectificatie ondertekende, was [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] heeft in dit verband gewezen op de in 4.7 genoemde gespreksnotitie en een schriftelijke verklaring van de voormalige accountant van de vennootschap van 25 april 2016, die in 4.9 is weergegeven. In deze verklaring staat dat partijen het er unaniem over eens waren dat het niet gewenst was dat [gedaagde in de zaak 16-520] twee keer goodwill aan zijn ouders zou moeten betalen. Volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] is de akte niet rechtsgeldig vernietigd. Van dwaling is geen sprake geweest en van bedrog of misbruik van omstandigheden evenmin. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] heeft betwist dat zij in de vernietiging heeft berust en zij heeft in dat verband gewezen op correspondentie waaruit het tegendeel blijkt. 6.32. De rechtbank overweegt dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] zoals vermeld naar voren heeft gebracht dat [A] ten tijde van het ondertekenen van de akte feitelijk handelingsonbekwaam was. Zij heeft echter niet gesteld dat [A] onder curatele was gesteld (in welk geval zijn rechtshandeling op grond van artikel 3:32 lid 1 BW vernietigbaar zou zijn geweest), en dit is ook niet gebleken. Het betoog van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] komt erop neer dat [A] en [B] niet wisten wat zij ondertekenden. Omdat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] naar voren heeft gebracht dat [A] en [B] de akte ongezien hebben ondertekend, moet ervan worden uitgegaan dat de ziekte van [A] op de ondertekening weinig invloed heeft gehad. Het is niet zo dat [A] de akte heeft gelezen, maar de inhoud vanwege zijn ziekte niet begreep. Het is denkbaar dat [A] er onder invloed van zijn ziekte voor heeft gekozen om de akte niet te lezen voordat hij deze ondertekende, maar dat heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] niet gesteld. Bovendien heeft [B] de akte naar haar eigen zeggen evenmin gelezen en zou het dus ook in dit geval de vraag zijn geweest of de ziekte van [A] op deze keuze van invloed is geweest. 6.33. Als wil en verklaring niet overeenkomen is er sprake van oneigenlijke dwaling. In dat geval komt er op grond van artikel 3:33 BW geen overeenkomst tot stand. Als zou vaststaan dat [het echtpaar A en B] bij ondertekening van de overeenkomst dacht dat de overeenkomst een andere inhoud had dan zij heeft, geldt dat het beroep van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] op oneigenlijke dwaling haar echter niet kan baten. Artikel 3:35 BW biedt [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] namelijk bescherming. In dit artikel is bepaald dat tegen hem die een verklaring of gedraging van iemand anders, overeenkomstig de zin die hij daaraan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht toekennen, heeft opgevat als een door die ander tot hem gerichte verklaring van een bepaalde strekking, geen beroep kan worden gedaan op het ontbreken van een met deze verklaring overeenstemmende wil. Met andere woorden: als [gedaagde in de zaak 16-520] de gedraging van [het echtpaar A en B] (die eruit bestond dat hij de akte heeft ondertekend) redelijkerwijze zó mocht opvatten dat [het echtpaar A en B] de overeenkomst (verwoord in de akte) zoals deze luidt wenste aan te gaan, kan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] niet worden tegengeworpen dat [het echtpaar A en B] dit niet wilde. Naar het oordeel van de rechtbank mocht [gedaagde in de zaak 16-520] uit de ondertekening van [het echtpaar A en B] begrijpen dat hij de overeenkomst (in de akte) wenste aan te gaan en kan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] jegens [eiseres [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] heeft betwist dat het gesprek waarop de notitie ziet, heeft plaatsgevonden, maar de rechtbank gaat hieraan in het licht van de later ondertekende akte en de genoemde verklaring van de accountant voorbij. De rechtbank gaat er daarom van uit dat partijen wel degelijk over de inhoud van de akte hebben gesproken. Dit gesprek heeft zoals vermeld eind augustus 2015 plaatsgevonden. Dat [A] toen niet in staat moet zijn geweest om zijn wil te vormen, heeft [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] betwist en volgt niet zonder meer uit de passage uit de hiervoor genoemde medische rapportages waarop [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] heeft gewezen en die in 4.6 is weergegeven. Hierin staat weliswaar vermeld dat [A] problemen had met het verwerken van informatie en met aandacht, maar daaruit volgt niet zonder meer dat hij uiteindelijk niet in staat was om zaken, nadat deze hem zijn uitgelegd, te begrijpen en om zijn wil te uiten. 