Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-05-01
ECLI:NL:RBLIM:2026:4315
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
7,857 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:4315 text/xml public 2026-05-08T12:30:52 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-05-01 ROE 26/689 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:4315 text/html public 2026-05-08T12:29:17 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:4315 Rechtbank Limburg , 01-05-2026 / ROE 26/689 Vovo hangende bezwaar. Artikel 13b van de Opiumwet; sluiting woning na vondst van een in werking zijnde professionele hennepkwekerij. Vovo afgewezen. RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: ROE 26/689 uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 mei 2026 in de zaak tussen [naam] , uit Hoensbroek, verzoeker (gemachtigde: mr. Th. Boumans), en de Burgemeester van de gemeente Heerlen, de burgemeester (gemachtigde: mr. J.P.H.M. Quaedvlieg). Samenvatting 1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van de burgemeester van 16 maart 2026 om de woning van verzoeker op grond van de Opiumwet te sluiten voor de duur van zes maanden. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij heeft bezwaar gemaakt en verzoekt om een voorlopige voorziening. Hij voert daartoe een aantal gronden aan. 1.1. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Procesverloop 2. Met het besluit van 16 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft de burgemeester besloten de woning van verzoeker te sluiten vanaf 30 maart 2026 op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor de duur van zes maanden. 2.1. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 2.2. De burgemeester heeft meegedeeld de feitelijke sluiting van de woning op te schorten totdat de voorzieningenrechter heeft beslist op het verzoek om een voorlopige voorziening. 2.3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 21 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de burgemeester samen met N. Douna. Beoordeling door de voorzieningenrechter Relevante feiten en omstandigheden 3. Verzoeker huurt de woning van Stichting Woonpunt. Hij woont hier samen met zijn drie honden (pitbulls). 3.1. Uit de bestuursrechtelijke rapportage van de politie van 5 december 2025 is het volgende gebleken. De politie heeft op 18 november 2025 in de woning een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen met in totaal 312 hennepplanten. Er bevonden zich in de kweekruimte onder meer assimilatielampen, transformatoren, een koolstoffilter, luchtafzuigers, slakkenhuizen, ventilatoren, kachels, luchtbevochtigers, een temperatuurventilatieregelaar en groeimiddelen. Ook lagen er in de woning knipbenodigheden (zogenaamde cannacutters), een weegschaal, vier potten met hennepgruis en afvalzakken met hennepresten. Verder was er sprake van diefstal van stroom. Volgens de politie waren er omstandigheden aangetroffen, die wijzen op minimaal één eerdere oogst. 3.2. De burgemeester heeft op 20 februari 2026 het voornemen tot sluiting van de woning voor de duur van zes maanden toegezonden en verzoeker in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. Verzoeker heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt. Met het bestreden besluit is de burgemeester bij zijn voornemen gebleven en heeft hij besloten de woning te sluiten voor de duur van zes maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Spoedeisend belang 4. De door verzoeker gevraagde voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen indien er een spoedeisend belang is, waardoor verzoeker niet kan wachten op een beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter dient dus eerst te beoordelen sprake of is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld. 4.1. De voorzieningenrechter vindt het belang van verzoeker bij het treffen van een voorlopige voorziening in dit geval voldoende spoedeisend, omdat hij niet in zijn woning kan wonen als die wordt gesloten. Toetsingskader 5. Als de burgemeester gebruik wil maken van zijn bevoegdheid om een woning op grond van artikel 13b, van de Opiumwet te sluiten, geldt daarvoor het beoordelings- en toetsingskader van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). Dat kader is beschreven in de uitspraken van 6 juli 2022 en 16 juli 2025 . Hierbij moet beoordeeld worden of de sluiting van de woning in het concrete geval geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is. Bevoegdheid 6. Verzoeker heeft niet bestreden dat op 18 november 2025 in de woning een inwerking zijnde