Rechtspraak
Rechtbank Limburg
2026-04-01
ECLI:NL:RBLIM:2026:2860
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
8,066 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:2860 text/xml public 2026-04-15T12:46:49 2026-03-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-04-01 C/03/343295/HA ZA 25-294 Uitspraak Bodemzaak NL Roermond Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:2860 text/html public 2026-04-15T12:46:18 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:2860 Rechtbank Limburg , 01-04-2026 / C/03/343295/HA ZA 25-294 Koop van een auto verricht onder de opschortende voorwaarde dat de eigen auto eerst verkocht wordt. RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: C/03/343295 / HA ZA 25-294 Vonnis van 1 april 2026 in de zaak van [persoon 1] , h.o.d.n. [partij 1] , gevestigd te [plaats 1] , eiser in conventie, gedaagde in reconventie, hierna te noemen: [partij 1] , advocaat: mr. L.A. van Geel, tegen [partij 2] B.V. , gevestigd te [plaats 2] , gedaagde in conventie, eiseres in reconventie hierna te noemen: [partij 2] , advocaat: mr. J.I. Jansen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met producties 1 tot en met 10; de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties 1 tot en met 3; de conclusie van antwoord in reconventie met producties 11 en 12; de mondelinge behandeling van 29 januari 2026, waarbij spreekaantekeningen zijn overgelegd en door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [partij 1] en [partij 2] drijven beiden een onderneming die zich bezig houdt met de handel in en reparatie van personenauto’s. Bestuurder en enig aandeelhouder van [partij 2] is de heer [persoon 2] . 2.2. Vanaf april 2022 hebben partijen per Whatsapp gecorrespondeerd over verkoop van een Audi E-tron door [partij 1] aan [partij 2] , die zijn eigen Audi Q4 aan een derde zou proberen te slijten: “ [03-08-2022, 07:53:31] [partij 1] : En je Q4 nog niet verkocht [04-08-2022, 10:40:00] [partij 2] : Wil andere auto maar moet eerst 4 weg [04-08-2022, 10:40:22] [partij 1] : Laat maar weten als zover is [06-09-2022, 08:35:20] [partij 1] : Ben je je Audi kwijt of twijfel [06-09-2022, 08:41:14] [partij 2] : Ik kwijfel niet [06-09-2022, 08:41:18] [partij 2] : Maar mn audi [13-10-2022, 07:05:14] [partij 1] : Goedemorgen [persoon 2] , had je nog interesse in de Audi? Want anders ga ik hem volgende adverteren op me website etc. [13-10-2022, 07:06:52] [partij 2] : Ey ja zeker [13-10-2022, 07:07:07] [partij 2] : Maar kom vab mb audi af [13-10-2022, 07:07:18] [partij 2] : Moet je er nu vanaf? [13-10-2022, 07:09:39] [partij 1] : Nee dat wilde ik nu vragen, als je zeg ik wil hem zeker maar rijdt er nog even in dan is het ook prima. Dan ga ik hem niet adverteren, want normaal dure auto moet je beetje optijd erop zetten zeg maar. Je snap wat ik bedoel toch [27-10-2022, 21:08:00] [partij 1] : Als je hem niet wilt moet je het aangeven hè dan ga ik hem op internet zetten [27-10-2022, 21:08:27] [partij 2] : Wil mijne. Weg hebbe [10-01-2023, 18:12:17] [partij 1] : Hé maat, had je nog gekeken hoe en wat? [10-01-2023, 18:13:17] [partij 2] : Eey [10-01-2023, 18:13:29] [partij 2] : Jaa wat heb Je nodig [10-01-2023, 18:13:46] [partij 2] : Wil hem heel graag maar mijn q4 moet gewoon weg [09-05-2023, 09:00:52] [partij 2] : Ey [persoon 1] ik ben hem nog steeds niet kwijt [09-05-2023, 09:04:55] [partij 1] : Ik hoef hem nog niet kwijt, maar goed weet niet wat je zelf wil [09-05-2023, 09:05:09] [partij 2] : Jaa mijn q4 weg haha [09-05-2023, 09:05:21] [partij 1] : ja maar ik kan wachten ik vind niet erg 2.3. Op 17 januari 2023 hebben partijen een koopovereenkomst gesloten, waarin onder meer is opgenomen: Artikel 2 Overwegen het volgende: 1. Verkoper heeft het onder Artikel 3 genoemde voertuig te koop aangeboden, welke de koper wenst te kopen. 2. De levering van het onder Artikel 3 genoemde voertuig vindt slechts dan plaats wanneer de volledige koopprijs, zoals benoemd in artikel 5, is betaald. 