Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-04-30
ECLI:NL:RBLIM:2026:4137
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
4,081 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:4137 text/xml public 2026-05-19T13:58:21 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-04-30 12162435 \ CV EXPL 26-1650 Uitspraak Kort geding NL Maastricht Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:4137 text/html public 2026-05-19T13:57:48 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:4137 Rechtbank Limburg , 30-04-2026 / 12162435 \ CV EXPL 26-1650 Kort geding. Executiegeschil. Opheffen beslag. Geen spoedeisend belang. Daarnaast onvoldoende gesteld om misbruik van bevoegdheid aan te nemen. RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 12162435 \ CV EXPL 26-1650 Vonnis in kort geding van 30 april 2026 in de zaak van TECO ELECTRO B.V. , te Eijsden, gemeente Eijsden-Margraten, eisende partij, hierna te noemen: Teco, procederend in persoon, tegen 1 [gedaagde 1] V.O.F., 2. [gedaagde 2] , vennoot van gedaagde sub 1, 3. [gedaagde 3] , vennoot van gedaagde sub 1, allen te [plaats] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagden] , gemachtigde: mr. S.H.F. Kerckhoffs. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 tot en met 16 - de mondelinge behandeling van 16 april 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Teco is bij verstekvonnis in kort geding van 9 april 2025 onder zaaknummer 11579255 CV EXPL 25-1218 (hierna: het verstekvonnis) veroordeeld om aan [gedaagden] te betalen een bedrag van € 3.851,33 aan hoofdsom, de buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 510,13 en de proceskosten van € 1.042,35, dit alles te vermeerderen met de wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 2.2. Het verstekvonnis is betekend aan Teco. Teco heeft niet betaald. 2.3. [gedaagden] heeft op 18 september 2025 executoriaal beslag laten leggen op twee auto’s van Teco, te weten een Renault Kangoo met [kenteken 1] en een Volkswagen Caddy met [kenteken 2] . 2.4. Teco heeft meermaals verzocht om het beslag op te heffen. [gedaagden] heeft dat niet gedaan. 3 Het geschil 3.1. Teco vordert – samengevat – het verstekvonnis tijdelijk buiten werking te stellen, totdat bij rechterlijke uitspraak is komen vast te staan dat de (oorspronkelijke) facturen uit 2022 en 2023 van [gedaagden] door Teco zijn overgenomen, [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen de beslaglegging van de twee voertuigen binnen drie dagen te hebben opgeheven althans te doen opheffen, op verbeurte van een dwangsom van € 750,00 per dag dat [gedaagden] niet aan die veroordeling verdoen, met een maximum van € 15.000,00 per voertuig en [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, alsmede de nakosten. 3.2. Teco legt aan de vordering ten grondslag dat zij ten onrechte in een procedure is betrokken. Het is namelijk niet Teco, maar de [eenmanszaak] die de facturen van [gedaagden] heeft ontvangen. Teco is op initiatief van [eenmanszaak] en mr. Van der Salm opgericht op 28 december 2023. De laatste factuur van [gedaagden] dateert van 17 oktober 2023, dus van vóór de oprichting van Teco. Teco heeft geen enkele relatie met [gedaagden] en heeft dus ook geen enkele verplichting jegens [gedaagden] . Teco heeft dit per e-mail medegedeeld. Volgens Teco is de executie van het verstekvonnis daarom onrechtmatig en klachtwaardig. Teco kon niet meer in verzet gaan tegen het verstekvonnis omdat de verzettemijn al verstreken was op het moment dat zij bekend werd met de beslaglegging. [gedaagden] heeft toegezegd dat het beslag zou worden opgeheven, maar [gedaagden] heeft dat nog steeds niet gedaan. 3.3. [gedaagden] voert verweer. [gedaagden] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Teco, met veroordeling van Teco in de proceskosten. 3.4. [gedaagden] voert aan dat het beslag rechtmatig is gelegd. Teco heeft geen gebruik gemaakt van haar verweermogelijkheden. Er is dan ook sprake van een onherroepelijk verstekvonnis. Dit betekent dat een executiegeschil alleen kans van slagen heeft indien sprake is van misbruik van bevoegdheid, dit wil zeggen indien sprake is van een klaarblijkelijke misslag in het vonnis of een noodtoestand van Teco. Hiervan is geen sprake. Teco voert in deze een inhoudelijk debat. Dat is aan te merken als een verkapt appel en dat is in strijd met het gesloten rechtsmiddelenbeginsel. 3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling Eisende partij 4.1. In het exploot van dagvaarding is mr. H.J.J. van der Salm aangeduid als gemachtigde van Teco. Uit de stellingen en overgelegde stukken blijkt dat Van der Salm enig aandeelhouder en bestuurder is van Teco. Dit leidt ertoe dat Teco, zoals partijen ook ter mondelinge behandeling is voorgehouden, in persoon procedeert. Buiten werking stellen verstekvonnis en opheffen beslag 4.2. In een executiegeschil kan de kantonrechter, zoals [gedaagden] juist heeft aangevoerd, de tenuitvoerlegging van een vonnis slechts schorsen, indien hij van oordeel is dat de executant geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard. 4.3. Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen. De kantonrechter moet allereerst beoordelen of Teco ten tijde van dit vonnis bij die voorzieningen een spoedeisend belang heeft. Teco stelt dat zij een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen nu zij op korte termijn weer de algehele en vrije beschikking dient te krijgen over de auto’s. De beslaglegging vormt een ernstige inbreuk op haar eigendomsrecht. De onderneming met één werknemer kan zich de kosten, zoals onder andere wegenbelasting en verzekeringen, niet veroorloven. Teco lijdt schade door het beslag en wenst de auto’s te kunnen afstoten en nieuwe auto’s aan te kunnen schaffen. 4.4. Ten aanzien van de vordering om het verstekvonnis tijdelijk buiten werking te stellen tot aan het moment van uitspraak in een bodemprocedure is geen enkel spoedeisend belang gesteld. Ter mondelinge behandeling is gebleken dat er ook geen bodemprocedure loopt. Deze vordering wordt daarom afgewezen. 4.5. Ten aanzien van de spoedeisendheid van de vordering om de beslaglegging op te heffen wordt als volgt overwogen. Het moet gaan om een situatie waarin, vanwege de feiten en omstandigheden van de zaak, het treffen van een onmiddellijke voorlopige voorziening noodzakelijk is en de uitkomst van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Naar aanleiding van de stellingen van Teco kan niet geconcludeerd worden dat Teco een zodanig spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Het willen vernieuwen van de auto’s kan daar niet toe leiden en het blijven dragen van de kosten is inherent aan een beslaglegging op een auto. 4.6. Daarnaast staat vast dat Teco geen verzet heeft ingesteld en er dus een onherroepelijk verstekvonnis ligt. Teco heeft niets gesteld ten aanzien van misbruik van bevoegdheid door [gedaagden] . De kantonrechter kan daarom niet tot het oordeel komen dat het te executeren vonnis op een juridische of feitelijke misslag berust of dat sprake is van een noodtoestand aan de zijde van Teco. De kantonrechter acht de beslaglegging op grond van hetgeen partijen hebben aangevoerd dan ook rechtmatig. 4.7. Het voorgaande betekent dat de vorderingen tot het opheffen van het beslag en de daarbij behorende dwangsommen ook worden afgewezen. Proceskosten 4.8. Teco is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden begroot op: - salaris gemachtigde € 865,00 - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.009,00 5 De beslissing De kantonrechter 5.1.
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:4137 text/xml public 2026-05-19T13:58:21 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-04-30 12162435 \ CV EXPL 26-1650 Uitspraak Kort geding NL Maastricht Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:4137 text/html public 2026-05-19T13:57:48 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:4137 Rechtbank Limburg , 30-04-2026 / 12162435 \ CV EXPL 26-1650 Kort geding. Executiegeschil. Opheffen beslag. Geen spoedeisend belang. Daarnaast onvoldoende gesteld om misbruik van bevoegdheid aan te nemen. RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Maastricht Zaaknummer: 12162435 \ CV EXPL 26-1650 Vonnis in kort geding van 30 april 2026 in de zaak van TECO ELECTRO B.V. , te Eijsden, gemeente Eijsden-Margraten, eisende partij, hierna te noemen: Teco, procederend in persoon, tegen 1 [gedaagde 1] V.O.F., 2. [gedaagde 2] , vennoot van gedaagde sub 1, 3. [gedaagde 3] , vennoot van gedaagde sub 1, allen te [plaats] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagden] , gemachtigde: mr. S.H.F. Kerckhoffs. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties 1 tot en met 16 - de mondelinge behandeling van 16 april 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Teco is bij verstekvonnis in kort geding van 9 april 2025 onder zaaknummer 11579255 CV EXPL 25-1218 (hierna: het verstekvonnis) veroordeeld om aan [gedaagden] te betalen een bedrag van € 3.851,33 aan hoofdsom, de buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 510,13 en de proceskosten van € 1.042,35, dit alles te vermeerderen met de wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 2.2. Het verstekvonnis is betekend aan Teco. Teco heeft niet betaald. 2.3. [gedaagden] heeft op 18 september 2025 executoriaal beslag laten leggen op twee auto’s van Teco, te weten een Renault Kangoo met [kenteken 1] en een Volkswagen Caddy met [kenteken 2] . 2.4. Teco heeft meermaals verzocht om het beslag op te heffen. [gedaagden] heeft dat niet gedaan. 3 Het geschil 3.1. Teco vordert – samengevat – het verstekvonnis tijdelijk buiten werking te stellen, totdat bij rechterlijke uitspraak is komen vast te staan dat de (oorspronkelijke) facturen uit 2022 en 2023 van [gedaagden] door Teco zijn overgenomen, [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen de beslaglegging van de twee voertuigen binnen drie dagen te hebben opgeheven althans te doen opheffen, op verbeurte van een dwangsom van € 750,00 per dag dat [gedaagden] niet aan die veroordeling verdoen, met een maximum van € 15.000,00 per voertuig en [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, alsmede de nakosten. 