Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-04-22
ECLI:NL:RBLIM:2026:3519
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Beschikking
4,082 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:3519 text/xml public 2026-05-12T14:47:17 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-04-22 C/03/348645 / KG RK 26-14 Uitspraak Beschikking NL Roermond Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:3519 text/html public 2026-05-12T14:46:38 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:3519 Rechtbank Limburg , 22-04-2026 / C/03/348645 / KG RK 26-14 Inroepen huur- beheer- en ontruimingsbeding door bank. Gedeeltelijke toewijzing. RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer / rekestnummer: C/03/348645 / KG RK 26-14 Beschikking van de voorzieningenrechter van 22 april 2026 in de zaak van ABN AMRO BANK N.V. , te Amsterdam, verzoekende partij, hierna te noemen: de bank, advocaat: mr. J.W. Achterberg, tegen 1 [persoon 1] , te [plaats 1] , 2. [persoon 2] , te [plaats 1] , hierna samen te noemen: [persoon 1 & 2] 3. Zij die als (onder)huurder(s) van woonruimte verblijven in: Het pand te [adres 1] ; Het pand te [adres 2] ; Het pand te [adres 3] ; Het pand te [adres 4] ; Het pand te [adres 5] ; en Het pand te [adres 6] , voorts zijn eveneens als belanghebbenden aangemerkt: 4. [B.V. 1] , te [plaats 1] , 5. [B.V. 2] , te [plaats 2] , 6. [B.V. 3] , te [plaats 1] , 7. mr. [curator] in zijn hoedanigheid van curator van de failliete vennootschappen [B.V. 4] en [B.V. 5] , te [plaats 3] , hierna: de curator, 8. [B.V. 6] , te [plaats 1] , 9. [B.V. 7] , te [plaats 1] , 10 [B.V. 8] , te [plaats 1] , 11. [B.V. 9] , te [plaats 1] , 12. [B.V. 10] , te [plaats 1] , 13. [B.V. 11] , te [plaats 1] , 14. [B.V. 12] , te [plaats 1] , 15. [B.V. 13] , te [plaats 1] , 16. de STAAT DER NEDERLANDEN MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN, RIJKSDIENST VOOR ONDERNEMEND NEDERLAND, p/a [B.V. 14] , te [plaats 4] , hierna samen te noemen: belanghebbenden. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties 1 t/m 8 van 8 januari 2026 - de namens de bank ingediende nagekomen producties 9 t/m 14 - de mondelinge behandeling van 8 april 2026. 1.2. Tijdens de mondelinge behandeling zijn voor de bank verschenen mr. Achterberg, dhr. [naam 1] en dhr. [naam 2] . Tevens is verschenen mr. [curator] in zijn hoedanigheid van curator van [B.V. 4] en [B.V. 5] en heeft hij tijdens de mondelinge behandeling schriftelijke zienswijzen overgelegd. De overige belanghebbenden zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. 1.3. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. Bij notariële akte van 7 januari 2022 hebben [persoon 1 & 2] , mede in hun hoedanigheid van (middellijk) bestuurders van [B.V. 1] , [B.V. 2] en [B.V. 3] tot meerdere zekerheid voor de betaling van hetgeen zij aan de bank verschuldigd zijn uit hoofde van de door de bank aan hen verstrekte kredietfaciliteit ten gunste van de bank (onder meer) een recht van eerste hypotheek gevestigd op de in onderstaande tabel opgenomen onroerende zaken (hierna: het Onderpand). 2.2. Op pagina 7 van de hypotheekakte is een huurbeding, ontruimingsbeding en beheerbeding opgenomen. 2.3. Op 13 februari 2025 heeft de bank tegenover [persoon 1 & 2] de financiering opgezegd en opgeëist. Aan [persoon 1 & 2] is een termijn gegund om het Onderpand onderhands te verkopen. Ondanks inspanningen zijdens [persoon 1 & 2] is een onderhandse verkoop niet gelukt en is de schuld bij de bank niet afgelost. 