hennepkwekkerij met 312 hennepplanten is aangetroffen en dat de burgemeester gelet daarop de bevoegdheid heeft om de woning te sluiten. Geschiktheid 7. Verzoeker heeft aangevoerd dat de woningsluiting in zijn geval geen geschikt middel is, omdat de doelen van een woningsluiting niet (meer) kunnen worden bereikt met de woningsluiting. Verzoeker verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025. De hennepplanten zijn volgens verzoeker op 18 november 2025, vier maanden geleden, aangetroffen. De hennepplanten en de andere attributen zijn in beslag genomen en het opnieuw plegen van dit strafbare feit is niet meer aan de orde. De burgemeester heeft hieraan onvoldoende gewicht toegekend, aldus verzoeker. 7.1. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de sluiting van de woning in het algemeen een geschikt middel om de doelen te bereiken die de burgemeester voor ogen heeft, namelijk het bestrijden van drugshandel en verdere overtredingen in of vanuit de woning tegengaan, het wegnemen van risico’s voor de buurt en het geven van een signaal aan verzoeker, drugscriminelen en de buurt dat de overheid optreedt tegen drugscriminaliteit. 7.2. Het tijdsverloop tussen het aantreffen van de hennepkwekerij (18 november 2025) en het tijdstip waarop de burgemeester ingevolge het bestreden besluit tot sluiting wil overgaan (30 maart 2026) is ruim vier maanden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit tijdsverloop niet zodanig is dat sluiting redelijkerwijs geen geschikt middel zou zijn om de doelen te kunnen bereiken die met een dergelijke sluiting worden gediend. Dat de hennepkwekerij is opgeruimd (hennepplanten en attributen zijn in beslag genomen) en er in de tussentijd geen nieuwe incidenten hebben plaatsgevonden, maakt het voorgaande niet anders, omdat de doelen (waaronder het voorkomen van herhaling) nog steeds kunnen worden bereikt door de woning te sluiten. Noodzakelijkheid 8. Als de burgemeester bevoegd is om een pand te sluiten, is de volgende vraag of er ook een noodzaak is om een pand te sluiten. Daarbij is van belang of de burgemeester met een minder ingrijpend middel dan een sluiting had kunnen en moeten volstaan omdat het beoogde doel ook met dat minder ingrijpende middel had kunnen worden bereikt. Toepassing van artikel 13b van de Opiumwet is een herstelsanctie en strekt tot beëindiging van de overtreding van de Opiumwet, het beëindigen van de negatieve effecten van de overtreding en het voorkomen van herhaling van de overtreding. Herstel van de openbare orde is dus niet op zichzelf het doel van deze toepassing. Dit neemt niet weg dat een overtreding van de Opiumwet, ook wanneer deze plaatsvindt in of vanuit een woning, gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat in de omgeving en in meer of mindere mate gepaard gaat met verstoring van de openbare orde. Het ligt voor de hand dat de burgemeester die effecten op de omgeving betrekt in zijn beoordeling of het noodzakelijk is om over te gaan tot sluiting van een woning. Deze beoordeling moet plaatsvinden aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval. 8.1. Verzoeker heeft aangevoerd dat sluiting van de woning niet noodzakelijk is.
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:4315 text/xml public 2026-05-08T12:30:52 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-05-01 ROE 26/689 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:4315 text/html public 2026-05-08T12:29:17 2026-05-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:4315 Rechtbank Limburg , 01-05-2026 / ROE 26/689 Vovo hangende bezwaar. Artikel 13b van de Opiumwet; sluiting woning na vondst van een in werking zijnde professionele hennepkwekerij. Vovo afgewezen. RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats Roermond Bestuursrecht zaaknummer: ROE 26/689 uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 mei 2026 in de zaak tussen [naam] , uit Hoensbroek, verzoeker (gemachtigde: mr. Th. Boumans), en de Burgemeester van de gemeente Heerlen, de burgemeester (gemachtigde: mr. J.P.H.M. Quaedvlieg). Samenvatting 1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van de burgemeester van 16 maart 2026 om de woning van verzoeker op grond van de Opiumwet te sluiten voor de duur van zes maanden. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij heeft bezwaar gemaakt en verzoekt om een voorlopige voorziening. Hij voert daartoe een aantal gronden aan. 1.1. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Procesverloop 2. Met het besluit van 16 maart 2026 (het bestreden besluit) heeft de burgemeester besloten de woning van verzoeker te sluiten vanaf 30 maart 2026 op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor de duur van zes maanden. 2.1. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 2.2. De burgemeester heeft meegedeeld de feitelijke sluiting van de woning op te schorten totdat de voorzieningenrechter heeft beslist op het verzoek om een voorlopige voorziening. 2.3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 21 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de burgemeester samen met N. Douna. Beoordeling door de voorzieningenrechter Relevante feiten en omstandigheden 3. Verzoeker huurt de woning van Stichting Woonpunt. Hij woont hier samen met zijn drie honden (pitbulls). 3.1. Uit de bestuursrechtelijke rapportage van de politie van 5 december 2025 is het volgende gebleken. De politie heeft op 18 november 2025 in de woning een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen met in totaal 312 hennepplanten. Er bevonden zich in de kweekruimte onder meer assimilatielampen, transformatoren, een koolstoffilter, luchtafzuigers, slakkenhuizen, ventilatoren, kachels, luchtbevochtigers, een temperatuurventilatieregelaar en groeimiddelen. Ook lagen er in de woning knipbenodigheden (zogenaamde cannacutters), een weegschaal, vier potten met hennepgruis en afvalzakken met hennepresten. Verder was er sprake van diefstal van stroom. Volgens de politie waren er omstandigheden aangetroffen, die wijzen op minimaal één eerdere oogst. 3.2. De burgemeester heeft op 20 februari 2026 het voornemen tot sluiting van de woning voor de duur van zes maanden toegezonden en verzoeker in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. Verzoeker heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt. Met het bestreden besluit is de burgemeester bij zijn voornemen gebleven en heeft hij besloten de woning te sluiten voor de duur van zes maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Spoedeisend belang 4. De door verzoeker gevraagde voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen indien er een spoedeisend belang is, waardoor verzoeker niet kan wachten op een beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter dient dus eerst te beoordelen sprake of is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld. 4.1. De voorzieningenrechter vindt het belang van verzoeker bij het treffen van een voorlopige voorziening in dit geval voldoende spoedeisend, omdat hij niet in zijn woning kan wonen als die wordt gesloten. Toetsingskader 5. Als de burgemeester gebruik wil maken van zijn bevoegdheid om een woning op grond van artikel 13b, van de Opiumwet te sluiten, geldt daarvoor het beoordelings- en toetsingskader van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). Dat kader is beschreven in de uitspraken van 6 juli 2022 en 16 juli 2025 . Hierbij moet beoordeeld worden of de sluiting van de woning in het concrete geval geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is. Bevoegdheid 6. Verzoeker heeft niet bestreden dat op 18 november 2025 in de woning een inwerking zijnde hennepkwekkerij met 312 hennepplanten is aangetroffen en dat de burgemeester gelet daarop de bevoegdheid heeft om de woning te sluiten. Geschiktheid 7. Verzoeker heeft aangevoerd dat de woningsluiting in zijn geval geen geschikt middel is, omdat de doelen van een woningsluiting niet (meer) kunnen worden bereikt met de woningsluiting. Verzoeker verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025. De hennepplanten zijn volgens verzoeker op 18 november 2025, vier maanden geleden, aangetroffen. De hennepplanten en de andere attributen zijn in beslag genomen en het opnieuw plegen van dit strafbare feit is niet meer aan de orde. De burgemeester heeft hieraan onvoldoende gewicht toegekend, aldus verzoeker. 7.1. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de sluiting van de woning in het algemeen een geschikt middel om de doelen te bereiken die de burgemeester voor ogen heeft, namelijk het bestrijden van drugshandel en verdere overtredingen in of vanuit de woning tegengaan, het wegnemen van risico’s voor de buurt en het geven van een signaal aan verzoeker, drugscriminelen en de buurt dat de overheid optreedt tegen drugscriminaliteit. 