3. Wanneer de volledige koopprijs, zoals benoemd in artikel 5, na het verstrijken van in Artikel 4 overeengekomen periode niet is betaald, heeft deze overeenkomst geen gelding meer. Artikel 3 Kenmerken voorwerp van overeenkomst Betreft een personenauto Merk: Audi Type: E-tron Kenteken: [kenteken] Artikel 4. Aanbetaling De Koper doet een bedrag van € 10.000 als aanbetaling aan de Verkoper via overboeking. Het resterende bedrag zal betaald worden bij aflevering van het voertuig. Indien de Koper, om wat voor reden dan ook, verzuimt de koopprijs te betalen, ontstaat er geen recht op terugvordering van de reeds voldane aanbetaling. Artikel 5. Koopprijs De Partijen zijn het volgende aankoopbedrag overeengekomen: € 73.810 incl. Btw (€ 61.000 ex Btw) Restbedrag: € 63.810 2.4. Door [partij 2] is op 18 januari 2023 aan [partij 1] een betaling gedaan van € 10.000,- o.v.v. “Aanbetaling audi e-tron [kenteken] ”. 2.5. [partij 1] heeft in de daaropvolgende maanden diverse malen via Whatsapp geïnformeerd hoe het met de verkoop van de Audi Q4 stond. [partij 2] kreeg zijn Audi Q4 uiteindelijk niet verkocht en weigerde de Audi E-tron af te nemen en het restant van de koopprijs te betalen. 2.6. [partij 1] heeft [partij 2] op 16 juli 2024 gesommeerd de koopovereenkomst na te komen. 2.7. Op 24 september 2024 heeft [partij 1] [partij 2] per e-mail bericht de overeenkomst tussen partijen buitengerechtelijk te ontbinden. 2.8. [partij 1] heeft de Audi E-tron op 4 mei 2025 aan een derde overgedragen voor een koopprijs van € 25.619,83 excl. btw. 3 Het geschil In conventie 3.1. [partij 1] vordert - samengevat - bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: te verklaren voor recht: 1. dat de koopovereenkomst tussen [partij 1] en [partij 2] d.d. 17 januari 2023 buitengerechtelijk is ontbonden op 24 september 2024; [partij 2] te veroordelen om: 2. tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag van € 24.140,50 aan [partij 1] te voldoen, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 24 september 2024; 3. tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag van € 1.026,04 aan [partij 1] te voldoen, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag in verband met buitengerechtelijke incassokosten. 4. met veroordeling van [partij 2] in de proceskosten. 3.2. [partij 2] voert verweer en stelt dat sprake is van een koopovereenkomst onder de opschortende voorwaarde van verkoop van zijn eigen Audi Q4. Nu die voorwaarde niet is vervuld is hij niet gehouden tot afname van de Audi E-tron en betaling van de koopprijs. Van enige tekortkoming die ontbinding rechtvaardigt is geen sprake. In reconventie 3.3. [partij 2] vordert in reconventie: Primair [partij 1] te veroordelen tot betaling van € 10.000,- binnen 14 dagen na het vonnis, Subsidiair de overeenkomst te wijzigen met terugwerkende kracht in die zin dat alsnog bepaald wordt dat wanneer de auto van [partij 2] niet uiterlijk op 31 december 2024 verkocht zou zijn hij € 5.000,- van het aanbetaalde bedrag van [partij 1] terug zou krijgen en de overeenkomst verder zou eindigen, zonder dat partijen nog iets aan elkaar verschuldigd zouden zijn. 3.4. [partij 1] voert verweer. 3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling In conventie 4.1. [partij 1] stelt dat tussen partijen een onvoorwaardelijke koopovereenkomst is gesloten. Nu daarin geen termijn voor levering is bepaald, geldt op grond van art. 6:38 BW dat terstond nakoming kan worden gevorderd. [partij 2] is daarom gehouden de Audi E-tron tegen betaling van de koopprijs van 61.000 ex BTW af te nemen. Hij heeft een bedrag van € 10.000,00 aanbetaald, zodat nog een bedrag van € 51.000,00 ex BTW open staat welk bedrag hij – ondanks sommatie daartoe – niet heeft betaald. Op grond van deze tekortkoming heeft [partij 1] de koopovereenkomst ontbonden en de auto aan een derde verkocht en overgedragen. In deze procedure vordert [partij 1] onder meer vergoeding van de daardoor geleden schade. 4.2. [partij 2] betwist dat er een onvoorwaardelijke koopovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen.
