Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-02-04
ECLI:NL:RBLIM:2026:334
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
4,046 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:334 text/xml public 2026-02-20T12:44:06 2026-01-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:333 Rechtbank Limburg 2026-02-04 11945327 CV EXPL 25-4626 Uitspraak Bodemzaak NL Roermond Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:334 text/html public 2026-02-18T13:16:57 2026-02-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:334 Rechtbank Limburg , 04-02-2026 / 11945327 CV EXPL 25-4626 Geleende materialen worden niet ingeleverd, waardoor een huurachterstand ontstaat. Hoofdsom toegewezen; BIK en rente worden afgewezen. RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 11945327 \ CV EXPL 25-4626 Vonnis van 4 februari 2026 in de zaak van MEDICURA B.V. , te Nederweert, eisende partij, hierna te noemen: Medicura, gemachtigde: [gemachtigde] , tegen [gedaagde] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek met eisvermindering - de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [gedaagde] heeft op 3 augustus 2023 een kraamhulpmiddelenpakket besteld. Dit pakket bestaat uit 4 bedverhogers, 1 douchekruk, 1 rugsteun, 1 ondersteek, 3 nierbekken en 1 onderlegger. In de dagvaarding is per ongeluk rolstoel vermeld in plaats van bedverhogers. Ook is 19 december 2022 als besteldatum vermeld in plaats van 3 augustus 2023 en is in de dagvaarding een onjuist bedrag opgenomen. 2.2. Omdat [gedaagde] de bedverhogers niet heeft ingeleverd, heeft Medicura huur bij [gedaagde] in rekening gebracht. 2.3. [gedaagde] heeft schulden en is opgenomen in een schuldhulptraject. De vordering tot betaling van de huur van de bedverhogers heeft [gedaagde] verzuimd op te geven aan de schuldhulpverlening. De klantbegeleider heeft een minnelijk voorstel gedaan maar Medicura heeft dit afgewezen. 3 Het geschil 3.1. Medicura vordert – samengevat - : ontbinding van de huurovereenkomst, waarbij zij de nog verschuldigde betalingen tot aan de datum van ontbinding vordert, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.816,80, vermeerderd met rente en kosten. 3.2. [gedaagde] voert verweer en geeft aan dat dat zij slechts een gedeelte moet betalen maar dat het bedrag niet klopt. 3.3. In haar conclusie van repliek vermindert Medicura haar vordering tot een bedrag van € 719,60. De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt gehandhaafd. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling De hoofdsom 4.1. [gedaagde] heeft de bedverhogers nadat de bruikleenperiode was verstreken niet ingeleverd. Zij geeft aan dat zij deze niet opzettelijk niet heeft ingeleverd, maar dat zij deze per ongeluk niet heeft ingeleverd en bij een verhuizing tegen kwam. [gedaagde] geeft aan alsnog bereid te zijn om de bedverhogers in te leveren. 4.2. Op de overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. Daarin staat vermeld dat de uitleentermijn maximaal 26 weken is. Mocht het uitgeleende artikel langer nodig zijn dan kan dit gekocht of gehuurd worden. In artikel 5.7 staat vermeld dat, als een artikel langer dan 26 weken wordt uitgeleend, er huur in rekening wordt gebracht. Juridisch houdt dit in dat er dan een huurovereenkomst tot stand is gekomen. De reden waarom de bedverhogers niet zijn ingeleverd is daarbij niet van belang. 4.3. Bij de dagvaarding zijn een aantal brieven overgelegd. [gedaagde] heeft niet betwist deze te hebben ontvangen. In die brieven staat duidelijk vermeld wanneer de uitleentermijn afloopt. Zo hadden de bedverhogers op 2 februari 2024 ingeleverd moeten worden. Dit is niet gebeurd. Zoals hiervoor al is aangegeven ontstaat vervolgens een huurovereenkomst en moet [gedaagde] huur betalen. Medicura heeft iedere vier weken, en voor het eerst op 5 maart 2024, een bedrag van € 60,00 aan huur in rekening is gebracht. Dit is acht keer gebeurd. Daarna is er nog twee keer € 47,99 gefactureerd en eenmaal € 45,00. Dit leidt tot de bij repliek gecorrigeerde hoofdsom van € 620,98. [gedaagde] zal dit bedrag moeten betalen omdat zij simpelweg de bedverhogers niet op tijd heeft ingeleverd. De wettelijke rente 4.4. Medicura vordert betaling van de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf de betalingstermijn van iedere afzonderlijke factuur. Iedere onderbouwing van deze nevenvordering ontbreekt. In de dagvaarding noch in de conclusie van repliek is deze nevenvordering gemotiveerd of onderbouwd. Er wordt geen enkel woord aan de verschuldigdheid van rente gewijd. Deze nevenvordering wordt daarom afgewezen. De buitengerechtelijke incassokosten 4.5. Medicura vordert betaling van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter moet in beginsel ambtshalve vaststellen of in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt over dit onderdeel en beoordelen of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het betreffende beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen, ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak. Dit alles volgt uit het Dexia-arrest (HvJ EU 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68) en het Gupfinger-arrest (HvJ, EU 8 december 2022, ECLI:EU:2022:971). 