7.2. Het tijdsverloop tussen het aantreffen van de hennepkwekerij (18 november 2025) en het tijdstip waarop de burgemeester ingevolge het bestreden besluit tot sluiting wil overgaan (30 maart 2026) is ruim vier maanden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit tijdsverloop niet zodanig is dat sluiting redelijkerwijs geen geschikt middel zou zijn om de doelen te kunnen bereiken die met een dergelijke sluiting worden gediend. Dat de hennepkwekerij is opgeruimd (hennepplanten en attributen zijn in beslag genomen) en er in de tussentijd geen nieuwe incidenten hebben plaatsgevonden, maakt het voorgaande niet anders, omdat de doelen (waaronder het voorkomen van herhaling) nog steeds kunnen worden bereikt door de woning te sluiten. Noodzakelijkheid 8. Als de burgemeester bevoegd is om een pand te sluiten, is de volgende vraag of er ook een noodzaak is om een pand te sluiten. Daarbij is van belang of de burgemeester met een minder ingrijpend middel dan een sluiting had kunnen en moeten volstaan omdat het beoogde doel ook met dat minder ingrijpende middel had kunnen worden bereikt. Toepassing van artikel 13b van de Opiumwet is een herstelsanctie en strekt tot beëindiging van de overtreding van de Opiumwet, het beëindigen van de negatieve effecten van de overtreding en het voorkomen van herhaling van de overtreding. Herstel van de openbare orde is dus niet op zichzelf het doel van deze toepassing. Dit neemt niet weg dat een overtreding van de Opiumwet, ook wanneer deze plaatsvindt in of vanuit een woning, gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat in de omgeving en in meer of mindere mate gepaard gaat met verstoring van de openbare orde. Het ligt voor de hand dat de burgemeester die effecten op de omgeving betrekt in zijn beoordeling of het noodzakelijk is om over te gaan tot sluiting van een woning. Deze beoordeling moet plaatsvinden aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval. 8.1. Verzoeker heeft aangevoerd dat sluiting van de woning niet noodzakelijk is.
Volledig
Het college heeft in dit kader volgens verzoeker alleen maar rekening gehouden met de ligging van de woning in een voor drugscriminaliteit kwetsbare wijk en dat er sprake zou zijn van een (vermeende) grote en professionele hennepkwekerij. Verzoeker wijst er verder op dat niet is gebleken van een loop naar de woning, overlast of (gevoelens van) onveiligheid in de omgeving. Ook is niet gebleken van meldingen of verklaringen van buurtbewoners over mogelijke drugshandel vanuit de woning. Verder is er sprake van het aantreffen van softdrugs en geen recidive. Dit zijn volgens verzoeker omstandigheden die (in onderlinge samenhang bezien) een rol spelen bij de beoordeling van de noodzakelijkheid van de woningsluiting. Verzoeker meent dat het college had kunnen volstaan met een minder ingrijpende middel, zoals een last onder dwangsom of een kortere sluitingsduur. 8.2. De voorzieningenrechter volgt verzoeker niet in zijn standpunt en is van oordeel dat de burgemeester in dit geval heeft mogen besluiten dat de noodzaak bestond om de woning voor de duur van zes maanden te sluiten. De niet geringe handelshoeveelheid softdrugs, 312 hennepplanten, is voldoende om een dergelijke maatregel in te zetten. Het gaat hier om een grote bedrijfsmatige en professionele opgezette hennepkwekerij, waarbij sprake is geweest van diefstal van elektriciteit. Dit wijst erop dat de woning een rol vervulde binnen de criminele keten van de productie in softdrugs, ook al zijn er geen aanwijzingen van een loop naar de woning, feitelijke handel vanuit de woning of meldingen van overlast. Verder heeft de politie omstandigheden aangetroffen die duiden op een eerdere oogst; hieruit blijkt dat de hennepteelt al geruime tijd plaatsvond. De burgemeester heeft ook belang mogen toekennen aan het feit dat de woning in een voor drugshandel kwetsbare woonwijk is gelegen. Deze wijk ligt in Heerlen-Noord, een door de Rijksoverheid aangewezen vernieuwingsgebied, waar de veiligheid en leefbaarheid ernstig zijn aangetast. De voorzieningenrechter acht verder van belang dat de woningsluiting herhaling van de overtreding voorkomt en een duidelijk signaal afgeeft aan het drugscircuit en de omgeving dat de burgemeester handhavend optreedt tegen de handel in drugs. Daarnaast draagt de sluiting van de woning bij aan het herstel van de openbare orde. De burgemeester hoefde niet te volstaan met een minder ingrijpend middel. Evenwichtigheid 9. Als de sluiting van een woning in beginsel geschikt en noodzakelijk wordt geacht, neemt dat niet weg dat die sluiting ook evenwichtig moet zijn. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid van (de duur van) de sluiting zijn verschillende omstandigheden van belang, zoals de mate van verwijtbaarheid van de aangeschreven persoon, een bijzondere binding met de woning en de mogelijkheid om weer van de woning gebruik te kunnen maken. De nadelige gevolgen van de sluiting voor de bewoner moeten worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk mocht vinden. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig. Inherent aan de sluiting van de woning is verder dat de bewoner de woning moet verlaten. Dat is op zichzelf geen bijzondere omstandigheid. Het is in de eerste plaats aan de bewoner om vervangende woonruimte te vinden. Wel dient de burgemeester te informeren naar de mogelijkheden van vervangende huisvesting. 9.1. Verzoeker heeft aangevoerd dat hij op korte termijn geen vervangende (geschikte) woonruimte kan vinden, omdat hij een lage uitkering heeft en onvoldoende middelen heeft om in de particuliere sector te huren. Verder moet hij ook onderdak zien te vinden voor zijn drie honden (pitbulls). Verzoeker heeft aangevoerd dat hij psychische klachten heeft en geestelijk niet in staat is om op korte termijn vervangende huisvesting te vinden. Door de woningsluiting zal bovendien zijn geestelijke gezondheid erop achteruit gaan, aldus verzoeker. Ook zal verzoeker zijn woning kwijtraken door de buitengerechtelijke ontbinding van zijn huurovereenkomst. 9.2. De voorzieningenrechter is alles overziend van oordeel dat de woningsluiting evenwichtig is. Daarbij is allereerst van belang dat verzoeker een verwijt treft, omdat hij de hennepkwekerij heeft toegestaan in zijn woning. Door deze in de woning toe te laten, heeft hij het risico aanvaard dat de hennepkwekerij zou worden ontdekt en de daaruit voortvloeiende gevolgen voor zijn rekening zouden komen. Uit de door verzoeker overgelegde stukken (een uitnodiging voor een uitgebreide medische screening van Mondriaan) volgt niet dat verzoeker om medische redenen gebonden is aan de woning. 9.3. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verzoeker verder onvoldoende inzicht gegeven in zijn financiën. Hierdoor heeft hij niet aangetoond dat hij – gelet op zijn inkomsten en uitgavenpatroon per maand – niet in staat is om vervangende woonruimte te vinden. Verder is niet gebleken dat verzoeker zich (voldoende) heeft ingespannen om zelf (al dan niet met behulp van zijn kinderen) vervangende woonruimte te vinden voor hemzelf en zijn honden. Daarmee is niet aannemelijk geworden dat verzoeker geen passende woonruimte kan vinden waar hij en zijn honden terechtkunnen. Dat de woningcorporatie zijn huurovereenkomst buitengerechtelijk gaat ontbinden, betekent niet dat verzoeker geen vervangende woonruimte kan vinden en dakloos wordt. De burgemeester heeft in het bestreden besluit aangegeven dat verzoeker in het uiterste geval gebruik kan maken via Team Toegang van tijdelijke opvang, zoals Shelter045, en voor de honden kan hij contact opnemen met de Dierenbescherming of andere gespecialiseerde opvang inschakelen voor het soort honden, die verzoeker houdt. Voor zover verzoeker op zitting heeft gesteld dat hij niet bij zijn dochter kan verblijven, omdat haar kinderen bang zijn voor de honden, kan de Dierenbescherming of gespecialiseerde opvang naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook uitkomst bieden voor verzoekers honden. 9.4. De voorzieningenrechter is zich ervan bewust dat de sluiting van de woning ingrijpende gevolgen heeft voor verzoeker. Daar staat tegenover dat er een grootschalige, professioneel ingerichte hennepkwekerij met een aanzienlijke hoeveelheid softdrugs is aangetroffen. Zoals hiervoor al is vermeld, kan verzoeker hiervan een verwijt worden gemaakt. Bovendien is aannemelijk dat de woning in het drugscircuit bekendstaat als een woning waar hennep wordt geteeld. De voorzieningenrechter is – gelet op het voorgaande – van oordeel dat de burgemeester de belangen bij sluiting van de woning voor de duur van zes maanden zwaarder heeft mogen wegen dan de belangen van verzoeker bij het gebruik van de woning. Conclusie en gevolgen 10. Het bezwaar van verzoeker tegen het bestreden besluit heeft geen redelijke kans van slagen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de burgemeester de woning van verzoeker mag sluiten voor de duur van zes maanden. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Leijten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.H.J. Laeven, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2026. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 1 mei 2026 Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. ECLI:NL:RVS:2022:1911. ECLI:NL:RVS:2025:2922. Zie noot 2. Zie noot 2 (rechtsoverweging 10.1). Zie noot 2 (rechtsoverweging 11 e.v). Zie de uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3262 (rechtsoverweging 6.2).