Volledig
ECLI:NL:RBLIM:2026:2860 text/xml public 2026-04-15T12:46:49 2026-03-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Limburg 2026-04-01 C/03/343295/HA ZA 25-294 Uitspraak Bodemzaak NL Roermond Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:2860 text/html public 2026-04-15T12:46:18 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBLIM:2026:2860 Rechtbank Limburg , 01-04-2026 / C/03/343295/HA ZA 25-294 Koop van een auto verricht onder de opschortende voorwaarde dat de eigen auto eerst verkocht wordt. RECHTBANK Limburg Civiel recht Zittingsplaats Roermond Zaaknummer: C/03/343295 / HA ZA 25-294 Vonnis van 1 april 2026 in de zaak van [persoon 1] , h.o.d.n. [partij 1] , gevestigd te [plaats 1] , eiser in conventie, gedaagde in reconventie, hierna te noemen: [partij 1] , advocaat: mr. L.A. van Geel, tegen [partij 2] B.V. , gevestigd te [plaats 2] , gedaagde in conventie, eiseres in reconventie hierna te noemen: [partij 2] , advocaat: mr. J.I. Jansen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding met producties 1 tot en met 10; de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties 1 tot en met 3; de conclusie van antwoord in reconventie met producties 11 en 12; de mondelinge behandeling van 29 januari 2026, waarbij spreekaantekeningen zijn overgelegd en door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. [partij 1] en [partij 2] drijven beiden een onderneming die zich bezig houdt met de handel in en reparatie van personenauto’s. Bestuurder en enig aandeelhouder van [partij 2] is de heer [persoon 2] . 2.2. Vanaf april 2022 hebben partijen per Whatsapp gecorrespondeerd over verkoop van een Audi E-tron door [partij 1] aan [partij 2] , die zijn eigen Audi Q4 aan een derde zou proberen te slijten: “ [03-08-2022, 07:53:31] [partij 1] : En je Q4 nog niet verkocht [04-08-2022, 10:40:00] [partij 2] : Wil andere auto maar moet eerst 4 weg [04-08-2022, 10:40:22] [partij 1] : Laat maar weten als zover is [06-09-2022, 08:35:20] [partij 1] : Ben je je Audi kwijt of twijfel [06-09-2022, 08:41:14] [partij 2] : Ik kwijfel niet [06-09-2022, 08:41:18] [partij 2] : Maar mn audi [13-10-2022, 07:05:14] [partij 1] : Goedemorgen [persoon 2] , had je nog interesse in de Audi? Want anders ga ik hem volgende adverteren op me website etc. [13-10-2022, 07:06:52] [partij 2] : Ey ja zeker [13-10-2022, 07:07:07] [partij 2] : Maar kom vab mb audi af [13-10-2022, 07:07:18] [partij 2] : Moet je er nu vanaf? [13-10-2022, 07:09:39] [partij 1] : Nee dat wilde ik nu vragen, als je zeg ik wil hem zeker maar rijdt er nog even in dan is het ook prima. Dan ga ik hem niet adverteren, want normaal dure auto moet je beetje optijd erop zetten zeg maar. Je snap wat ik bedoel toch [27-10-2022, 21:08:00] [partij 1] : Als je hem niet wilt moet je het aangeven hè dan ga ik hem op internet zetten [27-10-2022, 21:08:27] [partij 2] : Wil mijne. Weg hebbe [10-01-2023, 18:12:17] [partij 1] : Hé maat, had je nog gekeken hoe en wat? [10-01-2023, 18:13:17] [partij 2] : Eey [10-01-2023, 18:13:29] [partij 2] : Jaa wat heb Je nodig [10-01-2023, 18:13:46] [partij 2] : Wil hem heel graag maar mijn q4 moet gewoon weg [09-05-2023, 09:00:52] [partij 2] : Ey [persoon 1] ik ben hem nog steeds niet kwijt [09-05-2023, 09:04:55] [partij 1] : Ik hoef hem nog niet kwijt, maar goed weet niet wat je zelf wil [09-05-2023, 09:05:09] [partij 2] : Jaa mijn q4 weg haha [09-05-2023, 09:05:21] [partij 1] : ja maar ik kan wachten ik vind niet erg 2.3. Op 17 januari 2023 hebben partijen een koopovereenkomst gesloten, waarin onder meer is opgenomen: Artikel 2 Overwegen het volgende: 1. Verkoper heeft het onder Artikel 3 genoemde voertuig te koop aangeboden, welke de koper wenst te kopen. 2. De levering van het onder Artikel 3 genoemde voertuig vindt slechts dan plaats wanneer de volledige koopprijs, zoals benoemd in artikel 5, is betaald. 