3.2. Teco legt aan de vordering ten grondslag dat zij ten onrechte in een procedure is betrokken. Het is namelijk niet Teco, maar de [eenmanszaak] die de facturen van [gedaagden] heeft ontvangen. Teco is op initiatief van [eenmanszaak] en mr. Van der Salm opgericht op 28 december 2023. De laatste factuur van [gedaagden] dateert van 17 oktober 2023, dus van vóór de oprichting van Teco. Teco heeft geen enkele relatie met [gedaagden] en heeft dus ook geen enkele verplichting jegens [gedaagden] . Teco heeft dit per e-mail medegedeeld. Volgens Teco is de executie van het verstekvonnis daarom onrechtmatig en klachtwaardig. Teco kon niet meer in verzet gaan tegen het verstekvonnis omdat de verzettemijn al verstreken was op het moment dat zij bekend werd met de beslaglegging. [gedaagden] heeft toegezegd dat het beslag zou worden opgeheven, maar [gedaagden] heeft dat nog steeds niet gedaan. 3.3. [gedaagden] voert verweer. [gedaagden] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Teco, met veroordeling van Teco in de proceskosten. 3.4. [gedaagden] voert aan dat het beslag rechtmatig is gelegd. Teco heeft geen gebruik gemaakt van haar verweermogelijkheden. Er is dan ook sprake van een onherroepelijk verstekvonnis. Dit betekent dat een executiegeschil alleen kans van slagen heeft indien sprake is van misbruik van bevoegdheid, dit wil zeggen indien sprake is van een klaarblijkelijke misslag in het vonnis of een noodtoestand van Teco. Hiervan is geen sprake. Teco voert in deze een inhoudelijk debat. Dat is aan te merken als een verkapt appel en dat is in strijd met het gesloten rechtsmiddelenbeginsel. 3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling Eisende partij 4.1. In het exploot van dagvaarding is mr. H.J.J. van der Salm aangeduid als gemachtigde van Teco. Uit de stellingen en overgelegde stukken blijkt dat Van der Salm enig aandeelhouder en bestuurder is van Teco. Dit leidt ertoe dat Teco, zoals partijen ook ter mondelinge behandeling is voorgehouden, in persoon procedeert. Buiten werking stellen verstekvonnis en opheffen beslag 4.2. In een executiegeschil kan de kantonrechter, zoals [gedaagden] juist heeft aangevoerd, de tenuitvoerlegging van een vonnis slechts schorsen, indien hij van oordeel is dat de executant geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard. 4.3. Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen. De kantonrechter moet allereerst beoordelen of Teco ten tijde van dit vonnis bij die voorzieningen een spoedeisend belang heeft. Teco stelt dat zij een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen nu zij op korte termijn weer de algehele en vrije beschikking dient te krijgen over de auto’s. De beslaglegging vormt een ernstige inbreuk op haar eigendomsrecht. De onderneming met één werknemer kan zich de kosten, zoals onder andere wegenbelasting en verzekeringen, niet veroorloven. Teco lijdt schade door het beslag en wenst de auto’s te kunnen afstoten en nieuwe auto’s aan te kunnen schaffen. 4.4. Ten aanzien van de vordering om het verstekvonnis tijdelijk buiten werking te stellen tot aan het moment van uitspraak in een bodemprocedure is geen enkel spoedeisend belang gesteld. Ter mondelinge behandeling is gebleken dat er ook geen bodemprocedure loopt. Deze vordering wordt daarom afgewezen. 4.5. Ten aanzien van de spoedeisendheid van de vordering om de beslaglegging op te heffen wordt als volgt overwogen. Het moet gaan om een situatie waarin, vanwege de feiten en omstandigheden van de zaak, het treffen van een onmiddellijke voorlopige voorziening noodzakelijk is en de uitkomst van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Naar aanleiding van de stellingen van Teco kan niet geconcludeerd worden dat Teco een zodanig spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Het willen vernieuwen van de auto’s kan daar niet toe leiden en het blijven dragen van de kosten is inherent aan een beslaglegging op een auto. 4.6. Daarnaast staat vast dat Teco geen verzet heeft ingesteld en er dus een onherroepelijk verstekvonnis ligt. Teco heeft niets gesteld ten aanzien van misbruik van bevoegdheid door [gedaagden] . De kantonrechter kan daarom niet tot het oordeel komen dat het te executeren vonnis op een juridische of feitelijke misslag berust of dat sprake is van een noodtoestand aan de zijde van Teco. De kantonrechter acht de beslaglegging op grond van hetgeen partijen hebben aangevoerd dan ook rechtmatig. 4.7. Het voorgaande betekent dat de vorderingen tot het opheffen van het beslag en de daarbij behorende dwangsommen ook worden afgewezen. Proceskosten 4.8. Teco is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden begroot op: - salaris gemachtigde € 865,00 - nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.009,00 5 De beslissing De kantonrechter 5.1.