Volledig
Het college heeft in dit kader volgens verzoeker alleen maar rekening gehouden met de ligging van de woning in een voor drugscriminaliteit kwetsbare wijk en dat er sprake zou zijn van een (vermeende) grote en professionele hennepkwekerij. Verzoeker wijst er verder op dat niet is gebleken van een loop naar de woning, overlast of (gevoelens van) onveiligheid in de omgeving. Ook is niet gebleken van meldingen of verklaringen van buurtbewoners over mogelijke drugshandel vanuit de woning. Verder is er sprake van het aantreffen van softdrugs en geen recidive. Dit zijn volgens verzoeker omstandigheden die (in onderlinge samenhang bezien) een rol spelen bij de beoordeling van de noodzakelijkheid van de woningsluiting. Verzoeker meent dat het college had kunnen volstaan met een minder ingrijpende middel, zoals een last onder dwangsom of een kortere sluitingsduur. 8.2. De voorzieningenrechter volgt verzoeker niet in zijn standpunt en is van oordeel dat de burgemeester in dit geval heeft mogen besluiten dat de noodzaak bestond om de woning voor de duur van zes maanden te sluiten. De niet geringe handelshoeveelheid softdrugs, 312 hennepplanten, is voldoende om een dergelijke maatregel in te zetten. Het gaat hier om een grote bedrijfsmatige en professionele opgezette hennepkwekerij, waarbij sprake is geweest van diefstal van elektriciteit. Dit wijst erop dat de woning een rol vervulde binnen de criminele keten van de productie in softdrugs, ook al zijn er geen aanwijzingen van een loop naar de woning, feitelijke handel vanuit de woning of meldingen van overlast. Verder heeft de politie omstandigheden aangetroffen die duiden op een eerdere oogst; hieruit blijkt dat de hennepteelt al geruime tijd plaatsvond. De burgemeester heeft ook belang mogen toekennen aan het feit dat de woning in een voor drugshandel kwetsbare woonwijk is gelegen. Deze wijk ligt in Heerlen-Noord, een door de Rijksoverheid aangewezen vernieuwingsgebied, waar de veiligheid en leefbaarheid ernstig zijn aangetast. De voorzieningenrechter acht verder van belang dat de woningsluiting herhaling van de overtreding voorkomt en een duidelijk signaal afgeeft aan het drugscircuit en de omgeving dat de burgemeester handhavend optreedt tegen de handel in drugs. Daarnaast draagt de sluiting van de woning bij aan het herstel van de openbare orde. De burgemeester hoefde niet te volstaan met een minder ingrijpend middel. Evenwichtigheid 9. Als de sluiting van een woning in beginsel geschikt en noodzakelijk wordt geacht, neemt dat niet weg dat die sluiting ook evenwichtig moet zijn. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid van (de duur van) de sluiting zijn verschillende omstandigheden van belang, zoals de mate van verwijtbaarheid van de aangeschreven persoon, een bijzondere binding met de woning en de mogelijkheid om weer van de woning gebruik te kunnen maken. De nadelige gevolgen van de sluiting voor de bewoner moeten worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk mocht vinden. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig. Inherent aan de sluiting van de woning is verder dat de bewoner de woning moet verlaten. Dat is op zichzelf geen bijzondere omstandigheid. Het is in de eerste plaats aan de bewoner om vervangende woonruimte te vinden. Wel dient de burgemeester te informeren naar de mogelijkheden van vervangende huisvesting. 9.1. Verzoeker heeft aangevoerd dat hij op korte termijn geen vervangende (geschikte) woonruimte kan vinden, omdat hij een lage uitkering heeft en onvoldoende middelen heeft om in de particuliere sector te huren. Verder moet hij ook onderdak zien te vinden voor zijn drie honden (pitbulls). Verzoeker heeft aangevoerd dat hij psychische klachten heeft en geestelijk niet in staat is om op korte termijn vervangende huisvesting te vinden. Door de woningsluiting zal bovendien zijn geestelijke gezondheid erop achteruit gaan, aldus verzoeker. Ook zal verzoeker zijn woning kwijtraken door de buitengerechtelijke ontbinding van zijn huurovereenkomst. 