3. Wanneer de volledige koopprijs, zoals benoemd in artikel 5, na het verstrijken van in Artikel 4 overeengekomen periode niet is betaald, heeft deze overeenkomst geen gelding meer. Artikel 3 Kenmerken voorwerp van overeenkomst Betreft een personenauto Merk: Audi Type: E-tron Kenteken: [kenteken] Artikel 4. Aanbetaling De Koper doet een bedrag van € 10.000 als aanbetaling aan de Verkoper via overboeking. Het resterende bedrag zal betaald worden bij aflevering van het voertuig. Indien de Koper, om wat voor reden dan ook, verzuimt de koopprijs te betalen, ontstaat er geen recht op terugvordering van de reeds voldane aanbetaling. Artikel 5. Koopprijs De Partijen zijn het volgende aankoopbedrag overeengekomen: € 73.810 incl. Btw (€ 61.000 ex Btw) Restbedrag: € 63.810 2.4. Door [partij 2] is op 18 januari 2023 aan [partij 1] een betaling gedaan van € 10.000,- o.v.v. “Aanbetaling audi e-tron [kenteken] ”. 2.5. [partij 1] heeft in de daaropvolgende maanden diverse malen via Whatsapp geïnformeerd hoe het met de verkoop van de Audi Q4 stond. [partij 2] kreeg zijn Audi Q4 uiteindelijk niet verkocht en weigerde de Audi E-tron af te nemen en het restant van de koopprijs te betalen. 2.6. [partij 1] heeft [partij 2] op 16 juli 2024 gesommeerd de koopovereenkomst na te komen. 2.7. Op 24 september 2024 heeft [partij 1] [partij 2] per e-mail bericht de overeenkomst tussen partijen buitengerechtelijk te ontbinden. 2.8. [partij 1] heeft de Audi E-tron op 4 mei 2025 aan een derde overgedragen voor een koopprijs van € 25.619,83 excl. btw. 3 Het geschil In conventie 3.1. [partij 1] vordert - samengevat - bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: te verklaren voor recht: 1. dat de koopovereenkomst tussen [partij 1] en [partij 2] d.d. 17 januari 2023 buitengerechtelijk is ontbonden op 24 september 2024; [partij 2] te veroordelen om: 2. tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag van € 24.140,50 aan [partij 1] te voldoen, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 24 september 2024; 3. tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag van € 1.026,04 aan [partij 1] te voldoen, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag in verband met buitengerechtelijke incassokosten. 4. met veroordeling van [partij 2] in de proceskosten. 3.2. [partij 2] voert verweer en stelt dat sprake is van een koopovereenkomst onder de opschortende voorwaarde van verkoop van zijn eigen Audi Q4. Nu die voorwaarde niet is vervuld is hij niet gehouden tot afname van de Audi E-tron en betaling van de koopprijs. Van enige tekortkoming die ontbinding rechtvaardigt is geen sprake. In reconventie 3.3. [partij 2] vordert in reconventie: Primair [partij 1] te veroordelen tot betaling van € 10.000,- binnen 14 dagen na het vonnis, Subsidiair de overeenkomst te wijzigen met terugwerkende kracht in die zin dat alsnog bepaald wordt dat wanneer de auto van [partij 2] niet uiterlijk op 31 december 2024 verkocht zou zijn hij € 5.000,- van het aanbetaalde bedrag van [partij 1] terug zou krijgen en de overeenkomst verder zou eindigen, zonder dat partijen nog iets aan elkaar verschuldigd zouden zijn. 3.4. [partij 1] voert verweer. 3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling In conventie 4.1. [partij 1] stelt dat tussen partijen een onvoorwaardelijke koopovereenkomst is gesloten. Nu daarin geen termijn voor levering is bepaald, geldt op grond van art. 6:38 BW dat terstond nakoming kan worden gevorderd. [partij 2] is daarom gehouden de Audi E-tron tegen betaling van de koopprijs van 61.000 ex BTW af te nemen. Hij heeft een bedrag van € 10.000,00 aanbetaald, zodat nog een bedrag van € 51.000,00 ex BTW open staat welk bedrag hij – ondanks sommatie daartoe – niet heeft betaald. Op grond van deze tekortkoming heeft [partij 1] de koopovereenkomst ontbonden en de auto aan een derde verkocht en overgedragen. In deze procedure vordert [partij 1] onder meer vergoeding van de daardoor geleden schade. 4.2. [partij 2] betwist dat er een onvoorwaardelijke koopovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen.