2.4. De bank heeft een taxateur opdracht gegeven om de onroerende zaken te taxeren. De taxateur heeft de marktwaarde bepaald per 9 januari 2026. De getaxeerde marktwaarde is eveneens opgenomen in onderstaande tabel. Eigenaar Adres Kadastrale aanduiding Marktwaarde (9-1-2026) [B.V. 2] [adres 6] [kadastrale aanduiding 1] € 1.385.000,- [B.V. 1] [adres 1] , [adres 2] en [adres 3] [kadastrale aanduiding 2] € 1.620.000,- [B.V. 3] [adres 5] [kadastrale aanduiding 3] € 2.735.000,- [B.V. 1] [adres 4] [kadastrale aanduiding 4] € 445.000,- [B.V. 1] niet gelegen aan een adres [kadastrale aanduiding 5] Meegenomen in taxatie [adres 1] - [adres 3] [B.V. 3] nb [kadastrale aanduiding 6] Meegenomen in taxatie [adres 5] Totaal € 6.185.000,- 3 Het verzoek 3.1. De bank verzoekt de voorzieningenrechter bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. verlof te verlenen om het huurbeding in te roepen tegen niet zakelijke huurders en onderhuurders van het Onderpand, met veroordeling van deze huurders en onderhuurders tot ontruiming van het Onderpand met al de hunnen en het hunne, binnen zeven dagen na betekening van de beschikking, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3:264 lid 6 BW; II. machtiging te verlenen om het Onderpand in beheer en onder zich te nemen, met veroordeling van [persoon 1 & 2] en al wie en wat aldaar namens hen aanwezig is om het Onderpand te ontruimen binnen zeven dagen na betekening van de beschikking, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3:267 lid 1 tot en met 3 BW. III. [persoon 1 & 2] in de kosten van deze procedure te veroordelen, het salaris van de advocaat daaronder begrepen, alsmede in de nakosten van de procedure. 4 De beoordeling Het huurbeding 4.1. De bank heeft gevraagd om het huurbeding te mogen inroepen tegen niet zakelijke huurders van het Onderpand, omdat de executie is aangezegd en de veiling gepland staat voor 5 juni 2026. 4.2. De curator heeft verweer gevoerd tegen het verzoek voor zover dit verzoek zich richt tegen de failliete vennootschappen. Volgens de curator kan het huurbeding niet tegen hen worden ingeroepen, omdat zij huurders waren van bedrijfsruimte en niet van woonruimte. Voor zover de panden dienen te worden ontruimd vraagt de curator om een langere ontruimingstermijn, omdat in de panden nog roerende zaken staan opgeslagen van de failliete vennootschappen. De curator heeft daarnaast gevraagd de termijn van de openbare veiling te verlengen tot vier maanden. 4.3. Voor het overige is geen verweer gevoerd tegen het inroepen van het huurbeding. 4.4. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. De bank heeft haar verzoek uitdrukkelijk beperkt tot particuliere huurders, zodat het verzoek de (voormalige) zakelijke huurders, waaronder de failliete vennootschappen, niet raakt. De verweren van de curator treffen dan ook geen doel. Voor zover de curator vraagt de executietermijn te verlengen overweegt de voorzieningenrechter dat daar in de onderhavige procedure geen ruimte voor is. 4.5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de bank voldoende gemotiveerd heeft aangevoerd dat inroeping van het huurbeding noodzakelijk is. Daarvoor is het volgende redengevend. Allereerst overweegt de voorzieningenrechter dat er aanwijzingen zijn dat sprake is van verhuur van woonruimte aan arbeidsmigranten. Op grond van artikel 3:264 lid 6 BW verleent de voorzieningenrechter verlof tot het inroepen van het huurbeding, tenzij ook met instandhouding van de huurovereenkomst kennelijk een voldoende opbrengst zal worden verkregen om de vordering van de bank te kunnen voldoen. De voorzieningenrechter heeft kennisgenomen van de door de bank overgelegde taxatierapporten van 6 februari 2026. Blijkens deze rapporten bedraagt de totale marktwaarde van het Onderpand € 6.185.000,-. De vordering van de bank op [persoon 1 & 2] bedraagt volgens het exploot van 23 december 2025 een bedrag van € 9.206.711,11 per 9 december 2025, te vermeerderen met rente, boete en kosten. 4.6. De opbrengst bij executoriale verkoop van het Onderpand zal met instandhouding van (een) eventuele huurovereenkomst(en) met niet-zakelijke huurders niet voldoende zijn om de vordering van de bank te voldoen. De voorzieningenrechter zal daarom de bank verlof verlenen om het huurbeding in te mogen roepen en de huurders en onderhuurders veroordelen tot ontruiming van het Onderpand. 4.7. Ten aanzien van het verzoek van de bank om de onbekende huurders te veroordelen om het Onderpand binnen zeven dagen na betekening van deze beschikking te ontruimen, overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Ingevolge artikel 3:264 lid 6 BW stelt de voorzieningenrechter – zo hij verlof verleent – een termijn vast waarbinnen geen ontruiming mag plaatsvinden.
