Rechtspraak Rechtbank Limburg 2026-08-25
ECLI:NL:RBLIM:2026:9122
Verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar tegen een verleende omgevingsvergunning voor het wijzigen van de dakspant. Het betreft de technische bouwactiviteit. Aannemelijk is dat wordt voldaan aan de voorwaarden uit hoofdstuk 5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. De constructie van het deel van het dak van verzoeker is daarbij niet relevant. Het bezwaar heeft geen redelijke kans van slagen. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. De ordemaatregel vervalt. RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: ROE 26/1923 uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 augustus 2026 in de zaak tussen [naam] , uit Siebengewald, verzoeker en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen (L.) , verweerder (gemachtigde: mr. V.M.H. Poels en P.M.P. Opgenoort). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [naam] uit Siebengebwald (vergunninghouder). Samenvatting 1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over een aan vergunninghouder verleende omgevingsvergunning voor het verbouwen van de eerste etage van haar woning. Verzoeker is het niet eens met de verlening van deze omgevingsvergunning. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar van verzoeker tegen de verleende omgevingsvergunning een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om de omgevingsvergunning te schorsen. Deze vraag beantwoordt hij aan de hand van de gronden van verzoeker. 1.1. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. De getroffen ordemaatregel vervalt. Dat betekent dat het bestreden besluit niet langer is geschorst. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopige karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Procesverloop 2. Bij besluit verzonden op 27 juli 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van de eerste etage van de woning gelegen aan de [adres] te Siebengewald (de woning). 2.1. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. 2.2. Omdat vergunninghouder bij telefonisch contact van 3 augustus 2026 heeft medegedeeld niet wenst te kennen te geven wanneer zij een aanvang wil maken met de bij het bestreden besluit vergunde werkzaamheden, heeft de voorzieningenrechter bij uitspraak van 4 augustus 20226 een ordemaatregel getroffen. Dit betekent dat het bestreden besluit per direct is geschorst, zodat vooralsnog geen uitvoering aan de vergunde werkzaamheden kan worden gegeven. 2.3. Verweerder heeft op 5 augustus 2026 een controle uitgevoerd bij de woning. 2.4. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 20 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: vergunninghouder, [naam] namens vergunninghouder en de gemachtigden van verweerder. Verzoeker is zonder afmelding niet verschenen. Overwegingen Totstandkoming van het bestreden besluit 3. Op 6 mei 2026 heeft vergunninghouder een aanvraag ingediend voor het verbouwen van de eerste etage van de woning zodat deze gebruikt kan worden als opslagruimte. Het betreft het wijzigen van de dakspant. 3.1. Verzoeker is woonachtig aan de [adres] te Siebengewald. Verzoeker en vergunninghouder hebben een gedeelde dakconstructie. 3.2. Met het bestreden besluit heeft verweerder de door vergunninghouder aangevraagde omgevingsvergunning verleend. Het betreft een vergunning voor de technische bouwactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onder a, van de Omgevingswet. 3.3. Verzoeker is het niet eens met het bestreden besluit en heeft daarom op 2 augustus 2026 bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Ook heeft verzoeker om een voorlopige voorziening verzocht. Beoordeling door de voorzieningenrechter 4. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt hij aan de hand van de gronden van verzoeker. 4.1. Op 4 augustus 2026 heeft de voorzieningenrechter een ordemaatregel getroffen. Dit houdt in dat het verzoek om een voorlopige voorziening ‘voorlopig’ is toegewezen, omdat de inhoudelijke behandeling van het verzoek niet kon worden afgewacht. Bij die uitspraak is benadrukt dat de schorsing van het bestreden besluit een voorlopig karakter heeft en de voorzieningenrechter daar in de verdere procedure niet aan is gebonden. 4.2. Deze uitspraak gaat over de vraag of de al getroffen voorlopige voorziening bij wijze van ordemaatregel, en daarmee de schorsing van het bestreden besluit, vervalt of moet worden gewijzigd. Het is aan verweerder om op het bezwaar van verzoeker te beslissen. Het oordeel van de voorzieningenrechter in deze procedure heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in een (eventuele) bodemprocedure. Standpunten verzoeker 5. Verzoeker stelt zich (kort samengevat) op het standpunt dat onvoldoende inzichtelijk is gemaakt of er door het wijzigen van de dakspant aan de zijde van het dak van vergunninghouder geen nadelige gevolgen ontstaan aan de constructie van het gehele gedeelde dak. Daarbij had volgens verzoeker zowel de bestaande als de nieuwe situatie van de gehele dakconstructie in kaart moeten worden gebracht. Verzoeker is van mening dat er onvoldoende rekening is gehouden met de belangen van verzoeker en het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen. Spoedeisend belang 6. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, als tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. 6.1. De voorzieningenrechter overweegt dat niet is gebleken wanneer vergunninghouder werkzaamheden aan de dakspant zal uitvoeren. Verweerder heeft aangegeven dat een hoorzitting waarschijnlijk op 12 oktober 2026 zal plaatsvinden. Daarna moet verweerder nog een beslissing op bezwaar nemen. Gelet op de duur van de bezwaarprocedure en het feit dat het doorzagen van de dakspant vanwege de gedeelde dakconstructie (onomkeerbare) gevolgen kan hebben voor verzoeker, is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker een voldoende spoedeisend belang heeft bij een voorlopig rechtmatigheidsoordeel over het bestreden besluit. De technische bouwactiviteit 7. De verleende omgevingsvergunning ziet op de technische bouwactiviteit, het wijzigen van de dakspant, en deze activiteit is vergunningplichtig op grond van artikel 2.25, onder b, van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). 7.1. In artikel 8.3b, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is bepaald dat voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit die het verbouwen of het verplaatsen van een bestaand bouwwerk inhoudt, de omgevingsvergunning alleen wordt verleend als aannemelijk is dat wordt voldaan aan de regels van hoofdstuk 5 van het Bbl. Of aan de voorwaarden van het Bbl is voldaan betreft dus een aannemelijkheidstoets. Verweerder komt bij de beantwoording van de vraag of op basis van de door de aanvrager overgelegde stukken aannemelijk is dat wordt voldaan aan de voorschriften van het Bbl beoordelingsruimte toe. Dit betekent dat niet hoeft te zijn aangetoond dat ook daadwerkelijk voldaan is aan de voorwaarden uit het Bbl met betrekking tot de technische bouwactiviteit. Gelet op dit toetsingskader is er geen ruimte voor een belangenafweging. Verweerder heeft daarom het belang van de aangrenzende woning, de woning van verzoeker, niet kunnen meewegen. 7.2.