Volledig
De koopovereenkomst is gesloten onder de opschortende voorwaarde dat [partij 2] zijn Audi Q4 tegen een marktconforme prijs kon verkopen. De aanbetaling van € 10.000,00 ziet op het voornemen een koop aan te gaan en dient als premie voor het aanhouden van de Audi E-tron totdat [partij 2] zijn Audi Q4 zou hebben verkocht. Nu de opschortende voorwaarde niet is vervuld is hij niet gehouden tot afname. Van enige tekortkoming is daarom geen sprake zodat ook geen grondslag bestaat voor ontbinding en schadevergoeding, aldus [partij 2] . 4.3. De rechtbank constateert dat partijen het erover eens zijn dat tussen hen een overeenkomst is gesloten tot koop van de Audi E-tron, ter uitvoering waarvan [partij 2] een aanbetaling heeft gedaan van € 10.000,- aan [partij 1] . Dat [partij 2] beoogde zijn Audi Q4 tegen een marktconforme prijs te verkopen om de koop van de Audi E-tron te (kunnen) financieren is tussen partijen evenmin in geding. Waar partijen over twisten is het antwoord op de vraag of zij een onvoorwaardelijke koopovereenkomst zijn overeengekomen of dat verkoop van de Audi Q4 door [partij 2] heeft te gelden als een opschortende voorwaarde. 4.4. De rechtbank overweegt dat de vraag of partijen een opschortende voorwaarde zijn overeengekomen, een kwestie is van uitleg van de overeenkomst. Wat partijen zijn overeengekomen, wordt niet alleen bepaald door een (zuiver) taalkundige uitleg van de gebruikte bewoordingen. Het hangt af van wat partijen over en weer hebben verklaard en wat ze uit elkaars verklaringen en gedragingen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs mochten afleiden en te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten toen de overeenkomst werd gesloten. 4.5. De rechtbank is van oordeel dat de tekst van de overeenkomst in samenhang bezien met de gewisselde Whatsapp correspondentie geen andere uitleg toelaat dan dat partijen hebben bedoeld overeen te komen een koopovereenkomst onder de opschortende voorwaarde dat [partij 2] eerst zijn eigen Q4 kon verkopen tegen een markconforme prijs. De rechtbank legt hierna uit hoe ze tot dat oordeel komt. 4.6. Partijen hebben sinds 2022 met elkaar gecorrespondeerd over koop en verkoop van de Audi E-tron. De gewisselde Whasapp correspondentie laat zien dat [partij 2] vanaf het eerste moment consequent en bij herhaling heeft benadrukt dat hij eerst zijn Audi Q4 diende te verkopen alvorens hij de Audi E-tron kon afnemen. Onder die omstandigheden moest [partij 1] begrijpen dat [partij 2] enkel een koopovereenkomst wenste aan te gaan onder de opschortende voorwaarde dat hij de Audi Q4 tegen een marktconforme prijs kon verkopen. In antwoord op die verklaringen heeft [partij 1] bij herhaling aangegeven dat hij bereid was daarop te wachten. De rechtbank volgt [partij 1] dan ook niet in zijn stelling dat tussen partijen sprake was van een overeenkomst waarvan ex artikel 6:38 BW terstond nakoming kon worden gevorderd. De rechtbank weegt daarbij ook mee dat tussen partijen nimmer een datum van levering of afname is overeengekomen en dat tussen partijen kennelijk de afspraak gold dat [partij 1] de Audi E-tron zou blijven gebruiken en [partij 2] zelf kon bepalen wanneer hij de auto zou afnemen. 4.7. Als tegenprestatie heeft [partij 1] een aanbetaling bedongen. De voorwaarden daarvan zijn vastgelegd in de – door hem aangedragen – koopovereenkomst. Indien [partij 2] de koopprijs niet betaalt, heeft hij géén recht op terugbetaling. Daarmee lijkt de aanbetaling een vergoeding te beogen voor het door [partij 2] genoten optierecht. Ook wanneer levering en betaling van de restantkoopsom niet plaatsvinden, blijft het bedrag van € 10.000,- immers verschuldigd. In de overeenkomst is ook bepaald (artikel 2 lid 3), dat na het verstrijken van de in artikel 4 overeengekomen periode de overeenkomst geen gelding meer heeft. Zij het dat die periode, de rechtbank begrijpt abusievelijk, niet is bepaald. 