4.6. De kantonrechter stelt vast dat de toepasselijke algemene voorwaarden in artikel 6.11 een beding bevatten op grond waarvan Medicura aanspraak kan maken op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is van oordeel dat dit beding oneerlijk is. Er staat namelijk vermeld dat alle incasso- en andere kosten van rechtsbijstand voor rekening van de huurder zijn. De vergoeding voor incassokosten is hiermee niet begrensd in omvang en kan daarmee dus hoger zijn dan de vergoeding conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is van oordeel dat het beding daardoor oneerlijk is ten opzichte van [gedaagde] . Het beding wordt daarom vernietigd. Het gevolg hiervan is dat de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. Ontbinding van de huurovereenkomst 4.7. Medicura vordert ontbinding van de huurovereenkomst. Ook dit deel van de vordering is in feite niet althans onvoldoende onderbouwd. Alleen in het petitum van de dagvaarding kan een grondslag herleid worden. De grondslag is het niet nakomen van de betalingsafspraken. Hoewel deze vordering had moeten worden afgewezen omdat niet of onvoldoende aan de stelplicht is voldaan, zal de kantonrechter de vordering toch toewijzen omdat dit in het belang van [gedaagde] is. 4.8. Medicura vordert ook nog de tot vandaag verschuldigde betalingen. Ook hier heeft Medicura niet aan haar stelplicht voldaan. Enig inzicht in de te betalen bedragen ontbreekt, zeker nu de hoogte van de huurtermijnen niet steeds gelijk is. De kantonrechter zal dit deel van de vordering daarom afwijzen. De proceskosten 4.9. [gedaagde] moet eigenlijk als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Maar, in de dagvaarding is onjuiste informatie opgenomen. Niet alleen is een verkeerd geleend artikel vermeld, maar ook de ingangsdatum en het bedrag klopt niet. De dagvaarding is hiermee onvoldoende duidelijk, zowel voor de kantonrechter maar ook voor [gedaagde] . Hieraan doet niet af dat zij hierover gecorrespondeerd hebben. De kantonrechter ziet in deze onzorgvuldigheid aanleiding om de proceskosten te compenseren, zodat iedere partij de eigen kosten draagt. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Medicura te betalen een bedrag van € 620,98, 5.2. compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:334 text/xml public 2026-02-20T12:44:06 2026-01-14 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:333 Rechtbank Limburg 2026-02-04 11945327 CV EXPL 25-4626 Uitspraak Bodemzaak NL Roermond Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:334 text/html public 2026-02-18T13:16:57 2026-02-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:334 Rechtbank Limburg , 04-02-2026 / 11945327 CV EXPL 25-4626 Geleende materialen worden niet ingeleverd, waardoor een huurachterstand ontstaat. Hoofdsom toegewezen; BIK en rente worden afgewezen. RECHTBANK LIMBURG Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: 11945327 \ CV EXPL 25-4626 Vonnis van 4 februari 2026 in de zaak van MEDICURA B.V. , te Nederweert, eisende partij, hierna te noemen: Medicura, gemachtigde: [gemachtigde] , tegen [gedaagde] , te [plaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek met eisvermindering- de conclusie van dupliek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [gedaagde] heeft op 3 augustus 2023 een kraamhulpmiddelenpakket besteld. Dit pakket bestaat uit 4 bedverhogers, 1 douchekruk, 1 rugsteun, 1 ondersteek, 3 nierbekken en 1 onderlegger. In de dagvaarding is per ongeluk rolstoel vermeld in plaats van bedverhogers. Ook is 19 december 2022 als besteldatum vermeld in plaats van 3 augustus 2023 en is in de dagvaarding een onjuist bedrag opgenomen. 2.2. Omdat [gedaagde] de bedverhogers niet heeft ingeleverd, heeft Medicura huur bij [gedaagde] in rekening gebracht. 2.3. [gedaagde] heeft schulden en is opgenomen in een schuldhulptraject. De vordering tot betaling van de huur van de bedverhogers heeft [gedaagde] verzuimd op te geven aan de schuldhulpverlening. De klantbegeleider heeft een minnelijk voorstel gedaan maar Medicura heeft dit afgewezen. 3 Het geschil 3.1. Medicura vordert – samengevat - : ontbinding van de huurovereenkomst, waarbij zij de nog verschuldigde betalingen tot aan de datum van ontbinding vordert, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.816,80, vermeerderd met rente en kosten. 3.2. [gedaagde] voert verweer en geeft aan dat dat zij slechts een gedeelte moet betalen maar dat het bedrag niet klopt. 3.3. In haar conclusie van repliek vermindert Medicura haar vordering tot een bedrag van € 719,60. De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt gehandhaafd. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling De hoofdsom 4.1. [gedaagde] heeft de bedverhogers nadat de bruikleenperiode was verstreken niet ingeleverd. Zij geeft aan dat zij deze niet opzettelijk niet heeft ingeleverd, maar dat zij deze per ongeluk niet heeft ingeleverd en bij een verhuizing tegen kwam. [gedaagde] geeft aan alsnog bereid te zijn om de bedverhogers in te leveren. 4.2. Op de overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. Daarin staat vermeld dat de uitleentermijn maximaal 26 weken is. Mocht het uitgeleende artikel langer nodig zijn dan kan dit gekocht of gehuurd worden. In artikel 5.7 staat vermeld dat, als een artikel langer dan 26 weken wordt uitgeleend, er huur in rekening wordt gebracht. Juridisch houdt dit in dat er dan een huurovereenkomst tot stand is gekomen. De reden waarom de bedverhogers niet zijn ingeleverd is daarbij niet van belang. 4.3. Bij de dagvaarding zijn een aantal brieven overgelegd. [gedaagde] heeft niet betwist deze te hebben ontvangen. In die brieven staat duidelijk vermeld wanneer de uitleentermijn afloopt. Zo hadden de bedverhogers op 2 februari 2024 ingeleverd moeten worden. Dit is niet gebeurd. Zoals hiervoor al is aangegeven ontstaat vervolgens een huurovereenkomst en moet [gedaagde] huur betalen. Medicura heeft iedere vier weken, en voor het eerst op 5 maart 2024, een bedrag van € 60,00 aan huur in rekening is gebracht. Dit is acht keer gebeurd. Daarna is er nog twee keer € 47,99 gefactureerd en eenmaal € 45,00. Dit leidt tot de bij repliek gecorrigeerde hoofdsom van € 620,98. [gedaagde] zal dit bedrag moeten betalen omdat zij simpelweg de bedverhogers niet op tijd heeft ingeleverd. De wettelijke rente 4.4. Medicura vordert betaling van de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf de betalingstermijn van iedere afzonderlijke factuur. Iedere onderbouwing van deze nevenvordering ontbreekt. In de dagvaarding noch in de conclusie van repliek is deze nevenvordering gemotiveerd of onderbouwd. Er wordt geen enkel woord aan de verschuldigdheid van rente gewijd. Deze nevenvordering wordt daarom afgewezen. De buitengerechtelijke incassokosten 4.5. Medicura vordert betaling van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter moet in beginsel ambtshalve vaststellen of in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt over dit onderdeel en beoordelen of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het betreffende beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen, ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak. Dit alles volgt uit het Dexia-arrest (HvJ EU 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68) en het Gupfinger-arrest (HvJ, EU 8 december 2022, ECLI:EU:2022:971). 4.6. De kantonrechter stelt vast dat de toepasselijke algemene voorwaarden in artikel 6.11 een beding bevatten op grond waarvan Medicura aanspraak kan maken op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is van oordeel dat dit beding oneerlijk is. Er staat namelijk vermeld dat alle incasso- en andere kosten van rechtsbijstand voor rekening van de huurder zijn. De vergoeding voor incassokosten is hiermee niet begrensd in omvang en kan daarmee dus hoger zijn dan de vergoeding conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter is van oordeel dat het beding daardoor oneerlijk is ten opzichte van [gedaagde] . Het beding wordt daarom vernietigd. Het gevolg hiervan is dat de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. Ontbinding van de huurovereenkomst 4.7. Medicura vordert ontbinding van de huurovereenkomst. Ook dit deel van de vordering is in feite niet althans onvoldoende onderbouwd. Alleen in het petitum van de dagvaarding kan een grondslag herleid worden. De grondslag is het niet nakomen van de betalingsafspraken. Hoewel deze vordering had moeten worden afgewezen omdat niet of onvoldoende aan de stelplicht is voldaan, zal de kantonrechter de vordering toch toewijzen omdat dit in het belang van [gedaagde] is. 4.8. Medicura vordert ook nog de tot vandaag verschuldigde betalingen. Ook hier heeft Medicura niet aan haar stelplicht voldaan. Enig inzicht in de te betalen bedragen ontbreekt, zeker nu de hoogte van de huurtermijnen niet steeds gelijk is. De kantonrechter zal dit deel van de vordering daarom afwijzen. De proceskosten 4.9. [gedaagde] moet eigenlijk als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Maar, in de dagvaarding is onjuiste informatie opgenomen. Niet alleen is een verkeerd geleend artikel vermeld, maar ook de ingangsdatum en het bedrag klopt niet. De dagvaarding is hiermee onvoldoende duidelijk, zowel voor de kantonrechter maar ook voor [gedaagde] . Hieraan doet niet af dat zij hierover gecorrespondeerd hebben. De kantonrechter ziet in deze onzorgvuldigheid aanleiding om de proceskosten te compenseren, zodat iedere partij de eigen kosten draagt. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Medicura te betalen een bedrag van € 620,98, 5.2. compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, 5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.