9.2. De voorzieningenrechter is alles overziend van oordeel dat de woningsluiting evenwichtig is. Daarbij is allereerst van belang dat verzoeker een verwijt treft, omdat hij de hennepkwekerij heeft toegestaan in zijn woning. Door deze in de woning toe te laten, heeft hij het risico aanvaard dat de hennepkwekerij zou worden ontdekt en de daaruit voortvloeiende gevolgen voor zijn rekening zouden komen. Uit de door verzoeker overgelegde stukken (een uitnodiging voor een uitgebreide medische screening van Mondriaan) volgt niet dat verzoeker om medische redenen gebonden is aan de woning. 9.3. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verzoeker verder onvoldoende inzicht gegeven in zijn financiën. Hierdoor heeft hij niet aangetoond dat hij – gelet op zijn inkomsten en uitgavenpatroon per maand – niet in staat is om vervangende woonruimte te vinden. Verder is niet gebleken dat verzoeker zich (voldoende) heeft ingespannen om zelf (al dan niet met behulp van zijn kinderen) vervangende woonruimte te vinden voor hemzelf en zijn honden. Daarmee is niet aannemelijk geworden dat verzoeker geen passende woonruimte kan vinden waar hij en zijn honden terechtkunnen. Dat de woningcorporatie zijn huurovereenkomst buitengerechtelijk gaat ontbinden, betekent niet dat verzoeker geen vervangende woonruimte kan vinden en dakloos wordt. De burgemeester heeft in het bestreden besluit aangegeven dat verzoeker in het uiterste geval gebruik kan maken via Team Toegang van tijdelijke opvang, zoals Shelter045, en voor de honden kan hij contact opnemen met de Dierenbescherming of andere gespecialiseerde opvang inschakelen voor het soort honden, die verzoeker houdt. Voor zover verzoeker op zitting heeft gesteld dat hij niet bij zijn dochter kan verblijven, omdat haar kinderen bang zijn voor de honden, kan de Dierenbescherming of gespecialiseerde opvang naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook uitkomst bieden voor verzoekers honden. 9.4. De voorzieningenrechter is zich ervan bewust dat de sluiting van de woning ingrijpende gevolgen heeft voor verzoeker. Daar staat tegenover dat er een grootschalige, professioneel ingerichte hennepkwekerij met een aanzienlijke hoeveelheid softdrugs is aangetroffen. Zoals hiervoor al is vermeld, kan verzoeker hiervan een verwijt worden gemaakt. Bovendien is aannemelijk dat de woning in het drugscircuit bekendstaat als een woning waar hennep wordt geteeld. De voorzieningenrechter is – gelet op het voorgaande – van oordeel dat de burgemeester de belangen bij sluiting van de woning voor de duur van zes maanden zwaarder heeft mogen wegen dan de belangen van verzoeker bij het gebruik van de woning. Conclusie en gevolgen 10. Het bezwaar van verzoeker tegen het bestreden besluit heeft geen redelijke kans van slagen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de burgemeester de woning van verzoeker mag sluiten voor de duur van zes maanden. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Leijten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.H.J. Laeven, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2026. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 1 mei 2026 Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. ECLI:NL:RVS:2022:1911. ECLI:NL:RVS:2025:2922. Zie noot 2. Zie noot 2 (rechtsoverweging 10.1). Zie noot 2 (rechtsoverweging 11 e.v). Zie de uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3262 (rechtsoverweging 6.2).