4.8. De rechtbank gaat er aldus van uit dat tussen partijen is overeengekomen een overeenkomst tot koop van de auto onder de opschortende voorwaarde dat de Audi Q4 door [partij 2] wordt verkocht. [partij 2] heeft ter zitting onbestreden aangevoerd dat de Audi Q4 tot op heden niet verkocht is, zodat de rechtbank vaststelt dat de opschortende voorwaarde niet is vervuld en geen koop tot stand gekomen is. Onder die omstandigheden rust op [partij 2] geen verplichting tot afname van de Audi E-tron en betaling van de resterende koopsom. Van enige tekortkoming aan de zijde van [partij 2] is dan ook niet gebleken zodat voor ontbinding van de overeenkomst geen grondslag bestaat. De in conventie gevorderde verklaring voor recht en betaling zullen dan ook worden afgewezen. Nu de hoofdvorderingen worden afgewezen zijn de gevraagde buitengerechtelijke incasso- en proceskosten eenzelfde lot beschoren. Proceskosten 4.9. [partij 1] dient als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten (inclusief nakosten) van [partij 2] in conventie te betalen. De proceskosten worden begroot op: - griffierecht € 3.083,00 - salaris advocaat € 1.672,00 (2 punten × € 836) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 4.944,00 In reconventie Primaire vordering reconventie: terugbetaling aanbetaling 4.10. Uit hetgeen hiervoor in conventie is overwogen volgt dat tussen partijen geen onvoorwaardelijke koop tot stand is gekomen. Dat de opschortende voorwaarde niet is vervuld, [partij 2] te kennen heeft gegeven de Audi E-tron niet af te nemen en het eigendom van de Audi E-tron inmiddels door [partij 1] aan een derde is overgedragen, is tussen partijen niet in geding. Artikel 4 van de overeenkomst vermeldt ondubbelzinnig dat er in dat geval geen recht op terugbetaling van de aanbetaling bestaat. Dat betekent dat [partij 1] het bedrag van € 10.000,00 mag houden en de primaire vordering in reconventie dient te worden afgewezen. Subsidiaire vordering reconventie: wijzigen overeenkomst ex artikel 6:258 BW 4.11. De subsidiaire vordering tot wijzigen van de overeenkomst wegens onvoorziene omstandigheden zal de rechtbank eveneens afwijzen. 4.12. [partij 2] heeft aangevoerd dat wet- en regelgeving rond elektrische auto’s zijn gewijzigd waardoor oudere elektrische auto’s moeilijker verkoopbaar zijn. Daarmee is volgens [partij 2] sprake van onvoorziene omstandigheden. [partij 1] betwist dat sprake is van een situatie die partijen bij het aangaan van de overeenkomst niet hebben verdisconteerd. [partij 2] specificeert ook niet op welke wetswijziging hij doelt. Bovendien zijn prijsschommelingen inherent aan het handelsverkeer. 4.13. De rechtbank overweegt dat van onvoorziene omstandigheden in de zin van artikel 6:258 BW alleen sprake kan zijn voor zover het omstandigheden betreft die op het ogenblik van tot stand komen van de overeenkomst nog in de toekomst lagen. De onvoorziene omstandigheden moeten van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst mag verwachten (art. 6:258 lid 1 BW). 4.14. De rechtbank is van oordeel dat uit de correspondentie tussen partijen volgt dat de onzekerheid over het kunnen verkopen van de Audi Q4 partijen juist heeft bewogen tot het overeenkomen van een opschortende voorwaarde. Dat is in de kern juist het verweer dat [partij 2] in conventie heeft gevoerd. Daarbij geldt dat prijsschommelingen inherent zijn aan het handelsverkeer. Van onvoorziene omstandigheden is dan ook geen sprake zodat de vordering wordt afgewezen. Proceskosten 4.15. [partij 2] dient als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten (inclusief nakosten) van [partij 1] in reconventie te betalen. Nu het verweer in reconventie in het verlengde ligt van de stellingen in conventie zal de rechtbank het aantal punten waarderen op de helft. De proceskosten van [partij 1] worden begroot op een bedrag van € 653,00 voor salaris advocaat (2 punten x 0,5 x tarief II, € 653,00). 5 De beslissing De rechtbank In conventie 5.1. wijst de vorderingen van [partij 1] af, 5.2.