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:3519 text/xml public 2026-05-12T14:47:17 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-04-22 C/03/348645 / KG RK 26-14 Uitspraak Beschikking NL Roermond Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:3519 text/html public 2026-05-12T14:46:38 2026-05-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:3519 Rechtbank Limburg , 22-04-2026 / C/03/348645 / KG RK 26-14 Inroepen huur- beheer- en ontruimingsbeding door bank. Gedeeltelijke toewijzing. RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer / rekestnummer: C/03/348645 / KG RK 26-14 Beschikking van de voorzieningenrechter van 22 april 2026 in de zaak van ABN AMRO BANK N.V. , te Amsterdam, verzoekende partij, hierna te noemen: de bank, advocaat: mr. J.W. Achterberg, tegen 1 [persoon 1] , te [plaats 1] , 2. [persoon 2] , te [plaats 1] , hierna samen te noemen: [persoon 1 & 2] 3. Zij die als (onder)huurder(s) van woonruimte verblijven in: Het pand te [adres 1] ; Het pand te [adres 2] ; Het pand te [adres 3] ; Het pand te [adres 4] ; Het pand te [adres 5] ; en Het pand te [adres 6] , voorts zijn eveneens als belanghebbenden aangemerkt: 4. [B.V. 1] , te [plaats 1] , 5. [B.V. 2] , te [plaats 2] , 6. [B.V. 3] , te [plaats 1] , 7. mr. [curator] in zijn hoedanigheid van curator van de failliete vennootschappen [B.V. 4] en [B.V. 5] , te [plaats 3] , hierna: de curator, 8. [B.V. 6] , te [plaats 1] , 9. [B.V. 7] , te [plaats 1] , 10 [B.V. 8] , te [plaats 1] , 11. [B.V. 9] , te [plaats 1] , 12. [B.V. 10] , te [plaats 1] , 13. [B.V. 11] , te [plaats 1] , 14. [B.V. 12] , te [plaats 1] , 15. [B.V. 13] , te [plaats 1] , 16. de STAAT DER NEDERLANDEN MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN, RIJKSDIENST VOOR ONDERNEMEND NEDERLAND, p/a [B.V. 14] , te [plaats 4] , hierna samen te noemen: belanghebbenden. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift met producties 1 t/m 8 van 8 januari 2026 - de namens de bank ingediende nagekomen producties 9 t/m 14 - de mondelinge behandeling van 8 april 2026. 1.2. Tijdens de mondelinge behandeling zijn voor de bank verschenen mr. Achterberg, dhr. [naam 1] en dhr. [naam 2] . Tevens is verschenen mr. [curator] in zijn hoedanigheid van curator van [B.V. 4] en [B.V. 5] en heeft hij tijdens de mondelinge behandeling schriftelijke zienswijzen overgelegd. De overige belanghebbenden zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. 1.3. De beschikking is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. Bij notariële akte van 7 januari 2022 hebben [persoon 1 & 2] , mede in hun hoedanigheid van (middellijk) bestuurders van [B.V. 1] , [B.V. 2] en [B.V. 3] tot meerdere zekerheid voor de betaling van hetgeen zij aan de bank verschuldigd zijn uit hoofde van de door de bank aan hen verstrekte kredietfaciliteit ten gunste van de bank (onder meer) een recht van eerste hypotheek gevestigd op de in onderstaande tabel opgenomen onroerende zaken (hierna: het Onderpand). 2.2. Op pagina 7 van de hypotheekakte is een huurbeding, ontruimingsbeding en beheerbeding opgenomen. 2.3. Op 13 februari 2025 heeft de bank tegenover [persoon 1 & 2] de financiering opgezegd en opgeëist. Aan [persoon 1 & 2] is een termijn gegund om het Onderpand onderhands te verkopen. Ondanks inspanningen zijdens [persoon 1 & 2] is een onderhandse verkoop niet gelukt en is de schuld bij de bank niet afgelost. 2.4. De bank heeft een taxateur opdracht gegeven om de onroerende zaken te taxeren. De taxateur heeft de marktwaarde bepaald per 9 januari 2026. De getaxeerde marktwaarde is eveneens opgenomen in onderstaande tabel. Eigenaar Adres Kadastrale aanduiding Marktwaarde (9-1-2026) [B.V. 2] [adres 6] [kadastrale aanduiding 1] € 1.385.000,- [B.V. 1] [adres 1] , [adres 2] en [adres 3] [kadastrale aanduiding 2] € 1.620.000,- [B.V. 3] [adres 5] [kadastrale aanduiding 3] € 2.735.000,- [B.V. 1] [adres 4] [kadastrale aanduiding 4] € 445.000,- [B.V. 1] niet gelegen aan een adres [kadastrale aanduiding 5] Meegenomen in taxatie [adres 1] - [adres 3] [B.V. 3] nb [kadastrale aanduiding 