6.36. Gezien het voorgaande heeft [gedaagde in de zaak 16-520] erop mogen vertrouwen dat [het echtpaar A en B] doordat hij de overeenkomst ondertekende, met de inhoud ervan instemde. De overeenkomst is dus wel degelijk tot stand gekomen. Zij is niet vatbaar voor vernietiging op grond van een wilsgebrek. Van een wilsgebrek zou sprake zijn geweest als [het echtpaar A en B] . wel wist wat hij ondertekende, maar zijn wil om de overeenkomst te ondertekenen was gevormd onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] heeft aangevoerd dat de wil van [het echtpaar A en B] ontbrak, niet dat zijn wil gebrekkig tot stand was gekomen. Van dwaling (in eigenlijke zin) kan dus niet worden gesproken en van een ander wilsgebrek (misbruik van omstandigheden of bedrog) ook niet. De akte is daarom niet rechtsgeldig namens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] vernietigd. Ten overvloede wordt in verband met dat wat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] (summierlijk) over bedrog (en misbruik van omstandigheden) heeft gesteld nog het volgende overwogen. Dat het idee om de akte te ondertekenen van [gedaagde in de zaak 16-520] afkomstig was, zoals [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] suggereert, heeft [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] niet onderbouwd en [gedaagde in de zaak 16-520] heeft dit gemotiveerd betwist. Hij heeft in dit verband gewezen op de hiervoor genoemde gespreksnotitie van de bespreking van 23 augustus 2005, waarin staat vermeld dat de fiscalist van de vennootschap opmerkte dat het voorbehoud ten aanzien van de stille reserves ten onrechte in de overeenkomst was opgenomen en op de e-mail van de (voormalige) accountant, die hierin verklaart dat de fiscalist en hijzelf dit punt zelf hadden aangekaart. Dat [gedaagde in de zaak 16-520] de akte aan [het echtpaar A en B] heeft voorgelegd, zoals [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] heeft gesteld, is ook niet komen vast te staan. Niet alleen heeft [gedaagde in de zaak 16-520] dit betwist, ook heeft [B] , zoals vermeld, tijdens het pleidooi verklaard dat [A] en zij de akte volgens haar via de post of per fax hadden ontvangen (maar dat zij het niet meer zeker wist) en dat [gedaagde in de zaak 16-520] er niet bij was toen zij de akte ondertekenden. Tot slot geldt dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] ook heeft betwist dat [gedaagde in de zaak 16-520] aan [het echtpaar A en B] had laten weten dat de inhoud van de akte zag op de oprekking van de leeftijdsgrens. [gedaagde in conventie, e Volgens haar eigen berekening heeft zij in de jaren 2003-2006 een bedrag van € 222.546,- aan goodwill “inverdiend”. Daarnaast blijkt uit een berekening van [F] van 11 november 2008 dat de goodwill die [het echtpaar A en B] op 1 januari 2003 had ingebracht een waarde vertegenwoordigde van € 121.549,-. Volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] kan aan het rapport van [bedrijfsnaam 2] dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] heeft overgelegd en waarin de waarde van de goodwill op 1 januari 2013 is becijferd op € 340.907,- geen belang worden gehecht. Het is een partijdig rapport, er worden onjuiste aannames gedaan en er worden onjuiste methodieken gehanteerd. 6.40. De rechtbank overweegt dat zij [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] in haar stelling dat partijen de glijdende winstverdeling aanvankelijk waren overeengekomen omdat [gedaagde in de zaak 16-520] op die manier gedurende de jaren voldoende vermogen kon opbouwen om [het echtpaar A en B] bij uittreding te kunnen betalen, niet kan volgen. Dat [gedaagde in de zaak 16-520] aan [het echtpaar A en B] bij diens uittreden een vergoeding zou kunnen betalen doordat hij vanaf het begin deelde in de winst en zijn aandeel hierin bovendien steeds groter werd, is begrijpelijk. Maar het is niet logisch dat zijn aandeel in het begin lager was dan dat van [het echtpaar A en B] omdat hij bij uittreding een vergoeding zou moeten betalen (en dat is wat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] feitelijk zegt). Uit de feiten volgt eerder dat de glijdende winstverdeling (in ieder geval: mede) was overeengekomen omdat [gedaagde in de zaak 16-520] op die manier (door het aanvankelijk lagere winstaandeel) voor de stille reserves en goodwill zou betalen. In de gespreksnotitie van de bespreking van 23 augustus 2005 (zie 4.7) staat, zoals in 6.35 vermeld, namelijk geschreven dat besproken was dat het voorbehoud van stille reserves ten onrechte in de overeenkomst was opgenomen. In de e-mail van [F] (zie 4.9) wordt gemeld dat [gedaagde in de zaak 16-520] op grond van de overeenkomst twee keer de goodwill moest vergoeden, namelijk één keer door het inverdienen (een lager winstaandeel) en één keer bij het uitkopen van [het echtpaar A en B] en dat [gedaagde in de zaak 16-520] en [het echtpaar A en B] het er unaniem over eens waren dat dit niet gewenst was. In de akte die vervolgens is gesloten, staat in de considerans (zie 4.8), kort gezegd, vermeld dat de glijdende winstverdeling is opgenomen mede ter verrekening van de door [het echtpaar A en B] ingebrachte stille reserves en goodwill en dat partijen er kennelijk voor hebben gekozen om [gedaagde in de zaak 16-520] daarvoor betalingen te laten doen via de glijdende winstverdeling. Artikel 4 van de overeenkomst, waarin is vastgelegd dat [het echtpaar A en B] bepaalde activa en passiva hebben ingebracht, is bij die akte ook gewijzigd, in die zin dat van een voorbehoud ten aanzien van de genoemde stille reserves en goodwill niet langer werd gesproken. In plaats daarvan was bepaald dat de verrekening van de stille reserves en goodwill (de rechtbank begrijpt: de daarvoor door [gedaagde in de zaak 16-520] te betalen vergoeding) via de glijdende winstverdeling zou plaatsvinden. 