Volledig
De koopovereenkomst is gesloten onder de opschortende voorwaarde dat [partij 2] zijn Audi Q4 tegen een marktconforme prijs kon verkopen. De aanbetaling van € 10.000,00 ziet op het voornemen een koop aan te gaan en dient als premie voor het aanhouden van de Audi E-tron totdat [partij 2] zijn Audi Q4 zou hebben verkocht. Nu de opschortende voorwaarde niet is vervuld is hij niet gehouden tot afname. Van enige tekortkoming is daarom geen sprake zodat ook geen grondslag bestaat voor ontbinding en schadevergoeding, aldus [partij 2] . 4.3. De rechtbank constateert dat partijen het erover eens zijn dat tussen hen een overeenkomst is gesloten tot koop van de Audi E-tron, ter uitvoering waarvan [partij 2] een aanbetaling heeft gedaan van € 10.000,- aan [partij 1] . Dat [partij 2] beoogde zijn Audi Q4 tegen een marktconforme prijs te verkopen om de koop van de Audi E-tron te (kunnen) financieren is tussen partijen evenmin in geding. Waar partijen over twisten is het antwoord op de vraag of zij een onvoorwaardelijke koopovereenkomst zijn overeengekomen of dat verkoop van de Audi Q4 door [partij 2] heeft te gelden als een opschortende voorwaarde. 4.4. De rechtbank overweegt dat de vraag of partijen een opschortende voorwaarde zijn overeengekomen, een kwestie is van uitleg van de overeenkomst. Wat partijen zijn overeengekomen, wordt niet alleen bepaald door een (zuiver) taalkundige uitleg van de gebruikte bewoordingen. Het hangt af van wat partijen over en weer hebben verklaard en wat ze uit elkaars verklaringen en gedragingen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs mochten afleiden en te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten toen de overeenkomst werd gesloten. 4.5. De rechtbank is van oordeel dat de tekst van de overeenkomst in samenhang bezien met de gewisselde Whatsapp correspondentie geen andere uitleg toelaat dan dat partijen hebben bedoeld overeen te komen een koopovereenkomst onder de opschortende voorwaarde dat [partij 2] eerst zijn eigen Q4 kon verkopen tegen een markconforme prijs. De rechtbank legt hierna uit hoe ze tot dat oordeel komt. 4.6. Partijen hebben sinds 2022 met elkaar gecorrespondeerd over koop en verkoop van de Audi E-tron. De gewisselde Whasapp correspondentie laat zien dat [partij 2] vanaf het eerste moment consequent en bij herhaling heeft benadrukt dat hij eerst zijn Audi Q4 diende te verkopen alvorens hij de Audi E-tron kon afnemen. Onder die omstandigheden moest [partij 1] begrijpen dat [partij 2] enkel een koopovereenkomst wenste aan te gaan onder de opschortende voorwaarde dat hij de Audi Q4 tegen een marktconforme prijs kon verkopen. In antwoord op die verklaringen heeft [partij 1] bij herhaling aangegeven dat hij bereid was daarop te wachten. De rechtbank volgt [partij 1] dan ook niet in zijn stelling dat tussen partijen sprake was van een overeenkomst waarvan ex artikel 6:38 BW terstond nakoming kon worden gevorderd. De rechtbank weegt daarbij ook mee dat tussen partijen nimmer een datum van levering of afname is overeengekomen en dat tussen partijen kennelijk de afspraak gold dat [partij 1] de Audi E-tron zou blijven gebruiken en [partij 2] zelf kon bepalen wanneer hij de auto zou afnemen. 4.7. Als tegenprestatie heeft [partij 1] een aanbetaling bedongen. De voorwaarden daarvan zijn vastgelegd in de – door hem aangedragen – koopovereenkomst. Indien [partij 2] de koopprijs niet betaalt, heeft hij géén recht op terugbetaling. Daarmee lijkt de aanbetaling een vergoeding te beogen voor het door [partij 2] genoten optierecht. Ook wanneer levering en betaling van de restantkoopsom niet plaatsvinden, blijft het bedrag van € 10.000,- immers verschuldigd. In de overeenkomst is ook bepaald (artikel 2 lid 3), dat na het verstrijken van de in artikel 4 overeengekomen periode de overeenkomst geen gelding meer heeft. Zij het dat die periode, de rechtbank begrijpt abusievelijk, niet is bepaald. 