6] Meegenomen in taxatie [adres 5] Totaal € 6.185.000,- 3 Het verzoek 3.1. De bank verzoekt de voorzieningenrechter bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. verlof te verlenen om het huurbeding in te roepen tegen niet zakelijke huurders en onderhuurders van het Onderpand, met veroordeling van deze huurders en onderhuurders tot ontruiming van het Onderpand met al de hunnen en het hunne, binnen zeven dagen na betekening van de beschikking, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3:264 lid 6 BW; II. machtiging te verlenen om het Onderpand in beheer en onder zich te nemen, met veroordeling van [persoon 1 & 2] en al wie en wat aldaar namens hen aanwezig is om het Onderpand te ontruimen binnen zeven dagen na betekening van de beschikking, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3:267 lid 1 tot en met 3 BW. III. [persoon 1 & 2] in de kosten van deze procedure te veroordelen, het salaris van de advocaat daaronder begrepen, alsmede in de nakosten van de procedure. 4 De beoordeling Het huurbeding 4.1. De bank heeft gevraagd om het huurbeding te mogen inroepen tegen niet zakelijke huurders van het Onderpand, omdat de executie is aangezegd en de veiling gepland staat voor 5 juni 2026. 4.2. De curator heeft verweer gevoerd tegen het verzoek voor zover dit verzoek zich richt tegen de failliete vennootschappen. Volgens de curator kan het huurbeding niet tegen hen worden ingeroepen, omdat zij huurders waren van bedrijfsruimte en niet van woonruimte. Voor zover de panden dienen te worden ontruimd vraagt de curator om een langere ontruimingstermijn, omdat in de panden nog roerende zaken staan opgeslagen van de failliete vennootschappen. De curator heeft daarnaast gevraagd de termijn van de openbare veiling te verlengen tot vier maanden. 4.3. Voor het overige is geen verweer gevoerd tegen het inroepen van het huurbeding. 4.4. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. De bank heeft haar verzoek uitdrukkelijk beperkt tot particuliere huurders, zodat het verzoek de (voormalige) zakelijke huurders, waaronder de failliete vennootschappen, niet raakt. De verweren van de curator treffen dan ook geen doel. Voor zover de curator vraagt de executietermijn te verlengen overweegt de voorzieningenrechter dat daar in de onderhavige procedure geen ruimte voor is. 4.5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de bank voldoende gemotiveerd heeft aangevoerd dat inroeping van het huurbeding noodzakelijk is. Daarvoor is het volgende redengevend. Allereerst overweegt de voorzieningenrechter dat er aanwijzingen zijn dat sprake is van verhuur van woonruimte aan arbeidsmigranten. Op grond van artikel 3:264 lid 6 BW verleent de voorzieningenrechter verlof tot het inroepen van het huurbeding, tenzij ook met instandhouding van de huurovereenkomst kennelijk een voldoende opbrengst zal worden verkregen om de vordering van de bank te kunnen voldoen. De voorzieningenrechter heeft kennisgenomen van de door de bank overgelegde taxatierapporten van 6 februari 2026. Blijkens deze rapporten bedraagt de totale marktwaarde van het Onderpand € 6.185.000,-. De vordering van de bank op [persoon 1 & 2] bedraagt volgens het exploot van 23 december 2025 een bedrag van € 9.206.711,11 per 9 december 2025, te vermeerderen met rente, boete en kosten. 4.6. De opbrengst bij executoriale verkoop van het Onderpand zal met instandhouding van (een) eventuele huurovereenkomst(en) met niet-zakelijke huurders niet voldoende zijn om de vordering van de bank te voldoen. De voorzieningenrechter zal daarom de bank verlof verlenen om het huurbeding in te mogen roepen en de huurders en onderhuurders veroordelen tot ontruiming van het Onderpand. 4.7. Ten aanzien van het verzoek van de bank om de onbekende huurders te veroordelen om het Onderpand binnen zeven dagen na betekening van deze beschikking te ontruimen, overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Ingevolge artikel 3:264 lid 6 BW stelt de voorzieningenrechter – zo hij verlof verleent – een termijn vast waarbinnen geen ontruiming mag plaatsvinden.