6.41. Vastgesteld kan worden dat partijen nooit samen hebben bepaald wat de waarde was van de goodwill (en van de stille reserves in de inventaris en de vervoermiddelen), die [het echtpaar A en B] zich in 2003 heeft voorbehouden. Niet voordat zij de overeenkomst ondertekenden en ook niet twee jaar later, toen de akte werd getekend. In de akte werd weliswaar niet langer van een voorbehoud gesproken, maar, zoals vermeld, wel van een verrekening van de vergoeding die [gedaagde in de zaak 16-520] hiervoor diende te voldoen. Indien de hoogte van de voorbehouden goodwill van belang was geweest Juist omdat het niet logisch is dat [gedaagde in de zaak 16-520] bij toetreding meteen een belang van vijftig procent zou krijgen (omdat hij dan niets voor de opgebouwde goodwill zou hoeven te betalen), is zijn belang voor de duur van vier jaar op een lager percentage vastgesteld. 6.43. Het is dus niet zo dat [het echtpaar A en B] de in 2003 aanwezige stille reserves en goodwill aan [gedaagde in de zaak 16-520] hebben weggegeven en dat [gedaagde in de zaak 16-520] zonder dat hij daarvoor enige vergoeding heeft betaald, in een goed lopende onderneming was terechtgekomen, zoals [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] heeft gesteld. Dat een onderneming goed loopt, komt in grote mate door de daarin aanwezige goodwill. [gedaagde in de zaak 16-520] heeft hiervoor, zoals overwogen, betaald doordat hij vier jaar lang niet voor vijftig procent in de winst meedeelde, maar voor dertig procent. Van belang is daarbij dat het hier niet gaat om een besloten vennootschap maar om een vennootschap onder firma. Het aandeel van [gedaagde in de zaak 16-520] van (aanvankelijk) dertig procent was een aandeel in de winst en het verlies van de vennootschap. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] en [gedaagde in de zaak 16-520] hadden beiden een kapitaalrekening waarop zij voor het kapitaal dat zij hadden ingebracht werden gecrediteerd. [gedaagde in de zaak 16-520] is bij zijn toetreding niet gerechtigd geworden tot het kapitaal dat [het echtpaar A en B] had ingebracht. Ook in die zin heeft [het echtpaar A en B] dus niets “weggegeven”. 6.44. De rechtbank zal gezien het voorgaande voor recht verklaren dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] zich de in 2003 aanwezige stille reserves en goodwill niet heeft voorbehouden en de vordering van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] onder 2 primair, die iets anders is verwoord, in die zin toewijzen. De primaire vordering van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] onder 3 meer subsidiair zal worden afgewezen. Ten overvloede wordt overwogen dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] wél recht heeft op haar aandeel in de op dit moment aanwezige stille reserves en goodwill van de vennootschap, waarvoor zij, naar de rechtbank aanneemt, op haar kapitaalrekening zal zijn gecrediteerd. Dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] hiervoor niets hoeft te vergoeden, zoals zij ook heeft betoogd, kan dus niet worden gevolgd. De termijn voor vergoeding 6.45. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie in de zaak 15-1042 / eiseres in de zaak 16-520] heeft ook gevorderd dat de rechtbank artikel 15 lid 5 van de overeenkomst uit hoofde van redelijkheid en billijkheid niet van toepassing verklaart (primaire vordering onder 4). Volgens haar zou het positieve saldo op de kapitaalrekening en het ingebrachte vermogen direct (binnen zes weken) bij ontbinding aan de uittredende vennoot moeten worden uitgekeerd. Het is volgens haar “gezien het volledige feitencomplex en de verhoudingen tussen partijen” niet redelijk dat de vennoot die de onderneming niet voortzet tien jaar op haar geld moet wachten. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] is het hiermee niet eens. 6.46. De rechtbank overweegt dat toepassing van de in genoemd artikel bepaalde betalingstermijn van tien jaar gezien de feiten en de verhouding tussen partijen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is. Daarbij komt dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie in de zaak 15-1042] , zoals zij naar voren heeft gebracht, betaling van de vergoeding vanwege het in de overeenkomst genoemde rentepercentage van 5,5 procent waarschijnlijk niet langer zal uitstellen dan nodig. De