4.8. De rechtbank gaat er aldus van uit dat tussen partijen is overeengekomen een overeenkomst tot koop van de auto onder de opschortende voorwaarde dat de Audi Q4 door [partij 2] wordt verkocht. [partij 2] heeft ter zitting onbestreden aangevoerd dat de Audi Q4 tot op heden niet verkocht is, zodat de rechtbank vaststelt dat de opschortende voorwaarde niet is vervuld en geen koop tot stand gekomen is. Onder die omstandigheden rust op [partij 2] geen verplichting tot afname van de Audi E-tron en betaling van de resterende koopsom. Van enige tekortkoming aan de zijde van [partij 2] is dan ook niet gebleken zodat voor ontbinding van de overeenkomst geen grondslag bestaat. De in conventie gevorderde verklaring voor recht en betaling zullen dan ook worden afgewezen. Nu de hoofdvorderingen worden afgewezen zijn de gevraagde buitengerechtelijke incasso- en proceskosten eenzelfde lot beschoren. Proceskosten 4.9. [partij 1] dient als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten (inclusief nakosten) van [partij 2] in conventie te betalen. De proceskosten worden begroot op: - griffierecht € 3.083,00 - salaris advocaat € 1.672,00 (2 punten × € 836) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 4.944,00 In reconventie Primaire vordering reconventie: terugbetaling aanbetaling 4.10. Uit hetgeen hiervoor in conventie is overwogen volgt dat tussen partijen geen onvoorwaardelijke koop tot stand is gekomen. Dat de opschortende voorwaarde niet is vervuld, [partij 2] te kennen heeft gegeven de Audi E-tron niet af te nemen en het eigendom van de Audi E-tron inmiddels door [partij 1] aan een derde is overgedragen, is tussen partijen niet in geding. Artikel 4 van de overeenkomst vermeldt ondubbelzinnig dat er in dat geval geen recht op terugbetaling van de aanbetaling bestaat. Dat betekent dat [partij 1] het bedrag van € 10.000,00 mag houden en de primaire vordering in reconventie dient te worden afgewezen. Subsidiaire vordering reconventie: wijzigen overeenkomst ex artikel 6:258 BW 4.11. De subsidiaire vordering tot wijzigen van de overeenkomst wegens onvoorziene omstandigheden zal de rechtbank eveneens afwijzen. 4.12. [partij 2] heeft aangevoerd dat wet- en regelgeving rond elektrische auto’s zijn gewijzigd waardoor oudere elektrische auto’s moeilijker verkoopbaar zijn. Daarmee is volgens [partij 2] sprake van onvoorziene omstandigheden. [partij 1] betwist dat sprake is van een situatie die partijen bij het aangaan van de overeenkomst niet hebben verdisconteerd. [partij 2] specificeert ook niet op welke wetswijziging hij doelt. Bovendien zijn prijsschommelingen inherent aan het handelsverkeer. 4.13. De rechtbank overweegt dat van onvoorziene omstandigheden in de zin van artikel 6:258 BW alleen sprake kan zijn voor zover het omstandigheden betreft die op het ogenblik van tot stand komen van de overeenkomst nog in de toekomst lagen. De onvoorziene omstandigheden moeten van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst mag verwachten (art. 6:258 lid 1 BW). 4.14. De rechtbank is van oordeel dat uit de correspondentie tussen partijen volgt dat de onzekerheid over het kunnen verkopen van de Audi Q4 partijen juist heeft bewogen tot het overeenkomen van een opschortende voorwaarde. Dat is in de kern juist het verweer dat [partij 2] in conventie heeft gevoerd. Daarbij geldt dat prijsschommelingen inherent zijn aan het handelsverkeer. Van onvoorziene omstandigheden is dan ook geen sprake zodat de vordering wordt afgewezen. Proceskosten 4.15. [partij 2] dient als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten (inclusief nakosten) van [partij 1] in reconventie te betalen. Nu het verweer in reconventie in het verlengde ligt van de stellingen in conventie zal de rechtbank het aantal punten waarderen op de helft. De proceskosten van [partij 1] worden begroot op een bedrag van € 653,00 voor salaris advocaat (2 punten x 0,5 x tarief II, € 653,00). 5 De beslissing De rechtbank In conventie 5.1. wijst de vorderingen van [partij 1] af, 5.2.